about
Toon menu

Vooruitgang realiseren: volgens Roger Scruton ook te bereiken door... te gaan jagen

zaterdag 1 september 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • Deze drie hertenkalfjes bleven even staan kijken toen ik hun pad kruiste op een wandeling in de morgen ten zuiden van Dublin.

Sinds half oogst (15 augustus) gaat traditioneel de jacht op de watervogels open. In september opent de jacht op haas en fazant. Nog later volgen andere soorten. Deze regeling is letterlijk eco - logisch: in harmonie met de levenscyclus van de betreffende diersoorten. In de lente, wanneer de dieren jongen zetten of nesten maken, is er "schoontijd", dan jaagt de jager niet. Uitzonderingen komen voor, zoals de jacht op de reebok in mei, en die houdt dan op haar beurt rekening met de logica en de eerbied voor de soort en de kansen op doeltreffend jagen, met minimale verstoring van de dieren in hun territorium. Bij deze gelegenheid pikte ik een boekje op uit mijn bibliotheek. Het blijkt recepten te bevatten die de mensheid een beetje deugd kunnen doen. Ik wijd er graag een recensie aan, naar goede gewoonte gelardeerd met persoonlijke ervaringen en visie.

Het is de eerste september, de zaterdag voor de scholen hun krioelende mammoet taak, het opvoeden en vormen van onze jeugd weer opnemen. Ik kijk de kranten van het weekeinde in. In twee dagbladen krijgt het onderwijs in Vlaanderen een beetje stevig de les gespeld. Het Laatste nieuws heeft wel twaalf vakken opgelijst, de helft in het secundair, waarvoor de resultaten allemaal neerwaarts gaan tegenover een tijd terug. Achteruitgang dreigt dus. Rik Torfs zit, zo blijkt in Het Laatste Nieuws, voorlopig nog bij onze tegenvoeters in Australië. Hij heeft het in zijn column eveneens over "Vooruitgang". Hij ziet die in Melbourne en overig Australië met rasse schreden plaats grijpen. Zes nieuwe dammen komen in het Noorden van het reuzeneiland, om meer groenten te kunnen kweken voor export. Mijn goede kennis, de universalist onder de Leuvense proffen, ziet daar geen graten in; van de rampen voor de ecologie en de landelijke mensen die dammen van Latijns Amerika tot China hebben gebracht, maakt hij ofwel even totaal abstractie, wat je goed recht is in een kleine column natuurlijk, ofwel  heeft hij die kritische berichten straal gemist in de media. Zou kunnen. Het is niet omdat je een beetje tweelingbroers bent in denken, dat je dezelfde media scant. Op Facebook deel ik steevast zelf berichten van Survival. Terwijl al vele verenigingen, van de JNM in eigen regio tot WWF en Greenpeace actief in vele anderen, het opnemen voor zeldzaam wordende diersoorten, is er naar ik geloof, nog slechts één ngo die wijselijk heeft ingezien dat ook menselijke culturen, en dan zeker die van mensen die in volle natuur weten te leven, op een sobere, niet-vervuilende en het hart deugddoende wijze, best ook steun en redding met het oog op volgende generaties verdienen.



Het is maar de vraag of, als je écht diep nadenkt, de ware vooruitgang voor onze natie, onze cultuur en beschaving, zou liggen in meer samenhorigheid om sneller grote bouwprojecten tot stand te brengen. Torfs vindt dat Brussel niet meer zo mooi is. Vele andere hoofdsteden doen beter. Is dat vooruitgang, echt?

De Visie, (het is meer een cluster, een bijenkorf raat van onderling verbonden overtuigingen en inzichten), die ik zelf huldig over wat de Maatschappij ten diepste nodig zou hebben om de mens van  nu en morgen voldoening en innerlijke vrede te brengen, krijgt alleszins maand na maand meer positieve evidentie. Herinner u mijn blog waarin ik op sterk verontwaardigde toon, ik geef het toe, aandacht eis voor het gebrek aan openbare toiletgelegenheid in steden als Leuven? Eergisteren bracht De Morgen een groot stuk dat als leidmotief heeft dat die vraag intussen in vele Europese en Wereldsteden gesteld wordt.

