about
Toon menu

Het Geweld van Geld, groter dan je denkt. Met een kleine Allerzielen Profetie

vrijdag 2 november 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • © S. Hublou S.

Het geweld van geld, het is de titel van een pogend maatschappijkritisch werk van de filosoof en econoom Anton ‘Toon’ Vandevelde. Ik was aanwezig tijdens de boekpresentatie eerder dit jaar in de Kardinaal Mercierzaal van het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte. Aan dat essay in boekvorm moet ik terugdenken in de avond van Allerheiligen, in de nacht van de overgang naar Allerzielen, nadat in de middag twee jonge vrouwen mij zijn komen een interview afnemen. Zij maken een werkje over Rituelen, tijdens de studie die hen tot journalisten zal maken, aan de Artevelde Hogeschool van Gent. De twee dames, een blonde en een brunette, elk met een welbepaalde vrouwelijke uitstraling, krachtig en menselijk, kozen voor het onderwerp “Jacht en Rituelen”, en kwamen zo als vanzelfsprekend bij mij terecht. Tijdens het meer dan twee uur durende interview kwam ik bij de kern terecht van de redenen die mij tot jagen en tot het bestuderen en beschrijven van de jagende mens en zijn bezieling gebracht hebben. Ik kan er meteen een profetie aan vast knopen voor de wereld, voor jong en oud.

Vier kantjes en een foto

 

Ik verhaalde aan de jonge reporters hoe bij de inheemse volkeren die joegen, een heel andere sfeer heerste dan deze van de drukke en egocentrische consumptiemaatschappij die wij al te goed kennen. Als een getalenteerde jager bij de Inuit een kariboe omlegde, of een ijsbeer, of drie robben, dan werden de dieren aan de rand van het dorp versneden. Naar elke familie ging een welbepaald, afgesproken deel. De armen bleven nooit zonder voeding. De sterke deelde van wat de natuur hem geschonken had. Ik vertelde aan C. en L.  dat juist deze geest mij had aangetrokken tot de wereld van de jacht en de jager. De menselijke warmte die piekt in het Koude Noorden. Dat wij vandaag in het sterk verstedelijkte Vlaanderen en Wallonië evident veel voordelen genieten van het zeer commerciële bestel dat heerst. Het aanbod aan gebruiksgoederen en voedsel is een klein dagelijks mirakel. Deze samenleving staat echter wel heel sterk in het teken van de economie, van het voorzien van goederen aan een minimale prijs. Die maatschappij is wat ideeën en structuur betreft, Kind van de Verlichting. De maatschappij die ons nu toelaat te leven, heeft twee van de drie grote centrale waarden van die Beweging vrij goed gerealiseerd: Vrijheid en Gelijkheid zijn redelijk tot hun recht gekomen. Maar dagelijks vallen dodelijke slachtoffers door het achterblijven bij het waarmaken van de derde grote Waarde die de Franse Revolutie en haar filosofen begeesterde: de Broederlijkheid. Net die broederlijke sfeer en omgang heb ik terug gevonden bij de jagers. Zowel bij de après chasse in eigen land als in de werken van interessante figuren zoals mijn goede kennis Fred Bruemmer, die een kwarteeuw zijn grote vakantie vanuit Moosonee in Canada ging doorbrengen bij de nog noordelijker levende Inuit gemeenschappen, van de Beringstraat tot de kusten van Labrador en van Nova Scotia tot Groenland. Ik genoot van die Menselijkheid die blijkbaar maar kan gedijen als de Dood voelbaar in het spel is, in de omgang met Vlaamse jagers in het veld, in de jachthutten in het Hageland en in de Ardennen, en in de domaniale jachthut van Hestreux in de wouden bij de Hautes Fagnes, waar het portret van de bezitter van de Kroonbossen aan de wand naast de open haard hangt.

 

Toen de Eskimo niet meer in tenten en jacht iglo’s leefden van verse vis en dieren, maar een deel van hen tewerkstelling vond bij de grote bedrijven en in geld werden uitbetaald, was het gedaan met het delen. De ene man telde in zijn hut zijn dollars, en in de prefab woning ernaast kwijnde de man zonder werk en zijn gezin. In Heverlee in de jaren zeventig merkte ik hoe mensen met een boomgaardje en een moestuin de vruchten van hun arbeid deelden. De Supermarkt heeft die geest verijdeld.

