about
Toon menu

Vocabulaire de la Bourgoisie: (over)last en (werkende) armen (°)

dinsdag 27 maart 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • Sociale Woningen, Sint-Maartensdal, Leuven. Degelijk, maar veel te beperkt beschikbaar.


We leven in rare tijden. Zoals bijna alle tijden zijn, op de keper beschouwd. Er hangt oorlogsdreiging en misschien zelfs oorlogsgoesting in de lucht. Die lucht is dan weer zwaar vervuild. Miljoenen rijden achteloos de aarde naar de maan. De tv brengt programma's als Wanderlust, gemaakt door een verstandige immigrante die mooi opgeklommen is, waarin heremieten in de Schotse hooglanden mogen zeggen: “Ik leef hier goed, alleen en met de honderd dorpelingen. Mijn geest, zo heb ik gemerkt, laat zich niet gemakkelijk tot rust brengen. De eindeloze weides, de Stilte, dat heb ik nodig. Hier kan ik bidden en mediteren. En schrijven: gelukkig heb ik de gave van het woord, mijn boeken over mijn bijzondere levensstijl, zij verkopen als zoete broodjes.” De Woordenschat van een cultuur zegt veel over wat er misloopt of goed gaat. Uit aandachtig lezen vallen grote lessen te trekken.

Drie minuten leestijd. Met epiloog en aanvullingen, twee minuten extra.


Het is dinsdag in de Goede Week, 16 + 18 = 24 jaar na 1984. Nineteen Eighty Four. De Big Brother die de burgers en families controleert, zoals de visionaire George Orwell het kort na de vorige grote oorlog zag gebeuren, is grotendeels een feit. In China noteert de documentairemaker uit onze streken dat er reuzenschermen staan bij grote kruispunten, waarop iedereen te zien is. Wie een misstap zet naast het zebrapad, wordt herkend door vadertje staat met behulp van software die gezichten op naam brengt. Na vijf overtredingen kan je maatregelen verwachten. Zoals druk om je werk aan iemand anders te laten. Waar gaan we naartoe...



Bij vijf graden Celsius wandel ik naar de brievenbus in het Klein Begijnhof, een wenskaart op de post doen voor Pasen, voor een Significant One. Op de terugweg komt een jonge twintiger ons tegemoet, met een witte Franse Buldog aan de lijn. Achter mij loopt Fellow, zoals gewoonlijk. De jonge man draagt een soort punk kapsel, met kortgeschoren flanken van de schedel en een grote blonde kuif. De mentaliteit van Kuifje is echter ver te zoeken. De man kijkt uitdagend. En vooral: ondanks de koude draagt de jongeman enkel een sweater, in donker bruin, met daarop in grote, witte letters in graffiti opmaak: “Suicidal Tendencies”. Zelfmoordneigingen. Hij kijkt dus aanvankelijk verstoord naar ons, uitdagend, waarschijnlijk vanuit een overgecompenseerde ongerustheid en angst. Zijn blik ontspant zich als hij mijn milde glimlach ontmoet. Ik ben niet bang. Ik ben niet boos. Mijn geweten is gerust. Ik werk al precies twintig jaar als opiniemaker aan het verzachten van het lot van mensen die zo zwaar gebukt gaan onder de tijden, dat zij aan zelfmoord beginnen denken. Wie zo een levensopvatting op zijn borst draagt, die is uit de gevarenzone, zo weet ik. Voorts heb ik mijn plicht gedaan als vrijwilliger bij de hulplijn Tele-Onthaal (bereikbaar via nummer 106 en chat). Van 1994 tot 2002 heb ik daar bij dag en bij nacht menig man in acute, levensbedreigende existentiële problemen opgevangen, en van zijn zelfmoordplan afgeholpen.



