about
Toon menu

Nu tien jaar Forlorn Hope in het Midden-Oosten

zaterdag 12 augustus 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • (c) Willemjan Vandenplas

Willemjan is nu 10 jaar bezig met het Midden-Oosten, tijd om eens het één en het ander recht te zetten en zijn verhaal te doen. Hij ontwikkelde zich na zijn studies geneeskunde tot fotograaf en journalist voor het middenveld en tolkte Arabisch bij verschillende organisaties.

Na mijn Bachelor geneeskunde vertrok ik in 2008 voor 3 maanden naar Marokko om Arabisch te leren. Ik studeerde dit in het Qalam Wa Lawh instituut in Rabat. Dit instituut is nu wereldvermaard, terwijl ik daar studeerde was het maar pas opgestart, de reden hiervoor is omdat er toen nog maar net internationale interesse was in de Midden-Oosten, omwille van de oorlog in Irak.

Ik sta daar nog steeds op de voorpagina van hun site. De eerste maanden heb ik daar niets geleerd, terwijl anderen serieuze vorderingen maakten, toch heb ik geleerd dat het juist net die mensen zijn die het moeilijk hadden in het begin, die de eindmeet hebben gehaald. Ik start begin 2009 Arabisch aan de GLTT in Sint-Genesius-Rode, daar was namelijk een zeer goede leerkracht was neergestreken.

Met Amerikaanse Militairen in de klas

Ik maakte mijn jaar aan het GLTT niet af omdat ik in April terug vertrok naar Marokko. Ik studeerde daar nog eens 3 maanden Arabisch aan Qalam wa Lawh, 20 uur per week zoals de eerste keer. Ik werd omringd door mensen met een hoogniveau en functie in het Amerikaanse leger, de VN of Internationale Universiteiten.

Ik voelde mij toch niet optimaal om aan om mijn master geneeskunde te beginnen. Ik had de Angelsaksische mentaliteit gekregen, na een jaar in Marokko, om tussen Bachelor en Master een 'break' te nemen, omdat ik moest beginnen met ‘Medical School’ volgens mijn Amerikaanse vrienden, wat eigenlijk niet het geval is in België. Ik was al een jaar naar Argentinië geweest na mijn middelbaar, maar ik wou en moest Arabisch leren om op termijn huisarts in Brussel te worden of bij AZG te gaan werken.

Ik kreeg dus een vals gevoel van veiligheid. Dus ik nam een enorm risico om verder Arabisch te studeren. Ondertussen las ik alles dat ik in handen kreeg over het Midden-Oosten.

In een wijk vol buitenlandse studenten van Al-Azhar

Hoewel Syrië hoog op mijn verlanglijst stond, vertrok ik naar Egypte in september 2009, ik koos zonder er erg veel bij na te denken voor de goedkoopste internationale school en ik kwam terecht in een buitenwijk van Caïro. In Medina Nasser, wijk 8, dicht bij Madrassa Al-manhaal. Dus niet echt het Medinat Nasser van City Stars, maar ik kwam terecht in een school die het voorbereidingsprogramma gaf aan buitenlandse studenten om te gaan studeren in Al-Azhar, de referentie universiteit in het Midden-Oosten. De wijk liep vol Turken, Tsjetsjene, Indonesiërs, Honguren en Turkmenen. Allemaal jongeren van 18 jaar zoals de eerste keer in Marokko, maar deze keer was er een onoverbrugbare culturele afstand. Ik was hier als Vlaamse jongen van onder de kerktoren met wat ervaring in Zuid-Amerika niet op voorbereid.

Ik ging van een internationaal modern gezelschap in Marokko naar een traditioneel gezelschap in Caïro in 2009 op 23-jarige leeftijd. Mijn lessen werden 3 keer per dag onderbroken voor het gebed, mijn leraar was een Salafist die elke keer 20 minuten nam om zich te wassen voor het gebed en ze nodigde mij keer op keer uit om mee te gaan naar de Moskee van de school. Ik was op 1 uur verwijderd van Maydaan Tahrir en Zamalek, waar ik wel mensen kenden aan de AUC, maar dat is daar een andere wereld waar ik niet onmiddellijk terecht kon. 