Herinner je ten tweede mijn pleidooi voor meer borstvoeding en affectie voor de kinderen in hun eerste duizend dagen.  Kindjes die in onze eigen taal enkel maar met onnozele termen benoemd worden als peuter, maar die in het Engels "infant" heten. Intussen dragen ouders overal op de planeet hun jongste telgen op borst en rug, dag in dag uit. (Zie de link naar mijn pleidooien onderaan dit stukje).

Over het artikel, zowat vijftien minuten leestijd, dat in 2003 in Tertio verscheen over het belang van contact met hout, planten, bomen en bossen, "Het bos als boek van God" vertelde ik  vorige week al. Toen kreeg zulke visie tegenwind van lezers in brieven, misschien al te burgerlijke denkers. Tegenwoordig is "Natuurtherapie" een grote trend wereldwijd. Momenteel zijn bij ons in het Nederlands al drie degelijke werken verschenen met die thematiek als centrale thema. Zoals dat van Yoshifumi Miyazaki met als titel "Shinrin Yoku. De Japanse kunst van het bosbaden. Dompel je onder in het bos voor ontspanning en gezondheid" (Spectrum uitgeverij). Zonder overdrijven, van in mijn prille jeugdjaren leef ik, door krachtige en kwetsbare intuïtie gedreven, volgens groene principes die nu eindelijk naam maken en een miljoenen business worden. Mijn gewezen professor Reginald De Schrijver, naast historicus ook een verfrissende denker bij leven, was verwonderd toen ik hem tijdens een ontmoeting in het park bij het Erasmushuis heb bevestigd dat ik niet alleen zo vaak mogelijk grootse landschappen opzoek, zoals de Hoge Venen gisteren, maar ook bij tochtjes te voet door de stad steevast mijn route langs zo veel mogelijk groene plekken leg. Op de trend van Bosbaden en Natuurtherapie kom ik graag in een latere tekst terug.

---------------

Vandaag wil ik even aandacht geven aan een andere 'Cause' waar ik mij levenslang voor heb ingezet: eerherstel voor en promotie van de waarde van de jacht op wilde dieren in de natuur, en van de figuur van de natuurverbonden, eerlijke, sobere jager. Al drie of vier keer heb ik dat thema bespeeld via deze blog. Sommigen zien in mij de enige echte Ideoloog van de Jacht in Vlaanderen, die met zijn bijdragen aan het maatschappelijk debat op dit vlak, de toekomst van de jacht heeft gevrijwaard. Waar voordien vele betrokkenen in de jaren tachtig en negentig hard vreesden voor eeuwigdurende afschaffing van hun passionele  pastorale bezigheid.



Dat Stef overigens op vele vlakken blijkbaar wel wat dieper heeft rondgekeken, nagedacht, gelezen en geschreven, is overigens niet vanzelf gekomen. Als kind werd ik in de mal gedrukt van redder van gezin en samenleving. De aangeboren begaafdheid werd daarbij als een argument bij het appel gebruikt. Zo wordt je, na vijftig jaar monomaan doordoen op het enige pad dat je mogelijk lijkt, een homo universalis, een intussen zeldzame mensensoort. Het soort Professor als het ware, dat onze beste stripverhalen bevolkt. Misschien mag ik verzuchten, een mens moet zijn Lot dragen, dat al evenzeer als in Odysseus' tijd, grotendeels voor hem vastgelegd wordt, door medemensen én Goden. Alle welvaart, vrijheid en Verlichting ten spijt. Daar is zelfs Dirk Dewachter van overtuigd, dé Stem van de psychiatrie, die overigens in de wandelgangen al eens eerlijk opmerkt dat hij zelf niet abnormaal hoog begaafd is.



