about
Toon menu

Deel 9: Hoe justitie kwetsbare mensen de kans op herstel ontneemt

zondag 10 februari 2019
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.


EEG Bron Flickr

Prof. dr. Christophe Lafosse, klinisch neuropsycholoog, schrijft in zijn boek ‘101 vragen over hersenletsel’ op p. 247-248:

Mensen met een hersenletsel hebben vaak moeite om sociale situaties juist in te schatten. Als gevolg daarvan zijn ze soms achterdochtig of ontwikkelen zelfs paranoïde gedachten. Zo komen hun gedrag en hun denken soms nog weinig met de realiteit overeen. Dit kan ontstellend zijn voor familieleden die al het mogelijke doen om de persoon met een niet aangeboren hersenletsel te helpen maar ondertussen door hem van onrechtmatige daden worden beschuldigd’.

Beschuldigingen

Beschuldigingen waren en zijn er nog altijd genoeg. Die werden eerst niet in verband gebracht met het in 1999 opgelopen hersenletsel. Aandacht voor dat verband kwam er pas toen een specialist NAH me vertelde dat er dikwijls 6 tot 7 jaar verlopen tussen het NAH en de eerste duidelijke cognitieve problemen. Dit is trouwens een van de redenen waarom vele dokters de diagnose NAH missen.

Het begon in de lente van 2006 toen Ann me er bij haar broers van beschuldigde al ons geld te verkwisten om mijn zogenaamde cannabis verslaving te betalen (deel 5: Eindelijk een medestander). Die zelfde beschuldiging werd geuit bij onze dochter. Ook in de vriendenkring gebeurde dit. In alle gevallen ging men mee in de verklaringen van Ann. Dat is niet zo verwonderlijk als men weet dat het hier niet om bewuste leugens of valse verklaringen gaat, maar om confabulaties. Confabulatie is het verzinnen van feiten of gebeurtenissen om gaten in het geheugen op te vullen. De persoon in kwestie is er zich dan niet van bewust dat het in feite om onwaarheden gaat en is overtuigd van het waarheidsgehalte van de beweringen. Ik werd niet geconfronteerd met de beschuldigingen zodat ik me ook niet kon verdedigen. Pas tegen het einde van dat jaar maakte ik zelf zo een beschuldiging mee toen ik twee mails zou hebben verstuurd waarvan Ann de inhoud wilde kennen maar die nooit bestaan hebben (deel 3: De gevolgen).

De regelrechte beschuldigingen werden afgewisseld met periodes van stemmingswisselingen en vaak extreme woedeaanvallen.

De beschuldigingen hadden steeds een paranoïde karakter en gingen dikwijls gepaard met wanen of hallucinaties zoals bij de niet bestaande mails. De gevolgen kunnen enorm zijn.

In het begin was het allemaal nog vrij ‘onschuldig’. Zo verdacht ze me er van vreemd te gaan en geheime afspraakjes met andere vrouwen te hebben.

Of zo werd ik uitgesloten van het jaarlijkse familiefeestje met haar broers en zussen. Een uur voor we zouden vertrekken naar het feestje dat Marc dat jaar organiseerde betrapte ik haar erop dat zij Marc belde met de woorden: ‘Marc laat hem niet binnen want hij komt de boel op stelten zetten’. Marc geloofde haar en ik was niet meer welkom.

Erger was dat ik sinds 2007 geen normaal contact meer had met onze enige dochter en dat ik op kerstavond 2016 via de facebook pagina van Nancy moest vernemen dat ik een kleindochter heb die geboren is op 28-06-2016. Ik heb nog steeds mijn kleindochter niet mogen ontmoeten!

De raad van een deskundige

Toen ik in mijn zoektocht naar antwoorden op de vele vragen bij een psychiater met specialisatie NAH kwam en hij me de tip gaf “om in de mate van het mogelijke er te zijn voor mevr. “Ann”, en dit op liefdevolle wijze”, zou dat jaren later nog ernstige gevolgen hebben.

Ik wilde zijn raad opvolgen, maar hoe moest ik dat doen? We leefden apart en communicatie leek onmogelijk te zijn zoals toen ik me afvroeg of er sprake kon zijn van afasie, een taalstoornis als gevolg van NAH (Deel 8: Hoe een notaris, met instemming van de rechtbank, mensen ruïneert).