Ik ben niet tegen die school het was voor elk roeiën met de riemen die we hadden, maar er was geen sympathie mogelijk. Het waren twee onverenigbare werelden: die van traditie en de mijne van moderniteit. Hoe hard we het ook wilden, er kwamen maar geen menselijke relaties op gang. Om met mensen te spreken, moest ik altijd één uur naar het centrum reizen.

Ik herinner mij nog goed dat ik Koshari ging eten en dat ik een paar medestudenten zag. Het waren Tsjetjchenen met een achteraf bekeken duidelijke salafistische insteek. Ik vroeg hun of ik mijn Koshari samen met hun kon op eten, maar kreeg geen reactie, ze gunden mij geen blik waardig.

Na 3 maanden en 30 uur privé- les Arabisch per week later, kreeg ik door de isolatie en de stress gezondheidsproblemen in december 2009 en vloog ik dezelfde dag naar huis.

Terug naar het normale leven: op kot in Leuven! 

Na 1000 uur Arabische les ging ik in  februari 2010 weer op kot in Leuven om mijn master geneeskunde af te werken. Ik kreeg intussen door mijn kennis van het Arabisch, enkele dierbare Arabische vrienden.

Een ‘Game Changer’ was dat een Libanese vriend, Hamzy, stierf door een stom ongeluk juist voor de Arabische Lente. Dat maakte dat de Arabische Lente gekoppeld werd aan persoonlijk lijden en een gezicht kreeg. 

Toen de opstand begon in Tunesië was Hamzy juist gestorven en zat ik in een examenperiode. Ik werd toen voortdurend bestookt met berichten door een Franse communist, Yvon Breda, die zei dat het ditmaal een grote revolutie zou zijn. Hij toonde mij de eerste video’s van protest, hij vertelde mij dat de Tunesische vakbond de UGTT, de grootste en enige Tunesische vakbond, had opgeroepen tot protest en dat dit de enige kracht in Tunesië is die het regime van Ben Ali kon omverwerpen.

Sinds Marokko had ik al verschillende keren opgeroepen tot revolutie op Facebook in de MENA (Middle East & North Africa). Dit standpunt, dat was te wijten aan mijn gebrekkige kennis van de politiek en mijn jeugdigheid, maar  nu stond het dus echt te gebeuren in December 2010.

Ik zat echter al een paar jaar met een zwakke gezondheid, een zwaar semester geneeskunde en een sterfgeval. Nu kwam er die revolutie bij, ik ben toen gekraakt en heb gekozen voor een nieuw leven en stopte met mijn studies geneeskunde.

Ik zou de Arabische lente volgen tot het einde. Toch verloor ik mijn idealen en strijdvaardigheid op het moment dat de zelf-immolaties begonnen op Maydaan Tahrir, toen kreeg ik schrik dat als er Revolutie uitbreekt in Egypte dan is het status quo tussen het Midden-Oosten en Israël kapot, daar kan misschien weer een grote oorlog van komen. Toen al nam ik afstand van de Arabische Lente. Nog voor de opstand in Syrië, nog voor de val van Khadhafi. Dat jaar haalde ik nog bij het CLT-Leuven mijn diploma van 8 jaar Arabisch.

Mijn eerste reactie op de verloren idealen van de Arabische lente was het oprichten van een praatgroep Arabisch in Leuven. Die zou een duidelijk indicator zijn voor het wel en wee in het Midden-Oosten. Op die praatgroep kwam een hele generatie Arabisten af en zowat alle religieuze en politieke strekkingen vanuit het Midden-Oosten waren vertegenwoordigd. Hoe langer we dit deden en hoe langer de Arabische lente aansleepte, hoe sneller de onderlinge verschillen duidelijk werden en hoe harder er verwijten werden gemaakt tussen geloofsgroepen en seculieren. Het was op zich een interessante ervaring, we kregen een publicatie in MO*, geschreven door Lisa Develtere en in Veto door Thomas Cliquet.

Naar de grootstad

In september 2010, vertrok ik naar de ULB om een master volksgezondheid te studeren. Het was een wanhoopspoging om toch nog mijn roeping in de geneeskunde te verwezenlijken. Zo, werd Brussel werd mijn nieuwe habitat. Ik begon opnieuw een praatgroep, maar ontmoete enkel een Palestijn en een Poolse medewerkster van ICMC Europe (International Catolic Migration Commission) die mij de poorten zou openen tot de internationale kringen rond de Arabische Vluchtelingen.

