about
Toon menu

Stropers zijn het beste materiaal om een goede boswachter uit te maken

maandag 10 september 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • Ook Abu Dijab is een voorbeeld van het feit dat een mens niet altijd een onvoorspelbaar lastpak hoeft te blijven.

Het land staat weer eens op zijn kop. Een slimme kijker heeft gemerkt dat onze Politiemacht bij het rekruteren de eigen reglementen soepel toepast. Dat komt zo, verklaren zij zelf, omdat er grote druk is om meer mensen in dienst te nemen. Zowat alle niveaus roepen daarom. Meer blauw op straat, de politie is je vriend, wie zal ons anders beschermen tegen dolgedraaide medemensen met Arabische roots enzovoort. Ik wil zonder onrust dagelijks mijn job kunnen doen, mijnheer de minister. Meer politie mensen! Als de president van de USA op bezoek komt in Waregem, dan hebben gauwdieven aan het Brusselse Centraal station 24 h vrij spel... Onlangs kwam ik een paar politiemensen tegen, een man en een blonde vrouw, die tot mijn vreugde eens een patrouille deden in het park Keizersberg. Patrouilleren. Gewoon komen kijken, aanwezig zijn, en als het moet, vanuit je kracht ingrijpen, wat een mooi principe is dat! Die mensen bevestigden in een gesprek dat zij nu kunnen komen, omdat de spanning  rond terroristen is afgenomen. Je kan een mens niet in drie hakken.

A l'impossible, nul n'est tenu.


En dan zien wij nu ineens, op aansturen van de overigens vele dagen zeer degelijke krant De Standaard, dat er heisa ontstaat omdat blijkt dat jonge mannen worden toegelaten tot de opleiding die wel eens drugs hebben gedeald of die wel eens met iemand een robbertje  hebben gevochten. (Een robbertje uitvechten, nota bene, is er eigenlijk iets in het bestaan van een jonge vent dat meer diepe, bijna vreugdevolle voldoening geeft? Wees eerlijk. Als je dat niet kunt bevestigen, dan ben je aan een gewetensonderzoek toe of je niet tot de categorie boekhouder, kamergeleerde of pennenlikker moet behoren).


Neen. Wat ik hier zie gebeuren, naast de démarche van de betreffende krant die wil verkopen ("abonnementen, dat is wat wij u willen verkopen, geen waarheid"), dat is een kruispunt van blinde vlekken die in het spel treden.
Ten eerste, herinner je de diepe waarheid over het menselijke functioneren die in onze taal, in bepaalde uitdrukkingen ligt ingebakken, opdat vele generaties er nog zouden van kunnen profiteren, in tijden zonder vaste schijven. Zie de titel. Hoe kan de huidige controverse ook maar kiemen, als de betrokken journalisten ernstig hadden nagedacht over deze zegswijze. Of is nu echt enige kennis van de jacht en de stroperij  nodig om ze te vatten?


Ten tweede, we leven in hardvochtige tijden. We hebben het zelf aangewakkerd, het leek een road to heaven, dat collectieve egoïsme. Wie geld verdient, die mag dat zelf uitgeven. IN vroeger tijden deelden de mensen het fruit uit hun tuin, zoals de Inuit het vlees van een gejaagde kariboe of rob met iedereen in het dorp delen. Toen er geld in de economie kwam, verdween die gewoonte, en zaten sommige Eskimo's, die geen job in de fabriek bemachtigden, dagenlang doelloos voor de tv. Arm. De Job Habers toonden intussen ostentatief hun rolletje dollars. Het is een pervers effect van een economie die overigens goed draait.


