about
Toon menu

Bedenkingen bij Devisch en Boudry. Empathie en Religiositeit zijn (terecht) stijgend cultuurgoed

donderdag 22 maart 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.


De opiniemaker die ambieert de maatschappij en de cultuur mee in de goede richting te veranderen, heeft geen tijd teveel. Ik beleef mijn tijd en lectuur extreem bewust. Daarom heb ik bijvoorbeeld nooit “Illusies voor gevorderden” van Maarten Boudry willen lezen. Mijn intuïtie had aan recensies genoeg, ik ging er na het lezen daarvan van uit, dit is een werk in de marge van de intellectuele evolutie. Ook al is de schrijver jong en razend intelligent, voor mij is het duidelijk dat zijn antitheisme (een term die ik vind bij Rik Torfs) geen toekomst heeft. Een andere zekerheid die ik koester is deze: Empathie heeft terecht de wind in de zeilen. Meevoelen met medemensen, dat is een uitstekende gedragslijn. De negatieve kanttekeningen die filosoof Ignaas Devisch daarbij met het kritische werkje "Het empathisch teveel" aanbrengt, hoe interessant ook, zullen naar ik voorzie die evolutie in onze humane instelling niet wezenlijk doen kenteren. En dat lijkt me maar best ook. Empathie gaat, zoals Barack Obama het met veel frisse wijsheid opmerkt, over nog fundamentelere goede houdingen dan de gouden regel die in alle grote religies als leidraad wordt meegegeven.

 Een achttal minuten leestijd.

 Bijgewerkt op 23 maart om 6 u 30 en 7 u 30 (slotbedenking).

 

Van religie gesproken; elke dag neem ik concrete tekens waar in het Maatschappelijke Debat en in gedrag van concrete mensen, dat Godsgeloof en de praktijk van het God zoeken, herontdekt wordt als waardevol en onmisbaar. Het doet dan ook plezier dat Ignaas Devisch, hoogleraar filosofie en opiniemaker, vandaag 22 maart in De Standaard op de opiniebladzijden op overtuigende wijze de lans van de genoemde freelance profeet Maarten Boudry breekt. Devisch toont overtuigend aan dat het anti godsdienstige verhaal van dat soort filosofen, dat o. a. een niet zo adequate definitie van de Verlichting hanteert, bovendien in werkelijkheid zelf een vorm van Godsdienst is. Bij hen hangt niet de brave, wijze & strijdbare mens Jezus, maar de rationele Positieve Wetenschap met een driedubbel aureool op de kop aan de muur als een te aanbidden en  omarmen kruisbeeld.

 

Persoonlijk contact

Het werk van Devisch over Empathie heb ik overigens evenmin willen lezen. Wel was ik een aandachtig en bijwijlen enthousiast luisteraar die aanmoedigende signalen uitstuurde naar de spreker toen de filosoof zijn werkje voor een groep bezoekers op de boekenbeurs vorige herfst persoonlijk van toelichting voorzag, een klein uur lang. Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig. Na het lezen van enkele recensies en het live meemaken van de lofrede van de schrijver op zijn opvatting, vind ik het nodig belangrijke kritiek te geven. Die zal ik in de persoonlijke wijs schrijven, zoals ik die dag in Antwerpen aan Devisch heb beloofd na afloop van de redevoering. Die stijlfiguur zal ik ook kiezen als onderstreping van een van de waarden die ik van het grootste belang acht. Een Waarde die in het tijdperk van televisie en 'teleportatie door middel van de automobiel', zo zie kwijnen: de Ontmoeting, het persoonlijke contact van mens tot mens.


De foto bij dit stukje is bewust gekozen. Als voorbeeld van een voorhoedegevecht, vanuit een bepaalde ethische visie en een visie op waarden, op heil. Het is een portret van mijzelf waarbij ik het meisjeskind Sara in de armen sluit, gemaakt einde jaren negentig door haar vader, een makker uit de studententijd aan de KU Leuven. Dat soort concrete gebaren stelde ik zeer bewust, tegen een bepaalde trend in die ik als dwaas en lichtjes laf ervoer. In die tijd hing een vreemde angst in de lucht die wel eens pogend verwoord wordt met “het Tijdperk Dutroux”.

