about
Toon menu

Van luie Walen en Vlaamse extremisten – Het onderzoek "België, één land, twee talen"

donderdag 17 maart 2011

Kloof tussen Vlamingen en Walen dieper dan gedacht. Met die titel vatte de pers ten noorden van de taalgrens het onderzoek  België; één land, twee talen samen. Bezuiden Brussel pikte enkel La Libre het onderzoek op. Les vrais problems sonts culturels, klonk het daar. Op Facebook en elders op het web voldoende om Belgischgezinden en Vlaamsnationalisten in hun pen te laten kruipen (1). De eersten om hun ongenoegen te geven over het onderzoek, de tweeden om er hun groot gelijk door de halen. Maar wat vertellen Kobe De Keere (VUB), Mark Elchardus (VUB) en Olivier Servais (UCL) nu eigenlijk echt? 

De opzet

In de pers kon men het volgende lezen. […] Vlamingen zijn boeren die Frans kennen maar het niet willen spreken. Walen zijn luie en arrogante bon-vivants. Dat is grofweg gezegd hoe we over elkaar denken, zo blijkt uit een diepgaand onderzoek van Mark Elchardus (VUB) en Olivier Servais (UCL). […] (2). 

Of, zoals Elchardus in De Morgen iets genuanceerder liet optekenen; […] We bekijken elkaar in clichés. […] En de negatieve zijn dominant. Het is dus niet dat de taalkwestie een zaak is van de media en politiek, en niet van 'de mensen'. Het zijn wél de mensen zelf. Het gaat om scherpe tegenstellingen, in de geschiedenis verankerd. […] (3). Bevestigden Elchardus en co hiermee de Vlaamsnationale claim dat we te verschillend zijn om samen te leven? De titel liet dat misschien vermoeden van wel – een groot pak lezers geloofde dat ook – maar het tegendeel was echter waar (4).

Het onderzoek in kwestie; 'Eén land, twee talen' werd uitgevoerd in opdracht van de Stichting P&V en gefinancierd door de gelijknamige verzekeraar. Het had […] de bedoeling […] om het interculturele aspect te bevorderen door de burgers rechtstreeks met elkaar in contact te brengen, niet om te debatteren, maar wel om naar elkaar te luisteren en een constructieve dialoog op gang te brengen. […] (5). Een mooi initiatief.

De reden om die dialoog op gang te willen brengen, was de volgende: […] Wie niet dezelfde taal spreekt wordt als een vreemde beschouwd; zo vervallen we in clichés en vooroordelen. Om deze te identificeren en te begrijpen werd er geëxperimenteerd met een verhalenforum. […] (6). Het onderzoek wenste dus niet zozeer te peilen hoe diep de kloof was tussen Vlamingen en Walen of deze te bevestigen – zoals het persbericht liet vermoeden – maar draaide rond de zoektocht naar het ontstaan en functioneren van de clichés die mensen uit elkaar kunnen drijven. Of, zoals het onderzoek door de Stichting P&V zelf gepresenteerd werd; Franstaligen en nederlandstaligen: hoe met elkaar de dialoog aangaan? (7).

Het onderzoek

Concreet verliep het onderzoek als volgt. Gedurende het 2008 stelde men een panel samen van 55 personen, waarin men poogde de demografische complexiteit van ons land te vatten. Dit panel kwam vijf maal samen. In verschillende sessies werden de leden gevraagd een verhaal te vertellen waarin de andere gemeenschap als negatief en later positief overkwam. Deze verhalen waren de dragers van de clichés die leven over de verschillende gemeenschappen. Op basis hiervan distilleerden de onderzoekers telkens een aantal thema’s die steeds terugkeerden en het fundament lijken te vormen van de meeste clichés. Naast clichés gaven de panelleden ook aan hoe men – volgens hen – deze clichés zou kunnen bestrijden (8). Het resultaat was een studie het lezen waard.

We zijn in feite op zoek naar een collectief vertoog of discours over de samenleving en hoeven daarom niet onmiddellijk te weten of dit correspondeert met de werkelijkheid.

De verhalen

Kern van het onderzoek waren de vele verhalen die panelleden inzonden en elkaar vertelden op de bijeenkomsten. Met betrekking tot deze verhalen, was men, om het met de woorden van de onderzoekers te zeggen,  […] niet zozeer geïnteresseerd in het waarheidsgehalte van deze verhalen, maar enkel in wat ze vertellen en hoe ze het vertellen. We zijn in feite op zoek naar een collectief vertoog of discours over de samenleving en hoeven daarom niet onmiddellijk te weten of dit correspondeert met de werkelijkheid. […] (9). Regionalisten en separatisten die in het onderzoek hun groot gelijk bevestigd zien, zijn er dus aan voor de moeite.

Uiteindelijk verzamelden de onderzoekers 92 verhalen, waarvan  66 negatieve. Wil dit zeggen dat de beide gemeenschappen vooral negatief tegenover elkaar staan? Dat de kloof dieper is dan aanvankelijk gedacht? Het antwoord is twee maal negatief. Zoals de onderzoekers zelf aangeven is dit te verklaren omdat; […] het simpelweg eenvoudiger is om zich slechte ervaringen te herinneren en te vertellen […]. Verhalen met een slechte wending zijn niet alleen makkelijker om te onthouden, daarnaast zijn ze nog spannender en interessanter om te vertellen en naar te luisteren. Denk maar aan hoe het overgrote deel van het dagelijkse journaal gespendeerd wordt aan slecht nieuws. […] (10).

Luieriken en extremisten

Op basis van de verhalen, wist men uiteindelijk telkens een aantal thema’s, zowel positieve als negatieve – af te bakenen. Deze thema’s bieden het volgende inzicht. De clichés die het sterkst verspreid zijn onder Nederlandstaligen zijn vooral deze die rond taal draaien. Het ging om de taalonkunde van de Franstalige landgenoten, ergernis over de gepercipieerde veronderstelling dat iedereen Frans kent of moet kennen, de perceptie dat Franstaligen het Nederlands – nog steeds – minachten, en dat Vlamingen recht hebben op Nederlands en hier moeten voor op blijven komen. Slechts een keer ging men verder dan de taal zelf en bleek uit de verhalen dat het cliché leeft dat Walen anders zijn dan Vlamingen (11). Hier draaide het om mentaliteit.

Langs Franstalige zijde, bleken de meeste negatieve clichés ook taal-gerelateerd. Nederlandstaligen die principieel weigeren Frans te praten – ook al beschikken ze over voldoende kennis – of om onbeleefde wijze Nederlands eisen, maar ook wrevel over bepaalde scherpe kanten van de taalwetgeving. Daarnaast dook ook ergernis op over het flamingantisme en het politiek klimaat in Vlaanderen, dat als extreem gezien werd. Gekoppeld hier aan waren er de cliches die te maken hebben met vooroordelen en discriminatie ten aanzien van  Franstaligen (12). Luiheid is er eentje van.

Het zou een verkeerde instelling zijn ervan uit te gaan dat de taaldiversiteit in België getypeerd kan worden door louter negatieve verhalen.

Positieve thema's

Valt er dan werkelijk niets positiefs te vertellen over elkaar? Integendeel, […] Het zou een verkeerde instelling zijn ervan uit te gaan dat de taaldiversiteit in België getypeerd kan worden door louter negatieve verhalen. […] (13). Jammer genoeg focuste men in de pers langs Nederlandstalige zijde vooral op de kloof en de negatieve verhalen. Nochtans staan Frans- en Nederlandstaligen niet onverdeeld negatief tegenover elkaar. Beiden bleken bovendien ook hier weer dezelfde thema’s te zien, waarbinnen men de ander als positief ervaren had.

De positieve ervaringen zijn op zich niet zo verbazingwekkend. Sport blijkt voor iedereen een middel te zijn om mensen te verenigen op een positieve manier (14). Succes van anderstalige landgenoten kan ook bij de eigen taalgroep fierheid opwekken. Kim Gevaert werd als voorbeeld aangehaald, maar het had evenzeer het succes van de mannelijke estafetteploeg of onze tennissers kunnen zijn.

