about
Toon menu

Felipe Van Keirsbilck (CNE : "Meer dan ooit nood aan links"

maandag 25 maart 2013
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Felipe Van Keirsbilck (CNE): « Meer dan ooit nood aan links»

  

Naar aanleiding van de laatste ontwikkelingen rond de oproep van het ABVV van Charleroi had Guy Van Sinoy van LCR-SAP opnieuw een uitgebreid interview met Felipe Van Keirsbilck, algemeen secretaris van de Franstalige christelijke bediendencentrale CNE (Centrale Nationale des Employés, tegenhanger van de LBC-NVK). 

GVS: Sinds een jaar roept ABVV Charleroi op tot het oprichten van een antikapitalistisch  alternatief ter linkerzijde van PS en Ecolo. Ook jij hebt je hierover positief uitgesproken. De CNE heeft vervolgens een vertegenwoordiger gestuurd naar de laatste vergadering te Charleroi die hierover handelde. Is deze vraag naar een alternatieve politiek vandaag nog steeds aan de orde? Wat betekent de aanwezigheid van de CNE in dit proces?

Felipe Van Keirsbilck: De aanwezigheid van een vertegenwoordigster van de CNE tijdens de laatste vergadering, weerspiegelde onze interesse in het ontwikkelen van dit eenheidsinitiatief in wording. De sociale en politieke actualiteit, na de verwoestingen aangericht door de massale ontslagen en de sluitingen van Arcelor, Ford-Genk, en meer recent Caterpillar, tonen aan dat er dringend behoefte is aan een linkse oplossing. De oproep van Daniel Piron en zijn kameraden uit Charleroi is pertinent. Deactualiteit toont eens te meer aan dat de besparingspolitiek zoals ze gevoerd wordt in België en de rest van Europa de werkgelegenheid vernietigt. We zijn ons bewust van de ernst van de Europese toestand en de hoogdringendheid van een alternatief . Meer dan ooit, moeten we breken met decompromissen, met de slappe consensus van de sociaal-liberale partijen... Blijven doen alsof in de politieke debatten is je reinste zelfmoord voor de werknemers, het zorgt voor een degressie van de werkloosheidsuitkeringen, voor uitsluiting, ontmanteling van de openbare diensten, de brugpensioenen, de collectieve arbeidsovereenkomsten, enz.    

Deze situatie vereist dat we klare taal durven spreken , zodat er echt linkse alternatieven kunnen ontstaan. Zoals ik al zei in november, een grote linkse partij in ons land is broodnodig. We hebben nood aan overtuigende antwoorden. In België is het probleem van de politieke vertegenwoordiging van de werkende bevolking nog altijd niet opgelost. 

Onze aanwezigheid in dit proces betekent niet noodzakelijk dat we onze verwachtingen in de PS en Ecolo, ja zelfs CDh, laten varen!  Dat is één van de nuances die ik zou willen aanbrengen aan de oproep van 1 mei 2012 van het ABVV van Charleroi. Vandaag de dag heeft 80%, zelfs 90% van de bevolking gelijkaardige belangen aangaande het te voeren beleid, we spreken dan over de arbeiders, bedienden, kaderleden, gepensioneerden, kleine ondernemers, werklozen, vrouwen, jongeren, migranten, enz. Al deze mensen vinden momenteel geen grote macht die hun belangen vertegenwoordigt. 

Zij hebben nood aan een omvangrijke politieke macht die meer dan 3 of 4% behaalt tijdens de verkiezingen, alhoewel ook zulk resultaat positief is als we kijken naar de resultaten die extreem links de laatste 30 jaar heeft behaald. Voor de vakbonden is het noodzakelijk dat er opnieuw een politieke krachten komt die daadwerkelijk de macht van het financiëel kapitaal breekt, die breekt met de liberale ideeën waarvan ook de Europese sociaaldemocratie (waartoe ook  de PS behoort) volledig is doordrongen. We hebben nood aan partijen die de belangen van de sociale meerderheid verdedigen. Deze noodzaak is nog duidelijker dan 6 maanden geleden, op dat niveau is er nog niets opgelost, ook al juich ik het initiatief van Charleroi toe.

Wat waren de reacties van het CNE en meer bepaald het  CSC (ACV in Franstalig België op de oproep van ABVV Charleroi / Zuid Henegouwen en op jouw interview van november?