Ik besloot Ann regelmatig een sms’je te sturen. Omdat onze wandelingen haar zo goed hadden gedaan besloot ik in de natuur mijn inspiratie te zoeken. Ik probeerde sowieso toch regelmatig een wandeling te maken. Als ik dan iets opmerkte dat haar zou interesseren schreef ik dat neer in de vorm van een haiku. Ik begon daarmee kort na mijn eerste gesprek met die psychiater in februari 2012. Met de feesten en verjaardagen stuurde ik haar een kaartje of bloemen. Ik kreeg dan wel geen reactie maar dat was ik intussen gewend geraakt en er kwam in elk geval ook geen negatieve reactie. Zo schreef ik over paarden in een wei, een buizerd die laag overvloog of twee vlinders in een paringsvlucht. Dat ging zo drie jaar door zonder problemen.

Toen de problemen met de verdeling van de inboedel bij de notaris opdoken deed ik Ann via sms regelmatig een voorstel om te praten over de spulletjes die ze graag zou hebben. Ook daar kwam nooit een reactie op. Dat was vreemd want later zou op een wel erg vreemde manier blijken dat ze wel degelijk nog zaken uit de inboedel wenste te bekomen.

Een vrederechter waant zich hersenspecialist

Toen Wim en ik in 2014 opnieuw naar de vrederechter stapten stonden er een aantal vreemde opmerkingen in het vonnis dat de rechter had opgemaakt zonder dat er een zitting was geweest. Hij baseerde zich dus enkel op het verzoekschrift. In beroep werd de visie van de vrederechter zonder meer overgenomen.

De argumenten van de rechter kunnen nochtans heel eenvoudig weerlegd worden.

Appelanten stellen dat het onmogelijk is om een geneeskundig verslag bij te voegen nu de artsen die appelanten hebben geconsulteerd weigeren een geneeskundige verklaring af te leggen. Dat alle door appelanten aangezochte artsen weigeren een verslag op te stellen (…) zou erop kunnen wijzen dat deze artsen menen dat er geen redenen voorhanden zijn voor een gedwongen opname (louter veronderstelling, geen waarheidsvinding).

Voor een rechter is dit behoorlijk van de pot gerukt! Een rechter weet toch wel dat een arts geen verklaring mag afleggen betreffende een patiënt zonder deze gezien te hebben. De rechter kan dus niet besluiten dat deze artsen geen reden zien tot opname. Zij kunnen daarover in de gegeven omstandigheden niet oordelen. Een rechter die dat niet weet of negeert moet zich bijscholen!

Appellanten stellen zelf een medische diagnose doch het staat vast dat dergelijke diagnose niet kan aangewend worden in het kader van een verzoek conform de wet van 26 juni 1990. Deze diagnose wordt door geen enkel objectief gegeven bevestigd. (…) Deze rechtbank ziet ook geen enkele reden om een neuro-psycholoog aan te stellen zoals door appellanten gevraagd bij gebreke aan ieder objectieve aanwijzing tot het bestaan van een geestesziekte in hoofde van geïntimeerde.

Opnieuw een tendentieuze benadering. Wij stellen geen diagnose, wij hebben officiële documenten verzameld die een bepaalde diagnose sterk doen vermoeden. Die documenten werden ook gezien door het multidisciplinaire team van een gespecialiseerde afdeling in een psychiatrisch ziekenhuis en dat ons vermoeden van die diagnose bevestigd. Het Classificerend Diagnostisch Protocol voor NAH opgesteld in opdracht van het VAPH in 2012, en dat was toegevoegd aan het verzoekschrift, benadrukt de waarde van die protocollen: ‘Een protocol is namelijk een soort recept: het legt vast wie er deskundig is om een bepaalde diagnose te stellen en welke methoden en instrumenten daarvoor nodig zijn’.

Rechters staan daarin niet vermeld als deskundig voor het stellen van een diagnose!