Ook duidelijk, een verandering van decor laat toe makkelijker over de clichés heen te kijken en elkaar echt te ontmoeten. In het buitenland zijn we allemaal Belgen. Of, zoals men in de studie stelt […] Een internationale context laat Belgen toe hun eigen situatie te relativeren. Geconfronteerd worden met een niet-Belgische outgroup doet blijkbaar toch enige interne cohesie ontstaan. Dit gebeurt vooral wanneer men aan buitenlanders probeert uit te leggen hoe de vork aan de steel zit in een meertalig land als België. Op zo’n moment lijken Franstaligen en Nederlandstaligen elkaar makkelijk te vinden en vormen ze een soort front tegen de onwetende buitenlanders.[…] (15).
 

Opvallend ook is het positieve dat men toedicht aan België als land waar de Germaanse en Romaanse cultuur elkaar ontmoeten (16). In tegenstelling tot volksnationalisten zag het panel hier net voordelen in, die de rest van Europa moet ontberen. Het is dan misschien wel een goede context, wanneer de Belgen gevraagd werd naar positieve ervaringen of clichés, dan komt men echter al gauw uit bij de toekomst; de kinderen (17). Die worden langs door beide gemeenschappen gezien als het middel om de taalkwestie te overstijgen. Kinderen leren snel de andere taal, zijn soms tolk, treden op als bruggenbouwers. Men hoeft niet dezelfde moedertaal te hebben om samen te spelen en vriendschappen te sluiten. De jeugd wijst in die zin de weg.

Verklaringen

Wie de communautaire kwestie een beetje volgt, vindt al snel parallellen met het discours bij pers en politiek. De vertellers van dienst legden die link ook. Zowel Frans- als Nederlandstaligen hielden er het idee op na dat de voornaamste redenen voor het bestaan van deze clichés gezocht moeten worden in de rol van de media. Die beperken zich te veel tot nieuws over de eigen gemeenschap en verspreiden een beeld van vijandigheid tussen de gemeenschappen, terwijl deze er – volgens de leden van het panel - in de realiteit niet altijd is (18). In het ENA-onderzoek (UA & KUL) van 2010 kwam men tot soortgelijke conclusie (19).

Een andere verklaring, meende het panel ook te vinden in het gebruik van geschiedenis. Deze had volgens sommigen een ongemeen hevige impact op de huidige communautaire twisten. Niet in het minst omdat de wortels van het kwaad in die geschiedenis te vinden zijn en geschiedenis zo mobiliserend werkt. De historische achterstelling van het Nederlands leeft bvb. nog steeds in de geesten van sommigen, terwijl sommigen er op wezen s dat men […] de taalstrijd niet moet zien als één van Franstaligen tegen Nederlandstaligen, maar als één van de Bourgeoisie of elite tegen de lagere klassen. […] (20). Het is een analyse die haar plaats in het debat verdiend.

Het beeld van de monolitische taalgemeenschapen, die als het ware gedetermineerd tegenover elkaar zouden staan – met een immer verder groeiende kloof tussen hen in – blijft niet overeind. 

Goeie wil

Hoewel de verslaggeving in eerste instantie laat vermoeden dat het louter om een bevestiging ging van de clichés ging, hield het verhaal daar niet op. Men ging niet alleen op zoek naar de oorzaken van de clichés, de panelleden kregen ook de kans oplossingen te formuleren.
Een beter uitgebouwd talenonderwijs in heel het land – bvb. in de vorm van immersion-onderwijs – uitwisselingen onder jongeren én volwassenen, het tweetalig maken van officiële documenten, tweetalige politieke partijen, het waren maar enkele oplossingen die het panel meende te onderscheiden (21). Centraal hierin staat steeds weer het ontmoeten van de anderstalige. Wie als Nederlandstalige nooit een Franstalige ontmoet, ontdekt nooit de mens achter het cliché. En omgekeerd. Dat media en politiek ook een rol te spelen hebben is vanzelfsprekend. Dat sommige politici zich verzetten tegen initiatieven die toenadering tussen de gemeenschappen beogen, zegt veel over hun bedoelingen.

