about
Toon menu

Assata Shakur, een ontsnapte slaaf die toevlucht in Cuba vond

woensdag 13 april 2016
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

In deze maandelijkse blog komen deserteurs aan het woord.  Desertie doet in eerste instantie aan oorlogsweigering denken.  Maar desertie kan ook breder bekeken worden : klokkenluiders die niet meer in het systeem willen meestappen, actievoerders die het systeem de wacht aanzeggen, en deze maand een politieke gevangene die naar Cuba gevlucht is.  Assata Shakur noemt zichzelf een 'ontsnapte slaaf' !  Elders op DeWereldMorgen komt haar situatie ook aan bod (zie bijvoorbeeld http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2013/05/15/assata-shakur-wordt-vs-terrorist-40-jaar-na-datum).  Hier doet ze zelf haar verhaal :

"Ik ben een ontsnapte slaaf van de twintigste eeuw"

Mijn naam is Assata Shakur. Ik ben een ontsnapte slaaf van de twintigste eeuw. Omwille van vervolging door de overheid had ik geen andere keuze dan te vluchten voor de politieke onderdrukking, het racisme en het geweld dat het beleid van de Amerikaanse regering ten aanzien van gekleurde mensen domineert. Ik was een politieke gevangene, en ik woon in ballingschap in Cuba sinds 1984.

Ik ben een politieke activiste geweest voor het grootste deel van mijn leven. En hoewel de Amerikaanse regering er alles aan doet om mij te criminaliseren, ben ik geen misdadiger en ben ik dat nooit geweest. In de zestiger jaren heb ik deelgenomen aan diverse protestbewegingen : de zwarte bevrijdingsbeweging, de studentenrechtenbeweging en de beweging voor de beëindiging van de oorlog in Vietnam. Ik werd lid van de Black Panther Party. In 1969 stond deze als nummer één op de lijst van organisaties waartegen het COINTELPRO-programma van de FBI gericht was. Omdat de Black Panther Party de totale bevrijding van de zwarte bevolking eiste, noemde J. Edgar Hoover haar de "grootste bedreiging voor de interne veiligheid van het land" en zwoer hij dat hij de partij en haar leiders en activisten zou vernietigen.

Mijn situatie was een van de vele die in 1978 via een verzoekschrift ingediend door de Nationale Conferentie van Black Lawyers, de Nationale Alliantie tegen racistische en politieke repressie en de Verenigde Kerk van Christ Commission for Racial Justice voor de Verenigde Naties gebracht werd. In het verzoekschrift werden het bestaan ​​van politieke gevangenen in de Verenigde Staten, hun politieke vervolging en de wrede en onmenselijke behandeling die zij in Amerikaanse gevangenissen ondergaan, aangeklaagd.

Citaat uit het rapport : “De FBI en de politie van New York (NYPD) in het bijzonder legden de beschuldigde Assata Shakur ten laste te hebben deelgenomen aan aanvallen op politiemensen en verspreidden dit op grote schaal onder politie-instanties en eenheden. De FBI en de NYPD beschuldigden haar er verder van de leider te zijn van de Black Liberation Army, die de overheid en haar respectieve instanties omschreven als een organisatie die zich bezighoudt met het neerschieten van politieagenten. Deze omschrijving van de Black Liberation Army en de beschuldiging welke relatie Assata Shakur tot deze organisatie heeft, werd op

grote schaal door overheidsvertegen-woordigers verspreid onder politie-instanties en eenheden. Als gevolg van deze overheidsactiviteiten werd mevrouw Shakur een opgejaagd persoon ; affiches in politiebureaus en in banken beschreven haar als zijnde betrokken bij ernstige criminele activiteiten ; ze stond op de Most Wanted List van de FBI ; en voor alle politiediensten werd ze een ‘shoot-to-kill'-doelwit."

 Ik ben valselijk beschuldigd in zes verschillende ‘strafzaken’. Maar in alle zes gevallen werd ik ofwel vrijgesproken ofwel werden de tenlasteleggingen ingetrokken. Dit betekent niet dat er gerechtigheid geschiedde in de rechtszaal. Dat was zeker niet het geval. Het betekent alleen dat de ‘bewijslast’ tegen mij zo dun en vals was dat mijn onschuld duidelijk werd. Deze politieke vervolging was onderdeel van een beleid om politieke tegenstanders te elimineren door ze te overladen met beschuldigingen en ze dan te arresteren zonder dat er feitelijke bewijzen hoeven te zijn.

Op 2 mei 1973 werd ik samen met Zayd Malik Shakur en Sundiata Acoli tegengehouden op de New Jersey Turnpike, zogenaamd voor een ‘defect achterlicht’. Sundiata Acoli stapte uit de auto om te na te gaan wat er aan de hand was. Zaid en ik bleven in de auto. Federaal agent Harper kwam naar onze wagen auto, opende de deur en begon ons te ondervragen. Hij vond het verdacht dat we zwart waren en in een auto met een Vermont-nummerplaat reden. Hij trok zijn pistool, richtte het op ons en sommeerde om onze handen in de lucht te steken, voor ons uit, zodat hij ze kon zien. Ik voldeed hieraan, maar een fractie van een seconde later was er een geluid dat van buiten de auto kwam, en een plotselinge beweging. Er was op me geschoten, hoewel ik mijn armen in de lucht hield, en dan volgde nog een tweede schot langs achter.  Zayd Malik Shakur werd pas later gedood, als ook federaal agent Werner Foerster. En alhoewel agent Harper toegaf dat hij Zayd Malik Shakur neerschoot en doodde, werd ik onder de New Jersey felony murder law beschuldigd van het doden van zowel Zayd Malik Shakur, die mijn beste vriend en kameraad was, en verantwoordelijk gesteld voor de dood van agent Forester. Nooit in mijn leven heb ik zo'n verdriet gevoeld. Zayd had gezworen om mij te beschermen en om me naar een veilige plaats te begeleiden. Hij was zijn leven verloren in een poging om mij en Sundiata te beschermen. Sundiata Acoli werd pas later opgepakt. Hoewel hij ongewapend was en het pistool waarmee agent Foerster vermoord werd, bij het been van Zayd werd gevonden, werd ook Sundiata beschuldigd van met beide moorden.