De reacties op de oproep bleven beperkt in de algemene publieke opinie, maar ik ontving enorm veel  positieve reacties van CNE- en CSC-militanten, omdat er een grote vraag is het probleem van de politieke vertegenwoordiging op te lossen. De vakbonden moeten ijveren opdat er één of meerdere grote en echt linkse partijen tot stand komen in België. De vraag stelt zich welke strategie er moet worden gevolgd, want de verschillende linkse partijen hebben verschillende strategieën, o.a. eigen aan hun implanting. De PVDA heeft nog geen Kamerleden maar wel aantal lokaal verkozenen, daar waar de Mouvement de Gauche (rond ex-Ecoloparlementair Bernard Westfael) waarschijnlijk haar Kamerlid in het Waals parlement wil behouden.

Tijdens de laatste vergadering in Charleroi werd er een persbericht opgemaakt waarin de oprichting van een steuncomité van de oproep en de organisatie van een  dag net vóór één mei 2013 werd aangekondigd, waarna er een nieuwe verklaring zou komen. Wat vind je van de oprichting van een dergelijk comité? Wat vind je van het feit dat alle radicaal linkse organisaties dit zouden steunen? Hoe reageren de CNE en het CSC op deze nieuwe gang van zaken?

Eerst en vooral wil ik een zeer positief punt onderlijnen, namelijk dat er op dat niveau een gemeenschappelijk front wordt uitgetekend tussen de leden van de CSC en de FGTB van Charleroi – men moet ergens beginnen. Alle sociale successen in België zijn behaald in gemeenschappelijk front. En het is ook heel positief dat de verschillende linkse organisaties blijven dialogeren. Derde positief punt, de idee een verklaring in gemeenschappelijk front af te leggen voor de eeste mei 2013 doet de strijdsymboliek van deze datum heropleven, en dat is goed gezien de evolutie van deze dag, die nu een bijna uitsluitend folklorische waarde heeft en die PS en zelfs MR proberen op te vissen. Net zoals in andere landen zou deze dag een gemeenschappelijk feest van de strijd van de werkers moeten worden. 

CSC heeft in het verleden nooit aandacht besteed aan deze dag, maar de tijden veranderen en ik verheug me op een gezamenlijkee meeting. Ik heb echter ook mijn bedenkingen bij het oprichten van dat steuncomité, de eerste is dat onze steun niet partijgebonden is, het betekent enkel dat we de «nood aan links» willen uiten.  Niet dat we steun betuigen aan deze of gene bestaande of toekomstige partij. CNE en CSC hebben een syndicale onafhankelijkheid die ze nooit zullen afstaan. Wij kunnen ons niet vereenzelvigen met of ons beperken tot één politieke partij of een front van politieke organisaties zoals deze in opbouw. De noodzaak van een gemeenschappelijk links  front dat eenheid en gezamenlijk optreden nastreeft, wil niet zeggen dat de CNE carte blanche geeft. Indien er een nieuwe anti-besparingspolitiek komt, zal de CNE met zulke formatie dezelfde relatie onderhouden (eisend en onafhankelijk) als met de andere politieke organisaties. We verwachten van de linkse partijen, alle linkse partijen, dat ze de daad bij het woord voegen, dat ze bewijzen dat links niet alleen een etiket is, maar ook een reële inhoud betekent. Daarom mag volgens ons, dit comité PS en Ecolo niet a priori uitsluiten. 

Het zou niet opportuun zijn te beweren dat de toekomst van de werkende klasse volledig buiten de leden van deze partijen moet worden geregeld.  Zij hebben per slot van rekening nog overblijfselen van een sociale traditie en het verleden van de arbeidersbeweging. Het zijn de militanten van de PS, Ecolo, en zelfs CDH, die de linkse stem blijven verdedigen en deze mensen zouden moeten  worden aangemoedigd, eerder dan ver van het proces te worden gehouden. Het comité zal moeten kiezen, ofwel een aantal partijen ondersteunen ofwel een dappere en duidelijke linkse eenheid opbouwen.

Daniel Piron verklaarde recent naar aanleiding van de beslissing dit comité op te richten dat er een verschil is tussen de politieke onafhankelijkheid van de vakbond en apolitisme. omdat de vakbonden een politieke verantwoordelijkheid hebben, is er een noodzaak aan een politiek netwerk waar men toch onafhankelijk van moet blijven. Deel jij dit standpunt?

