about
Toon menu

Brussel-Stad werft een taaladviseur aan voor haar Nederlandstalige communicatie

vrijdag 10 november 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Tweetaligheid of meertaligheid van een overheidsdienst moet als een troef uitgespeeld worden. Te vaak wordt het gereduceerd tot een meerkost (voor vertalingen bv).

Actieve tweetaligheid daarentegen garandeert dat het referentiekader binnen de administratie en de politiek ruimer wordt. Net zoals een meertalig kind een ontwikkelingsvoorsprong opbouwt, kan ook de verschillende achtergrond in een professionele omgeving maken dat oplossingen en vergissingen in naburige landen of landsdelen in het beleid kunnen meegenomen worden.
Het zou spijtig zijn dat voordeel op te geven door van elkaar te willen vervreemden. Al vraagt een samengaan ook al eens assertief gedrag natuurlijk.

Jongeren vandaag, in noord of zuid, zijn om identiek dezelfde redenen meer geïnteresseerd in het Engels. De kennis van "de tweede landstaal" wordt in die dynamiek dus minder prioritair aangevoeld. Waarom de SELOR-kennis van de tweede landstaal niet opnemen in de eindtermen van het secundair onderwijs in ons land?

Sowieso leven we in ons land en zeker in Brussel in een internationale omgeving waar meertaligheid de norm wordt. De Vlamingen met hun beschermd statuut in Brussel worden dan de grootste van vele minderheden met een absolute meerderheid van Franstaligen in de stad. Bovendien, die 'autochtone' gemeenschappen zijn helemaal niet zo homogeen als sommigen het graag voorstellen. Statistisch is de vermenging allicht groter bij de minderheden.

Toch blijft de kennis van beide landstalen belangrijk: zo blijken er in Brussel nogal wat vestigingen actief voor de Benelux, waar Frans en Nederlands onontbeerlijk blijven. 
In mijn vriendenkring hoor ik toch dat Franstalige ouders zorgzaam willen omgaan met de kennis van de andere landstaal. Wie dat niet doet staat te vaak defensief in het leven.