Noch Sundiata Acoli noch ik kregen ooit een eerlijk proces. We werden beiden al in de media veroordeeld nog voor ons proces was voorgekomen. Geen enkele journalist kreeg de toestemming ​​om ons te interviewen. Maar de New Jersey politie en de FBI

leverden wel dagelijks materiaal aan de pers. In 1977 werd ik veroordeeld door een volledig blanke jury en kreeg levenslang plus 33 jaar gevangenisstraf. Uit angst dat ik in de gevangenis vermoord zou worden en wetende dat er geen gerechtigheid zou geschieden, werd ik in 1979 door toegewijde kameraden geholpen om uit de gevangenis te ontsnappen.


 In 1976 publiceerde een Kerkelijke Commissie van de Amerikaanse Senaat een rapport over de activiteiten van inlichtingendiensten in de VS. Daaruit bleek dat "de FBI heimelijk heeft geprobeerd om de perceptie van personen en organisaties van het publiek te beïnvloeden door het verspreiden van denigrerende informatie aan de pers, hetzij anoniem of door middel van ‘bevriende nieuwscontacten’." Dit beleid is kennelijk nog steeds van kracht vandaag.

Op 24 december 1997 maakte de Staat van New Jersey op een persconferentie bekend dat de New Jersey State Politie een brief aan paus Johannes Paulus II geschreven had. Daarin werd zijn tussenkomst gevraagd om erbij te helpen dat ik aan het New Jersey gevangeniswezen zou worden uitgeleverd. De New Jersey State Politie weigerde om hun brief openbaar te maken. Omdat ik ervan uitging dat ze de feiten verkeerd hadden voorgesteld en dat ze de paus het werk van de duivel in de naam van de religie wilden laten doen, heb ik besloten om ook naar de paus te schrijven en hem te informeren over de realiteit van ‘'wat rechtvaardigheid is voor de zwarte bevolking” in New Jersey en in de Verenigde Staten.

In januari 1998 bracht de paus een bezoek aan Cuba. Ik heb toen ingestemd met een interview met NBC-journalist Ralph Penza over mijn brief aan de paus, over mijn ervaringen met het gerechtelijk systeem van New Jersey en over de veranderingen in de Verenigde Staten en de manier waarop de zwarte bevolking in de afgelopen 25 jaar behandeld wordt. Ik wilde dit interview doen, omdat ik de geheime brief aan de paus zag als een wreed, vulgair publiciteitsmanoeuvre van de New Jersey State Politie, en als een cynische poging om paus Johannes Paulus II te manipuleren. Ik heb vele jaren op Cuba gewoond en ik was blijkbaar de voeling verloren met de sensationele, oneerlijke aard van het mediabedrijf vandaag. Het is erger geworden dan 30 jaar geleden. Na jaren het slachtoffer te zijn geweest van de “officiële” media was het naïef van mij te hopen dat ik eindelijk de kans zou krijgen om "mijn kant van het verhaal” te vertellen. In plaats van een interview met mij over wat er gebeurd was, bracht NBC een "geënsceneerd media-event” in drie delen vol vervormingen, onjuistheden en regelrechte leugens. NBC presenteerde met opzet de feiten verkeerd. Niet alleen hebben ze duizenden dollars besteed aan dit "exclusief interview”, maar ze pompten ook een massa geld in reclame op zwarte radiostations en in aankondigingen in plaatselijke kranten.

Net als de meeste arme en onderdrukte mensen in de Verenigde Staten, heb ik geen stem. Zwarte mensen en arme mensen hebben in de Verenigde Staten geen echte vrijheid van meningsuiting, geen echte vrijheid van expressie en maar zeer beperkte persvrijheid. De zwarte pers en de progressieve media spelen van oudsher een belangrijke rol in de strijd voor sociale rechtvaardigheid. We moeten ervoor gaan om deze traditie te behouden en uit te breiden. We moeten mediakanalen uitbouwen die helpen om onze mensen en onze kinderen op te voeden, en niet om hun geest te vernietigen.

Ik ben maar één vrouw. Ik heb geen tv-stations, noch radiozenders noch kranten. Maar ik voel dat mensen moeten worden gevormd om te begrijpen wat er gaande is en om de link tussen de media en de repressie in Amerika te begrijpen. Alles wat ik heb is mijn stem, mijn geest en de wil om de waarheid te vertellen. Maar ik vraag oprecht aan jullie die in de zwarte media werken, aan jullie die in de progressieve media actief zijn, aan jullie die in waarheid en vrijheid van mening geloven, om deze verklaring te publiceren en om mensen te laten weten wat er gebeurd is. Wij hebben geen stem, dus moeten jullie de stem van de stemlozen zijn.

Vrijheid voor alle politieke gevangenen ! Ik stuur jullie mijn liefdevolle en revolutionaire groeten van Cuba, een van de grootste, meest volhardende en moedigste “palenque” (vrijplaats) die ooit heeft bestaan ​​op aarde.

Assata Shakur,  Havana, Cuba  (3 mei 2013)

https://revolutionaryfrontlines.wordpress.com/2013/05/03/an-open-letter-from-assata/