In mei 2012 was ik de hoofdfotograaf voor de internationale conferentie rond Resettlement in Espace Diamant en kon op een hoog niveau contacten leggen. Ik was dan ook een lid van het Europees Resettlement Netwerk geworden, mijn foto’s trokken wel op niets, maar ik heb eer, dus ik zou voor dat netwerk als vrijwilliger beginnen werken.

Terzelfdertijd kwam er, n.a.v. de Arabische Lente, ook een hernieuwt politiek engagement bij Animo, waar ik veel kansen kreeg. In juli 2012 vertrokken we naar Israël en Palestina, natuurlijk op eigen kosten. Op de Golanhoogte zagen we de rookwolken boven Syrïë.

Op 18 september 2012 was ik de eerste Belgische fotograaf en journalist in het Za’atari vluchtelingen kamp in Jordanië. Het was een ongelofelijke ervaring. Er kwamen 2 weken van administratie aan te pas voor we konden vertrekken en dan kreeg ik de kans om met de Braziliaanse top fotograaf, Jean Schwartz, van ZeroHoras samen te werken. Hij verdwaalde in het kamp en er werd zelfs een helicopter in de lucht gestuurd om hem te zoeken.

Door gebrek aan ervaring dacht ik dat het Za’atari kamp in een slechte toestand was, terwijl het nu een van de voorbeeldigste vluchtelingenkampen is ter wereld. Ik geraakte met mijn aanklacht tot bij de communicatie verantwoordelijke, Melissa Flemming, van de toenmalige Hoog Commissaris voor de Vluchtelingen, Guterrez. Ondertussen is het één van de grootste vluchtelingenkampen ter wereld.

Enkele maanden later ging ik met de Journalist Laurens Cerulus mee naar het Europees Parlement om Ali Ferzat te interviewen, dat was één van mijn meest interessante ervaringen tot nog toe. We stonden daar onder ons tweetjes in de Hilton, hij te praten met en ik foto’s te nemen van de op dat moment belangrijkste Arabier in de EU die juist in 2013 de Sacharovprijs heeft gewonnen.

Ali Ferzat is de Cartonist die de Syrische Revolutie aanwakkerde door zijn revolutionaire cartoons, hij werd hiervoor opgepakt door het regime en zijn handen werden gebroken op dat hij nooit meer kon tekenen.

De Leuvense connecties 

Er was iemand die altijd bleef opduiken en dat was de collega van een oude kameraad. Die oude kameraad is Majd al-Khalifeh. Via Majd al-Khalifeh ontmoete ik Pieter, de collega van Majd voor het eerste toen we de Arabische praatgroep organiseerden in het STUK in Leuven, was hij immers samen met Majd zijn project “Tussen Vrijheid en Geluk” aan het voorbereiden. Majd kwam zoals gewoonlijk eens praten met ons en met de studenten Arabisch lachen. Hij wou zelf een filmpje van ons maken om de mensen in het Midden-Oosten te tonen dat er Westerlingen zijn die Arabisch spreken. Daarna stond Pieter op mijn facebook contactenlijst en mocht ik deel uitmaken van de lancering van hun fascinerende project “Tussen Vrijheid en Geluk”. Het was dan ook een heel interessant project dus ik was er doorgeboeïd.

In het najaar van 2013 organiseerde ik een fototentoonstelling met Pieter als spreker en met mijn foto’s van het Zata’ari kamp in CC De Meent voor de Gros Beersel.

Ik werd ook door Sali Deville, meegenomen naar het Europees Parlement voor een debat over de Arabische Lente, daar ik leerde ik eerder toevalling Koert Debeuf kennen. Hij steunde me enorm met mijn later onderzoek in Brazilië.

Daarna stelde ik mij kandidaat vrijwilliger voor Brigitte Herremans van Broederlijk delen. Ik schreef eind 2013 op Knack.be en op de website van Broederlijk Delen en Pax Christi enkele artikels over Burgeractivisme in Syrië, zoals ze mij had opgedragen. Het was de periode dat IS nog ISIS heette, nog geen sprake was van de Islamitische staat en toen enen Montasser al-Deme’eh nog onbekend was.

