about
Toon menu

Hoe zit het met geluk, geld, het goede leven en de belofte van de N-VA? Een klein eigen onderzoek. Met reactie.

zondag 11 november 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • Ook al horen zij bij een natuurlijke levenswijze, Kinderen worden een zeldzaamheid. Misschien ook juist door de cocktail van nieuwerwetse waarden: 'doeltreffend leven', gemak en een onderbewuste, overal doorgedrongen cultus van artefacten.

Een van de eerste blogs die ik schreef, een jaar of zes geleden, had als titel “Dat heet dan gelukkig zijn”. Het is nog altijd een van de meest gelezen bijdragen op het internet. Recent maakte onderzoek nog eens duidelijk dat geld niet gelukkig maakt, in de zin dat de zorgen alweer toenemen vanaf zowat vierduizend euro inkomen in de maand. In het interview dat Paul Verhaeghe in het elf november weekend gaf aan Barbara Debusschere, merkt hij op: ik ben mijn verdriet als puber na de relatiebreuk te boven gekomen door wekenlang te gaan vissen. Urenlang keek ik naar die drijvende dobber. Zo loste die rouwmiserie zich op. Vandaag blijkt dat veel mensen zelfs geen zes minuten meer stil op een stoel kunnen zitten. Dan veren ze op. De vraag is, uit angst voor wie of wat?”. Uit een rijkgevuld leven haal ik graag een paar elementen voor een nieuwe expeditie op zoek naar de bronnen van geluk, tevredenheid en dus het goede leven, met aandacht voor de soms paradoxale wegen die daar naartoe leid(d)en.

Vijf kantjes, met eigen foto’s, bijgewerkt in de avond van elf november.

 

Vandaag mogen we misschien met een kleine malicieuze grijns stellen: het model van de Europese cultuur en beschaving loopt vast, daarom gaan we zo vaak kijken naar hoe mensen in verre gebieden de eeuwige problemen oplossen. Voor wijsheid kijken velen wereldwijd naar de Dalai Lama. Of naar de teksten van Lao Tse, naar het Dodenboek en de I-Tsing, of naar het uitgeschreven levensverhaal van Black Elk, de laatste grote medicijnman van de Indianen in de Verenigde Staten. In een nieuw, indrukwekkend groot boek dat onze stadsbib in aanbieding  heeft, vond ik volgende stelling:

 

“Happiness is no simple matter.

It is very hard to find

it in oneself, and impossible

to find elsewhere”

                                    Buddha Shakyamuni

Deze visie wordt, met veel fotogenieke schoonheid en kleur, en veel lege ruimte omkaderd, als een van de eerste citaten weergegeven in het boek gedrukt op luxe papier met als titel  “My Himalaya. 40 years among Buddhists”. Daarin een tekst in drie talen tegelijk, en grandioze foto’s van de witbesneeuwde bergen en de ingetogen mensen, van Olivier Föllmi (te Neues media, Kempen, 2018). De boeddha in kwestie stelt terecht dat geluk vinden niet eenvoudig is. Maar hij maakt het nog een pak moeilijker met zijn visie, zo lijkt het. Want, als je de mensen gaat zeggen dat je  het geluk in jezelf moet zoeken, is dat dan niet een zeer mannelijke visie, die vooral goed opgaat in de wereld van de monnik, best van al in uitgestrekte gebieden met dreigend hoge bergen? Stel dat er een kind naar je toekomt, dat wat warmte zoekt, of wat concrete kennis, of een moeder die net een kind verloren is aan de dood... Als je dan dat soort raad geeft, is dat toch als een kei door een raam gooien?

Met andere woorden,  het geluk zal altijd voor een deel iets persoonlijks zijn, verschillend voor diverse types mensen. Toch zal een verhaal dat vertelt hoe iemand een voldoening gevend, goed gevuld en interessant leven heeft gevonden, altijd blijven fascineren. Zoals een roman, met lotgevallen van personages of autobiografische verhalen, die nooit samenvallen met leven en de kijk van de lezer, toch veel inspiratie & geestelijke verrijking kan aandragen. Hoe persoonlijker het getuigenis, hoe meer het mensen zal aanspreken, zo gaat het zelfs geregeld. Laat mij dus maar een vernieuwde bijdrage leveren aan dit belangrijke thema, waarbij ik zal putten uit eigen leven, lectuur, bezinning en ervaring.