Ons arbeidsmodel loopt vast, botst op de speerpunten van zijn limieten. Tijdens de nachtwandeling vallen de perspectieven na deze rijke dag van ontmoeting op hun plaats. Mijn stappen gaan voorbij het huis van de buurvrouw die ik in de zomer wat beter leerde kennen. D. heeft een aantal decennia zo hard gewerkt, dat zij mentaal en lichamelijk totaal uitgeput raakte: “Er zat niets meer in mijn bloed”, zo vat zij op akelig accurate manier in medische taal haar lot van tien jaar terug samen. Niet alleen het ijzertekort dat vermoeidheid veroorzaakt was schrijnend, het mens had ook om andere redenen echte bloedtransfusies nodig. De reden van die ontsporing? Te goed meegedraaid! Op de werkvloer al even “goed” als in de jeugd bij moeder “gedaan wat van mij werd verwacht”. De Vlaming heeft iets dociels, dat zich in de levens van concrete personen vreselijk kan wreken. Intussen is de dame hersteld. Ze werkt nog steeds op twee of drie plaatsen, onder anderen in de restauratie van gebouwen en als software adviseur, er is nu meer plaats voor evenwicht, rust, eenvoud en herstel. Een vaste relatie is een offer dat zij heeft gebracht om goed verder te kunnen leven.

Terug naar de presentatie van het werk van Vandevelde, “Het geweld van geld”. Ik had als laatkomer plaatsgenomen op de eerste rij in het publiek. Nog voor het vragenuurtje had ik al de dialoog op gang getrokken. Uiteindelijk heb ik wel een vol kwartiertje het woord gevoerd. Achteraf op de receptie kwam de schrijver met uitgestoken hand dank betuigen, “Goed dat er iemand zoals u aanwezig is”. Hij gaf ook toe, toen ik hem confronteerde, dat hij door zijn studies in de economie onvoldoende afstand kon nemen van het huidige bestel om het helder te analyseren. Dat was fideel, want ik had keiharde kritiek uitgesproken op het boek en zijn schrijver. Dat kon ik zonder veel moeite. Een aantal grote bekende namen van de filosofie afdeling van de universiteit waren aanwezig, maar konden niet in het debat mee. Juist mijn niet zo sterk gespecialiseerd zijn als intellectueel bleek een troef. Ik kon erop wijzen dat de schade die het geweld van geld aanricht, in werkelijkheid nog veel groter is dan in het essay staat beschreven. Toon is een interessante figuur, ik schreef over zijn dagelijkse levensstijl, als hoogleraar die tijd maakt voor boswandelingen, moestuin, voor het houden van kippen en konijnen die hij zelf slacht en klaarmaakt, in een artikel over (mijn persoonlijke) spiritualiteit in het monastieke tijdschrift De Kovel van november vorig jaar. Maar de academische geleerde biedt nog te weinig diepgang én breedte in het overzicht van wat onze samenleving is en biedt, en wat zij helemaal niet kan bieden.

 

Geestelijke gezondheid?

Mijn meer dan twintig jaar van bezoeken afleggen aan kennissen in psychiatrische herstelhuizen, zoals het kleinschalige Papiermoleken, een bijhuis van het Universitair Psychiatrisch ziekenhuis Sint Kamillus Bierbeek, maar  ook in dat UZ Bierbeek zelf en in het UZ te Kortenberg, maken dat ik een  heel nieuw, ontbrekend luik aan de schade inventaris van Vandevelde kan toevoegen: de economiStische leefstijl van tegenwoordig maakt veel slachtoffers. De geestelijke gezondheid, het gaat er niet goed mee. Angsten, verslavingen, depressie, uitputting, relatiebreuken, slapeloosheid, psychose, manisch-depressieve stemmingswisselingen, nijpende eenzaamheid, en ook bepaalde vormen van crimineel gedrag... de rij problemen is veel langer dan in het verleden, dan een paar generaties terug. En het sociale weefsel lijkt intussen meer dan genoeg ontrafeld om mensen niet langer adequaat te kunnen bijstand bieden in hun innerlijke ontreddering en pijn.

 

Milieu en Natuur

Daarnaast was ik in staat in dialoog met de schrijver inzichtelijk te maken dat er een tweede grote schadeboedel is, een keerzijde van de economie en het leven dat wij kennen: het systeem brengt het milieu, de soortenrijkdom en de zuiverheid van de natuurlijke elementen onomkeerbare schade toe. Dat is de Doodzonde van onze generaties. Daar gaan de volgende generaties ons boos en triest op afrekenen.

Het wordt wat veel, vindt je niet, om zonder grondige bijsturing door te gaan?

Het zal misschien toch een goed spoor blijken te zijn, zoals ik al dertig jaar predik, om “de klok voor een deel terug te draaien”. En daarmee bedoel ik, bepaalde waarden en principes die het leven van de vrije-tijdsjager, vaak een gepassioneerd mens die de jacht laat doordringen in vele aspecten van zijn leven en stijl, en de waarden en principes van de natuurjagers, de indianen, toe te voegen aan de mix van waarden die ons vandaag collectief aansporen en waarvoor wij onze levensenergie laten dienen.

