about
Toon menu

Ochtendstemming met toren, man, Stealthbeest en zwarte otto

dinsdag 5 juni 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • Toren, boom en wilde weide. Uiterste Noorden van het Land en van de provincie Antwerpen. April achttien. (Eigen foto.

Zeg het voort: ik heb Internet het huis uit gegooid. Intussen al zowat vier weken. Het beoogde doel was onder anderen vrede in de leefkamer, in het huis brengen. En dat is ruimschoots bereikt. Ik ben een van die mensen die een grote gevoeligheid voor Sfeer cultiveren. En een geheugen ervoor. Dat is soms een last, vooral wanneer je als kind in vele vreemde plekken komt, waar dit landje wel rijk aan is. Het is ook een grote zegen, een geheugen voor sfeer, en het was het vertrekpunt om die Innerlijke Vrede weer in te rijven. Niet door in Schotland te gaan wonen, zoals de schrijfster die in Wanderlust te gast was begin dit jaar, maar door de Wifi -Duivel uit te drijven.

Nu werk ik met mail en sociale media vanuit diverse plekken, onder anderen via het statuut van Alumnus van de Alma Mater in Leuven. Net heb ik nog de verstandig uitziende bruinhuidige man gegroet, die tegenover me zijn werk doet op de pc. Hij groette terug, en daarop volgde iets speciaals: "And Thank you!" met een glimlach. Ik ben niet verbaasd. Na een halve eeuw en een lustrum, ken ik mijn wereld een beetje. Ik weet hoe er bij vele Afrikanen die in Leuven werken en omgaan, ongenoegen, onbegrip heerst, over het gebrek aan sociale openheid en sociale vriendelijkheid. Zowel op straat als in de bibliotheken en faculteitsgebouwen. "Sure"€, heb ik geantwoord. "Yesterday evening, I enjoyed just a talk with a Neighbor from Congo. I enjoy it, how you people have more of a sense for connection, meeting, being together. We Flemish ought to greet each other more, also here in the library". De doctorandus was het rustig-gloeiend met me eens, de mede-intellectueel die geboren werd op misschien drie maanden voetreis afstand van hier.

Op weg naar deze plek reed ik langs een druk bereden hoofdstraat van mijn geboortestad. Tussen de uitlaatgassen, het gebrom, de onveilig dicht passerende wagens in blik op rubber banden, niets aan te doen. Ter hoogte van de Boom van het Groot Verdriet, die in de tijd van Napoleon zou zijn aangeplant, hoor ik plots een diep gebrom. Alsof een reeks donderwolken is getemd, en in een zwartgelakte, blinkende Jeep is gestopt onder de motorkap, rijdt de suv mij voorbij. Gedreven door een motor op aardolie, wellicht van vierduizend cc of daaromtrent. Nummerplaat DV 1111. Tegen betaling een gepersonaliseerd bord. Ik imagineer een betekenis en kom uit bij "De Viezerik, de nummer één".

En dan gaan mijn gedachten rustig en snel naar de film met de Afro Amerikaanse komiek Eddy Murphy, waarin hij een auto immobiliseert door een geïmproviseerde maar creatieve en doeltreffende actie: hij grijpt een banaan van een trolley met voedsel, en stopt ze in de uitlaat van de heilige koe op vier wielen. Wat zou ik dit graag doen bij de bourgeois-tank die net voorbij rijdt...

Het is soms lastig, sinds meer dan vijftig jaar een diep en gloeiend ecologisch bewustzijn mee te torsen in het lederen rugzakje. Op momenten als dit, denk ik aan de woorden van Cicero en van Jezus.

Quousque tandem, vulgus, abutere patientia nostra!?

 

Hoe lang nog ga ik tussen jullie, gemene zielen, moeten vertoeven? Jullie beschadigen en ontheiligen alles wat mooi en goed is, en je hebt er geen weet van.