 

Het is herfst,  het seizoen van de heerlijke wildschotels. Vorige vrijdag nam ik een schotel Hertensteak, dat is een schotel om met hoofdletter te schrijven, in de Saint-Jean aan de Zoete Waters. Een culinair genoegen werd het, een balsem en beloning  na het harde werk van de voormiddag, waarin ik een reactie schreef op de woordvoerder van Bart De Wever, Joachim Pohlman, die de zaken volgens mij helemaal verkeerd voorstelt. De  herfst inspireert me altijd, zoals trouwens alle vier de seizoenen. Een zestal seizoenen ben ik midden jaren negentig telkens een dag of drie-vier gaan logeren bij Roger François, in Devantave een klein gehucht van wat toen de armste gemeente van de Ardennen en van het land was: Rendeux. Mijn gastheer was een soort positief model van de mens van het Ancien Régime. Een en al menselijkheid, en toch allesbehalve slap. Hij had de laatste tegenaanval van de Duitse Pantzer legers  nog door het landschap weten trekken, in 1945. Hij was uitzonderlijk communicatief en goedlachs. “Als ik door het dorp ga naar de weiden om mijn wilgentenen te snijden om mijn manden te vlechten met mijn kruiwagen, dan kost het me vaak een uur en half om die 350 meter af te leggen”, zo stelde hij op een van de avonden bij de ronkende stoof die zowel met eik en beuk als met fijnspar werd gevoed. “Telkens kom ik mensen tegen, buren, en dan verzeilen we in een goed en lang gesprek”. Wat een verademing, een illuster ‘tegenvoorbeeld’, om een term uit de wiskunde te benutten, was Roger voor de communicatieve kortademigheid van de stedelijke mens van deze tijd. Een van de concrete anekdotes die ik in het geheugen opsloeg omdat ik er een rijke metaforische betekenis in las, ging als volgt. “Toen ik jachtwachter was van de kasteelheer bij Dinant, had ik mijn eigen slimme truc om de fazanten op ons terrein te houden, door het jaar, zodat wij meer wild hadden op het tableau dan de buurjachten. De naburige gardes-chasses, die strooiden gewoon rijkelijk mais. Of die zetten een nieuwerwetse voederbak, waarin de dieren gewoon te pikken hadden, en telkens hun buikje à volonté konden vullen op een plaats. Mijn tactiek was anders: ik deed de moeite lange trajecten af te leggen langs kronkelende bospaadjes, door de bossages en onder de struiken van vier meter waar de dieren ’s nachts kwamen slapen gezeten op de takken. En onderwijl strooide ik het voer mondjesmaat uit. Over vele kilometers verspreidde ik de goudgele korrels. Op die manier moesten de fazanten, de fraaie en fel gekleurde mannetjes en de bruine hennen, echt zoeken naar hun voedsel. Er moeite voor doen. Wel,  de fazanten raakten op die manier verbonden met deze habitat, en ze bleven bij ons”.

 

Aan dat waargebeurde verhaal dacht ik vanmorgen terug, toen ik vroeg opstond, voor het helemaal licht was, en zin had in een hapje bij de koffie gemaakt van door mezelf manueel gemalen koffiebonen. Ik nam een noot uit het bakje uit Aldi van Trader Joe, maar ik merkte dat ik in mijn hart meer zin had in een verse, zelf in de tuin van het Justus-Lipsiuscollege geraapte okkernoten, uit de mand even verder op tafel. Met de notenkraker kraakte ik een noot of twee, en die smaak was niet alleen veel echter en wilder en verser, het deed me ook deugd mijn ontbijt een beetje zelf ter plekke te maken. Te gemakkelijk is ook maar niets.

