about
Toon menu

Herfstgezichten in zicht!

vrijdag 26 oktober 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • Diestsestraat met Ginkgo biloba, Japanse notenboom, in kanariegeel. (© Stef Hublou, 2009)

Dagboeknotitie

Deze vrijdag vijf dagen voor het einde van oktober, ben ik terug thuis na het bezoek aan de wekelijkse markt in Leuven. En het is mij niet ontgaan: de ommezwaai. Het weer is nu echt opnieuw duister, zoals wij in Leuven zeggen. Bewolkt, grijs, wat winderig en fris. En zie: de gezichten van de mensen zijn gevolgd. Op het eerste gezicht is ieders gelaat op de pleinen en straten en bij de haltes ontevreden, nors, zorgelijk, gesloten. Wat een verschil met de zomerse zonnedagen! Wat een mooie zomer hebben wij meegemaakt.

In de praktijk blijkt dat mensen nog wel een mensenhart dragen in hun borst. Als je tot een gesprekje komt, bijvoorbeeld nadat de lieve hond die je bij je hebt, de aandacht heeft getrokken, blijkt dat mensen niet zo verdord zijn als hun huid onder het voorhoofd lijkt te suggereren. De zwijgzaamheid geldt alleen een bovenste laag.

In elk geval heb ik meer dan in de zomer, die duurde tot vorige week, zelf mijn blik naar de aarde gericht gehouden. Al die ongelukkige gezichten met hun negatieve uitstraling, dat kan ik maar moeilijk verwerken. Door het jaar tracht ik zoveel mogelijk mensen aan te kijken. Om hen een plezier te doen én om iets bij te leren over de  mens van vandaag. En als ik een bekende zie, schalt mijn joviale groet. Maar teveel is teveel. Een mens moet het nog kunnen uit-drukken. Ermee blijven zitten kan dodelijk zijn, een verwijzing naar de zelfdodingscijfers spreekt boekdelen.

In elk geval blijkt weer hoe je eigen volkje nog het best in woorden gevat wordt door de bezoeker uit het buitenland. Een jaar of tien terug was ik bevriend met John Tucker, een jonge, briljante theoloog uit Siera Leone. Hij merkte op een dag, na drie jaar hier te verblijven op: ja, ik was geschokt hoe zelfs bij Theologie, waar menselijkheid toch zou moeten heersen, de proffen en studenten elkaar voorbij zoeven in de gangen en leeszalen. In Afrika gaan we warmer met elkaar om. En John merkte scherpzinnig op: in België leven eigenlijk twee volkeren. De enen zijn de mensen in de zomer, die veel meer communicatief zijn, vriendelijk, “outgoing”. De mensen in de winter lijken wel een totaal andere populatie, veel meer gesloten, in zichzelf gekeerd, zwijgzaam.”

Laat ons dus, het mag onderstreept, de “vreemdelingen” niet te snel  de deur wijzen. Laten we juist trachten met hen in dialoog te gaan, en op zoek gaan naar de Betekenis die zij voor ons hebben. Meer dan eens zullen we ontdekken dat zij een Boodschap brengen. Niet zozeer in verband met zichzelf, maar over onszelf!