Als scherp instrument om duidelijk te maken dat Jagen niet alleen iets is van het verleden, maar altijd zal deel uitmaken van de goede toekomst voor de mens, neem ik er een van de beste boeken die daarover zijn geschreven bij, het niet eens zo dikke, in klein formaat met harde kaft gestopte  "On Hunting". Het is van niemand minder dan de internationaal zeer gerespecteerde filosoof Roger Scruton. Hij is in Vlaanderen onder anderen bekend door mediatieke momenten van samenwerking met filosofe, schrijfster en programmamaakster Alicja Geskinska (zelf bekend van het interview programma Wanderlust op Canvas, met haar prijswinnende roman over de liefde, en via lezingen in en buiten Leuven). Ook collega filosoof Willem Lemmens, actief op Facebook en echtgenoot van een van de bekendste gezichten van Vlaanderen, Terzake presentatrice Katleen Cools, is zeer over Scruton te spreken en ging deze lente nog blij glimlachend samen met de Brit op de foto.


Roger Scruton is ook voor mij al vele jaren een favoriete filosoof. Hij heeft faam verworven met heerlijke essays als ‘Waarom cultuur belangrijk is”, “Schoonheid - On Beauty” en met het verrassende “Het nut van pessimisme en de gevaren van valse hoop”. Die werken verschenen in zijn moedertaal, maar ook in vertaling in de onze. Een commentaar die ik mij herinner uit de Sunday Times luidt: “Denkers van dit kaliber zijn op het ogenblik schaars”. Dat vind ik ook, en daarom kocht ik zijn werk over ecologie in een van de vestigingen van de boekhandel Waterstones, toen ik in Londen was, "Green Philosophy. How to think seriously about the planet". Door andere zelfgekozen taken en bepaalde verplichtingen, kwam ik er nog niet toe het te lezen. De opkomst van de Shinrin Yoku-beweging maakt die taak, die ongetwijfeld ook een waar plezier zal zijn, weer actueel.


Dat de filosoof Scruton ook een gepassioneerd jager is, was me als secretaris van vzw De Vlaamse Jager al bekend, en het was met vreugde dat ik op bepaald moment vernam dat de filosoof zijn visie op die natuur verbonden passie met wortels in de diepste lagen van de (mannelijke) mens, in een boek heeft onder woorden gebracht. Mijn favoriete boekhandelaar, Peeters aan de Bond, kon mij het werkje bezorgen en de lectuur heeft geboden wat ik ervan verwachtte.


Je moet niet aan het lezen ervan beginnen als je niet goed Engels kan lezen, maar dit is in elk geval wel een autobiografisch essay dat volgens mijn prognose nog beslist drie tot vier generaties natuurliefhebbers, jagers, filosofen en wereldverbeteraars te denken zal geven. Het is te hopen dat het werkje, dat nu uitverkocht is, spoedig opnieuw in druk verschijnt, en dat er een uitgever gevonden wordt voor een editie in het Nederlands.



On Hunting is een erg persoonlijk verhaal geworden, hoe kon het ook anders, het gaat over jagen. Dat is een activiteit die bij elke beoefenaar diepe en daarom altijd persoonlijke sentimenten en gedachten brengt. Als lezer kwam ik bovendien binnen in de vriendenkring van de denker en dichter die met volle teugen leeft en handelt. Scruton was al een gerenommeerde hoogleraar en publicist toen hij op een bepaald ogenblik bij toeval met de jacht in aanraking kwam. Rond die tijd verwierf hij redelijk grote sommen geld door rechtszaken te ondernemen tegen lasterlijke commentatoren op zijn filosofische standpunten, en die ook stuk voor stuk te winnen. Met behulp van dat kapitaaltje heeft Scruton in de loop van korte tijd  zijn leven omgegooid. Na zijn kennismaking met de traditionele “Fox Hunting”, de Engelse stijl Jacht-te-Paard en met de honden meute op de vos, daar wilde hij vanaf dat moment graag zijn leven rond inrichten!

