about
Toon menu

Heilige maar giftige koe eindelijk ontmaskerd in De Standaard

zondag 18 maart 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • 'Caminar', door Jesus Cao, Flickr Photo Sharing


Soms duurt het niet zo heel lang alvorens een gewone hoofdredacteur van een krant in een klein land tot dezelfde inzichten komt als een profetische bewaker. Op 3 januari 2001 schreef ik het opiniestuk “De giftige vierwieler” in De Standaard. Dat mocht ik plots doen van de opinieredacteur omdat Steve Stevaert durfde krachtig anti auto zijn. In die slipstream kreeg ik plaats om te publiceren. Stevaert nam maatregelen, in zijn stad Hasselt werd de bus van de Lijn gratis. Vand aag schrijft hoofdredacteur Karel Verhoeven in dezelfde krant verrassend al bijna even duidelijke taal over de heilige koe van het huidige Vlaanderen. Andere probleemvelden zijn dezelfde weg opgegaan, de laatste dertig jaar.

Ongeveer zeven minuten leestijd.


“De auto is een kooi. Je zit er in en je bent de file. Een kooi die er langs buiten een stijlvolle wagen uitziet.”zo stelt Verhoeven. De auto is een heilige koe geworden in Vlaanderen. De overheid zou beter de belasting op arbeid verlagen, maar zij bouwt een nieuwe koterij met de halfslachtige voorstellen om de luxe leasing wagens te beperken". “Onze kinderen pissen roet”, zo klonk het vorige week ergens in het gedrukte Maatschappelijk Debat. De CO² en NO x in de lucht doet ons als excrementen van een sluipmoordenaar voorzien van een merknaam wurgend en onzichtbaar de das om, dat is eindelijk de teneur van vele journalistieke stukjes.


Toen ik op het forum van de genoemde krant (die de gedrukte media vaak intellectueel leidt), DS Online, in 2006 van leer trok tegen de automobiel, en hem “een dodelijke Draak in onze straten” noemde, kreeg ik van sommigen bijval, andere schreven onomwonden de suggestie dat ik een psychiater moest opzoeken.


In mijn eigen opiniestuk “De giftige vierwieler” pakte ik het veel te populaire machien hard aan langs diverse insteken. Ik wees op de giftige uitlaatgassen, maar ook op het beslag op de ruimte, ruimte die behoort aan de heilige aarde die ons draagt. Waardoor je in een ruime straal om de historische stadskernen nergens meer met een gerust of veilig gevoel kan stappen of staan. Ik schreef dat het onverantwoord is, de kostbare aardolie de lucht in te blazen terwijl je er stoemelings bij in de zetel zit. Aardolie die ontstaan is uit de overblijfselen van dinosauriërs en andere dieren, bomen en varens uit het oerverleden van onze aarde. In feite begaan chauffeurs achteloos grafschennis. Aardolie verbranden zij die wij overigens nodig hebben om mens en dier te genezen, want er worden bepaalde medicijnen uit gehaald. Niet alleen de Vaseline die in de jaren zestig fluisterend met niet-hetero seks werd verbonden.


In het boek ”Gezondheid en levenskwaliteit voor patiënt en hulpverlener in de eenentwintigste eeuw” citeert professor Piet Nijs,  een van de grootse profetische observators en mensengenezers van Vlaanderen sinds eeuwen, bepaalde zinnen (we schrijven dan mei 2002):


“De auto wordt nog steeds aanbeden als een heilige koe van het goddelijke comfort of als een glimmende stier van flitsend carrièresucces.

Een grootschalig WHO-onderzoek in Europa heeft aangetoond dat de milieuvervuiling door schadelijke uitlaatgassen meer ziektes- en sterfgevallen veroorzaakt dan de veel te talrijke verkeersongevallen. De auto is een zeef, en de chauffeur rijdt in het kielzog van de eigen gassen. Zo is de autobestuurder in alle comfort de 21ste eeuw triomfantelijk binnengevaren – of gefiled! – als een zelfmoordenaar én een moordenaar in het verkeer.