De visie van een multidisciplinair team NAH

De bedoeling van het werken met classificerende diagnostische protocollen is er mee voor te zorgen dat kwalitatief goede diagnosticering kan herkend en aangemoedigd worden, en dat op termijn alle sectoren hierin dezelfde taal spreken. Met name wil het VAPH minimale kwaliteitseisen aanbieden waaraan moet voldaan zijn om te kunnen spreken van een kwalitatief goede diagnose. Volgens het protocol beantwoorden de verslagen uit 1998 – 2002 niet aan een kwaliteitsvolle diagnosticering en dus zou alsnog een neuro-psychologisch onderzoek van Ann moeten gebeuren:

‘Gezien de complexiteit zouden we haar graag eens op intakegesprek zien (wetende dat ze dit niet gaat willen)’ (…) Spontane verbetering kan maar dit vooral in de eerste 2 jaar na het letsel. Indien het letsel niet groter wordt gaat het letsel op zich niet achteruit maar kan het gedrag/gedachten wel negatiever worden. Die psychotische symptomen hebben geen rechtstreeks effect op de hersenen zelf. Die wanen en hallucinaties maken voor het leven op zich enorm moeilijk. (…) Mij lijkt het noodzakelijk om eerst neuropsychologisch onderzoek te doen. Van daaruit gaan de probleemgebieden duidelijk naar voren komen en kan er correcte begeleiding voor “Ann” gevonden worden’. Tot daar het citaat van een verantwoorde wetenschappelijke deskundige visie van het aangeschreven multidisciplinaire team.

Wetgeving en rechtsspraak zijn arbitrair een medische aandoening is dat niet. Wetgeving en rechtsspraak dienen dus ondergeschikt te zijn aan wetenschappelijke medische inzichten. De wetgeving garandeert dat iedereen recht heeft op de best mogelijke zorg. Mensen met gebrekkig of zelfs totaal ontbrekend ziekte-inzicht kunnen niet zelf voor hun rechten opkomen omdat ze daartoe de noodzaak zelfs niet inzien. Als deze mensen door hun aandoening het leven van anderen en dat van henzelf hypothekeren dan moeten zij beschermd worden tegen zichzelf. Het is daarom dat een beschermingsstatuut werd in het leven geroepen. Als deze mensen door de kortzichtigheid van hun dokters en van de magistratuur die bescherming en de zorg die ze nodig hebben niet kunnen krijgen dan zijn die dokters en magistraten in de fout en moeten zij aangesproken worden op hun tekortkomingen en moeten zelfs kunnen bestraft worden. Het gaat immers om schuldig verzuim als men door onverschilligheid nalaat de nodige maatregelen te treffen om deze mensen te helpen als zij in groot gevaar verkeren of anderen in groot gevaar brengen. Het gevaar is groot: de verliezen zijn gigantisch, zowel materieel, emotioneel en sociaal. Schuldig verzuim is een strafbaar feit. Dus geldt dat ook voor rechters op basis van art. 10 van de grondwet. Dat rechters geen uitgebreide medische kennis hebben is geen schande. Dat zij weigeren zich te informeren als er mogelijk sprake is van een zeer ernstige medische problematiek is dat wel.

 Vreemde beschuldigingen door Ann

Beschuldigingen Bron Pixabay

Begin 2015 kreeg ik een oproep van de politie dat ik op verhoor moest komen. Op 23-03-2015 had ik een gesprek met dezelfde insp. van politie die mij in 2010, kort na onze feitelijke scheiding had gezegd dat Ann hem vertelde dat zij een hersenletsel had (waardoor hij mij dus zelf op de goede weg had gezet). Toen was dat nieuw voor mij, in 2015 had ik heel wat meer informatie ingewonnen. Dat kwam me van pas om de leugens die deze inspecteur mij probeerde op de mouw te spelden te weerleggen.

 Hij vertelde me dat Ann klacht tegen mij had neergelegd omdat ik samen met haar broer Wim een verzoek tot aanstelling van een bewindvoerder had gericht aan de vrederechter. Natuurlijk was het vreemd dat Ann dan tegen mij klacht had neergelegd en niet tegen Wim EN mij. Over mijn sms’jes werd niet gesproken. Dat leek dus geen probleem te zijn te meer daar zij dan al veel langer die klacht had kunnen neerleggen.