Een paar keer bleek mijn grote luistervaardigheid en mensenliefde onvoldoende, ontoereikend. Dan eindigde het gesprek met de beschuldiging: “ U hebt mij ook niet kunnen laten thuisvoelen in dit land, in deze Tijd. U bent geen haar beter dan de anderen. U hebt mij helemaal niet kunnen opbeuren. Deze wereld is rot. Ik ga het nu doen. Dit zijn mijn laatste woorden geweest! Leef daar maar mee verder!...” Bing! Telefoon neer.



In de boekentil op die plek bij de door het socialistisch-christendemocratische stadsbestuur opnieuw opengelegde Dijle, die als Element Water haar niet te evenaren rust induceert, vind ik een grote roman. Die van Musil: “De man zonder eigenschappen”. In 2006 had ik hem al aangekocht, maar nog voor ik hem kon lezen, heb ik hem terug verkocht, om brood te kopen en naar de kapper te kunnen gaan. Die roman is weer actueel: de auteur streefde twee doelen na met dat geschrift. In het eerste is hij geslaagd: naam maken als schrijver. Het tweede project lukte niet: hij wilde met zijn visie de eerste wereldoorlog voorkomen... Van ambitie gesproken...



Maar verdienen wij dat wel, als gemeenschap die boert zoals zij boert, dat schrijvers en opiniemakers, en politici natuurlijk, een oorlog trachten voorkomen? Zou het niet iets goeds en zuiverends hebben, als The Great Leveller, de grote gelijkmaker weer kan woeden? Er loopt zoveel mis. Ook al gaat er veel goed, zelfs zoals nooit tevoren, toegegeven. Miljoenen mensen besteden hun centen aan luxe wagens, zoals de BMW 435 die even verderop manouvreert in de Fonteinstraat. Ongetwijfeld aangekocht en gebruikt om met pronkgedrag een dieper liggende nood aan identiteit te compenseren, en gebrek eraan te camoufleren. Ondertussen is het arbeidssysteem zozeer jachtig & veeleisend geworden, en bovendien voor veel mensen ondragelijk monotoon en oninteressant, totaal niet avontuurlijk, dat zowat een half miljoen landgenoten het werken of werk zoeken hebben moeten opgeven. Op monotone handenarbeid wordt meestal neergekeken, terwijl je eigen vloeren poetsen, je potje koken, je kleren herstellen, je tuin verzorgen, op merkwaardige wijze toch diepe voldoening en tevredenheid kan brengen, zoals tijdens alle duizenden millennia voor het onze.



Een beetje verder kom ik voorbij twee pakken “overgewicht” van de postbode. Blauwgrijze met rode paketten in kunststof. Die komt de bode straks ophalen, en verdelen. Gelukkig kan dat nog tegenwoordig, & blijven passanten van de post af met hun handen. Zo erg is het nog niet gesteld met het anarchisme en de onmin met het bestaan, dat dit publieke bezit verneukt wordt. Het woordje overgewicht laat mij stil staan bij een gelijkaardige term: “overlast”. Dat heb ik altijd een ongelofelijk bourgeois woord gevonden. Want dat gaat dus over futiliteiten als ondragelijk ervaren lawaai, 'hangjongeren' die elkaar gezelschap houden, lachen op een plein; of overmatig met vuilnis en zwerfvuil gevulde hoekjes. Terwijl de ouders die grijze haren kweken door continu te moeten piekeren over de vraag hoe zij de kindermondjes nog gevoed gaan krijgen, of de huur van de lopende maand weer gaan ophoesten, die rauwe zorgen, daar is in de taal van de gevestigde burgers geen goed woord voor. Zelfs het Engelse Hardship, kent het Nederlands niet.


Toen ik als Bestuursassistent werkte op de personeelsdienst van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, dienst buitenlands personeel, A 11, midden jaren negentig, kwamen wij dat woord al tegen in de telegrammen en dépêches. Tuinmannen en chauffeurs, diplomaten op onze Ambassades, die krijgen (terecht) een premie in landen, steden waar het leven hard en ongezellig, of zelfs gevaarlijk is. Hardship wordt beloond, als je maar hoog genoeg op de sociale ladder staat.