 

 

 

Zoals Newton zijn theorie van de aantrekkingskracht van de aarde ontwikkelde  nadat hij rustend onder een appelboom een appel op zijn hoofd had gekregen, ging ik aan het associëren. Eigenlijk doen miljoenen mensen in Vlaanderen en de Ardennen vandaag gelijkaardige gebaren, zo bedacht ik. Ze kopen spullen, waarvan ze menen dat die het geluk in zich zullen dragen en in ons leven zullen introduceren, voor min of meer altijd. De rage wil dat de mensen sinds een paar jaren niet meer content zijn met hun koffie opgeschonken in een filtertorentje of een gewone koffiezet. Duizenden euro’s zijn er intussen besteed, van vaak met hard en saai werken verdiend geld, aan op zijn Engels gezegd ‘pouches’ van het bekende merk of aan peperdure ‘echte’ espresso machines. Een kunstenaar deed mij nadenken door de opmerking dat de heerlijke geur van de gemalen bonen, de belofte van dat aroma, volgens hem nooit werd geëvenaard door de smaak van de koffie zelf die je eruit haalt. Op het werk bij Dienst Aangepast Vervoer, DAV, waar we zes jaar lang als vrijwilliger voor roelstoelgebruikers vervoer met busjes mee hebben georganiseerd, is er een jaar of vier geleden een espresso machine van Jura gezet. In het begin waren alle collega’s, ikzelf niet het minst, verrukt door het fijne aroma. Het leek wel dat vanaf nu de koffie altijd beter ging zijn, en dat ons werk dus aangenamer en misschien zelfs beter kon gedaan worden, gestimuleerd door de bakjes zwarte vloeibare troost. Als ik in mijn geheugenbank met sensuele impressies echter eerlijk na ga, was die droom intussen al lang vervlogen. De koffie smaakt intussen enkel nog goed straf.

 

Gaat niet hetzelfde helemaal op voor zowat alle producten en toestellen die wij ons leven binnenhalen? Wie ziet er zijn nieuwe auto niet als de ideale partner op de levensweg, daartoe aangespoord door reuzegrote reclame foto’s of filmpjes van mooie wagens die snel door een ongerept en leeg landschap met bomen en rotsen rijdt? In de praktijk van alledag, al dan niet in de file, verdampt deze glamour al snel, op een niet tegen te houden manier, je mag doen wat je wil.

 

In dezelfde zin heb ik in de zomer tijdens een gesprek met een oud mede student geschiedenis die wat aan lager wal is geraakt, en me toevertrouwde dat hij nu wel een tijdelijk woning in een soort opvanghuis heeft bemachtigd, maar dat hij zich erg stoort aan de geluiden van de buren, en dat hij een drankprobleem heeft, advies gegeven. De man heeft zich al vroeg een blog gemaakt, hij zet zijn kennis van de geschiedenis en de maatschappij in om mee het Maatschappelijk Debat te voeren. Sinds een jaar of twee, zo vertelde Bram (ik geef hem een schuilnaam) dapper en in grote openheid, heeft hij veel gehoor met zijn bijdragen op de site Doorbraak, waar de rechtse mensen van de middenklasse, hun woede angst en afkeer ventileren en voeden naar mensen op de vlucht. En naar ‘dompelaars’, behoeftigen, zoals hijzelf. Bram schrijft daar onder een schuilnaam, maar hij is vol van het succes dat hij boekt. Terwijl hij tegen mij, zijn oude vriend en studiemakker, kon toegeven, “Ik verdedig daar eigenlijk het standpunt en de belangen van een rijkere klasse, waartoe ik niet behoor”.

Zelf was ik daar op het terras in de Diestsestraat tegenover de ijsjes zaak Pinocchio in high spirits. Nadat ik goede werken had verricht zoals bij DAV en in de begeleiding van schoolkinderen uit arme gezinnen. En ik meende dat mijn  teksten stilaan van voldoende niveau waren om binnenkort in boekvorm uit te geven, bij een gerenommeerde uitgeverij. En wellicht zit ik beter in mijn vel, omdat ik niet aan verslavingen lijdt, en een paar interessante vriendschappen onderhoud met  vriendelijke, respectvolle en erudiete vrienden. Waar we vanuit christelijk perspectief blijven nadenken en sporen zoeken om medemensen perspectief te bieden, aan een betere wereld te werken. De meisjes van elf, Mia en Lina, die ik intussen een volledig schooljaar naar best vermogen als vervang onderwijzer in wiskunde, Frans en Wereldvorming heb les gegeven, en waar ik een vertrouwenspersoon voor ben geworden, een keer per week, maken intussen meetbare vooruitgang. De rapporten zijn beter, en het moreel eveneens. De juf schrijft dat geregeld met zoveel woorden aan de ouders en aan mezelf. Die versterking, die empowerment van deze kleine vrouwelijke mensen, dat is bovendien iets waar we mogen van verwachten dat het effect vele jaren zal meegaan. Wie de smaak van het studeren en van succes eenmaal geproefd heeft, die is beter gewapend voor het vinden en uitbouwen van een boeiend leven en een goed werk. En die heeft zichzelf leren kennen.

