about
Toon menu

Er is hoop in Afghanistan (dit is de laatste WaanVlucht-blog)

dinsdag 8 augustus 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Er is hoop in Afghanistan

WaanVlucht is een project van het Brussels Brecht-Eislerkoor over desertie als legitieme vredesstrategie. We hebben net de Passendaeleherdenking meegemaakt waar deserteurs en oorlogsweigeraars weer grandioos afwezig waren. Uiteindelijke zegeviert in de Eerste-Wereldoorlogherdenking nog steeds het patriottisme en de oorlogsretoriek.

Helaas zit WaanVlucht er na drie jaar ook op. We begonnen eraan in 2009 en startten uiteindelijk echt in 2014 met inhoudelijke boogbijdragen (zie www.desertie.be) en getuigenissen op deze Wereld-Morgenblog. Artistiek bracht het koor de Ode aan de Deserteur in 2014 in Brussel, Gent en Luik en nog recent SayNO! in het Kaaitheater in Brussel samen met videobijdragen van meer dan dertig koren van over heel de wereld (zie www.sayno.be).

We hadden op het podium in het Kaaitheater ook graag jivegetuigenissen van deserteurs gehad. Er zijn veel vaandelvluchtigen bij de vele vluchtelingen in Brussel en elders. Maar niemand wilde getuigen. Desertie is nog steeds geen reden om asiel te kunnen vragen. Integendeel, desertie wordt als misdaad gezien en als zodanig vervolgd.

Om de reeks getuigenissen op deze blog te besluiten laten we een stem van hoop uit Afghanistan horen. Na alle decennia van oorlog en geweld zijn er mensen die met de spiraal van geweld en militair opbod niet meedoen en van onderuit aan een basisbeweging bouwen.

Er is hoop in Afghanistan

Ahmadullah Archiwal

Ik ben van mening dat kennis van geweldloze burgerbewustmaking (‘non-violent civic mobilisation') moet voorafgaan aan het inzetten van geweldloze actie. Wat bedoel ik juist met geweldloze burgerbewustmaking ?

Het is een manier om constructief met conflicten om te gaan en heeft vele namen zoals ‘geweldloosheid’, ‘civiele weerstand’, ‘geweldloze civiele mobilisatie’, enzovoort. Geweldloosheid als concept kan verwijzen naar een individuele levensstijl en naar een visie op politieke strijd. Het is die tweede definitie die mij hier interesseert, namelijk waar geweldloosheid als een actievorm ontwikkeld wordt en losstaat van persoonlijke keuzes.

OSCAR (Organisation for Social, Cultural Awareness and Rehabilitation - Organisatie voor Sociale, Culturele Bewustwording en Revalidatie, www.oscar-afghanistan.org) engageert zich in geweldloze burgerbewustmaking in Afghanistan en we geloven dat mensen hierin eerst moeten worden opgeleid en dan pas actief zullen worden in campagnes die naar maatschappelijke verandering streven. Zeer weinig mensen in Afghanistan hebben een positieve visie op geweldloosheid. Velen vinden het geen geschikt middel om verzet te organiseren en om voor hun constitutionele rechten te vechten. Om hieraan tegemoet te komen organiseert OSCAR in sommige provincies van Afghanistan voor leden van het maatschappelijk middenveld en voor jongeren workshops om de kennis in de kracht van geweldloosheid te vergroten.

Ik las voor het eerst over geweldloosheid in het boek 'Civilian Jihad in the Middle East' (Burger-Jihad in het Midden-Oosten), uitgegeven door Dr. Maria Stephen. Dit boek is een verzameling bijdragen van verschillende auteurs over de filosofie van geweldloosheid en de geschiedenis van geweldloze acties in islamitische gemeenschappen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Toen ik het boek begon te lezen, wist ik helemaal niets over de filosofie van geweldloosheid en kende ik enkel de namen van Bacha Khan, Gandhi en Martin Luther King. Opvallend was dat ik geweldloosheid als iets passiefs zag waarbij geprobeerd moest worden om conflicten te vermijden. Dankzij het boek leerde ik dat geweldloze burgerbewustmaking niet passief is en dat geweldloze strijd actief moet gevoerd worden en door bevolkingsgroepen kan gebruikt worden om voor hun rechten op te komen.

Na het lezen van een amper een kwart van het boek, besloot ik al om het naar het Pashto te vertalen. Ik realiseerde me dat de boodschap van geweldloosheid onder jonge Afghanen moet worden verspreid, omdat ze na tientallen jaren van oorlog recht hebben op een vreedzaam leven. Hiervoor moeten ze weet hebben van vreedzame, geweldloze methoden die hen kunnen helpen hun constitutionele rechten te behalen. Na de vertaling van het boek begreep ik wat geweldloze burgerbewustwording inhoudt en hoe het werkt. Ik had ook veelvuldige discussies over geweldloosheid en de bijhorende strategieën met mijn collega, Maria J Stephen. Van gedachten wisselen met anderen over geweldloosheid hielp mij om verder vertrouwen in de methode op te bouwen, en in 2011 voelde ik me klaar om een introductieworkshop voor het maatschappelijk middenveld in Kunar te begeleiden.