Ondertussen was ik via Facebook al een tijdje in contact met een deel van de Syrische activisten van het eerste uur, en nam ik ik nam interviews af met belangrijke leden van de oppositie , activisten en journalisten die nog in Syrië verbleven.

Mijn achterban begon zich te roeren in de debatten

Ondertussen begon mijn achterban te spelen, jeugdvrienden begonnen zich te roeren in de debatten omdat ik op Knack kwam en ik een publieke mening uitte. Veel mensen begonnen druk op mij te oefenen om hiermee te stoppen: weet jij wel wat je doet? Is dat niet gevaarlijk? Daarmee dat ik nu ook eens mijn verhaal wil doen op dat mensen sommige zaken beter zouden snappen.

Die artikels op knack.be waren echt zwaar te verteren, maar iemand moest Syrië in het Vlaamse Avondland duwen. Ik kreeg haatmails in mijn inbox, mijn naam circuleerde opeens bij het solidaristisch initiatief en ik werd gebrandmerkt door neo-nazi’s. Dit was allemaal hard om te verdragen.

Ondertussen reisde ik ook Vlaanderen af voor tentoonstellingen, ik tolkte voor vluchtelingen, deed enkele spreekbeurten om Brigitte Herremans te vervangen. Twee maal deed ik zo’n spreekbeurt met Pieter Stockmans, toen ik van hem de vraag kreeg om mee te gaan op missie naar het Midden-Oosten, het was een ambitieus plan.

Is de zwarte sneeuw voorbij?  

In mei 2014 kwamen wee samen in Schaerbeek, achter de Rue d’Aarschot met Roni Hussein en Pieter Stockmans. Daar ontvouwde Pieter zijn plan om van Gaziantep naar Saraqeb, Qamishli en Erbil te gaan. 

We waren een goed team. Het zag er allemaal mooi uit en ik dacht na een rot jaar van verwijten en commentaar van vrienden en familie. Ik dacht dat ik eindelijk mijn plaats zou hebben in de internationale journalistieke karavaan. Ik dacht “mijn broodjes zijn gebakken”, nu is de zwarte sneeuw voorbij, eindelijk een internationaal project met een zekere diepgang.

We reisden naar Gaziantep waar we een week bij vluchtelingen logeerden, de vader had in Syrië wapens verkocht om zijn familie te kunnen laten overleven. We interviewden strijders van Al-Nusra en ontmoeten een familie van Syrië communisten en bezochten verschillende scholen om te leren over het onderwijs van de Syrische vluchtelingen kinderen. Ik kreeg voor deze opdracht een prijs voor Migratie en Ontwikkeling van dat platform bij de Europese Unie. 

Naar Brazilië, de opdracht van de lange adem... 

Met een ‘touch of luck’ kreeg ik nog een internationale opdracht eind 2014. Ik mocht  naar Brazilië trekken om een dossier te schrijven voor MO* over de Syrio-Libanese gemeenschap daar en hoe die reageerden op de Syrische vluchtelingencrisis. Ik, die eigenlijk een fotograaf ben, moest op ineens de rol opnemen van Pieter zoals in Turkije.

Eens aangekomen in São Paulo begreep ik de benardheid van mijn situatie, ik had daar een vriend die student is aan de Universiteit van São Paulo die doctoreerd in Arabische literatuur, met hem studeerde ik Arabisch in Rabat, en hij die zou mij helpen. Ik kwam daar in contact met top activisten uit de Syrische Revolutie en een radicale Syrische Diaspora.

Tijdens een interview werd ik met de dood bedreigt door officiële Syrische Diaspora, omdat ik te veel op zoek ging naar hun persoonlijke relaties met het Syrische Regime.

Ze zeiden mij dat ze me zouden tegen houden aan de luchthaven, als compromis mochten ze bepaalde uitspraken in trekken en werd er geen gevolg aangegeven. 

Ik beet mij vast in dit onderwerp omdat ik nog 3 maal terug reisde gedurende 6 maanden. São Paulo sprokkelde ik info over de relaties tussen Syrië en Brazilië.

Ik leerde de Syrische vluchtelingen kennen en beschreef de geschiedenis van de Syrisch-Libanese diaspora, dit kon ik internationaal publiceren tijdens na mijn bezoek aan Libanon.  

Willemjan Vandenplas kan je volgen op facebook en zijn website