about
Toon menu

België: het is te veel en te vol. Of: Waarom Chinezen de tijd mee hebben.

dinsdag 15 januari 2019
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • Meerdaalwoud, omgeving Hertenbron, Herculesdreef, Domein De Kluis. © Stef Hublou

De laatste weken heb ik minder geschreven. Dat doet mij plezier, en u misschien ook. Een trouwe lezer, een geleerde man van in de negentig heeft vorig jaar opgemerkt: het lijkt wel of je artikels uit een repeteergeweer komen! Ik kan niet zo snel lezen als jij schrijft!

(Vijf tot zeven minuten leestijd)

Een van de redenen voor die ritme verandering, en de verdieping en verstilling die daarmee gepaard gaat, lijkt mij te liggen in een ontmoeting die ik midden oktober mocht hebben, gedurende drie dagen, met een bijzondere vrouw en haar fantastische kindjes.

Ik tracht mij op zulke manier in het bestaan op te stellen, dat een van de grootste wegen open blijven: je laten inspireren en te laten veranderen door Ontmoeting met  Mensen die je ziel aanspreken. Ik denk trouwens dat het leven van veel voorouders in vorige eeuwen sterk volgens die lijn verliep, in tijden dat er nog geen kunstmatige, artificiële ‘ontmoetingen’ bestonden. Geen tv, geen internet, geen radio, geen telefoon, geen kranten en nauwelijks permanente, bezoldigde tewerkstelling enzovoort...!

 

Ik ontmoette een van oorsprong Vlaamse dame tijdens het Bush Craft weekend die al zowat een kwarteeuw in een afgelegen Chinees Berg gebied leefde. Het dorpje Wumu dat in de hoogte ligt waarlangs de bovenloop van de Yangtze stroomt, de bekende Gele Rivier, is haar thuis geworden. Zij huwde er een man die berggids is. Samen bouwden zij op een rustig ritme, over een jaar of zeven, een mooi hotel-restaurant in traditionele stijl volgens moderne bouwwijzen. Die instelling hebben zij nu al een jaar of tien uitgebaat. In het dorpje, waar de mensen leven van de teelt van groenten, vee zoals varkens, muildieren, paarden en kippen, van traditionele ambachten en kleinschalige handel. Een plek onder de hemel waar feesten worden gevierd die heel ver in de tijd terug gaan, op vaste dagen door het jaar, met streekeigen muziek en kostuums in sobere maar intens-natuurlijke materialen. De sjamanen van het volk zijn nog in functie.

Een dorp waar iedereen mekaar kent, en tijd maakt voor een praatje bij het passeren in de straten met hun wegdek van aarde. Via het internet vinden Vlamingen van hier met drukke agenda’s de weg naar het hotelletje dat de makers huahuasai hebben gedoopt. Een verwijzing  naar lokale mythen met fazanten en berggeiten als zinnebeeld.

 

Ik was meteen betoverd door de bijzondere uitstraling van deze vrouw en vooral door de kindjes. Ongelofelijk mooi, spontaan en natuurlijk reagerende meisje en jongen. Met de charme van kindjes van gemengd ras bovendien, die met heterosis te maken heeft, dat & positieve natuur mechanisme dat mijn lezers kennen.

 

Wat daar gebeurde, ik maak het wel eens meer mee. Hoewel droge, diep a-religieuze mensen en schrijvers als de vorige rector van de KU Leven menen dat dit niet kan bestaan, ervaar ik persoonlijk geregeld de volle gloed van sympathie naar bepaalde medemensen. Als ik weer eens een diep menselijk, hartelijk en enthousiast gesprek voer met iemand die van ver achter onze gewone horizonten komt en in Leuven of Brussel is verzeild geraakt, of op de Kalmthoutse Heide of de Hautes Fagnes. Om de gelukkige spanning van het contact tussen twee mensenzielen te nuanceren, geef ik dan wel eens uitleg in een paar woorden, in het Engels of het Frans, naargelang de partner. Dat  ik door omstandigheden geen verre reizen kan maken, maar dat een goed gesprek, een ontmoeting met iemand die een heel andere cultuur ademt, andere inzichten en waarden draagt, voor mij veel betekent. It means the World to me, zoals het Engels het uitdrukt. Dat deze ontmoeting een vorm van reizen voor de ziel mogelijk maakt.

 

In een van de mails die de Chinees Belgische me nog voor de kersttijd schreef, stond een zinnetje dat mij trof:

 

“België… Het is allemaal te veel en te vol. En de mensen lijken dat normaal te vinden…”.

 

Dat rijtje woorden is blijven weergalmen in mijn bovenste hotelkamertje onder het schedeldak. Heel zachtjes, dat wel, bijna onhoorbaar, maar wel blijvend, dagen, weken, maanden. Ik heb er mijn koers laten door bijsturen, geholpen door de religieuze, verstilde sfeer en mystiek van de Kerstdagen.

---

Is Leuven wel echt de stad van het Volle Leven?

Moet ik niet in een ver land zijn, bestaan en omgaan?  ;-)

 -------

Epiloog. – Waarom Chinezen de tijd mee hebben

De Voorzienigheid is weer hard aan het werk. (Wellicht komt dat ook zo omdat ik van mijn moeder leerde op een niet-Europese manier met de tijd en met arbeid omgaan. Zij was een ‘natuurwezen’ zoals je ze zelden ontmoet. En omdat ik bij leven al een paar echte rampsituaties en “oorlogsmaanden” heb gekend én mocht merken dat je die toch overleeft.) Niet lang nadat ik bovenstaande tekst heb geschreven en een eindredactie heb gegeven, ontdek ik dat De Standaard van deze dag zelf, een ruime pagina wijdt aan de tijdsbeleving in China (p. D10-11 in de rubriek Hart & hoofd).

Het is de makers van deze kwaliteitskrant ook opgevallen, dat er in China een bron van vrede leeft. Die kracht bron heeft te maken met de traditionele manier waarop de Chinese mens naar de tijd kijkt. Ik laat hier een paar citaten volgen uit het interview dat journaliste Roan Hollak afnam van filosofe Christine Cayol, die meestal in China leeft.

Inleiding:

‘De westerse mens klaagt steevast over tijdsgebrek. Van Chinezen kunnen we leren relaxed met tijd om te gaan, zegt filosofe Christine Cayol. “Zij proberen de tijd niet te beheersen”.

“We klagen over tijdsgebrek, rennen van hot naar her en hebben de grootste moeite om verder te kijken dan ons scherm. Ondertussen dromen we ervan ons helemaal zen te voelen, maar lukt het nauwelijks tijd te maken voor een uurtje yoga of meditatie. Wat te doen?

Volgens de Franse filosofe Christine Cayol, schrijver van “Waarom de Chinezen de tijd mee hebben”, lijden we aan een tijdsziekte. Maar hiervan genezen we niet door ons te verzetten tegen de voortrazende, digitale wereld. Die is er nu eenmaal. Wel kunnen we op een andere manier met de tijd omgaan. Volgens Cayol, die al zeventien jaar in Peking woont en daar een internationaal cultureel centrum oprichtte kunnen we wat dat betreft leren van de Chinese cultuur. “Chinezen zijn net als wij harde werkers, ze hebben deadlines, zijn gestresseerd, en toch kijken ze niet écht op hun horloge”, zegt Cayol tijdens een interview in Amsterdam. “Vanuit hun traditionele cultuur hebben ze een andere verhouding tot de tijd.

 

In het Westen klagen we continu over tijdsgebrek. We stellen ons de tijd voor als een wedren of een zandloper. Maar Chinezen zullen nooit zeggen “Ik heb niet genoeg tijd”. Zij hebben geen technische, eerder een filosofische houding ten opzichte van tijd.

 

Wat bedoelt u daarmee?

Chinezen beschouwen de tijd als vloeibaar. Ze zijn gewend om hun tijdschema tot op het laatste moment aan te passen Als je met iemand een afspraak maakt, weet je nooit of die ook daadwerkelijk zal plaatsvinden. En als je vraagt over drie weken een afspraak te maken, kijken ze je aan alsof je het hebt over drie jaar.

Waar komt die houding vandaan?

Chinezen proberen de tijd niet te beheersen. Je zou kunnen zeggen dat ze “jongleren met momenten”. De basis daarvan ligt in het taoïsme. Neem de uitdrukking : “shun qi zi ràn”, oftewel, “laat de natuur zijn gang gaan”. Dat is een opmerking die ik bijna dagelijks te horen krijg. En als ik een Chinese collega vraag hoelang het nog duurt voor het werk van een kunstenaar klaar is, zegt hij: “De tijd van een wierookstaafje”. In feit zegt hij: wees niet zo ongeduldig, over een week kunnen de prioriteiten anders liggen”.

“Maar je kunt toch niet zonder duidelijke afspraken?”

Nee. Meestal komt het ook allemaal wel goed, maar Chinezen kunnen wel beter met onzekerheid omgaan. Ze durven zich ook meer te laten leiden door kwalitatieve tijd. Samen tijd doorbrengen, het ontwikkelen van persoonlijke relaties, dat is het belangrijkst. Tijdens een zakelijke bijeenkomst kan er urenlang over van alles en nog wat worden gesproken, behalve over de deal zelf. Er wordt op zo’n moment iets gezaaid dat later wel zijn vruchten zal afwerpen”. Wanneer? Dat maakt niet uit.

Chinezen vertrouwen erop dat tijd niet afhangt van een noodlottig moment.”

Wat is daar goed aan?

Ik vind het een vorm van kracht. Chinezen durven de tijd te nemen en als het nodig is aarzelen ze ook niet om op het laatste moment hun agenda overhoop te gooien, ondanks de ontregeling die dat bij anderen veroorzaakt. Dat is een vorm van vrijheid, en verplichtingen blijven onderhandelbaar”.

Maar in China zijn de mensen toch ook gehaast? Bovendien moeten ze eindeloos presteren.

“Je krijgt absoluut de indruk dat iedereen loopt te rennen. Hun samenleving heeft ook een enorme versnelling doorgemaakt: de afgelopen dertig jaar vonden er industriële en economische omwentelingen plaats waar men in Europa honderdvijftig jaar over deed. En toch nodigt hun traditionele cultuur uit om de tijd te beschouwen als een oude vriend, die er uiteindelijk altijd is voor de ander”.

Deze houding komt dus voort uit een eeuwenoude traditie, die kunnen wij toch niet eventjes kopiëren?

Inderdaad. Maar we zouden kunnen leren om in dit digitale tijdperk meer de tijd voor onszelf te nemen. Speel in op wat zich voordoet, zonder alles onder controle te willen hebben. Durf weer lege plekken in je agenda  te maken, en ontwikkel een discipline van nietsdoen Als je ondanks alle drukte regelmatig een wandeling maakt of een siësta houdt, kom je erachter dat de wereld ook doordraait zonder dat je erbij bent. “

(..)

Is uw eigen omgang met de tijd veranderd?

Absoluut. Voorheen spaarde ik elk kwartiertje uit. Dat doe ik niet meer. Ik haast me niet voor de trein. Hetzelfde geldt voor afspraken. Alhoewel, als ik in Parijs ben, zie ik hoe druk iedereen het heft. Ik schiet dan snel terug in mijn oude stress en ga weer elke minuut zitten plannen. Gelukkig lukt het me in Peking wel om soepel met tijd om te gaan. Aan het begin van de week heeft mijn agenda lege plekken en die vullen zich vanzelf. Ik laat de dingen op me afkomen. Dat is een van de mooiste cadeaus die de Chinese cultuur me heeft geschonken.

(Oorspronkelijk verschenen in NRC Handelsblad)

 ________________________________________


Literatuur

“Waarom Chinezen de tijd mee hebben” van Christine CAYOL. Uitgeverij Ten have.

 "Het kleine meisjeskind van Mijnheer Linh" van Philippe CLAUDEL. (Roman “La petite fille de Monsieur Linh”). Over de fijnmenselijke rijkdom van Oost Azië en zijn natuurverbonden boeren dorpsgemeenschappen, en de vergelijking met het leven in onze drukdoende steden waar vaak de ware menselijke ziel lijkt te ontbreken. 


-----