Scruton heeft zich een paard gekocht, bij vrienden verwierf hij het strikt noodzakelijke chique en stevige jacht kostuum, en gaandeweg besloot hij uit de academische wereld te stappen. Hij gaf zijn hoogleraarschap in het Verenigd Koninkrijk op, om zich volledig aan het schrijven te wijden, over onderwerpen waar hij zelf zin in had. Daarbuiten kon hij zich dan met hart en ziel wijden aan de jacht te paard. Die jachtwijze beoefent hij sindsdien in "een van de mooiste landschappen van Europa", Wiltshire, met zijn beroemde glooiende heuvels, de Wiltshire Downs. Een regio waar mijn moeder dus in de jaren vijftig  als gouvernante bij Major Addington heeft gewerkt, en waarover zij soms herinneringen ophaalde voor de beide zonen.  Scruton kocht er zich een boerderij. Wanneer hij kort daarop een docenten opdracht aanvaardde in Boston, USA, en bleek dat hij onvermijdelijk moest doceren in de herfst, was het voor hem ondenkbaar daarom het jachtseizoen in Wiltshire op te geven. Hij heeft toen enkele jaren in dat mooie seizoen  op vrijdag  het vliegtuig naar Engeland genomen, om een weekend lang  zijn hart op te halen met de lange jacht. In het Frans heet dat la chasse à courre, maar op het vasteland is zij meestal op Roodwild, herten gericht. Daarbij worden de jagers bijgestaan en gediend door de meute honden, in het UK vaak Beagles, en de paarden, en verder door de drijvers, de zogenaamde beaters,  en door de traditionele groepjes enthousiaste toeschouwers. Het gaat hier om een eeuwenoude, heerlijke traditie waarbij de centrale figuur niemand minder is dan Reinaard de Vos.

Ik heb zelf ervaring in de kleinwildjacht en in de jacht op het rode hert, het ree en op Zwartwild (evers), maar het boek leidde me de veelkantige wereld van de jacht te paard met de meute binnen, en dat een interessante ervaring. Als gewezen jager weet ik overigens al te goed hoezeer het een moeilijke opdracht is, waar veel tegenwoordigheid van geest voor vereist is, veel helderheid in het denken en voelen, en vaak helaas ook veel dapperheid, de emoties en zingeving van de jacht en de jager uit te leggen in gesprekken of teksten met gerede tegenstanders. Scruton kwijt zich in zijn werkje On hunting tegelijk meesterlijk en speels van deze taak. Na het lezen ervan  begrijp ik nog beter dan voorheen, hoe bij  mijzelf een waaier van de meest diepmenselijke, de meest oude, traditionele interesses en aandriften, verlangens gaan spelen wanneer ik mij begeef in deze buitenactiviteit die rond de wilde dieren draait. En de jacht draait evenzeer, laten we trachten dat nooit te vergeten, rond de intense sociale band die er bestaat met de jagersvrienden.


Als door de wol geverfde denker en schrijver overtuigt Scruton met zijn standpunt dat er niets opbouwenders en aangenamers is dan de moderne wereld te verlaten en je aan het jagen in groep over te geven, in het goddelijke gezelschap van goed afgerichte en gretige paarden en honden.


Zijn stijlvolle, krachtige taal en trefzeker gekozen woorden maken het  fijn lezen en wel zo overtuigend als discours. Het is  niet de jager is die 'gekke' of 'verkeerde' dingen doet, maar de maatschappij van vandaag gaat in de fout. Als systeem op zich, én wanneer zij (bijgevolg) de jacht betitelt als achterlijk of wreed. Die samenleving is inderdaad niet toevallig zélf op vele vlakken in crisis. De oplossingen voor vele van haar prangende problemen liggen net verborgen in wat de jager doet en wat hij of zij als waarden en principes, maximes kiest.