 

"Bijna vijftien jaar lang", zo getuigt nu menige vader van een intussen opgegroeide jonge vrouw, "durfde ik mijn dochtertje niet meer knuffelen..." Wat een verlies aan menselijke nabijheid en warmte! En dat is iets dat het brein van elke mens nodig heeft om goed te functioneren... Warmte bouwt aan de gezonde persoonlijkheid als niets anders, dat zeggen de grootste kenners van het brein, zoals prof. Jakob Kreuzfeld. God weet dat ik zelf geregeld over heel sterke intuïtie beschik, over het feit of een mentaliteit, een houding, een gedachte terecht en goed is, of niet. Blijkbaar heeft mijn persoonlijke geschiedenis mij voorzien van een aanvoelen voor wat het waard is “oorspronkelijk menselijk” te heten. Humaan blijven, het is een strijd van alle tijden, daar zet ik mijn talent dus graag voor in. En ja, het is juist wie enthousiast aan een nieuwe wereld bouwt, die terdege op zijn tellen moet letten in dat verband.

 

Zelfs voorzitter Wouter Beke van de christendemocraten beschikt niet over zulk sterk moreel kompas. Hij aarzelde een politiek te gaan voeren die de vele medemensen die door onnoemelijk lijden gaan in onze samenleving door mentale stoornissen, zoals complexen, angsten, depressies, verslavingen, zelfmoord gedrag en nog veel meer, ter hulp zou komen, toen ik hem tijdens een congres in Leuven dat soort politieke inzet voorstelde, een jaar of tien terug. Zijn argument voor terughoudendheid was niet slecht, het was een soort gezonde nederigheid die politici nooit mogen verliezen. Hij verwees in zijn antwoord aan de zaal naar voorgangers in de geschiedenis, die meenden een maakbare en veel betere wereld te zien en die ook snel te kunnen waarmaken. Zoals Mao Zedong, of Stalin of de Cambodjaan Pol Pot... Wij weten hoe slecht die projecten zijn afgelopen, of minstens tijdelijk grondig zijn ontspoord, met veel miserie en bloedvergieten, martelingen en massale moorden incluis, tot gevolg. Mijn inzichten over welke domeinen van het denken en politiek handelen een “verbetering” nodig hebben, zijn eerlijk gezegd nog zelden of nooit beschaamd. Ik ben ab ovo bijvoorbeeld een groenmens, en intussen zijn wij niet meer een klein groepje pioniers, en dat is een understatement. En ik ga er als persoon altijd van uit dat wie zich geregeld tot ver buiten de eigen comfortzone en zelfs voorbij de eigen pijngrens inzet voor mensen die miserie meemaken, daar zelf een beter, rijker en gelukkiger mens van wordt. Die visie vindt ik ook nauwelijks verschillen van wat in de vier evangelies en de handelingen en brieven in het Tweede Testament wordt uiteengezet en beeldend opgeroepen. “Laat de ander geregeld voorgaan, en God zal je als mens zegenen”. “Neem een deel van de fouten en zonden van de ander op jou, het zal je lot schoner maken”. “Kom op voor innerlijke vrede en rechtvaardigheid, en de Hemel & de Schepper zal je ter hulp komen”.


Wat mij altijd al heeft geboeid, is de visie die wij vooral terug vinden in het vierde evangelie, dat op naam staat van Johannes, de lievelingsleerling van Jezus. Daarin wordt, in de lijn van de jonge Jezus die God, het Joodse oerwonder JHWH, heel vriendelijk aansprak met “papa” in het Aramees, gelijkgestelt met Liefde. Is het niet waar en juist? Liefde doorzindert alles, en is een diepe bron van kracht en aantrekking. Een motor van samen leven. Een bruggenbouwer, een tegengif tegen agressief geweld en haat, een antidotum tegen houdingen die afbreuk doen aan mens en samenleving.