 

Ik heb mijn makker een koffie met room getrakteerd, en hem de visie voorgehouden dat je in het leven maar  echt tevreden en gelukkig kan zijn, over veranderingen ten goede die je helemaal zelf “betaald hebt”. Met ontmoetingen, les geven, teksten die je zo veel mogelijk vanuit je eigen Sitz im Leben en persoonlijke levensverhaal uitgeeft. Eerlijkheid loont. Ik geloof vast dat er diep in ieder van ons een soort mechaniekje zetelt, dat oordeelt of we de luxe die we in het leven hebben, ook wel echt verdiend hebben. En alleen in dat geval, kunnen we tot werkelijk genieten komen. Met andere woorden: op een authentieke manier werken en in het leven staan, dat loont. De opbrengst daarvan is multipel. Ook al zie je die innerlijke rijkdom en die bronnen van terechte trots als buitenstaander niet zo op stel en sprong als wanneer een maffia man met zijn Lamborgini uitpakt.

 

In die zin, zo valt te vrezen, is een groot deel van de energie die in ons model wordt besteed, dat model van gesalarieerd werken en dan trachten goed te leven op basis van verstandige uitgaven met inzet van de verworven koopkracht, slecht besteed. We kopen vaak voorwerpen en toestellen die valse beloften belichamen, een valse droom wasemen. Die functioneren als de wortel die het boertje de ezel waarop hij gezeten is, voorhoudt, in de bekende cartoon. We draven, zonder vaak ooit echt tevreden te kunnen worden.

 

Die situatie van de beschaafde, industriële wereld, met zijn overhaaste frenetieke dadendrang en flitsende internet gebruik, doet denken aan de analyse van het Amerikaanse model die De Standaard journaliste met standplaats USA, Evita Neefs, heeft gemaakt in haar essay “De destructieve droom”. Die valse droom bestaat erin dat in dat land zelfs de grote groepen zeer arme lieden zo goed als nooit stemmen op linkse partijen (de liberals, de democraten), die van nature meer met hen begaan zijn, en trachten wetten te stemmen die deze gewone mensen een degelijke gezondheidszorg, werklozenopvang, uitkeringen voor de zieken en de invaliden, zouden kunnen bezorgen. Hoe kan dat zo? Wel, omdat die miljoenen paupers, waarvan er velen niet eens in een huis leven maar in een ‘camper’ ergens onder een betonnen snelwegbrug, blijven dromen. Ze verklaren hun stemgedrag dat tegen hun eigen belangen in gaat, met de woorden “Ik stem liever op de Republikeinen, op Bush of Trump, die de halve procent rijksten nog royaal bovenop bevoordeelt, omdat ik in Amerika leef, het land van de Amerikaanse Droom. Er is nog altijd een kans dat ik ooit, voor ik mijn hoofd voor altijd neerleg, tot die club behoor!”

 

Dat is  natuurlijk je reinste zelfbedrog, en wij vanuit Europa, bekijken dat met natuurlijke  meewarigheid en met hoofdschudden. Omdat wij mee mochten maken wat de sociale strijd heeft opgeleverd. Hoe de families van de vele jongens die ellendige jaren meemaakten in de loopgrachten van ‘’14-’18, en die daar gemutileerd uit kwamen, naar ziel en lijf, of er zelfs het leven lieten, de overheden en de klassen van de machtigen ertoe bewogen hebben beter te zorgen voor de gewone mensen en de armen. In onze straten, zoals in Leuven in de Redingenstraat en op het Burgemeesterplein, zijn gedenkstenen en monumenten aangebracht omdat daar betogers het leven hebben gelaten, socialisten die onder de sabels van de rijkswachters te paard zijn gevallen. Bij hun inzet voor betere werk- en leefomstandigheden. Intussen is het leven ook voor minder door het lot en de generaties bevoordeelde individuen heel wat menselijker dan destijds. Onze ziekenzorg, met degelijke geneeskunde zonder lange wachttijden en beschikbaar voor bijna iedereen, kan model staan voor de hele mensheid, wereldwijd en doorheen alle tijden. Van tandzorg tot hartoperaties. Wat een diepe rust en zekerheid geeft dat niet op de achtergrond voor ons allen!? Ook op andere vlakken is de Verzorgingsstaat een geweldige verbetering, en die werkt redelijk goed. Buiten het feit dat de wereld van de reclame zo goed als ongebreideld zijn gang mag gaan, en heel veel mensen “de kop zot maakt”, bij de neus neemt, en doet marcheren.