 

Een oud-student van mij, die mij blijft inspireren, Stef Hublou, onderstreept scherpzinnig dat de echte oplossing niet ligt in een verhoging van de wetenschappelijk technische efficiëntie.


Het gaat voor de moderne mens immers niet alleen om een levensreis, die perfect technisch te controleren en te bewaken blijft. Het gaat om een levensreis als een levenstocht naar het geluk, die vor elke mens steeds verschillende wegen volgt. Ik citeer Hublou:

“Maar het heeft steeds veel te maken met de cultuur van het menselijke, met gevoelsarbeid: openheid en vaardigheid tot menselijke omgang, het aankweken van een positieve levenshouding, van zelfrespect, van gezonde zelfliefde, in het genieten van de erotische liefde... Dat het vinden van veiligheid (niet alleen voedselveiligheid) en geluk veel te maken heeft met de cultuur van de eigen levenshouding en levensmoed, met het confronterende beleven van stilte, het beleven van de schoonheid van het landschap, dier en plant, met het geregeld stil zetten van het denken ( meditatie), en met het op die manier terug in contact komen met een dimensie van het bestaan, die sinds enkele decennia is ondergesneeuwd in lawaai en drukte.

 

De maatschappij van morgen heeft nood aan mensen met een hart, en die ook de moed hebben om daarin naar binnen te kijken. Hierbij rust in de eerste plaats ook een stijgende rol voor de vrouw. “Intuïtie en aandacht voor het spirituele zullen inderdaad essentieel zijn om het monster van het materialisme achter te laten waar het is opgedoken: in de 20ste eeuw”, aldus Stef Hublou”.


Niet alleen den ottomobil vangt tegenwoordig veel wind en afkeuring. De hang naar aansluiting vinden bij de natuur is helemaal terug. In 2003 kreeg een groot artikel van me in die zin in Tertio, “Het bos als boek van God” nog sarcastische lezersbrieven als antwoord. Vrede zou niet gediend zijn met eenzame solitaire wandelingen en stilte, daar moest je aan “werken”...


Toen ik in 2008 betoogde tijdens een conferentie dat iedere stadsbewoner deugd kan hebben bij groene stille uitstappen, en dat wat de woestijn voor de inspirerende, tot op vandaag fascinerende profeten, mystici en heiligen van het Nabije Oosten had betekend, dat wij dat hier kunnen vinden in de ons resterende bossen, dan kon zelfs de spreker van de avond, de stichter van het intellectuele christelijke weekblad Tertio dat niet geloven. We komen van ver. Niet alleen migranten komen van ver.


De bijlage voor cultuur en wetenschap van De Standaard van 6 februari is van een voorpagina voorzien met een prachtige foto: vijf grote coniferenstammen in een bos, en evenveel mensen slaan zonder dat je meer van hun lijf te zien krijgt, hun armen en handen eromheen, zodat ze zelf boom lijken te worden. De titel is “Iedereen het bos in! De heilzame werking van een tocht tussen de bomen”. Het betreffende artikel van Kaat Schaubroeck (p. 10 en 11) heeft als titel “Neem eens een bosbad”. De Japanse kunst van de Shinrin-yoku wordt als geheimzinnig lokmiddel gebruikt. Het bosbad “belooft een oplossing voor alles waar de moderne mens aan lijdt. Nu nog een bos vinden, en de moed om uit die sofa te komen” zegt de inleidende strofe. Uitgeverij Bruna brengt er volgende maand een boek over uit, met als titel “Het geheim van forest bathing, de Japanse natuurtherapie”.