“God is Liefde” schrijft de evangelist die het laatst na het leven van Jezus in de pen klom, rond het jaar honderdtwintig. “Hij trekt ons naar het Volle Leven” is ook een typerende uitdrukking. Deze visie vind ik bijzonder interessant in de tijd van heden. De tijd van “de waarden van de vrouw”, zoals ik ze in de titel benoemde van mijn eerste twee opiniestukken die verschenen in De Standaard in '96 en 97, als reactie op het onnoemelijke kwaad dat Marc Dutroux had aangericht in zijn duivelse keldertje. Mannen leken mij als jong kind altijd wat meer afstandelijk. De Vrouw kende ik via de eerste volwassen persoon in mijn prille bestaan, de moeder, als de wonderbare, levengevende, onmisbare en vanzelfzwijgende bron van goede warmte, van steunende tedere zorg. Ook al had ik mijn vader en zijn verhalen er heel graag bij. Juist dat contrast in de stijl van de persoonlijke bronnen van Opvoeding leek mij bijzonder verdiepend. Welnu, een van de stijgende cultuurgoederen in de twee laatste generaties, dat aan een klim bezig is sinds de horror-toestanden van de wereldoorlogen, (die ik in de genoemde stukken duidde als “ontspoorde vormen van mannelijke agressie”), is juist Empathie, een heel speciale en betekenisvolle vorm van menselijke Liefde.

 

...

 


Beste Ignaas Devisch,


Wat ik u na uw lezing in Antwerpen wil zeggen, is dat uw studie, hoe verdienstelijk ook, vooral een achterhoedegevecht lijkt. U kunt die visie slechts ontwikkelen, omdat u weinig zicht hebt op de historische onderstroom die Empathie als cultuurgoed in onze gemeenschap en ver daarbuiten realiseert, sinds een à twee generaties.


Ik hang die conclusie op aan concrete casussen, aan sprekende details, die zoals dat vaak gaat, de synthese het best maken. Het voorbeeld over de evolutie naar meer empathie dat mij altijd het meest helder voor ogen staat, sinds ik het hoorde vertellen door een ooggetuige, is het volgende. Een dame actief bij justitie bracht mij in vertrouwen en zichtbaar bewogen, het verhaal nadat ik mijn sympathie en tevredenheid had geschetst bij wat wellicht de grootste verandering is die zich heeft ontrolt tijdens onze generatie: de Feminisering. De toegankelijkheid van bijna alle beroepen, dan vooral.


Bondig samengevat klonk het getuigenis zo:


"In de tijd dat er nog geen vrouwelijke rechters en advocaten waren, maakte ik geregeld mee dat een moeder of een partner na een moordzaak de persoonlijke spullen van de overledene, slachtoffer of zeg maar vermoorde persoon, ging ophalen. Door een maatschappelijke mentaliteit, een spirit van manifest – en vandaag ondenkbaar geworden – gebrek aan empathie, zaten de kleren samen met de persoonlijke documenten en kleine bezittingen in een banale plastic zak. Ongelofelijk brutaal was vooral dat de betrokken verantwoordelijken er niet aan hadden gedacht deze intussen met dierbare betekenis geladen kleding... in de was te doen, nadat zij als bewijsstukken hadden gediend tijdens het proces. De familie kreeg het textiel in handen gestopt met erop de bloedvlekken, het gestolde bloed van de vermoorde!..."



“Het is duidelijk dat juist de komst van vrouwelijke mensen in de functies van advocaat en rechter, dit soort toestanden heeft laten uitsterven” zo besloot mijn getuige.


Verder geef ik een tweede nieuwsfeit met illustratieve kracht: het verhaal van het wangedrag van de coach van het atletiekteam van de USA voor de Olympische spelen. Dokter Nassar heeft de persoonlijkheid van vele tientallen meisjes voor altijd sterk getekend. Tijdens massages en kiné oefeningen, betastte en penetreerde hij de vrouwelijke kinderen op de meest intieme plekken. Zonder woorden. De man is tot 66 jaar veroordeeld voor het bezit van kinderporno, en intussen voor een mij onbekend aantal jaren wegens aanranding van talloze vrouwelijke topatleten. Het is het enormste schandaal van misbruik in de sport ooit. Een van de intussen volwassen vrouwen sprak deze woorden:



"Het was zijn beroep onze fysieke pijn dragelijk te maken, maar hij heeft mij mijn onschuld afgenomen".


"Wellicht weet je het intussen al...", sprak een andere misbruikslachtoffer rechtstreeks tot de dader op het proces: "...kleine meisjes blijven niet klein. Ze keren terug als sterke vrouwen om jouw wereld te verwoesten".