On Hunting is een pareltje dat je doet geloven dat de redding van de wereld kan komen van het  behouden en stimuleren van het plattelandsleven en de jacht

Eens te meer blijkt hier, het mag terloops opgemerkt worden, hoe zinvol en verstandig het is, de goede raad van Christus op te volgen: heb je vijanden lief; bid voor hen.
Want is het niet vaak een onderbewust verzet van ons eigen denken, dat de hitte van de afkeuring veroorzaakt naar andere mensen of culturen, waarvan wij onderbewust het vermoeden hebben dat zij beter bezig zijn, dat zij drager zijn van interessante oplossingen? Oplossingen die naar wij impulsief menen, teveel tijd of energie vragen om ze over te nemen en toe te passen. De vreemdeling is drager van inspirerende Geheimen, zoals de Bijbelse auteurs herhaaldelijk aangeven. Zo ook de vreemde figuur van de jager.


Crisissen stapelen zich intussen inderdaad voor de mens merkbaar op, in toenemende mate, zo lijkt het soms. Zowel in de economie, in milieukwesties (klimaatverandering en vervuiling, de toenemende schaarste van grondstoffen zoals aardolie en ertsen, water ook),  in de politiek en het leiderschap, in de kerk, op het pad van de gelovige mens, in de moraal... En dan zijn er nog de vele stress-gerelateerde mentale ziekten en problemen, don't get me started...



Scruton zou zichzelf niet zijn als hij en passant niet een overtuigende 'geschiedenis' geeft van hoe het zo ver is kunnen komen. En hij biedt ook advies aan, over  wat wij kunnen doen om datgene te bewaren dat waardevol is en mensen deugd doet. Zogenaamde Good Practices die ons weg kunnen leiden van de gesels en horzels van deze wereld, zoals de vervreemding, de onverschilligheid, de contactarmoede, het overmatig cynisme, het nihilisme, vele vormen van wanhoop en van verslavingen.


In de visie van Roger Scruton zijn het de traditionele beroepen, van de mandenvlechter tot de jachtwachter, de biologische tuinder en de kleinveehouder, het landbezit en de jacht zelf, die de goede profielen bieden, bezigheden en gewoonten die de wereld zijn wortels kunnen teruggeven. Die de mensengemeenschap kunnen beletten verder te verloederen.



In die analyse volg ik de filosoof en jager zeker, ook al heb ik op één punt wel wat bedenkingen. Scrutons visie lijdt wat aan eenzijdigheid, hij laat zich lichtjes meeslepen door zijn nadruk op het lokale en de eigen cultuur. Door eigen Sitz im Leben, zie hoger hoe onze moeder de Engelsen ging bijstaan en van hen leerde en loon ontving, en bepaalde persoonlijke ervaringen, zoals mijn huwelijk met een sterke madam van Igbo origine, is mijn standpunt er een van meer waardering voor de revitalisering die immigranten uit (w)arme landen voor onze cultuur, ons geloof, en onze economie kunnen betekenen.


De vader van Scruton, Jack, heeft in elk geval grote invloed gehad op Roger, en naar deze laat uitschijnen was dat niet altijd een sereen & opbouwend gebeuren. De staande uitdrukking zegt in dit verband niet onterecht dat het ware genie vaak weet te gedijen op... de mestvaalt. Vader Jack Scruton was een gewone arbeider en hij kon geregeld koppig en ook wel keihard uit de hoek kon komen.  Toch cultiveerde de man een grote affiniteit met het traditionele platteland, zowel wat de schoonheid ervan betreft als de levenskracht van een goed lopende landelijke economie. Staatssubsidies en de aanzuigkracht van de steden maken veel kapot, dat inherent zeer goed is, zo denkt de zoon er over. Scruton geeft aan dat hij tot op het hoogste niveau heeft kunnen studeren, enkel omdat hij uitzonderlijk verstandig was, en reeds als jongeling op zeer energieke manier in het leven stond. Dezelfde levendigheid en kracht kenmerkt ook altijd zijn taal en stijl. De woordenschat van On hunting is rijk en beeldend, de stijl helder, swingend zelfs, en vol leuke vergelijkingen en fijne anekdotes. De ideeën en de perspectieven die de auteur oproept zijn helder en overtuigend. De jacht, die ook bij ons zonder goede grond door een belangrijke, luidruchtige minderheid van burgers vanuit r(a)uwe voor-oordelen werd verguisd, In het eerste decennium  best de steun van een dergelijk boek gebruiken en eigenlijk wel tot op vandaag. Ik heb het boek daarom in het jaar tien persoonlijk van een recensie voorzien voor de jagersverenigingen in ons land, de Hubertus Vereniging Vlaanderen (HVV). Toen ik Scruton de vertaalde recensie via mail toestuurde, schreef hij om 8u 24 in de morgen terug:


                  This is a real nice review, that cheered me up greatly


 
De lezer maakt op eminente wijze kennis met het universum van de jacht te paard, met de hondenmeute, een wereld met haar eigen, verfijnde en vaak strikt na te leven regels, haar etiquette en tradities. De auteur herinnert ons er aan dat de fundamenten van dit 'bouwwerk' niemand minder zijn dan de talrijke gewone landlieden die mee er op uittrekken, als drijvers, toeschouwers of met een functie bij het signaleren van de doortocht van de vos. In trefzekere woorden schildert Scruton wat elke jager op intuïtieve manier kent en weet: de heerlijke wereld van de jachtpartij; van de verwachting die ’s morgens vroeg in de kille oktober lucht hangt, over de beleefdheid en de broederlijkheid die er met de anderen heerst, tot de feestelijke, mysterieuze sfeer doorheen de dag en de welverdiende vrolijkheid bij de après chasse, bij een maaltijd waarin wildbraad is verwerkt en een goed glas er helemaal bij hoort.


Laat mij het benadrukken, ook uit honderdvoudige eigen observaties en vanuit ervaring met sporten als judo, motor rijden, vissen, badminton, volleyball... : de broederlijke sfeer die wij ervaren bij de jacht, is in geen enkel ander culturele categorie of sportief milieu in die mate te vinden. Dat heeft onder anderen te maken met de vreugde, het diepe besef dat je bestaat, dat je (samen) levend bent. Dat bewustzijn kan zo ook juist opkomen, in confrontatie met de dood. Met de dode dieren, die respectvol een laatste eerbetoon op de jachthoorn krijgen, en volgens eeuwenoude strikte regels gehanteerd, behandeld worden. (De traditie van de jacht met de meute is op dit vlak iets minder scrupuleus dan de jacht op kleinwild en de aanzit- en bersjacht op groot wild in onze eigen contreien. Het hert dat te paard wordt bejaagd tot het van uitputting opgeeft, wordt met een speciale sabel gedood door een aangewezen jager. Nadien krijgen de honden als beloning een deel van het wildbraad.  Soms lieten minder ethisch bewust jagers hen toe met het nobele wild te spelen... Een filmpje waarin dergelijke ontporingen zichtbaar werden, leidde er in 1992 toe dat de toenmalige socialistische minister bevoegd voor natuurbeheer, de lange jacht afschafte. Mijn hoop is dat die maatregel tijdens deze eerste helft van de eeuw teruggeschroefd wordt. )