Ik vertelde de man over mijn ervaringen van de laatste jaren en mijn bevindingen uit gesprekken met deskundigen over de aandoening waarvan hij me zelf in 2010 op het juiste spoor had gezet.

Hij vertelde me dat hij vroeger lang gewerkt had met mensen met NAH (duidelijk een pertinente leugen) en volgens hem was er met Ann niets aan de hand. Als zelfs de meeste dokters niet op de hoogte waren/zijn van de oorzaken en gevolgen van NAH dan was het duidelijk dat deze politieman zeker niet de nodige kennis zou hebben om op zicht te beslissen dat Ann gezond was van geest. ‘Trouwens’, zei hij, ‘jij en ik zijn toch ooit wel eens met onze fiets gevallen, dan zouden wij dus ook een hersenletsel moeten hebben’. Banaliseren is een gekende truc om iemands geloofwaardigheid onderuit te halen. Als dat moet dienen om bewust confabulaties te legitimeren dan wordt de waarheid ontkracht en kan dat in de context van een politioneel onderzoek als vorm van manipulatie en zelfs corruptie worden gezien.

De man zat duidelijk uit zijn nek te lullen en ik maakte een einde aan het gesprek. Al weer een ernstige knauw in mijn vertrouwen met onze blauwe ‘vrienden’. Ik zei dat ik hem een schriftelijke verklaring zou bezorgen en vertrok.

Een week later op 31-03-2015 bezorgde ik hem mijn omstandige verklaring waarin ik mijn ervaringen en de nodige documenten van wetenschappers en deskundigen uit de praktijk heb bijgevoegd.

Hoe een correcte diagnose stellen?

Het diagnostisch protocol NAH van het VAPH opent met enkele belangrijke vragen:

Gebeurde er een (nieuwe) multidisciplinaire evaluatie van de beperkingen 3 à 6 maand na het traumatisch incident?

Was er daarbij aandacht voor de gevolgen zowel op het vlak van fysiek, sensorisch, cognitief als emotioneel/gedragsmatig functioneren?

Vond er zowel een anamnese als een hetero-anamnese plaats?

Werden aangeboren problematiek, ontwikkelingsstoornissen en/of premorbide psychiatrische problematiek uitgesloten ?

Werd bij intelligentiebepaling rekening gehouden met premorbide intelligentie, opleiding en beroepsloopbaan (verstandelijke handicap versus intellectuele deterioratie)?

Werd ook het ziekte-inzicht en de mogelijkheden tot verwerking nagegaan (bv. via DEX-vragenlijst?)

Op geen enkele van deze vragen kan bevestigend geantwoord worden. Daaruit kan worden besloten dat jaren geleden niet op een correcte wijze een diagnose is gesteld en er dus ook geen correcte behandeling kan hebben plaatsgevonden. Dat inzicht alleen al maakt die oude documenten relevant om een beter beeld van de situatie te krijgen. De magistraat die dat niet onderkent moet zich laten bijstaan door een deskundige, waar we trouwens ook altijd hebben op aangedrongen. Een rechter die zo arrogant is te denken dat hij of zij dat allemaal niet nodig heeft loopt naast zijn schoenen en moet terecht gewezen worden.

Ik ging verder met zoeken naar een oplossing en ik bleef Ann geregeld een berichtje sturen.

De partijdige rol van de politie

Anderhalf jaar later moest ik opnieuw op verhoor komen. Ann had opnieuw verschillende klachten tegen mij neergelegd, dit keer bij een vrouwelijk insp. die ik 'Jane Wayne' zal noemen. Toen ik haar bureau binnenstapte was de sfeer direct vijandig. Ik was al veroordeeld. Toen ik haar wees op het feit dat ik op een normale manier wenste behandeld en toegesproken te worden werd ze enorm chagrijnig: ‘och wil meneer misschien nog een tasje koffie en een koekske’? Toen ik er nogmaals op wees dat haar toon me niet aanstond bond ze met tegenzin enigszins in.