Ondanks alle inspanningen van de Sociale Zekerheid, zijn er vandaag veel mensen die een hondenleven kennen. Zoals de honden in voorbij generaties, dan altijd. En dat zonder dat journalisten of politici er veel oog voor hebben. Politici, zij gijzelen in dit land, en zeker in een stad als Leuven, waar het wonen veel te duur is, miljoenen kleine mensen door het systeem aan te houden van “Sociale Woningen”. Als je aan een stel vereisten voldoet, en de berg papierwerk in orde maakt, dan kan je een woning met standaardkwaliteit huren tegen een schappelijke huurprijs. Dat is op zich geen slecht systeem, maar het aantal woningen in het bestand is te klein en blijft veel te klein. In Leuven bedragen de wachttijden op de lijsten zes tot tien jaar, afhankelijk van de noden; of je een een-persoonsappartement nodig hebt, of een woning voor een gezin met kinderen, met drie of vier slaapkamers. Intussen wordt je nog jaren geplet tussen de eisen die de maatschappij stelt, en wat je kan bieden. In een toonaangevende krant las ik dat politici beseffen dat het systeem niet ethisch is, immoreel dus, maar omdat zij ervan uitgaan dat wie een woning krijgt op die manier, uit dankbaarheid voor de partij gaat stemmen waar zij voor staan, weigert onze leidende klasse de noden echt aan te pakken. Huursubsidie op grote schaal zou deze kleine mensen “off the hook” kunnen brengen, wat ademruimte geven. Die subsidie is veralgemeend toegepast in buurlanden als Nederland. In die zin is België een nog lager land dan Nederland. What's in a Word.




° Epiloog

Misschien is het een goed idee, vooral rustig onze eigen bezigheden ter harte te nemen en op die manier trachten een te-vrede-n mens te zijn; in het vertrouwen dat wij dat stil innerlijk geluk dan ook wel zullen uitstralen, en er anderen mee aansteken. Vrede in het eigen hart, het heeft iets charismatisch. Dat valt met geen woordenschat uitputtend te beschrijven.




Correcties en Aanvullingen


U las ongetwijfeld de blog over de dreiging die van Rusland uitgaat, natie die wordt geleid door Vladimir Vladimirovitsj Poetin?


Vandaag 27 maart schrijft Hendrik Vos, vaste columnist voor Buitenlandse Politiek in De Standaard daar over. De titel is prachtig, “Bang voor het Russische beertje”. Volgens de Vos in kwestie is angst voor de Russen curieus. “In de eerste jaren onder Poetin ging het land er nog fors op vooruit, dankzij gas en olie. Maar intussen is de Russische beer toch wat ziek. Hij heeft geldproblemen en zijn klauwen zijn versleten”. De economie is niet in goede doen. “Op het vlak van defensie spenderen de landen van de Europese Unie samen haast vijf keer meer dan Moskou. De Amerikanen zelfs het tienvoud. Het land loopt vernederende Olympische schorsingen op en grote sporttoernooien binnenhalen, lukt alleen op corrupte wijze. In wezen is Rusland vandaag een zielig land. Maar het bokst wel brutaal boven zijn gewicht. Poetin (..) probeert het westen te ontwrichten door xenofobe extremisten te voorzien van centen, of door de politiek te manipuleren via trollen op het internet. (…) Europa is een gewillig slachtoffer voor Russische pogingen tot destabilisatie”. De Unie zet zich niet bepaald eensgezind schrap. (… Europa is gespleten als het over Rusland gaat, geeft dubbele boodschappen en laat hele flanken openliggen. Als een zieke beer met middelmatige kaarten zich kan permitteren wat Poetin doet, dan moet Europa vooral eens in de spiegel kijken”.


Wij nemen akte van de wijze waarop de vos de beer tot ware proporties herleidt.


 

S. Hublou S. V.