 Scruton heeft oog voor het typerende, sprekende detail: het weer, van de dauw op de veld- en bos bloemen tot de felle zonnewarmte die man en paard doet transpireren;  de streekeigen struiken en bomen; de schitterend-gezonde paarden en driftige, op tijd en stond luidruchtige honden; de soms diepe, vuile modder op de paden en in de velden; de vele soorten vogels en de kruiden; de geluiden die bij de jacht horen, zoals het roepen van de tientallen drijvers; de gezagsvol optredende jagermeester en de melodieuze, licht melancholische jachthoorns... het lijkt bij het lezen het alsof je genodigde bent op die jacht dag, en er bij bent en erbij hoort. Hoewel Scruton een avonturier pur sang is en dus een romanticus, is hij ook kritisch en nadenkend. Zijn realisme vermijdt het ontstaan van een naïef, beaat beeld dat het grote enthousiasme had kunnen schetsen. Hij beschrijft bijvoorbeeld hoe het onvermijdelijk is dat elke ruiter geregeld van zijn paard valt bij het oversteken van heggen en muurtjes, iets waarbij geregeld gewonden vallen; hoe het tergend lang duurt voor je werkelijk aanvaard wordt in de groep, in het milieu. Het boek sluit in die lijn af met een indrukwekkende evocatie van een confrontatie van de groep jagers en drijvers met een grote groep anti’s. Deze laatsten gehuld in volledig zwarte kleding, gingen chargerend door de weiden de deelnemers  aan het  jachtgebeuren weer eens tot bloedens toe te lijf. En dat onder het passieve oog van de politie...



In die omstandigheden geeft de jagende denker zijn paard, Bob, dat een karakter heeft dat doet denken aan de van elke angst gespeende militaire paarden in het boek Job in de Bijbel, de vrije teugel, en het is heerlijk om dan de stedelijke schreeuwers bang en verongelijkt de terugtocht te zien aanvatten, schreeuwend om politiebescherming.



Onder de vlotte pen van Scruton zie je de drie soorten, hond, paard en man (hunter, horse and hound) tot leven komen en je hoort, ziet en ruikt hen reageren als één enthousiast organisme.


Scruton maakt het beeldrijk inzichtelijk dat een gebrek aan vertrouwdheid met de jacht een van de hoofdoorzaken is dat mensen vandaag ‘contact met het echte leven’ missen.


Hij adviseert zijn collega’s abstracte denkers de aandacht te vernieuwen voor wat hij als  de echte werkelijkheid beschouwt :


" De denkers zouden moeten hongeren naar de geur en het aanvoelen van de dingen. En niets anders brengt de zintuiglijke realiteit op meer heldere manier onder de aandacht dan de jacht."


Heel de buiten doet mee op die jachtpartijen op de vos. Mensen van de ruime omtrek komen een rol opnemen of komen kijken naar de ruiters en hun magnifieke paarden, naar de honden die nu eens in een breed front uitwaaieren en dan weer, als het spoor van de vos door een windvang is opgesnoven, als Indianen in één lijn achter elkaar aan gaan.


     "De vele gewone buitenmensen die komen meedoen zijn de centrale spil van het gebeuren en zij kijken met  even veel levendig vertrouwen op naar de ruiters te paard als de honden dat doen”


    “De gezichten van de boertjes die op het einde van de dag samen troepen, glimmen van opwinding, zoals menselijke gezichten altijd schitteren als iets heel gewoons op superbe wijze is volbracht”


Scruton bewijst dat hij heeft begrepen waar het in de jacht over gaat. Hij heeft de essentie aangevoeld en drukt ze uit. Zo wijst hij er terecht op dat jagers tot nederigheid worden gedwongen door de nabijheid van de dood. Wij jagers weten dat dit fenomeen in de achtergrond, samenhangt met de dieren in hun anders zijn. Een hooggestemde en toch aardse sfeer die tot menselijke heling aanleiding geeft. Dit soort zaken is uiteraard moeilijk uit te leggen aan wie deze Ervaring nooit meemaakte. In eigen land is het mogelijk contact te nemen met jachtgroepen of de HVV om als observator of drijver deel te nemen.

Voor Scruton is deelnemen aan de jacht niets meer of minder dan een schitterende gelegenheid om ‘het volle leven’ te ervaren. Zoals dat ook op muziek is gezet door een Mozart, in de Jupiter-symfonie, of door Schubert in zijn liederen. Wie zal hem ongelijk geven?