Ik probeerde haar uit te leggen wat er volgens mij aan de hand was. Dat werd niet in dank afgenomen. Ik mocht zelfs geen melding maken van de problemen die ik bij Els had opgemerkt en die mij bevestigd waren door verschillende medisch deskundigen. Zij kon daar immers niet over oordelen. Oordelen was trouwens haar taak niet. Zij moest mijn verklaring noteren. MIJN verklaring, niet de verklaring die zij graag wou horen!

De sfeer bleef uiterst vijandig en ik besloot alweer het gesprek af te breken en haar een uitgebreide verklaring met de nodige bewijsstukken te bezorgen.

‘Jane’ stuurt enkele berichten naar het parket:

25-02-2016: “RAEMAEKERS praat constant over het feit dat 'Ann' een niet aangeboren hersenletsel heeft en dat hij contact met haar houdt omwille van het feit dat hij met haar begaan is (…).

RAEMAEKERS overhandigt een zelf samengesteld dossier van 111 pagina’s toe bij zijn verklaring.

Opsteller vraagt naar de intenties van het dossier:

RAEMAEKERS wilt dat zowel de politiediensten als het parket op de hoogte wordt gesteld van ‘het niet aangeboren hersenletsel’.

Hij vindt het niet kunnen dat de politie die de klacht noteert en het parket die moet oordelen over dit dossier, niet op de hoogte zijn van dit letsel (…)

Gezien het feit dat opsteller niet geloofd dat er een afspraak tussen RAEMAEKERS en dr. …, gaat opsteller ook niet over tot verhoor van de dokter”.

Als er niet over NAH mag gesproken worden dan mag er ook niet gesproken worden over de grond van de zaak en kan er nooit een correcte waarheidsvinding gebeuren, zeker in het licht van het citaat aan het begin van deze blog! Schending van de rechten van verdediging!

Het loutere (on)geloof van Jane Wayne is dus voldoende om mijn rechten te schenden en een belangrijke getuige-deskundige niet te horen!

25-04-2016: “Via de planton ontvangen we een bundel dewelke RAEMAEKERS wenst toe te voegen aan het PV.

RAEMAEKERS komt zeer doortastend over en eiste zelfs een bewijs dat hij de stukken had overgemaakt.

Een ontvangstbewijs vragen is dus ook al verdacht? In elk geval was de formulering alweer tendentieus!

Opsteller weet niet goed wat de bedoeling is waarom RAEMAEKERS deze stukken heeft neergelegd omdat tijdens het verhoor al is duidelijk gemaakt dat wij niet kunnen oordelen over het fenomeen ‘niet aangeboren hersenletsel’ en dat dat ook niet de reden van het verhoor is.

Misschien niet de reden van verhoor maar wel de verklaring voor de oorzaak van de feiten en de valse beschuldigingen.

RAEMAEKERS wil de indruk wekken dat “Ann” labiel overkomt doch opsteller had deze indruk niet bij het noteren van de klacht.

Alweer een politie-inspecteur met paranormale gaven?

RAEMAEKERS heeft duidelijk geen schuldbesef.

Ik ben dus schuldig? Er is op dat ogenblik nog geen proces geweest. Dus alweer een sterk tendentieuze uitspraak.

25-10-2016: RAEMAEKERS blijft 'Ann' lastig vallen met sms berichten en een brief.

Gezien de voorgaande klachten (…) gaat opsteller niet over tot verhoor van RAEMAEKERS.

RAEMAEKERS gaat vermoedelijk weer rond de pot draaien en zeggen dat hij alles doet voor het welzijn van 'Ann'.

Een vermoeden is geen feit. Opnieuw een tendentieuze benadering die mij alweer onterecht in een slecht daglicht plaatst.

Al deze berichten schetsen een beeld vol vooroordelen die naar het parket vertrekken en daar het beeld dat men van mij heeft in sterk negatieve zin beïnvloeden. Hoe kan een rechter dan nog onbevooroordeeld oordelen?

Op 7 februari 2018 stuurde mijn advocaat me een afschrift van het strafdossier. Eindelijk zou ik weten wat mij allemaal verweten werd.

Zo was er de zogenaamde ‘Amok’ klacht:

Tijdens de zitting van 08/12/2015 heeft Raemaekers amok zitten maken. “Ann” heeft daarop uit veiligheid de zaal verlaten’.