Door dat economiSme zijn we vroegere paradigma's gaan verwaarlozen. Zoals het tot onze traditie behorende christendom, dat er de nadruk op legt dat mensen kunnen verbeteren. Dat een mens zich kan "be-keren", een ommekeer kan maken tijdens zijn levenstraject. Wij zijn gaan verwaarlozen de grote kracht die er in een "pardon" kan schuilen. Vergiffenis is niet meer sexy maar verdorie, daar schuilt een grote kracht in.
En neem het van me aan, je kan zelf voorbeelden te over vinden, een mens kan op een dag, ook juist als hij vertrouwen krijgt en perspectief (!), het betere pad opgaan.
Denk aan Farid, de dolle Belgische Arabier, die  na enkele jaren het lastigste "element" in onze detentiehuizen te zijn geweest, de schrik van de cipiers en de minister, tot een brave vent met zin in een goed leven is geëvolueerd. Zoals Rik Torfs, die zoals u weet meer dan een decennium dé hoorbare Stem van de Christenheid in ons gewest is geweest, die wel over drie levens leek te beschikken, en nog altijd, op zoveel plaatsen duikt hij op om in heldere taal en met dapperheid standpunten te geven en onwijsheid te ontkrachten die gemeengoed is geworden. Wel, het is een publiek geheim dat de man in de schooltijd een kneusje was, een jongen die zozeer door bepaalde volwassenen was geïntimideerd, dat hij schuw en teruggetrokken, zo min mogelijk van zich liet horen.

Misschien dacht de kleine Rik: laat mij dit bestaan in België maar eerst eens goed doorgronden, en dan pas zal ik mijn stem verheffen, op die dag zal iedereen van mij horen!


Zoals Albert Einstein naar verluidt pas rond zijn derde verjaardag begon met spreken, maar dan meteen in lange volzinnen.

 

Reporters, hou op met het zwart maken van die kandidaten. Ook de burgers die nu vloeken op de formeel gebuisde kandidaten die toch op hoop leven politie inspecteur te mogen worden, wees niet zo puriteins in je eisen. Wie nooit heeft gezondigd, mag de eerste steen gooien. Maar doe dan wel voorafgaandelijk het vereiste heldere, eerlijke Gewetensonderzoek.

Laat mensen met hun eigen expertise en zin voor verantwoordelijkheid hun werk doen. Leg niet op elke slak zout. Minister, zet je ondergeschikten uit de wind. Rekruteerders, ga door met je werk.
Het zal mij veel plezier doen als ik in de komende jaren al eens in straten, parken of pleinen een klapke kan doen met een politieman met een kleurtje, of met een boksersneus, al dan niet geflankeerd door een blondine van Vlaamse bodem die haar collega tijdens momenten van hard samen werken heeft leren waarderen en respecteren.


& Laten wij de persjongens toch niet altijd zo snel nalopen...

En onthoudt het voortaan, in alle sectoren geldt:

De taaiste, de meest creatieve, de dapperste en sluwste oud -stropers bieden het beste materiaal om goede Boswachters van  te maken.

 

Toemaatje: dezer dagen gaat het in de media over de waarde of het gebrek daaraan van een opleiding Latijn  en Grieks. Persoonlijk was ik in de derde Latijnse C gefascineerd door meer dan één passage in de teksten van de grote Romeinse schrijvers. Zo bleef ik innerlijk lang stil staan bij de merkwaardige vaststelling van de fenomenale redenaar Marcus Tullius Cicero (106 v.Christus - 43 v. Cristus), die in de beroemde Catilinarische redevoering een opstandeling, een jonge man van goede komaf, maar met agressieve en manipulatieve levenswandel, trachtte te laten veroordelen. Cicero merkt op:

 

"Het is niet altijd zo dat losbollen in de tienerjaren voor altijd verloren zijn. Het is juist vaak vertoond, dat juist de jongelingen met de meeste opstandigheid en rafelige randen aan het karakter tijdens de jonge jaren, later het beste materiaal bleken op te leveren om degelijke, eerbiedwaardige en invloedrijke burgers te worden".

 

In deze gevleugelde woorden ligt steun en hoop verscholen voor alle scholieren en voor alle kandidaat politiemensen, me dunkt.