Moderne mensen verliezen jaar na jaar meer het contact met het leven. Het leven zoals het is, op deze planeet, te midden van landschap en mede -dieren. Het leven waar onze genen en onze innerlijke systemen ons hebben op afgestemd; het leven dat (daarom ) uitstekend in staat is ons voldoening te geven en verrukking. Of op zijn minst, weer enige innerlijke vrede en stabiliteit, en zelfbewustzijn en zelfwaarde-ervaring die naam waardig.


De jager kent overigens zijn dier-soorten: de ree, de haas, de fazant, de bosduif, de eend, het hert… als soort, en het is zijn diepste wens dat zij er elk seizoen terug zullen zijn. Na de jacht, na de dood van het dier, wordt het dier terug individu en dan wordt het de laatste eer bewezen. In de loop van het jaar en door de seizoenen wordt echter het leven en de voortplanting van de soort beschermd en bevorderd.


     “Door het instituut van de Jacht wordt het mogelijk dat er een vreugdevolle sociale energie gaat stromen en overstromen, en worden mensen pas werkelijk buren”


                                                            ... zo observeert Scruton.

Toen bevoegd minister Steven De Batselier de lange jacht bij ons in 1992 ging verbieden, heb ik in het maandblad De Vlaamse Jager, dat ook door de regionale verantwoordelijken van de betrokken ambtenarij wordt gelezen, een verdediging van die nobele en zeer traditionele jachtvorm geschreven. Als je bij Scruton leest hoe deze jachtwijze bij de Britse buren leeft en enthousiasme wekt, (want het verbod op deze jacht is niet gedragen op het platteland en wordt creatief omzeild), en in het besef hoe heel het platteland er bij betrokken wordt en meeleeft en 'opleeft', dan lijkt het best wenselijk dat die grootse actievorm ook bij ons terug tot de sportieve cultuur zal gaan behoren. De grote bossen in het Noorden van Limburg zijn daar geschikt voor.  


Nog belangrijker lijkt me dat meer mensen kennis maken met de (kleinwild)jacht.

De jacht die stap voor stap in onze velden wordt hernomen in de komende weken, biedt kansen op het verwerven van wijsheid die in een IT-tijdperk ondergesneeuwd raakt.

Wist u bijvoorbeeld dat een teveel aan stress, bijvoorbeeld door het autoverkeer of zelfs een overmatige toegankelijkheid van de bossen voor wandelaars en fietsers, zichtbaar wordt in de geweien van herten en reeën? Die zijn dan magerder, kleiner en vertonen soms zelfs afwijkingen. Deze elfen -achtige dieren van onze bossen zijn bijzonder gevoelig voor wat in vaktermen heet 'verstoring'. De immense nood aan stilte, rust en orde, ruimte en veiligheid van het ree, heeft mij persoonlijk al minstens dertig jaar diep geïnspireerd.



Stefaan  Hublou Solfrian


- - - - - - - - - - - - - - -

Roger SCRUTON. On Hunting. St.-Augustine’s Press, South Bend, Indiana, VSA, 1998. 161 pp. 15 €. (Voorlopig enkel in antiquariaat te vinden).


Creative commons-delen enkel met respect voor de regels.





Links


Jagen blijft een waardevolle activiteit en stijl:

2015/08/27/jagen-blijft-een-waardenvolle-activiteit-en-levensstijl


Hoe ik op edelherten joeg in de achtertuin van de koning:


2017/09/21/hoe-ik-op-edelherten-joeg-in-de-achtertuin-van-de-koning-en-verantwoording-aflegde-in-het-parlement


Dierbare Dieren


2017/06/19/dierbare-dieren-een-brief-aan-de-denkers


De bomen, dat is wat wij in het oog moeten houden:


2016/08/30/de-natuur-de-herfst-dat-is-wat-wij-in-de-gaten-moeten-houden



Borstvoeding en de helende waarde van lijf-aan-lijf-affectie


2016/05/24/borstvoeding-kan-dat-de-wereld-redden