100% akkoord dat het onmogelijk is om een «apolitiek» syndicalisme te hebben. Dat zou geen enkele zin hebben! Deelnemen aan het opbouwen van een comité en tegelijkertijd onze onafhankelijkheid behouden, is één van de meest delicate punten van politiek bewuste, onpartijdige syndicalisten. Een belangrijke bedenking voor de CNE-militanten. De samenwerking zal moeten werken op de inhoud van een programma, een platform ter verdediging van de belangen van  de werkers, zich buigen over de vraag van de schuld, de fiscaliteit, Europa, de bezuinigingsmaatregelen… 

Op dat punt ga ik volledig akkoord met Daniel.  We beoordelen de verschillende partijen op hun inhoud, die echt links moet zijn. Wat belangrijk is, is dat er gebroken wordt met het liberalisme. En daarom zou het goed zijn te kunnen rekenen op de politieke partijen die afgevaardigden hebben. Een nog te creëren partij zou als vertrekpunt de verdediging van de belangen van de werker moeten hebben in de brede zin van het woord. CNE zal zich hierover moeten uitspreken als organisatie, en collectief moeten beslissen over onze investering. We mogen niet slechts spreken voor enkele individuen.

Samengevat, het fundamentele punt is te komen tot een programmatorische basis die inhoudelijk zo radikaal is als de huidige situatie vereist, een programma ter verdediging van de sociale zekerheid, de volledige tewerkstelling, het verdelen van de werktijd en dat zich verzet tegen de een aantal concrete punten van de besparingen. Het is aan zulke programmatorische basis dat het steuncomité zou moeten werken, een basis die als instrument kan dienen om de politieke organisaties te interpelleren, en kan bijdragen om een nieuwe relevante politieke beweging ter linkerzijde tot stand te brengen, en de partijen die zich vandaag links noemen tot consequentere standpunten te brengen.

Wat zijn de volgende stappen voor de CNE? Hoe zie je haar betrokkenheid in dit comité?

We zullen eerst en vooral interne discussies hebben, een debat in onze instanties die meer over de strategie en de methodes zullen gaan dan over het doel op zich, waarover we het grotendeels eens zijn. Daarna zullen we ons, in Franstalig België, moeten toeleggen op het opstellen van een brede coalitie van partijen met dezelfde belangen in de CSC en de FGTB. En uiteindelijk zullen we ons moeten buigen over de inhoud, over de dramatische situatie van het huidige Europa en een concreet programma opbouwen ter bestrijding van de besparingspolitiek.

Zowat overal in Europa breken er kleinere en grotere revoltes uit tegen de bezuinigingen en de ontslagen.  Welke dialectische link of verband zie je tussen de sociale strijd en het opkomen van een alternatieve politiek?

Het verband tussen de sociale strijd en de vraag naar een alternatief beleid is natuurlijk heel sterk en direct, en nog opvallender gezien de grote politieke context. De werknemers van Caterpillar weten waarover ik het heb... Werknemers, rode en groene, zoeken oplossingen en hebben trouwens op 14 maart betoogd tegen de opgelegde bezuinigingen in België en Europa. Vele werknemers voelen aan dat hun lot afhangt van de bezuinigingspolitiek. De impact van de bezuinigingen en de Europese crisis weegt op elke sluiting of massaal ontslag, op elke verslechtering van de werkomstandigheden, op de vraag naar een anti-besparings beleid.

We moeten ermee ophouden verstrikt te raken in onnozele discussies over de vraag of we een nationaal of een Europees beleid moeten voeren. De perverse kracht van het politieke systeem is dat men niet meer kan zien wie de macht heeft. Het is schone schijn: wil men zijn eigen nationale regering confronteren, dan zegt men «Europa heeft de mach » ; vervolgens val je Europa aan en daar zegt men «ah, maar het zijn de Lidstaten die beslissen». Weg met de façade, het is één geheel. De sociale en politieke strijd zijn onontwarbaar met mekaar verbonden en het versterken van het sociale verzet kan alleen maar ten goede komen van de opkomst van  grote nieuwe, linkse krachten, één links blok tegen de bezuinigingen.