Als de veiligheid van Ann in gevaar was dan moet het nogal wat geweest zijn.

De dag na de zitting kreeg ik een mail van mijn advocaat waarin een kort overzicht stond van het verloop van die zitting. Als ik mij toen zou hebben misdragen dan was daar zeker een opmerking over gemaakt.

Ook het zittingsverslag van de rechtbank vermeld geen enkele bijzonderheid die zou zijn voorgevallen op de rechtbank.

Wim was ook op die zitting aanwezig. Hij schrijft over dit voorval: ‘Ik was aanwezig als toeschouwer op die bewuste rechtszitting. Toen de rechter de zitting afsloot voelde *IK* me erg onvoldaan met wat ik tot dan toe gehoord had (Walter heeft heel de zitting geen woord gezegd noch gebaar gemaakt buiten een kort rechtstreeks gesprek met de rechter in verband met enkele handtekeningen) en vroeg vanuit de zaal aan de rechter of ik iets mocht zeggen. Ze antwoordde me dat dat niet kon omdat ik geen betrokkene was bij die zitting en nog meer onvoldaan heb ik toen gezegd (een beetje pathetisch): Willen jullie dan de waarheid niet weten?’ (…) Als er van enige amok sprake kan zijn, is het dat zinnetje van me dat haar heel hard moet geraakt hebben. Dat ze achteraf Walter beschuldigd van amok wijst er nogmaals op hoe ze (onbewust) bijna automatisch de schuld van dergelijke pijnlijke gebeurtenissen bij Walter zoekt en vindt. Zij is ervan overtuigd dat Walter amok heeft gepleegd (hoewel ik het was en dat dat ene zinnetje moeilijk als amok kan bestempeld worden). (…) Overduidelijk zijn hier bij 'Ann' het leugenachtige van haar verklaringen als de ernst van haar ziekte aanwezig.

Laten we wel wezen: welke rechter zou toestaan dat in de rechtszaal zodanig tumult gemaakt wordt dat mensen uit veiligheid op de vlucht moeten slaan?

Een auto van hetzelfde merk en type als de mijne die haar passeert is alweer een reden om klacht te gaan neerleggen wegens belaging. Nochtans zegt Ann zelf in die klacht: ‘Ik kon net niet zien of het Walter was, toch ben ik zeker dat hij het was’.

Of nog: ‘Toen we stonden aan te schuiven om de grote baan op te rijden kwam Walter voorbij. In de spiegel kon ik zien dat hij de parking van (…) opreed en terugdraaide. Aan de manier van rijden en draaien op de parking kon ik zien dat het dezelfde wagen was als de vorige keer’ (de keer dat ze net niet kon zien dat ik het was). Die parking ligt 500 meter verder en is van de plaats waar zij moest wachten om de grote baan op te rijden zelfs niet zichtbaar (bewijs: eigen foto's en Google Maps)!

Als zij die verklaring bij de plaatselijke politie aflegt dan moet er weer een belletje gaan rinkelen. Zij kennen de plaatselijke situaties beter dan wie ook en moeten dus beseffen dat die verklaring geen steek kan houden! Toch laten zij dit zonder meer passeren terwijl mijn verklaringen telkens in twijfel worden getrokken, geridiculiseerd of zelfs genegeerd!

Eigenlijk werd aan de vorige klachten door de rechtbank niet de minste aandacht besteed hoewel daar juist kon mee aangetoond worden dat er in hoofde van Ann duidelijk sprake was van paranoïde wanen. Misschien was dat te danken aan de advocaat van Ann die natuurlijk ook wel wist dat deze klachten (die Ann waarschijnlijk zonder medeweten van haar advocaat had neergelegd) een gevaar inhielden en de ware toedracht kon aan het licht brengen.

Het enige dat mij werd verweten was dat ik haar zou belagen door het sturen van sms’jes. Maar ook daar is weer iets vreemd mee aan de hand.

Op 1 maart 2015 werd door Ann opnieuw klacht neergelegd met een bijzondere inhoud.

