about
Toon menu

Autisme: over spanningen en angsten en zo

vrijdag 18 november 2011
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Ik ben ter wereld gekomen als prematuur, letterlijk als een handvol botten met vel errond. Twee maanden lag ik in de couveuse, vol slangetjes en sondes. Maar uiteindelijk heb ik het gehaald. Toen begon de ellende.

Als baby had ik stijve ledematen. Of beter: verstijfde ledematen en houterige bewegingen. Toen is me kinesitherapie voorgeschreven, maar daar weet ik niks meer over. Wat wil je, ik was een baby. Ook op latere leeftijd zijn mijn bewegingen stram en houterig gebleven. Althans, complexe bewegingen zoals gereedschappen hanteren (bestek, veters strikken, ballen vangen etc). Met lopen had ik geen problemen. Ik heb in mijn jeugd veel aan sport gedaan: een jaartje handbal, en daarna een jaar of vier basketbal. Zeker handbal vond ik moeilijk. Maar dezelfde problemen kwamen bij andere balsporten evenzeer terug (trefbal, voetbal). Angst voor de bal, de bal proberen te vangen met stijve, gestrekte vingers met verstuikingen als gevolg. Wat er wel goed liep was het lopen (dat liep dus letterlijk goed). Ik had een goede uithoudingsloop en ook op de korte afstanden kon ik behoorlijk wat snelheid halen. Tenminste, als ik enkel en alleen voor mezelf kon lopen, in mijn eentje. Als ik bijvoorbeeld tijdens een groepsspel bij de scouts moest lopen, wist ik nauwelijks waarheen. Daar moest ik het ook opnemen tegen jongens die groter en sterker waren (of althans, mondiger).

Dat was mijn grootste angst en handicap. Ik heb vaak genoeg geïsoleerd gestaan. Op de lagere school kon ik het wel goed vinden met de meeste van mijn klasgenoten, maar er was maar één iemand waar ik echt mee optrok. Dat was dan ook iedere dag en alleen maar met hem. En die jongen domineerde mij erg fel. Andere kinderen mochten zich niet moeien met ons spel, ze snapten er toch niets van. Dat was een jongen die het thuis ook zeer moeilijk had, dat moet gezegd. Maar meermaals deed hij brutaal tegen me en uit de hoogte. En dan kwam het wel eens voor dat ik ontplofte, in een wanhopige, redeloze, radeloze razernij. Ik zag hem vijf dagen op zeven. En toen kwam hij nog bij de scouts ook, en zag ik hem zes dagen op zeven. Bij de scouts is die spanning ooit zo hoog opgelopen, dat ik hem een frontale trap tegen zijn kinnebak heb gegeven. We noemden die razernijen van mijn toen "driftbuien". Dat woord kwam uit het boek "Otje" van Annie M.G. Schmidt. Otje en haar vader Tos, een kok, trekken rond op zoek naar werk en papieren voor Tos. Geregeld slaan bij Tos de stoppen door en krijgt hij zo'n "driftbui". En dat had ik dus ook.

En paniekaanvallen. En angstaanvallen. Als het onweerde was het heel erg. Van zodra ik wist dat het eventueel zou gaan onweren, had ik geen moment rust meer. Ik volgde als een bezetene de weerberichten en tuurde uren door het raam. Ik speurde de hemel af op zoek naar cumulonimbus-wolken. Die angst is er ingebleven tot ik een jar of vijftien was. Daarna is ze weggeëbt. Maar mijn angst voor onweer, was vooral een angst voor donder, voor fel lawaai. Ik had ook angst voor (het lawaai van) stofzuigers, de dampkap, straaljagers die overvlogen, brommers en moto's, knappende ballonnen. Voor alle soort geluid dat luid was en onverwacht kwam. Maar ik had ook angst voor onverwachte dingen in het algemeen. Voor dingen die plots konden gebeuren en mij als een onaangename verrassing troffen. Dingen waar ik, achteraf bezien, geen controle over zou hebben.

Nu zijn die concrete angsten van toen omgeslagen en verinnerlijkt naar meer concrete angsten. Sociale angst en me niet op mijn gemak voelen in groepen (vanaf drie mensen spreken we over een groep). Angst en tegelijkertijd ook het felle besef dat ik moeilijk aansluiting vind bij mensen. Ik kan niet vanaf het allereerste moment dat ik iemand zie, meteen de juiste sociale toon vinden. Dat is voor mij erg moeilijk, zeker wanneer ik weinig aansluiting lijk te hebben met de rest van de groep. En dan is er nog de angst de controle te verliezen over mezelf. Ik heb nu ik 26 ben, nog steeds last van "driftbuien", als zijn ze minder frequent dan vroeger. Die driftbuien hangen samen met spanningshantering: de spanning in mijn lijf loopt zo hard op, dat het soms te veel is en ik ontplof. Maar gelukkig heb ik nu enkele methoden ontwikkeld om hiermee om te gaan. Ten eerste moet ik op tijd durven aangeven wanneer het mij te veel wordt. Ten tweede moet ik op tijd hulp gaan vragen, wanneer ik vastzit. Ten derde moet ik minder twijfelen aan mezelf. En ten vierde moet ik manieren vinden om me fysiek uit te leven. Daar ben ik nu volop mee bezig.