Gelukkig zijn er ook positieve evoluties. Zo is er intussen langs de dubbele strepencode die het fietspad rond de ring aangeeft, langs de binnenzijde wel een doorlopende witte streep gespoten. Jarenlang was de macht, de invloed van Koning Auto zo groot (en van de prestigieuze geldbezitters die het ding zijn charme gaven, zijn onaantastbaarheid), dat de chauffeurs altijd konden redeneren, het is maar een onderbroken lijn, ik mag die dus overschrijden. Ook al kan dan een dodelijk ongeval met een fietsende vrouw, kind of man volgen...

Een andere verbetering heb ik vanmorgen voor negen uur beklommen: een van de prachtige houten observatietorens die intussen in de Dijlevallei, bij de moerassen, beken, rietvelden en meertjes zijn gebouwd, om de liefhebbers meditatiemomenten toe te laten, bij het contempleren van soorten als de Woudaap, de Roerdomp (in de toekomst, staat er in de tekst van het infopaneel), de Cetti's Zanger, de Rietgors, de Kleine Karekiet, de Wilde Eend, de Dodaars ("Kleendobbertje" in het ZuidAfrikaans, het is een heel klein duikeendje). Er zijn nu ook Bevers die mee aan het landschap mogen werken. Een jaar of twaalf geleden in het wild uitgezet door een voortvarende natuurliefhebber, enkele jaren voor het plan van de Vlaamse Overheid, Bos en Groen. De wrevel is intussen bezonken, de diertjes hebben op vele plekken intussen families gesticht en helpen het vormen van moerassen met hun dammen in de beekjes. Plots zie ik op een meter of dertig op ooghoogte, vier meter en half boven de grond, op de eerste verdieping van de Toren, een vreemde vogel voorbij suizen. Nu ik tussen de boeken zit te schrijven, moet ik meteen aan de militaire reeksen prentenboeken denken, en aan de Stealth bommenwerper van het Amerikaanse Leger/Luchtmacht. "Wat is dàt!?" gaat er door mijn hoofd; dat lijkt wel een reuzenzwaluw, tien keer zo groot als een Salangaan (Apus apus), de snelste vogel ter wereld... Ik volg het ongelofelijk soepel en schijnbaar volkomen kommerloos door de lucht klievende beest met de ogen. Die onbezorgdheid is vaak, zo weet de ervaren dierenvolger, het kenmerk van de meest "gevaarlijke" dieren, de "roofdieren". Zij moeten heel soepel en dus lustig kunnen bewegen, om op het juiste moment toe te slaan in de strijd om "Het Dagelijks Brood". Even verder, tegen een lichtgroene achtergrond van wilgenstruweel, zie ik duidelijk een rossigbruine kleur ter hoogte van de romp van de wondere vogel, dit ontzagwekkende dier, schepsel van Vader God & Moeder Natuur. Het kan niet anders, het moet de Boomvalk zijn. Falco subbuteo. Een van de mooiste vogels die er zijn, een vanger van zwaluwen. Hier heb ik (1976 - 2018 = 42) tweeënveertig jaar op gewacht. 

 

Voor nieuwjaar stuurde een oudprofessor Nieuwe Tijd mij een grote kaart, "de mooiste die ik aan iemand heb gestuurd" schreef hij later via e-mail. Met in grote fijne letters deze spreuk:

 

Voor wie van de kleine dingen kan genieten

Is het leven eindeloos mooi.

Als ik even verder in een eenrichtingsstraat tegenover mij op een autolengte of dertien een immense vierwieler zie opdoemen, in verboden richting, een van het merk met de vier cirkels, rijdt ik aandachtig dichter, ik fixeer de chauffeur, en als ik het zaakje ga passeren, strek ik zoals de Romeinse Keizer mijn arm en draai mijn pols met de duim naar beneden. Ik zie hoe de kleine mannelijke figuur met donkerbruine ringbaard en bril in de driver's seat bezorgd kijkt, getroffen, en verrast. Zoveel doorleefde afkeuring en haat...

 

Stef