about
Toon menu

Positieve argumenten in leading newspapers voor onze profetische standpunten. 1. Jagen als goede activiteit

donderdag 11 oktober 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • Jacht scène, einde goed, al goed. via Flickr.

Sinds drie jaar zijn hier als blog reeds een drietal stukjes verschenen die de strijd aangaan tegen de vooroordelen van veel stedelingen tegen de natuurkenner en beheerder die de jager is. Zie de link naar deze opinie artikels in bijlage. Jagen is en blijft een eerbare activiteit. De meeste afkeuringen zijn heel spontaan, niet gestoord door kennis van zaken. Wij zijn zelf doorheen de jaren een van de beste kenners van het jachtgebeuren geworden, die over het jachtgenoegen gingen dieper nadenken, en er filosofisch onderbouwde standpunten over de wereld hebben in gestuurd. Dat gebeurde onder anderen via een opiniestuk in De Morgen en een in Tertio, via multipele debatten oog in oog met tegenstanders, via tientallen stukjes in jachttijdschriften, via mailings en blogs, en als als docent verbonden aan het IJO, het instituut dat jonge  jagers opleidt en voorbereid op het jachtexamen dat de Vlaamse overheid jaarlijks inricht. Als WBE-consulent heb ik indienst van de overheid bezuiden Leuven drie Wildbeheereenheden uit de grond gestampt, waaronder deze van Meerdaal (waar vooral op reeën wordt gejaagd) en deze van de Dijlevallei, waarin ook de weides en moerassen van het reservaat de Doode Bemde liggen. Mede door die enthousiaste persoonlijke inzet, en door die van talloze toegewijde figuren als Yves Steverlynck, Frans Van Passel (†), Pierre Vander Roost, Ward van de Poel, Roger Locy, Els Vermoesen, Guido Wentein en Marc Van Olmen en de ingenieur expert Marc Vandenmeerschaut bij de overheidsadministratie en de vele toegewijde Houtvesters in de provincie, zoals Bart Meuleman voor de omgeving van Leuvnen, hebben wij sinds de start in 1992 het draagvlak voor de jacht in Vlaanderen al maar mogen zien toenemen. De laatste maanden gaat het hard, de jacht wint in versneld tempo aan begrip, respect en prestige terug. De nieuwe mannenbewegingen en zelfs vormen van feminisme, omarmen nu met plezier de jacht op wilde dieren. Op zaterdag 6 oktober schreef de correspondent van De Standaard in de reeks over ’Testosteron’ een bijdrage van bijna twee volle paginas die positieve standpunten laat primeren. Een signalement.

 Vier minuten leestijd.

Bijgewerkt op 12 X

De grote titel van het stukje is “Minder schieten, meer genieten”. Die slogan heeft de journalist opgetekend uit de mond van de vrouwelijke jager Greet Symons. Door mijn studies in de seksuologie weet ik dat de man meer eendimensionaal denkt en handelt, mede onder invloed van zijn typerende gedrevenheidshormoon testosteron, en deze slogan is voor mij dan ook een typisch zinvolle vrouwelijke oproep. (Hij zou ook als een boutade in het  universum van de seksualiteit kunnen toegepast worden: vrouwen zijn al langer vragende partij voor meer voorspel en lichamelijk spel, ten koste van de snelle wip).

Het artikel begint met te stellen dat de jacht nog grotendeels een mannenbastion is: van de 12.000 jagers die lid zijn van de jagersvereniging Hubertus Vereniging Vlaanderen (HVV) zijn 97 procent mannen. Maar het aantal vrouwen neemt recent sterk toe. Zowel in onze regio als in Zweden en Duitsland nemen steeds meer vrouwen deel aan het jachtexamen. In Duitsland vormen zij zelfs een kwart van de cursisten. Ook in de sector van het  natuurbeheer en de natuurstudie zien we een dergelijke koerswijziging. Traditioneel is  natuurbeheer een mannenzaak. Zo zijn er in Vlaanderen 81 mannelijke Boswachters in dienst van het Agentschap Natuur en Bos, en slechts vier ’boswachtsters’. Maar recent telt Natuurpunt Gent voor de helft vrouwelijke vrijwilligers. Misschien wordt dit een trend. Zoals al zovele beroepen zijn opengebroken voor dynamische, toegewijde, talentrijke vrouwelijke mensen.

Persoonlijk heb ik al in 1997 met diverse opiniestukken in De Standaard de hoop uitgesproken dat een aantal instellingen en actie gebieden meer vervrouwelijkt zouden worden. In artikels met titels als “Vrouwelijke waarden als maatschappelijk medicijn”. Intussen hebben in de wereld van het bedrijfsleven vele degelijke studies aangetoond dat bedrijven beter presteren, gezonder blijven en groeien, als er diversiteit is aan de top. Mannen én vrouwen, jongeren en ouderen, directeurs uit diverse culturele tradities, dat is de beste mix om een organisatie leiding te geven.

Jager Greet Symons denkt overigens dat de nog altijd een beetje negatieve perceptie van jacht en jager ten goede kan veranderen als er meer vrouwen worden aanvaard/zich kandidaat stellen. Ook Geert Van den Bosch, de algemeen directeur van de HVV ziet het zo. Hij benadrukt dat het doden van dieren maar een klein deel is van de échte taak van jagers: het zorgen voor de natuur. Europa  heeft de bestrijding van exoten toebedeeld aan de jagers, sommigen vormen een bedreiging voor inheemse soorten. Limburg vraagt aan de jagerij het overtal van everzwijnen aan te pakken. Waar konijnen een weg of dijk ondermijnen, moeten jagers ingrijpen. Jagers observeren en herstellen op eigen kosten habitats (woongebieden, biotopen voor dieren). Dat is nodig, want het is erg gesteld met de natuur in ons land, stelt beleidsadviseur Dieter De Mets.

Tevreden lees ik dat een jager in een interview tijdens een jachtuitstap met reporter Vantyghem in eigen woorden uitspreekt wat ik al vaak geschreven en verklaard heb: “Ik doe aan populatiebeheer, ik schiet kraaien die jonge hazen pakken. Soms schiet ik een ree. Sluipen, stil wachten: dat is spannend. Maar ik kijk vooral, en plant bij, en wanneer ik thuiskom, ben ik een aangenamer man”.

In de zelfde lijn valt het getuigenis van Ashley Weston op de site ladiesshootingclub.com.

“De jacht geeft mij zelfvertrouwen en veerkracht. Zo kan ik de stress en toxische relaties in mijn leven beter aan”.

Die duiding gaf ik al ruim dertig jaar geleden, toen ik in 1986 tijdens een historisch onderzoek naar de adel in de negentiende en twintigste eeuw stil stond bij het feit dat diplomaten, die soms met erg toxische relaties te maken krijgen in hun werk, traditioneel vaak ontspanning zochten in jacht op grote dieren in stille landschappen. Broederlijk zij aan zij met andere jagers.

Dat  getuigenis van Weston laat mij mooi toe nog een keer een van mijn vernieuwende perspectieven, metaforen over jagen te brengen:

Ook vandaag mag je de jager niet te veel aan banden willen leggen, want net als in de oertijd jaagt hij “’om te overleven”.

Indien je de jager zegt, “van mij mag je jagen, als je het doet om het vlees, om je honger te stillen, om te overleven, zoals de oerjagers” dan ben je met je maatschappelijke analyse eigenlijk een eeuw achterop. Vandaag zijn de buiken gevuld, dankzij een paar agrarische revoluties is er geen voedseltekort meer, geen vrees voor honger.

Maar sinds een paar generaties heeft de pijn zich verplaatst van de maag  naar het hoofd. Vandaag zijn angsten, uitputting, vervreemding en verslavingen, kwalen die zich afspelen “tussen de oren” het grote gevaar.

Naar buiten trekken en ‘een bad nemen’ met alle zintuigen op scherp in de stilte, zoals men in Bushcraft en Shinrin Yoku (bosbad) doet, of zoals de ornitholoog, de mycoloog en de jager dat doen, dat is een kwestie van op verantwoorde én originele (dit betekent, zoals het was in den beginne) manier je batterijen opladen, om de dagelijkse strijd goed te overleven.


Toemaatje

Het oogsten van de vruchten van de bomen vaart wel bij diversiteit

Toen ik in Kessel-Lo woonde, merkte ik herfst na herfst dat op een aantal plaatsen de lichtgele appels met hun zoete geur... op onbegrijpelijke manier niet werden opgeraapt of geoogst. Dat nam ik zo waar in de tuin van De School aan de Rerum Novarumlaan, en bij de vier grote appelbomen in de vallei van de twee missiekloosters bij Wimmershof, aan het einde van het Heidebloempad. Op beide plekken heb ik dan maar zelf appels geraapt, en er een lekker stoofpotje van gemaakt met behulp van ruwe rietsuiker en wat kaneel. De appels en peren in het parkje De Bron bleven ook vaak liggen rotten. Evenals de vele tientallen okkernoten die de vruchtbare boom levert in oktober in de tuin van het Justus Lipsiuscollege. Sinds enkele jaren merkt ik een kentering. Ik vind dat letterlijk  een zonde, een morele fout tegen de Schepper, tegen moeder Aarde begaan, als de mens de vruchten van bomen laat verloederen. Uit ongewone, onverwachte hoek is nu een kentering aan het komen. De boomgaard van De Bron zag ik door een buurman gretig bezocht worden, en hij gaf mij een extra draagtas voor mijn eigen oogst. Op een dag kwam er een Belgisch-Kroatische familie die het niet breed heeft en zij vulden twee caddi’s met de vruchten. Zij kennen en onderhouden nog de prakijk van het oogsten op “gemene gronden”, een vorm van “commons”. Intussen heb ik een gesprek gevoerd met een late vijftiger met mooie lichtbruine huid, die uit Syrië is gekomen, en in de publieke achtertuin van onze wijk bepaalde bladeren van wilde kruiden kwam oogsten in de vroege zomer. “Die gebruik ik bij het koken van gevogelte” antwoordde hij op mijn vraag. En in een ander park in Noord Leuven, zag ik onlangs een Belgisch-Marokkaans echtpaar met behulp van een zware stok okkernoten uit de boom gooien. Iets dat ik als kind nog had zien doen in Heverlee, door inheemse mensen. Die landgenoten van zuivere stamboom lijken vandaag met hun hoofd ergens anders te zitten. Ik herhaal het wat ik daar van denk: zonde.

Stef Hublou Solfrian

 Meer over jagen via onze blogs:

 http://community.dewereldmorgen.be/blog/stefaanhublou/2015/08/27/jagen-blijft-een-waardenvolle-activiteit-en-levensstijl


2017/09/21/hoe-ik-op-edelherten-joeg-in-de-achtertuin-van-de-koning-en-verantwoording-aflegde-in-het-parlement