Deze zesdaagse workshop, de eerste in zijn soort in Afghanistan, trok de aandacht van de lokale gemeenschap. Naast 'Civilian Jihad in the Middle-East’ hebben we ook de CANVAS-gids over geweldloosheid (’50 Crucial Points’) en het boek 'There Are Realistic Alternatives’ van Gene Sharp gebruikt. Er kwamen dertig mensen op af, van wie 11 vrouwen. Drie vrouwen waren lid van de Kunar Provincial Council, anderen waren journaliste of vrouwenrechtenactiviste. Aan het begin van de workshop was de logica van geweldloosheid vreemd voor de deelnemers - zij geloofden dat het een zwakke manier was om strijd te voeren en dat het in tegenstrijd was met de Afghaanse cultuur. Echter, tegen het einde van de workshop was hun perceptie van geweldloze burgerbewustwording veranderd. Sinds die eerste workshop was OSCAR betrokken bij verschillende soortgelijke trainings in een andere Afghaanse provincies. Verder publiceren we artikels in lokale talen, geven we interviews aan lokale media en verspreiden we verder de Pashto-vertalingen van 'Civilian Jihad in the Middle East' en ‘A Force More Powerful’.

Met de tijd voelde ik de noodzaak om een specifiek curriculum te ontwikkelen voor Afghanistan, dat aangepast is aan de culturele en economische omgeving hier. Na het bestuderen van geweldloze burgerbewustwording en het bijwonen van een aantal seminars over de filosofie van geweldloosheid ontwikkelden we met OSCAR een curriculum dat gebaseerd is op islamitische en andere culturele achtergronden die relevant zijn voor Afghanistan. Het curriculum verkent de relevantie van geweldloze burgerbewustwording in een Afghaanse context, de geschiedenis van geweldloosheid in Afghanistan, leiderschap en strategie in geweldloze bewegingen. Het analyseert de bronnen van macht en werkt communicatiemechanismen uit die in Afghanistan kunnen worden gebruikt om geweldloos te mobiliseren. Het boek vertrekt van de basishouding dat een conflict op zich niet goed of slecht is, en dat het afhangt van de houding en aanpak van de conflictpartijen of het constructief of schadelijk is. Ten slotte verkent ons handboek geweld in zijn verschillende dimensies en vormen. Elke discussie wordt gevolgd door een praktische oefening die de deelnemers de gelegenheid geeft om in groepen te werken om de verschillende onderwerpen te bespreken en op zoek te gaan naar de relevantie voor hun eigen situatie.

De houding dat geweld een oplossing is voor alle problemen en dat gewone mensen niet tot verandering in hun eigen leven in staat zijn, zijn twee hoofdhindernissen in het verspreiden van de filosofie en de praktijk van geweldloosheid. Om deze hindernissen uit te dagen gebruikt OSCAR historische voorbeelden uit het Midden-Oosten en uit de geweldloze bewegingen in India als illustraties. We tonen in onze workshops ook documentaires aan de deelnemers zoals 'A Force More Powerful’. Het vraagt inspanning om de perceptie te weerleggen dat geweldloosheid zwak en passief is. Maar Afghanen kennen de geschiedenis van de Khudai Khidmatgar-beweging onder leiding van de Pashtun-leider Khan Abdul Ghafar Khan. En dit helpt om het potentieel van geweldloosheid aan te tonen. De beweging staat ook bekend als 'Surkh Posh' ('Red Shirts’).

In de jaren ’30 voerden ze een geweldloze campagne tegen de Britten in wat vandaag de Pakistaanse provincie Khyber Pakhtunkhwa is. Hoewel sommige Afghanen Bacha Khan ervan beschuldigen om te hebben samengewerkt met het communistische regime in Kaboel, wordt hij veelal gerespecteerd als een invloedrijke Pashtun-leider. Afghanen geloven dat de beweging van Bacha Khan zich inzette voor sociale hervormingen ten voordele van de Pashtun-bevolking, en nu nog gebruikt kan worden om de politieke, sociale en economische omstandigheden in Afghanistan te hervormen. Aangezien veel Afghanen Bacha Khan en de Surkh Posh-beweging kennen en respecteren, kunnen we deze verhalen gebruiken om de relevantie van geweldloosheid in een Afghaanse context aan te tonen.

De meerderheid van onze deelnemers zijn jongeren en we gebruiken Facebook-groepen om ons netwerk te bouwen. In eerste instantie richten we ons op modern opgeleide jongeren en andere activisten, maar we bieden ook workshopkansen aan religieuze geleerden en clanhoofden. We merken dat de houding ten aanzien van geweldloze mogelijkheden veranderen, nadat men een training heeft bijgewoond. Zij geloven er achteraf in dat geweldloze actie een sterk hulpmiddel kan zijn en verder onder jongeren moet worden verspreid. OSCAR is ervan overtuigd dat zodra de Afghaanse civiele samenleving voldoende doordrongen is van geweldloze burgerbewustwording, geweldloze actiecampagnes succesvol kunnen opgezet worden. Afghanen voeren nu al geweldloze acties op beperkte schaal in verschillende regio’s van het land. Maar met meer ondersteuning en training zal het vertrouwen groeien om ook grotere campagnes op te zetten. Ik hoop dat OSCAR's werk anderen in de toekomst tot inspiratie mag zijn.

 

Uit het Handbook for Nonviolent Campaigns: second edition, uitgegeven door WRI-Londen.