Vorige week gaf ik in de blog over de groene paus en kardinaal al aan dat ik zelf die “therapie” vanuit persoonlijk aanvoelen al sinds 1976 toepas, en er al geregeld over publiceerde. Voor De Standaard was het stukje “Het bos als boek van God” in 2003 niet interessant genoeg. “Wij zijn een krant, wij brengen nieuws” zo vernam ik over de telefoon toen ik vroeg wat er met het stuk mis was. Diepgang is vaak ver te zoeken.


Vandaag las ik in De Morgen van dit weekeinde hoe het hoofdonderwerp van Zeno juist is het thuiskomen in de natuur. En het opzoeken van stilte. Ze hebben het ook gezien. Stephan Vanfleteren, een van onze geniale en meest geslaagde fotografen, mag komen de intieme wens uitspreken dat hij op zijn gerijpte leeftijd, nu hij niet meer gedreven de hele dag achter zijn lens aanholt in de steden, vooral elke dag behoefte heeft “de horizon te zien”. De redactrice die het standpunt vooraan mag schrijven geeft een anekdote weer van tien-vijftien jaar geleden, waarbij zij met collega's in een natuuromgeving aan hun studietafel hebben de spot gedreven met andere congresgangers die mediteerden en bomen omhelsden. “Ik zal het nooit meer doen, en zal zelf al eens een boom vastpakken”, besluit de jonge vrouw. Zij zal best bij haar voornemen blijven.


Een tussentitel van een van de geïnterviewden in Zeno is, “Ik doe niet liever dan mij terugtrekken in mijn thuis grot”. Dat ik thuis mijn meeste dagen en uren in stilte doorbreng, met lectio divina, of meditatie op christelijke wijze in de inkomhal die ik tot kapel heb omgevormd, dat schreef ik al in oktober vorig jaar in het stukje “Bouwheer van een nis in het hart. Hoe ik mens en God binnenlaat via boeken, bossen en beesten” in het zeer interessante, maar door bijna niemand gekende Tijdschrift voor monastiek leven in Vlaanderen en Nederland, De Kovel.

De mensen van deze tijd komen in deze eerste lentedagen dag na dag te weten dat zij al decennia de verkeerde afgoden nahollen, mag ik dat besluiten?


Gisteren bekijk ik met een vriend, een priester, in uitgesteld relay twee uitzendingen van Wanderlust die enkele weken geleden op antenne gingen. Filosofe, schrijfster en regisseur Alicja Geskinska (die naam... moet de man uit Lubbeek deze vrouw nu brandmerken als “allochtoon” of niet?) brengt het leven en de opvattingen van twee grote vrouwen, schrijfsters en activisten van wereldfaam. Die elk in relatieve of bijna absolute afzondering in het landschap leven, bidden, werken. De ene in het groene, zeeverbonden Seattle, de andere in de groene, stille vlakten van Galloway, Noord-Schotland.


Er is nog meer. Wat de afgelopen week de oren van elk van ons deed flapperen: de voedselveiligheid, het geknoei met vlees, daar waren Piet Nijs en ik precies elf jaar geleden waakzaam & aandachtig voor. Daar schreven wij waarschuwende woorden over, zoals in het exerpt hoger valt te herkennen. Profetisch genoeg, Piet Nijs en Stef Hublou?

 


