about
Toon menu

Brusselse solidariteit kent vele uitdagingen

woensdag 7 juni 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Solidariteit is geen eenduidig begrip. Conservatieven, liberalen of sociaaldemocraten, elk hebben ze hun omschrijvingen en strategieën.

Wie daarbij, zoals Geert Van Istendael in BRUZZ, alle heil verwacht van een bestuurlijke hervorming (lees: centralisatie) positioneert zich meteen in een ander kamp dan wie vanuit betrokkenheid en empowerment de samenleving kansen wil zien grijpen. Zeker ook als dat gekoppeld wordt aan een dédain naar het beleid en de politiek toe. Waarmee ik bedoel dat politici er wel eens belang bij zouden kunnen hebben om desinteresse, onvrede en cynisme her en der te voeden.

Wie voor Brussel alle heil verwacht van centralisering gaat voorbij aan de Bezirke, Départements of Boroughs in de ons omliggende hoofdsteden of aan de 9 Districten in de tweede stad van Vlaanderen. In Antwerpen heeft men pas vorig jaar in alle luwte (buiten de media en na jarenlange onderhandelingen) duidelijke bestuurlijke afspraken kunnen maken tussen de stad en haar districten, elk met hun eigen begroting.
Het is bekend: Brussel heeft behoefte aan een duidelijke onderlinge verdeling van bevoegdheden waarbij een centrale dynamiek voor de stad telkens moet afgewogen worden tegenover betrokkenheid en efficiënte organisatie van de dienstverlening. Dat gaat heus wel verder dan een bestuurlijke centralisatie met mogelijkheden tot gedecentraliseerde werking. Niet voor niets start subsidiariteit vanuit het principe dat openbare dienstverlening opgebouwd wordt van onderuit. Elke organisatievorm wordt ingeschaald om zo dicht mogelijk bij de burger te staan en de organisatorische behoefte aan centralisering dient gemotiveerd.

Solidariteit met het hoofdstedelijk stadsgewest begint bij de federale Financieringswet. Vraag maar eens aan de burgemeester van Vilvoorde hoe de interne solidariteit in het Vlaamse Gewest met Antwerpen en met de andere centrumsteden wordt gefinancierd.
Solidariteit binnen Brussel gaat ook over de inhoud en het belang van herverdelende aspecten in de verdeelsleutels van het Gemeentefonds, gesubsidieerde projecten en initiatieven waaronder de Wijkcontracten.
St-Joost-ten-Node bijvoorbeeld is met haar kantoren helemaal niet die arme gemeente, maar heeft binnen ons land onmiskenbaar de armste bevolking.
St-Pieters-Woluwe heeft een rijkere bevolking maar denkt terecht meer aan de concurrentie met Vlaams- en Waals-Brabant om de fiscale capaciteit van haar bevolking op peil te kunnen houden. Daartoe dient uitgerekend de fiscale autonomie van plaatselijke overheden. De mate en de wijze waarop het Brussels Gemeentefonds naast een algemene basisfinanciering, ook solidariteit tussen plaatselijke besturen moet  inhouden, is sedert 1989 de kern van geanimeerde parlementaire discussies.
In Vlaanderen is de idee van fusie van gemeenten ingegeven door de schaalgrootte beneden de EU-kwaliteitsnorm. Dit kan de vele uitdagingen met grote investeringen en met belangrijke knowhow, financieel of kwalitatief bemoeilijken.

Wie ontkent de vele wijkgerichte investeringen in de publieke Brusselse ruimte vandaag? Of de massale investeringen in onderwijs en kinderopvangcapaciteit door de plaatselijke overheden in Brussel?
Misschien ontbreekt het aan onze verkozenen aan moed om sluikstorten tegen te gaan? Maar we zien toch ook het groeiend beleidsmatig belang van gemeentelijke administratieve sancties. Als je als Brusselaar ziet welke goed gecommuniceerde inspanningen gewest en lokaal doen inzake openbare netheid, moet vooral het gedrag van de Brusselaar zelf kordater aangepakt.
Ik deel de visie op de rijke variëteit en op het onvolmaakte karakter van onze stad, maar het mag ook geen literaire stijlfiguur worden natuurlijk.

De bestuurlijke organisatie gaat over het efficiënt organiseren van de dienstverlening aan de bevolking. We hebben daarnaast vooral behoefte aan politici die de vinger aan de pols houden en daarbij gebruik maken van hun mandaat om die overheid op elk niveau aan te sturen. Het zou spijtig zijn te moeten vaststellen dat de Nederlandstalige gemeenschap in onze stad haar intellectuele vrijheid als minderheid niet aanwendt om vrij, maar open voor deskundigheid, over een toekomstige structuur voor Brussel na te denken.