about
Toon menu

Sociaal activisten in de politiek? Een moeilijke opdracht

zaterdag 20 januari 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Sociaal activisten hebben er soms genoeg van om actie te voeren : pamfletten uitdelen, berichten op facebook plaatsen, lezingen organiseren, betogingen promoten enz….. Ze willen niet alleen de besluitvorming beïnvloeden, wegen op het beleid noemt men dat. Ze willen ook mee aan de stuurknuppel van het regeren zitten. Ze kiezen ervoor om zich kandidaat te stellen op een lijst , met de hoop te zetelen , misschien zelfs de verwachting van een uitvoerend mandaat koesterend. Minimaal wil men zich tevreden stellen met een rol binnen de partij.

Dan begint de spreidstand tussen hetgeen men als activist voorstond en hetgeen de partij wil. Wanneer de kiesvereniging van zijn of haar voorkeur een coalitie vormt, dan wordt het soms echt moeilijk. Compromissen sluiten is immers niet het DNA van de sociaal activist.

Concreet wil ik even stil staan bij de mandatarissen van Beweging.net, met deze organisatie ben ik vergroeid , een beweging die ik diep in mijn hart draag.

Men wil daadwerkelijk zaken veranderen ,er wordt gekozen voor een politiek mandaat. Men kan vrij kiezen voor welke partij er gekandideerd wordt. Wil de kandidaat echter door de christelijke arbeidersbeweging “erkend” worden moet dit een engagement zijn binnen de christendemocratie. Bij de Waalse vrienden van het MOC ( Mouvement Ouvrier Chrétien) geldt deze regel niet.

De sociaal activist komt dan in een partij terecht met ongeveer de helft aan mandatarissen die de Beweging genegen zijn. De andere helft bestaat uit partijmensen met een eerder gematigd rechts en conservatief profiel. De linkse sociaal activist moet voor de eerste keer kennis maken met het compromis in het hoger partijbelang.

Na de verkiezingen beslist de partij, in deze de CD&V, om in zee te gaan met twee liberale en één nationalistisch-liberale partij. Al deze coalitiepartners hebben geen respect voor de rol van het middenveld en het sociaal overleg. Men moet opnieuw het compromis aanvaarden.

De slotsom is duidelijk. Men doet water bij de wijn binnen de partij, en men doet voor elk van de coalitiepartners nog eens drie keer water bij de druivendrank. Ik kan me best inbeelden dat deze wijn , in tegenstelling met het wonderverhaal in het evangelie, in water veranderd is. Het blauw-geel-zwart etiket op deze fles is voor de sociaal activist zeker geen kwaliteitslabel eerder een nachtmerrie.

Veel van hen blijven in hun partij-engagement geloven en doen hun best om hun verzuchtingen en deze van de Beweging in de praktijk te brengen, dit wekt bewondering op. Maar zeker ook vandaag voor hen en hun militanten bittere ontgoochelingen.