Nog een item in dezelfde zin. In een blog van een jaar terug verwees ik boos naar een toestand bij genoemde krant. “U hoeft het niet te doen, God bespotten, Karel Verhoeven” klonk het boos, nadat de journalist een belofte aan me persoonlijk tijdens een live ontmoeting in Leuven gedaan, niet had gehouden over een stukje met christelijke inslag dat ik schreef bij mijn inzet om de jonge mannen in Leuven van Arabische origine eigenwaarde en burgerzin bij te brengen, tien jaar lang. Vandaag lijkt de mentaliteit op de redactie dag na dag, als een slinger van Foucault, een beetje bij te schuiven. Er komt ruimte voor de waarde en de waarachtigheid van christelijk Geloof, de vorm van religiositeit die sinds mensenheugenis eigen is aan het Vlaamse en Belgische volkje. In een fijn stukje met fraaie illustratie mag dit weekeinde een reporter toelichting geven bij een wetenschappelijke publicatie. Het gaat over een langlopend onderzoek bij populaties van honderden kloosterzusters. Degene die als jonge vrouwen bij het intreden het beste hun motivatie, hun waarden en hun dromen hadden verwoord in dagboeken en brieven, bleken allen minstens anderhalf jaar langer te leven. “Wie stress ondergaat op zijn werk, lijdt daar minder onder indien hij bewust gekozen heeft voor dat vak” zo klinkt het overtuigend. De katholieke zusters krijgen heel wat voor hun eeuwigdurende gelofte: kansen om mensen in nood bij te staan, veel tijd om te bezinnen en stilte te ervaren, bij zichzelf te rade te gaan, een leven ver van het gewoel en de sensory overload eigen aan de consumentenstad.



“Zelfkennis is de bron van alle Wijsheid” zo citeert de journaliste de goede oude Socrates, een van de aartsvaders van onze Europese cultuur. Ik schreef het al in 2013, het annus horribilis voor de Kerk, en vandaag speelt dat Feit in het voordeel van wie is blijven zoeken naar God en zijn Goede Weg: “Waarheid is als olijfolie in een Griekse vaas met bronwater: na een tijd komt ze altijd bovendrijven”.


Piet Nijs en ik wijzen al sinds de jaren negentig op het overdreven sterke arbeidsethos in de lage landen. Wie daar extreem in meegaat, leeft vaak niet lang, en gaat de laatste jaren of de laatste uren van zijn leven door een hel op aarde. In opiniestukken wees ik zelf sinds 1989 op de risico's voor de mentale gezondheid van ons arbeidssysteem. Intussen zijn bijna een half miljoen mensen van die 'markt'-van-de-arbeid het slachtoffer en officieel als dusdanig erkend, mét inbegrip van een minimaal vervangingsinkomen, als een waar slachtoffer van een gevaarlijk systeem dat velen zonder beschadiging niet kunnen ontkomen. Het laatste boek dat Nijs publiceerde behandelde het jachtige ritme van het professionele leven, een grote grijze klok siert de cover. Ik heb intussen het vermoeden dat de toonaangevende media én de politiek wat laat zijn gaan luisteren naar de mensen die intensief en extensief zelf wél hun oor te luisteren legden bij de medemensen, de slachtoffers van ons “systeem”, op de therapeutische sofa of aan de vrijwillig bemande hulplijnen. Dat elk jaar zowat 3500 medeburgers sneuvelenden aan zelfmoord, dat drong decennia lang niet door. Iemand als ikzelf die vasthoudend op de nagel van dit afschuwelijke teken aan de wand bleef hameren in stukken op de onbezoldigde opiniepagina's van De Standaard en Knack, en een paar profeten-psychiaters zoals Dirk De Wachter die eenvoudige maar plastische taal hanteren, hebben sinds “Borderline times” in 2013 het tij versneld doen keren. De pijn wordt nu gezien. – Ik vraag mij af of op dit moment de bezoekers van het volkse café aan de rand van Meerdaalwoud in Blanden vandaag nog zouden spotten met kandidaten zelfdoding; een jaar of zeven terug riepen de stamgasten “Zelfmoord? Haha, Ik zou mee aan het koord gaan hangen, om te helpen!” toen ik de kwaal, dat publieke geheim, tussen pot en pint ter sprake bracht. Gevoel voor tumor, tja...


 

Tempus edax rerum. De namen van Nijs en Hublou zijn vandaag niet echt schitterende sterren aan een Vlaams BV-firmament. Maar de thema's die wij samen én afzonderlijk voor het eerst in het maatschappelijk debat injecteerden, soms meer dan een kwarteeuw geleden, naast de geciteerde onderwerpen behandelden wij tevens kindermisbruik en commerciële pornificatie, de onaanvaardbaar hoge en stijgende aantallen depressies, burn-outs en zelfdodingen... deze onderwerpen en problemen zijn vandaag elke week, vaak zelfs elke dag in de media.