 

Hoe lang nog, voor wij naar deze principes gaan leven? Heel nederig, vanuit het gezonde, natuurlijke besef dat enkel wat je met eigen inspanning hebt bereikt, je echt voldoening zal geven? Dat wandelen daarom beter is dan fietsen, dat op zijn beurt beter is dan rijden op vier wielen in een zetel, aan duizenden meters per uur? En merk op: het volstaat voor het ingebouwde menselijke geweten en tevredenheidskompas niet dat je levensstijl en –niveau ‘verdient’ hebt met werk in salarisarbeid. Op een dieper niveau kan iemand die van werklozensteun leeft, maar die echt geregeld zichzelf verliest en wegschenkt om sukkelaars te helpen, of kinderen volwassen te helpen worden, of het milieu te redden. Ware voldoening kan maar komen uit dat kleine doosje in ons brein dat zegt: je hebt goede werken gedaan. Je hebt gegeven wat je  had. En misschien zelfs meer.

 (...)

Dat is het verhaal in een notendop hoe ik mij persoonlijk, ondanks veel tegenslag en langdurige overbelasting na een blijmoedige maar al te korte jeugd, een bestaan heb gevonden én bevochten, van tijdig ingebouwde rust afgewisseld met intense emotionele en intellectuele arbeid. Het resultaat is al even interessant als de weg ongewoon en zwaar is gewees: het bracht vruchten van groot geluk, voldoening, tevredenheid, gerechtvaardigde trots en soms verrukking, en vele hoogst interessante dagen. Naast de onvermijdelijke momenten van radeloosheid, armoede en eenzaamheid. Wat had de ideologie van een “wij en ons bezit eerst”-partij daar  in ’s hemelsnaam tegenover kunnen stellen? Is het niet zo dat hun schaamteloos egoïstische verhaal enkel kon gedijen in een tijdsklimaat gekenmerkt door een nooit gezien, massief materialisme? De misleidende oproep sloeg hier en daar aan in een maatschappelijk denkkader dat ten onrechte meent elke Levenswijsheid te kunnen weren. Als betrof het mooie praatjes zonder belang voor de mens. De propagandisten van dat ‘flinke’ sprookje laten het intussen stilzwijgend over aan psychiaters, therapeuten, chirurgen, buurtwerkers, ouders en priesters om de miljoenen neergevallen, gehavende achterblijvers van die collectieve ren pogend op te rapen en weer leven in te blazen!


 Een reactie

"Een paar gedachten na lectuur.

Uw leven en uw geschriften zijn gekenmerkt door diepgang. Wat een tegenstelling tot de leevnswijze van veel mensen die precies gekenmerkt is door oppervlakkigheid!!

Het valt me ook telkens weer op: u schrijft graag en goed.

Ik ben het eens met uw kritiek op de stelling dat het geluk alleen in zichzelf te zoeken is. Wat een dwaasheid en zelfs onmenselijkheid. Inderdaad, je moet een slechte monnik zijn op zo iets te denken.

Uw levensloop laat u toe veel te relativeren en veel schijn te laten ontploffen als een luchtballon.

Uw waardering voor ons sociaal stelsel is meer dan terecht. We hebben het te danken aan hardwerkende mensen. In een land dat het grootste deel van zijn producten moet uitvoeren om zijn volk werk te kunnen geven, is dat (helaas) onvermijdelijk."

(Van een hoogleraar KU Leuven)