Maar waar het volgens het panel vooral op aan kwam, was de goede wil. […] De idee dat een gebaar van toenadering het belangrijkste is om onze Belgische complexiteit te overwinnen blijkt dus achteraf het meest collectieve positief verhaal. Eigenlijk wordt de taalproblematiek geminimaliseerd en overgeheveld naar de individuele houdingen van de mensen zelf. Het is dus een discours dat eigenlijk de oorzaak van de Belgische problematiek zoekt in attitudes van de inwoners, in plaats van in de constitutie van het land zelf. Beter uitgedrukt wordt de verantwoordelijkheid bij de mensen gelegd en niet in de situatie.[…] (22).  Een welgekomen nuance in het voor het overige anders nogal verstard communautair debat. Het beeld van de monolitische taalgemeenschapen, die als het ware gedetermineerd tegenover elkaar zouden staan – met een immer verder groeiende kloof tussen hen in – blijft niet overeind. Toch niet bij de bevolking zelf. Maar die heeft politiek dan ook weinig baat bij een dergelijk situatie…

Misschien is dat laatste wel de voornaamste boodschap die het onderzoek van De Keere, Elchardus en Servais ons brengt. De clichés zijn er en leven bij de mensen. Maar ze zijn geen fataliteit. Het zijn slechts verhalen, waardoor men de wereld om zich heen probeert te vatten en te kaderen. Of, zoals de onderzoekers stellen; […] Het is dan ook aan te raden om deze verhalen, die mensen dagelijks aan elkaar vertellen, niet links te laten liggen. In tegendeel, wanneer we iets over de samenleving, haar burgers en haar problemen willen te weten komen moeten we beginnen met naar haar verhalen te luisteren. […] …

(1): Zie ondermeer de reacties op Facebook en de webpagina’s van Het Laatste Nieuws:  http://www.hln.be/hln/nl/957/Belgie/article/detail/1236481/2011/03/16/Kloof-Vlamingen-Walen-dieper-dan-gedacht.dhtml en Het Nieuwsblad:  http://www.nieuwsblad.be/forum/index.aspx?pagename=detail&forumid=2330611
(2), (3): http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20110316_005
(3): ibid.
(4): Zie ondermeer de reacties op Facebook en de webpagina’s van Het Laatste Nieuws:  http://www.hln.be/hln/nl/957/Belgie/article/detail/1236481/2011/03/16/Kloof-Vlamingen-Walen-dieper-dan-gedacht.dhtml en Het Nieuwsblad:  http://www.nieuwsblad.be/forum/index.aspx?pagename=detail&forumid=2330611
(5), (6), (7): http://www.stichtingpv.be/index.php?id=14&L=4
(8): De Keere K., Elchardus M., Servais O., Er was eens een land … - Verhalen over taaldiversiteit in België, 2011, VUB, pp. 4-12 / Het  rapport van de studie is terug te vinden op: http://www.stichtingpv.be/fileadmin/templates/main/pdf/Rapport%20-%20Stichting%20P&V%20Er%20was%20eens%20een%20land.doc
(9): ibid. p. 13
(10): ibid. p. 73
(11): ibid. pp. 26-33
(12): ibid. pp. 34-48
(13): ibid. pp. 54-63
(14): ibid. p. 65
(15): ibid. p. 66
(16): ibid. p. 67
(17): ibid. p. 68
(18): ibid. p. 49
(19): http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2010/09/08/vlaamse-tv-journaals-bieden-vervormd-beeld-van-belgische-federale-politiek / http://www.nieuwsarchief.be/docs/Nieuwsmonitor_1.pdf
(20): De Keere K., Elchardus M., Servais O., Er was eens een land … - Verhalen over taaldiversiteit in België, 2011, VUB, p. 52
(21): ibid. p. 10
(22): ibid. p. 71

reageer

Er zijn nog geen reacties op deze blog.