 

De Grote Terugslag is komende

Omdat ik nooit veel blad voor de mond heb genomen, ga ik dat  nu ook niet doen. En dus volgt nog dit. Zelfs als wij als samenleving & gemeenschap zouden bijsturen, door trial & error wat wijzer geworden, en after all redelijk ontvankelijk voor kritische observatoren, dan is het maar de vraag of we daar tijdens deze eeuw de tijd nog voor krijgen.

Zoals in de Verenigde Staten het kwade in de mens voor een grote politieke Kloof heeft gezorgd, en op die manier de messiaanse top politicus, de man van de laatste kans, in zijn werken grotendeels is geblokkeerd geweest, zo lijkt het er op dat wij met politici als de jonge Michel er niet gaan komen. Mister Trump is verkozen door miljoenen rare blanke vrouwen, en door talrijke gefrustreerde werkloze arbeiders met ruwe, simplistische opvattingen en gedrag. Mijn vrees is dat de mens inherent goedheid is tekort gekomen sinds de decennia lange golf van hernieuwde goede opgang na de laatste wereldoorlog. De mens heeft zijn kansen verspeeld. De regering heeft de armsten niet het leven dragelijk gemaakt door de leeflonen op te trekken. De bekende partij maakt gruwelijk misbruik van de ontevredenheid in de onderbuik van de sociale stratigrafie.

De boosheid, de vijandigheid, het egoïsme, de zelfzucht, de boosaardigheid en weigering tot hulp aan mensen in nood, het kan bijna niet anders dan exploderen binnen de paar komende decennia.

Ik voorzie een nieuwe oorlogscatastrofe. –

Nadat die zal uitgewoed zijn, kan de broederlijkheid weer een generatie of twee kansen krijgen, hand in hand met liefde voor de Natuur en God... Het is altijd hetzelfde liedje: het kalf en het kind moet elke keer weer verdrinken voor de put weer menselijker wordt gemaakt. Alvorens mensen opnieuw leren elkaar troosten en zichzelf laten troost en hulp bieden. De van doorns voorziene dikke bolster die wij lieten groeien, maakt de mens telkens weer kapot.

 

Maar wie kan dat de mens verwijten? De opdracht, goed zijn en blijven als persoon en als gemeenschap, is bijna bovenmenselijk. We hebben zoveel hefbomen met macht in handen gekregen, als Beschaving, dat de schade die we aanrichten navenant is. Als Gemeenschap en als Persoon kunnen we niet anders dan met de stroom meegaan. Want “A l’impossible, nul n’est tenu : niemand kan van jou het onmogelijke eisen”. Er zal niets anders opzitten met de stroom en de stroomversnellingen van de tijd mee te gaan. De grote trend is nu weer dag na dag meer neerwaarts. Naties bouwen militaire capaciteit op. Handelsoorlogen geven een voorsmaak van wat komen gaat. Een volgende gruwelijke moord op een onschuldige, na deze van Jamal Khasshoggi, zal wellicht zoals deze begaan door de Serviër Prinzip in 1914, de lont in het oorlogskruidvat worden. Jongeren zullen na het uitwoeden van het Vuur met hun revolutionaire zin voor weldaden de fouten van de huidige generaties moeten repareren, zo goed en zo kwaad als ze zullen kunnen. Voorlopig moeten we mee met de Stroom.  Zoals wij allen mee moeten, willens nillens, van de verwen zomer naar de herfst en de winter. Die Winter die ons zal raken, vroeg of laat, of we dat nu fijn vinden of niet, wat het cv-systeem thuis en elders ook aan ongehoord comfort brengt, én aan mega schade aan de ademlucht for that matter. Misschien is het in the long run veel beter een open houding aan te nemen, en de Winter te omarmen zoals hij is. Zoals de mens al duizend generaties heeft gedaan, in nederige openheid.

Dode zielen die zich draaien

Bij het horen ruisen van de woorden van deze Allerzielen profetie, zal menige dode zich omdraaien in zijn graf. Maar ook dat is niet verwonderlijk. Dat hebben mensen al eeuwen gedaan, bij het postuum tot begrip komen van de uiteindelijk recurrente Machteloosheid van de soort en de persoon. Wie zijn de doden, zelfs de helden van de slagvelden of de mensengenezers, om ook maar even te geloven, te hopen dat constant en blijvend heil ooit des mensen zou zijn? Dat vernietiging en miserie ooit duurzaam zouden overwonnen raken? Arme drommels. En ik, wie zou ik zijn, dat ik zou geloof hechten aan de goddelijke influistering dat mijn persoontje de ogen en de harten van de Mens zou kunnen openen? Echt Heil brengen? Zulk overdonderend Ochtendrood, dat wil een beetje mens toch niet meemaken! ;-)