In een eerdere blogtekst heb ik al gesproken over mijn tijd bij Azertie in Zonhoven, en meerbepaald over het iCare-programma. Daar heb ik na jaren inactiviteit terug leren bewegen. Terug leren lopen vooral. Nu ben ik aan het fitnessen twee keer per week en dat bevalt me prima. Al moet ik in de gaten blijven houden dat ik mezelf niet ga overbelasten. Maar voorlopig lukt het best. Ik ben ook weer gewicht aan het verliezen. Ook dat is belangrijk, want tijdens mijn studies ben ik op zeer korte tijd meer dan vijftien kilo verdikt. Nu is daar alweer bijna de helft vanaf, wat ook goed is voor mijn zelfbeeld.

Ik ben ook begonnen met vechtsporten. In december 2010 ben ik begonnen met KuBo. Die afkorting staat volgens mij voor KungfuBoksen en die vlag dekt de lading volledig. Het is een combinatie van Engels boksen en kungfu-trappen. Voor mij is het vooral een therapie om mijn lichaam te leren kennen. Waar bevindt zich mijn lichaam in de ruimte? Hoe positioneer ik mij ten opzichte van een ander? Hoe leer ik los te komen, de spanning uit mijn lijf te halen? Ik moet zeggen dat ik daar al een hele weg heb afgelegd. De stijl is voor mij vrij technisch en soms ingewikkeld. Maar ik heb spieren in mijn lijf ontdekt waarvan ik niet eens wist dat ik ze had. En de bokstechnieken helpen mij goed om de spanning die zich tussen mijn schouderbladen had opgehoopt, weg te halen. Ik ben er ook fysiek krachtiger door geworden.

Wat me uiteindelijk ook helpt is het besef dat alles wat komt, of zich voordoet, uiteindelijk wel weer weg zal gaan en voorbij zal gaan. Dat is voor mij een troostende gedachte, die me vooral voorkomt wanner ik aan zenmeditatie doe. Toegegeven, ik doe te weinig aan zenmeditatie. Omgekeerd, ik laat mijn gedachten nog te fel gaan. Zenmeditatie helpt om het gepieker even te stoppen. Dat gaat dan zo. Normaal erger ik mij aan de lawaaierige printer die vlak naast mijn oor staat te zoemen en te hoesten. Maar tijdens de zenmeditatie gaat dat gewoon voorbij, of beter, aan mij voorbij. Maar ja, een mens kan ook niet constant zitten mediteren. Dat is trouwens ook niet de bedoeling van zen. Want na de meditatieve rust, is het er weer de echte wereld. Die soms hard en koud is, maar gelukkig soms ook vol liefde, begrip en geduld.

Mijn spanningen van nu, op dit moment, hangen samen met ongeduld van mij uit, en onbegrip van de buitenwereld uit. Ik ben als twee jaar werkloos. En neen, ik zit niet op mijn luie krent. Ik volg twee opleidingen en die doe ik goed. Maar ik zou graag een job hebben, en liefst een job die ik kan volhouden. Daar ben ik nog steeds naar op zoek. En bij Azertie helpen ze mij daarbij. Allereerst door me werkervaring te laten opdoen via stages. Er staat voor mij binnenkort weer een stage op stapel in het archief van de Provincie Limburg. Ik ben echt benieuwd wat dat gaat geven. Langs de andere kant ben ik ook wat bang voor het nieuwe. Maar ik zal het gewoon op me af moeten laten komen.

Mijn problemen zijn niet zozeer en gebrek aan intellect. Eerder moeilijkheden met organiseren en plannen (ADHD!) en moeite met sociale contacten. Ik heb die moeilijkheden al aanvaard. Dat is een eerste, hele grote en levensbelangrijke stap geweest. Nu komt het er nog op aan de spanningen en angsten opzij te zetten en alles - zeer zen - op me laten af te komen in de wetenschap dat alles ook weer voorbij gaat. We zullen zien wat dat gaat geven!

Gegroet!

Sander

reacties

Eén reactie

  • door Loes op vrijdag 2 december 2011

    Hey Sander, ik heb je 3 blogteksten aan een stuk door gelezen! Je laat anderen meekijken naar het leven vanuit jouw perspectief en dat doe je super goed: concreet en toch samenhangend. Uiterst boeiend! Ik heb al eerder autobiografische boeken/teksten gelezen. Misschien kan je na een tijdje je blogs bundelen in een boek. Lotgenoten, hulpverleners en geïntereseerden kunnen hier veel uit leren!

    Dankjewel!!

    Loes

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties