about
Toon menu

Vlaams verdriet dat nooit verjaart. Een reflectie op de daden van de socialisten en partners in Leuven

donderdag 27 september 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • Gevallen en verlaten Vlaamse Leeuw op de harde Kasseien van een inheemse berg. Via Flickr.

In een Vlaamse stad als Leuven kan je momenteel  twee zaken stellen. Een, het gaat er goed. Als je de verkiezingsbrochure van de SP-A leest, weet je dat weer zo duidelijk. Het is een boekje van 27 pagina's met een bijna levensgrote foto van de kandidaat burgemeester met de Marokkaanse wortels, Mohamed, op de cover. Hij straalt zijn gewone  zwijgzaamheid & onpeilbaarheid uit, maar hij en zijn team weten mij te charmeren en tot geloof te brengen als ik na tweeëntwintig minuten het boekje uitgelezen heb. Mijn exemplaar ontving ik uit de handen van de jonge blonde medewerkster van schepen Verlinden, met de naam die met een X begint. Ik had haar al eens gesproken over de telefoon. Als betrokken burger meldt ik soms problemen of toestanden aan het kabinet van burgemeester of betrokken schepen. Mijn pad kruiste dat van de verstandig uitziende vrouw  in de avond, toen ik Fellow even uit liet. Het trof mij als een blijk van toewijding van de jonge generatie socialisten in Leuven dat de jonge dame moederziel alleen en geduldig haar persoonlijke bijdrage aan het bussen van de god weet hoeveel duizend exemplaren. Haar baas, schepen van Sociale Zaken en meer, Bieke Verlinden, schrijft bevlogen en sociaal bewogen essays die er best mogen zijn. Ik heb een bundeling van een deel van die stukjes die geregeld in de beste kranten te lezen zijn. Biekes uithalen  naar mistoestanden en verkeerde opvattingen op Facebook hebben eveneens mijn aandacht getrokken. Op een dag kon ik het niet laten, en schreef ik in een reactie boxje "U bent zo een vrouw  die mij de moed geeft door te gaan met leven en ijveren voor een betere samenleving".

Zeven minuten lectuur en duiding.


Verlinden is onmiskenbaar een dame van deze tijd met brains en met het hart op de juiste plaats. En er is meer, het palmares dat de socialisten van Leuven kunnen voorleggen na zowat een kwarteeuw Louis Tobback als kleine generaal-burgemeester, is al bij al indrukwekkend. De brochure zelf is ook een krachtige blijk van de dynamiek en de goesting om goed te presteren bij de Leuvense socialisten. Ze is bijzonder knap gemaakt. Met teksten in een foutloos, vlot en bij de tijds Nederlands; met een slimme reeks illustraties met portretten van de kandidaten op allerlei plekken in de stad, drie of vier mensen per keer, verspreid doorheen de brochure die de stad en de mensen die haar bewonen en hun verlangens en noden terecht centraal stelt. De makers  hebben soms  'getoverd': zo staat er een foto met bijschrift in het boekje die doet denken aan het beroemde striptitel van Vandersteen in de reeks Suske en Wiske, "De zwarte zwaan".  Jerom slaagt er op een dag in een wedstrijd met Lambik in een foto te bezorgen aan zijn krant van... de achterkant van de maan, die nog door niemand ooit was gezien.  In zijn geval is het geheim zijn liefdesrelatie met de ronde zigeunerin die in haar kristallen bol kan beelden oproepen. In het geval van de brochure van de SP-A gaat het om een mooie foto van de nieuwe fontein die is aangelegd aan het helemaal vernieuwde Herbert Hooverplein. Op de foto zien wij de mooie, veelzijdige en toch niet protserige fontein in werking, iets dat op dit moment nog bijna geen enkele Leuvenaar heeft meegemaakt, ook ikzelf niet, die toch bijna alle dagen door de stad trek als een Wolf in zijn vertrouwde habitat.  De waterpartij die gemaakt is op basis van een stadsplan uit de late middeleeuwen, is heel mooi en brengt een unieke menselijke sfeer, met al die hele kleine mensjes die er spontaan in gaan dansen, tasten en rollen. In mijn imaginaire innerlijke wereld gaat het om een kleine Yellowstone geiser in eigen stad.


Er is indrukwekkend veel initiatief ontplooid, door de coalities met de socialisten, voor de jonge gezinnen met kinderen. En er is veel groen bijgekomen, een persoonlijke, grote, diepe hartenwens van mijzelf sinds mijn ontwaken als menselijke persoon in de jaren zeventig, een hartenwens die vandaag van de meeste volwassenen in onze regio heeft bezit genomen, en waar de politiek meer en meer mee rekening houdt, ook onder druk van de gedrukte media die de betreffende verzuchting en dat verlangen telkens weer publiek maken.


Wel is het zo dat de echte armen nog te weinig gediend zijn door de opeenvolgende gedeeltelijk rode coalities. Terecht  nemen de nog linksere partijen een ferme reeks beloften op in hun programma op om sneller meer sociale woningen te bouwen. En om alleenstaande moeders tijdiger te spotten en met meer daadkracht bij te staan. Ik vraag mij wel af of dat soort maatregelen tot de wereld der echte mogelijkheden behoort, want in de praktijk zijn er procedures en belangen die remmend werken. Een maatschappij voor betaalbaar wonen als Dijledal doet bijvoorbeeld goed werk, zowel wat de standaard kwaliteit van de woningen betreft als inzake de sociale en organisatorische omkadering naar de (kandidaat) huurders, maar die organisatie beschikt helaas over een heel beperkte slagkracht wat  kapitaal en werkingsmiddelen betreft.  Er is nu een bestand van een 3500 woningen, geloof ik, maar de wachtlijsten voor de meeste typen van woningen bedragen meer dan vijf of zeven jaar... Een overzichtsartikel in een degelijke krant bracht deze lente uit dat de situatie in de meeste gemeenten niet veel beter is in Vlaanderen.

Ten tweede, het is ons duidelijk dat deze stadsgemeenschap niet aan de ziekten van deze tijd ontsnapt die heel Europa in haar greep hebben, of zelfs de wereld. Ik leg met doktersplezier wel even de vinger op  een paar van die ziekten. Geregeld kruist mijn pad, als voetganger of als fietser, bijvoorbeeld stappers die net niet tot een botsing met me komen doordat ze in hun schermpjeswereld verzonken zijn. De eerste gevallen van tragische ongevallen met doden zijn al gemeld. Je kan maar beter op waakzame manier de urban jungle betreden en doorkruisen, als je kans wil maken via nageslacht voort te leven, mevrouw Evolutie is ongenadig voor wie haar uitdaagt. Een ander voorbeeld: de apotheken, daar is het bijna altijd tien minuten aanschuiven. Mensen voelen zich niet gezond, hebben een hang naar wondermiddeltjes om zich beter in hun vel te voelen. Dat is toch straf, in een welvarend land. Een derde pijnpunt: de straten en parkeerplaatsen van de supermarkten bulken in mijn stad van de overdreven grote wagens. Als de wetenschap een middel zou vinden om de giftige gassen die deze Sports and Utility Vehicles de wereld in blazen, zichtbaar te maken, het schandaal zou pijnlijk groot worden. Overcapaciteit uit laakbaar snobisme. Schijn vooruitgang en schijnrijkdom op de kap van de gezondheid en levensduur van de medemensen, van zichzelf (de gassen dringen vaak ook de eigen cockpit binnen en iedereen is wel eens voetganger), en vooral op de kap van moeder planeet aarde. Meer dan dertig procent van het wagenpark bestaat intussen uit van die grote, 'sportieve' wagens;

het beeld dat je krijgt is bijna dat van een gemeenschap waar iedereen zich in het diepst van zijn gedachten een koning waant, en daar zijn vervoermiddel naar kiest, zonder gezonde schroom of gezond besef van eigenwaarde.



Een bijzondere kwaal die meer in de psychologische sfeer ligt, kwam ik nog eens concreet op het spoor toen ik de overigens bruisende stedelijke kunstacademie SLAC binnen stapte op woensdag, een van die bonus dagen van de nazomer, met aangename temperatuur en prachtig zonlicht. Na mij een overzicht van de tentoonstelling van werkjes van de cursisten te gunnen, stap ik het secretariaat binnen op de verdieping. Ik wil mij informeren of er cursussen Danstheater aangeboden worden. Die tak van de kunsten is mij zeer bevallen, toen ik die twee jaar heb beoefend in de jaren negentig. Als ik de deur open, is de bediende, de secretaresse, in een intens gesprek met persoonlijke tonen gewikkeld met een man van haar leeftijd, van een jaar of 43 die aan mijn kant van de balie staat. Bijna voel ik mij teveel. Toch ga ik de paar passen naar de witte borstwering en kijk ik haar en hem zwijgend aan. De twee ronden hun gesprek af, de kerel vertrekt. Als inleidende zin op mijn vraag, zeg ik dat ik al een paar cursussen heb gevolgd in deze kunstschool. De vrouw in kwestie onderbreekt mij onverwacht nadat ik nauwelijks zes seconden heb kunnen spreken en voor ik mijn vraag heb kunnen stellen. "Ja, maar in welke categorie heb je al les gevolgd, of zit wat je zoekt?! Ik moet het nummer kennen". Na een stilte antwoord ik bedaard, terwijl ik de vrouw met halflang donkerblond haar in de ogen kijk: "Mag ik alstublieft een paar zinnen zeggen en mijn vraag afmaken? Ik weet het antwoord op uw vraag niet, daar gaat het net om."   Al snel blijkt dan dat er wel Dansopleidingen in het aanbod zitten, maar geen Danstheater. Ik verlaat de ruimte met een nieuw vraagteken. Want wat mij in dit korte gesprek opvalt, is dat een functionaris m/v die te weten komt dat je "van  het Huis bent", meteen niet meer zo respectvol is in zijn/haar opstelling als je mag verwachten. Waar kan dat soort houding vandaan komen? Het is toch niet omdat ik twee, drie jaar dictie en voordracht heb gevolgd, en twee jaar terug twee jaar Algemeen Vormende Kunsten, waaronder keramiek en schilderen, dat ik in een soort positie van compliciteit met het personeel van het instituut verzeild ben geraakt, of meer nog, dat de professionals in kwestie een vorm van macht over mijn persoon verwerven, of het recht neerbuigend om te gaan?


Ik heb hier over nagedacht, en die vreemde, nogal onheuse cultuur lijkt mij verband te houden met iets dat in onze Vlaamse gemeenschap bijna nooit expliciet in woorden uitgedrukt wordt, maar dat allicht typerend is voor de hedendaagse cultuur. Het komt er bijna op neer dat de persoon die tot de Familie betreft, in het kruis mag getast worden. Heel snel wordt de toon overdreven familiaar. Het volgende citaat uit het christelijk opinieweekblad Tertio van 12 september mag u duidelijk maken dat mijn interpretatie niet noodzakelijk vergezocht is.  In de column van An Haekens, Ouderen psychiater en hoofdarts van de Alexianen Zorggroep Tienen met als titel "Pijn die nooit verjaart" (p. 5), lezen wij:


"Het kindermisbruik in de kerk lijkt de grootste uitdaging voor paus Franciscus. (...) Psychiaters worden dagelijks geconfronteerd met de gevolgen van misbruik op jonge leeftijd. Onderzoek toon taan hoe sterk dat geassocieerd is met problemen op volwassen leeftijd. Psychische klachten als gevolg van seksueel misbruik kunnen zijn: depressie, angst, eetstoornis, verstoorde seksualiteitsbeleving, middelenmisbruik en suïcidaal gedrag. Lichamelijke gevolgen kunnen zijn: chronische pijn, hoofdpijn, gynaecologische problemen, chronisch vermoeidheidssyndroom, cardiovasculaire aandoeningen, darmproblemen. Uiteraard hebben niet alle mensen met die aandoeningen een voorgeschiedenis van misbruik en ontwikkelt niet iedereen met een misbruikgeschiedenis die aandoeningen. Maar de gevolgen zijn omvangrijk en persistent. (...) Het misbruik in de kerk wordt nu een halt toegeroepen, maar op andere plaatsen blijft het ondenkbare gebeuren: in sport- en andere verenigingen, maar ook en vooral in familiale context. Wellicht is dat een van de laatste taboes. - De slachtoffers kampen met machteloosheid en verminderde zelfwaarde, wat niet verwonderlijk is: hun lichaam werd geschonden, ze werden uitgebuit, misleid, verlaten."


Een kentrek van deze tijd die belangrijke observatoren al een jaar of tien verwoorden, is dat er woede in de lucht hangt, veel meer dan in de jaren zeventig of tachtig. De grofheid in de communicatie toeneemt toe. Dat merken wij natuurlijk vooral op de sociale media, en de discussiefora van de pers op internet zijn om die reden bijna volkomen afgeschaft na een eerste bloeitijd rond 2008-9.


Er hangt woede in de lucht. Er lijkt een soort wraakzucht mee gemoeid. Velen willen anderen pijn doen, hard aanpakken. "Kordate aanpak van criminaliteit" lees ik als een van de  hoofdbekommernissen in de naar verhouding zeer klein en dun uitgevallen verkiezingsbrochure van het Vlaams Belang die net in de bus viel.


Denk verder aan de boze,  harde twittertaal van rechtse politici en minder ontwikkelde en niet zo gefortuneerde personen (?) over mensen op de vlucht; in de zucht naar wraak, bijvoorbeeld naar misdadigers;  in de woede over politici als graaiers; en in de woede over maatregelen die het pensioenstelsel een beetje veranderen...   Wel, ik ben geneigd deze "oorlogszuchtigheid" te koppelen aan de adviezen die de arts Haekens in haar slotparagraaf meegeeft over de weg die moet begaan worden om slachtoffers van (emotioneel en seksueel) misbruik in de jeugd recht te doen:


"Die begint met erkenning van de slachtoffers, zoeken naar de wortels van misbruik in de eigen traditie, in machtsstructuren en in oude genadeloze ethiek, en [wij moeten] ruimte laten voor verdriet en woede".



Om het met een boutade te zeggen: de politieke partij niet graag ziet dat de meest rechtse partijen veel stemmen halen, die kan trachten de mensen meer te verzorgen met hogere inkomens, dito koopkracht, betere kansen op de woonmarkt, meer groen, meer speeltuinen en kinderopvang, een eerlijk gedrag en ethische omgang met fondsen. Maar met recht en rede lijkt evenzeer  nuttig honderdduizenden meer kansen op therapeutische gesprekken te bieden. Vele Vlamingen lijken immers in het ouderlijke gezin op een aantal manieren misbruikt en misleid zijn. En omdat zij daar door het heersende taboe niet kunnen over spreken of schrijven, woekert er een grote onrust in hun ziel. En hebben zij de neiging respectloos en waar mogelijk op woedende manier met anderen om te gaan.


Misschien heeft het Vlaams Belang in zekere zin een schitterende, waarheidsgetrouwe slogan met "Onze mensen eerst". En dan denk ik zelf niet aan allerlei methoden om "andere mensen"  neer te halen, maar aan hulp bij het verwerken van de trauma's die Vlaamse mannen en vrouwen in de jeugd zijn aangedaan. Vaak in het eigen gezin.