Sommige mensen krijgen kinderen. Soms worden dat sterke, vredelievende volwassenen, soms loopt het minder goed af. Sommige mensen schenken hun gemeenschap ook wat ik noem Geesteskinderen. Een Huis om in te wonen. Een Huis van inzichten en gedachten, perspectieven en waarschuwingen. Een Huis om in te schuilen en er jezelf trachten terug te vinden, terwijl buiten wolven huilen en de lucht vervuilen. Oude en nieuwerwetse demonen.


Stef

Nota Bene


De wijze leidsman van de christelijke gemeenschap tussen Samber en Schelde, die in volle secularisatietijd de harten van de mensen wist tot nadenken te stemmen via televisie en radio, kardinaal Godfried Danneels, heeft mij op een donderdagavond in september 2006 getroffen met een suggestie naar de top van de Katholieke Kerk. In een reeks van vijf avonden over het thema “Priester zijn in deze tijd” sprak de geleerde die de geschiedenis van de Europese Cultuurkring zeer goed kent, dat de Basisroeping van de mens met religieuze inslag, deze is om christen te zijn, de zogenaamde lekenroeping. “Er zijn grote Leken geweest!” stelde de aartsbisschop. En “De gemeenschap heeft behoefte aan leken-heiligen!” De meeste heiligen zijn traditioneel gekozen uit het publiek van gewijde priesters of kloosterlingen. Daarom spreken zij vandaag precies minder aan. De afstand lijkt te groot, in tijden waarin niemand nog durft beweren drager een onbevlekte ziel te zijn. En waarin tegelijk blijkt dat bijna niemand nog streng van optreden is, omdat in frequent contact met anderen, de obsessies zijn opgelost, zoals Tinneke Beeckman in juni 2015 in De Standaard schreef. De visionaire man sprak die avond als voorbeeld over Thomas Morus, die integere rechter en schrijver, adviseur van koningen, die twee jaar terug in heel de wereld en het meest in het centrum daarvan, Leuven, daadwerkelijk in de bloemetjes is gezet naar aanleiding van de verjaardag van zijn inspirerende vrucht van de verbeelding “Utopia”.


Mag ik een suggestie doen? In de hoop dat de Apostolische Nuntius Rome discreet zal tippen, dacht ik aan iemand die u kent, na het lezen van dit stukje. Omdat godsdienst voor een Christen in wezen over de Liefde gaat, en dat wij ervan mogen uitgaat dat sinds een paar jaar de kerk heeft begrepen dat erotiek geen afsplitsing verdient daarvan, dacht ik dat een man die de stichter is geweest van het Vlaams Instituut voor Seksuologie een goede kandidaat kan zijn. Een heer bovendien, die niet alleen vader is van negen kinderen, maar die ook die letterlijk, in de lijn van Jezus zelf, vele honderden mensen van hun demonen heeft bevrijd, steun en nabijheid heeft geboden en innerlijke vrede verleend. Als het mij gegund is daaraan nog een strategische suggestie toe te voegen: leken heiligen, het lijkt bovendien een slimme manier voor de Kerk om bij de miljoenen Europeanen die intussen ontvoogd zijn en min of meer leerden kritisch te denken, weer wat geloofwaardigheid te kweken. Als we geloven in het geloof, en geloven in een wederopstanding van onze waardevolle, Jezusiaanse Godsdienst, die toch als geen ander een vitale inspirerende, motiverende en troostende kracht in zicht draagt, dan kunnen we toch beter vroeg dan laat beginnen?

 

 

 

 

Regels van Creative Commons dienen gerespecteerd bij het citeren.