Uit deze geladen uitspraken blijkt genoegzaam hoe geweldig de sportdokter in kwestie deze meiden heeft pijn gedaan en hun gevoelsleven heeft beschadigd. Nu dringt de vraag zich op: zou een man die beschikt over een grotere, normaal menselijke dosis invoelingsvermogen (empathie) tot dit soort misdrijven nog in staat zijn? Het lijkt mij evident van niet.


Socrates merkte al op: 'Geen enkele misdadiger is zich werkelijk bewust van wat hij aanricht”.


De conclusie die zich opdringt, lijkt me de volgende. Dat u met het uitgegeven pleidooi voor gematigdheid wat de brede trend tot enthousiasme voor het menselijke vermogen van de empathie betreft, wel een aantal nuttige nuances aanbrengt. Omdat het bijvoorbeeld klopt dat empathie inderdaad altijd persoonlijk gericht is, die kan je niet voor iedereen opbrengen. En we hebben als samenleving inderdaad nood aan een 'structureel medeleven', dat bijvoorbeeld de Sociale Wetten opleverde, waar destijds letterlijk door minder geschoolde burgers tijdens rellen is voor gevochten. Bepaalde vrij recente monumenten herinneren daar aan, zoals in de Burgemeesterstraat te Leuven. De structurele, meer rationele vormen van medeleven, die vormen de filosofische bron die een natie toelaten Sociale Zekerheid te stemmen, zodat bijvoorbeeld ieder die in nood is, recht heeft op een Leefloon.


Maar in wezen lijkt de visie in het essay gebracht, me vooral een tache de beauté bij een zeer positieve stroming, die een historische maatschappelijke correctie brengt in humane zin. Een correctie op een manier van existeren die een (een minderheid?) van mannelijke mensen (vooralsnog?) lijkt te typeren. Een houding die op akelige wijze totaal geen rekening houdt met de gevoelens van andere mensen.

- - - - - - - -

 

- (Frons). Of geef ik in mijn redenering, alles welbeschouwd, te veel gewicht aan het vermijden van de diepe, stille tristesse van het soort van de moeder bij de gevangenispoort, en te weinig aan de rustige zekerheid en stille blijdschap van de nederige, bijna weerloze burgermens die op het einde van de maand naar de bank trekt in de zekerheid dat zijn Leefgeld (wat een mooi woord) zal op de rekening staan?

 

- Wat zou het Kader van Devisch daarover te zeggen hebben? Zou het kunnen een hulp zijn bij het bepalen van welke emotie het zwaarst mag wegen? Op welk soort empathie of solidariteit wij als samenleving best het meest inzetten? - Misschien moet ik zijn werkje toch maar eens gaan lezen! -  En wie weet moet ik zelfs een eerste Boudry lezen! Waar gaan we naartoe...

In die lectuur vind ik dan misschien interessante vergissingen, munitie om de tegenstander in het nobele spel van dit Maatschappelijk Debat degelijker dan ooit aan flarden te schieten...


Mmmmm.... laat mij bij die geschreven woorden maar een emoticon toevoegen, om vergissingen en misverstanden uit te sluiten. Ik zou kiezen voor het grijnzende en tegelijk knipogende kopje.

- Zo komen wij op het eind van alle praten en nadenken, toch weer uit bij een uitvinding van het eigen tijdperk, een  ;-)  in vele vormen die onze teksten vandaag toch wat heeft veranderd van aspect en van gevoelskleur.  Er is meer vrolijke lichtheid, nu. En ook boosheid kan zich zo nodig lekker evacueren in vrolijk-angstwekkende icoontjes of met behulp van eentje, bijzonder plat van toon. In het emoticon zie ik typerend de vrouwelijke mens en haar talent om te nuanceren in communicatie weerspiegeld. Soms lijkt de nuance van de gevoelstaal en de plot eindeloos in een toonaangevend werk als "Sence and sensibility" van Jane Austen. Maar dat pas vrij recent formeel toegelaten vrouwelijke schrijverschap en het eigensoortige zorgzame invoelingsvermogen, het heeft na anderhalve eeuw in onze cultuurkring en wereldwijd, onze teksten, die al eeuwen iets droog-mannelijks hadden, toch maar mooi weten op te vrolijken en te verfrissen. Empathische inbreng, zij is "niet echt essentieel, maar bij nader toezien toch onmisbaar voor het verrijken van het leven"... zullen wij het daar op houden?


 Stef Hublou Solfrian