Zo werd mij verweten dat ik een aantal sms’jes stuurde; nog altijd volgens het advies van een hersenspecialist: “Om in de mate van het mogelijke er te zijn voor mevr. ‘Ann’ en dit op liefdevolle wijze”. Een bloemlezing:

2015-01-09: vrijdag om 18:44:39 sms van Walter: Liefste “Ann” ik ben onze films en foto’s aan het bekijken Ben jij geïnteresseerd in kopies? Laat me dan iets weten Veel liefs Walter.

2015-01-25: zondag om 16-03-23 sms van Walter: Dag “Ann” Als we niet met elkaar gaan praten dan worden binnenkort al onze leuke spulletjes voor een appel en een ei verkocht Dat is toch niet wat we willen hé? Laat maar iets weten Walter

2015-02-14: 'Ann' als je me nodig hebt laat het me weten en ik zal er zijn Ook al lijkt nu niets wat het is Liefs Walter

2015-02-19: 'Ann' Waarmee kan ik je een plezier doen? Walter

2015-03-01: 'Ann' ik hoop dat je de DVD’s kunt spelen. Jij hebt daar natuurlijk ook recht op. Laat me eens weten of ik je daar plezier mee doe. Dan bezorg ik je ook de andere. Veel liefs, Walter.

Maar dan komt de clou in diezelfde klacht, dit keer geen sms maar commentaar van Ann op de situatie:

2015-02-18: Woensdag naar notaris. (…) Hij vindt het maar normaal dat alles wat in het huis is voor hem is, en wat ik heb is voor mij. Ik vraag nog enkele persoonlijke stukken uit de inboedel. Ik hoef niets meer, ben intussen verhuist en ik heb geen plaats meer. Nancy vraagt ook nog persoonlijke spullen. We zijn benieuwd of hij hier nog mee akkoord kan gaan!!!!! Ik ga me niet laten chanteren met wat ik nog wil en ga krijgen. Het moet gaan stoppen.

Hallucinanter kan het moeilijk.

In de eerste plaats was het om te voorkomen dat alles voor een habbekrats zou verkocht worden zoals de advocaat van Ann had voorgesteld: “Aangezien er geen overeenstemming tussen partijen is moet alles openbaar verkocht worden” dat mijn advocaat dat voorstel had gelanceerd om verdere verliezen te voorkomen (Deel 8: Hoe een notaris, met instemming van de rechtbank, mensen ruïneert).

Hier is dus opnieuw sprake van een vertekend realiteitsbesef met paranoïde inslag en een gebrekkig probleemoplossend vermogen. Immers als Ann en Nancy spullen uit de inboedel wensten was het bij de notaris dat dit had moeten besproken worden. Zoals ik ook in de gewraakte sms’jes heb aangebracht. Het feit dat ik haar zou chanteren is alweer een zware valse beschuldiging die ze zelf in haar klacht heeft ontkracht. Maar ook opnieuw een bewijs dat aan de wilsbekwaamheid dient getwijfeld te worden en een tegenstelling die door justitie niet wordt opgemerkt, zelfs niet als daar uitdrukkelijk wordt op gewezen. Onwil? Partijdigheid?

Als de notaris niet de minste moeite doet om te bemiddelen en te verzoenen, wat haar professionele plicht is volgens haar eigen deontologische code, dan is het aan partijen zelf om te proberen tot een oplossing te komen. Als ik dan probeer een gesprek tot stand te brengen op de enig mogelijke wijze die mij nog rest en ik wordt daarom beschuldigd dan heb ik dat volledig aan de handelswijze van die notaris te danken. Zeker nadat ik die notaris op de hoogte heb gebracht van het hersenletsel dat Ann heeft opgelopen. Als iedereen, notaris en rechters er van uit gaan dat 'Ann' perfect gezond is dan kan zij niet voor 66% invalide erkend zijn door het RIZIV. Dan gaan de notaris en de rechters in de fout. Ofwel heeft Ann die 66% invaliditeit onterecht gekregen en dient zij elke tegemoetkoming van het RIZIV terug te betalen.

Als rechters weigeren getuigen à décharge en een getuige deskundige te horen in een zo complexe zaak waarin een ernstige en nog veel te weinig bekende aandoening een belangrijke rol speelt, enkel omdat de advocaat van de andere partij dat niet relevant vindt, wat is hier dan allemaal aan de hand? Waarom hebben we dan rechters nodig als toch die ene advocaat het verloop van de procedure volledig stuurt en de rechters slaafs volgen? Als rechters weigeren een moraliteitsonderzoek uit te voeren van zowel Ann als van mezelf, zoals ik dat zelf al herhaaldelijk heb voorgesteld, dan is het duidelijk dat de waarheid niet mag gekend worden. Ik had dan immers kunnen aantonen dat mijn sms’jes wel degelijk uit oprechte bezorgdheid werden geschreven en om de gebreken van de notaris te kunnen ondervangen. Maar zelfs aan de inhoud van mijn berichten werd niet de minste aandacht besteed. Geen enkel onderzoek dus naar mijn intenties. Opnieuw een schending van de rechten van de verdediging.

De klachten van Ann hebben hun effect niet gemist. Ik werd veroordeeld tot 4 maanden gevangenisstraf met uitstel voor een periode van 3 jaar. Dat is zelfs niet eens het ergste. Veel erger is dat haar wanen door die uitspraak bevestigd worden (‘Zie je wel de rechter geeft me gelijk’), haar paranoïde psychose zal daardoor zelfs nog versterkt worden en elke kans op correcte behandeling wordt alweer geblokkeerd. Justitie schendt op die manier dan ook de patiëntenrechten van Ann! De wet op de patiëntenrechten staat in dit verband trouwens ter discussie en zou, als mijn informatie correct is aan herziening toe zijn.

Rechters zijn niet onfeilbaar. Anders zouden er nooit mensen onschuldig in de gevangenis komen. In Nederland worden statistieken bijgehouden over het aantal zelfmoorden elk jaar. In Nederland zouden dat er gemiddeld 1900 per jaar zijn waarvan 500 als gevolg van dergelijke onrechtvaardige uitspraken van rechters. Ik maak het nu zelf mee, dus kan ik het goed begrijpen dat dit voor mensen een reden kan zijn om er uit te stappen. Misschien is dat wel één van de redenen waarom het zelfmoordcijfer in België niet naar beneden geraakt.

Of is het normaal dat tijdens de zitting in een strafzaak het O.M. alle tijd krijgt om zijn visie te bepleiten en de advocaat van Ann daar ook rustig de tijd voor kreeg terwijl mijn advocaat zijn pleidooi niet mocht houden want door de rechter (nog niets eens halverwege het pleidooi) mijn advocaat de mond werd gesnoerd en ik van de rechter maar moest verder gaan? Waarom moet ik dan een dure advocaat inhuren om mij te verdedigen als die man zijn ding niet mag doen van de rechter terwijl de andere partijen dat wel mogen? Alweer partijdigheid en dus een schending van de rechten van de verdediging!

Ik laat mij niet corrumperen! Zoals eerder gezegd: wetgeving en rechtsspraak zijn arbitrair en dus ondergeschikt aan een feitelijke ernstige medische aandoening. Als mensen onrechtvaardig behandeld of beoordeeld (veroordeeld) worden dan rest hen niet anders dan de touwtjes zelf in handen te nemen. Daarom heb ik besloten deze blog te schrijven in de hoop eindelijk eens aandacht te krijgen voor al die mensen die men gewoon laat creperen. Ik heb het arrest van het hof van beroep dat mij veroordeeld heeft naast me neergelegd en ga verder de raad opvolgen van mensen die wel weten waarover het gaat. Ik ga me immers niet schuldig maken aan schuldig hulpverzuim. Ik blijf voor mijn lieve Ann opkomen in de hoop dat zij uiteindelijk eens een goede opvang en zorg krijgt en ik misschien ooit nog eens mijn dochter zal kunnen terugzien en mijn kleindochter kan leren kennen.

Nu schermt men vaak met de aandacht die justitie zou besteden aan partnergeweld en ouderverstoting (een erkende vorm van partnergeweld) maar als ik dit element in de rechtszaal aanhaal dan wordt er niets mee gedaan. Opnieuw voor mij een bewijs van de partijdigheid en de corruptie van ons rechtssysteem.