about
Toon menu

Hoe ik als adviseur van kardinaal Danneels mee voor Paus Franciscus koos, die God weer groen kleurt

zaterdag 10 maart 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • Vergis u niet over de zachte Power van een heilige Franciscus van Assisi. Alleen bedachtzaamheid kan de wereld en de levende natuur misschien nog redden. Want zonder bijtjes, geen fruit. Enzovoort.

Begrip stimuleren voor de verwevenheid van mens en natuur, het is een roeping die ik gehoorzaamd heb vanaf de kindertijd. Dit is het verhaal in een notendop hoe een  kind in een lastige situatie toch het wonder van het leven en van de goede God meemaakte in de ontmoeting met huisdieren, tuinen, vogels en bos. Hoe dat kind van die intense  zin-ervaringen in vele kringen getuigenis ging afleggen, bij vrienden maar ook bij vakbiologen, -theologen, bisschoppen, jachtheren, vegetariërs... Op die wijze had ik mee de hand in de groei van de grote groene Mentaliteitswijziging die onze generatie kenmerkt. De spirituele zijde van fijn bewustzijn van de Grote Natuur is het ontdekken waard. Die relatie met de fellow creatures en de grote open ruimte kan een bron van verrijking worden voor de innerlijke mens. Het aardeweggetje van kritische prikjes en woorden van inspiratie seizoen na seizoen gezonden naar de vier windstreken, heeft  ongetwijfeld mee de verschijning van de huidige Paus voorbereid. Franciscus, de eerste die de spirituele mens wereldwijd niet alleen op de messias laat focussen, maar toelaat God terug te zien en te horen als vader en moeder van bomen en beesten, zon en rotsen, bossen, beken en bloemen. Dat is beslist de beste theologische en ideologische invalshoek om een catastrofe met eeuwigdurende gevolgen te trachten vermijden.



Jongen of meisje met een Passie, ga ervoor! Je bent nodig. Jouw bijdrage kan de wereld een stukje verbeteren. Zelf was ik in alle stilte een beetje een Pope Maker. Iemand die een nieuwe Paus op zijn troon zet. 

Ooggetuigen zeggen dat ik bij mijn geboorte, die verliep onder het kundige oog van de latere hoogleraar Brosens, een rode teint had. Vol leven, klaar om er te zijn wellicht. Of zoals mijn broer dertig jaar later grapte, “De dokter kon zeggen, “Mevrouw, U heeft beslist gevrijd met een Indiaan!?”. In elk geval werd mijn enthousiasme voor de godsdienst van de indianen, en dus voor alles wat natuur is, van bizons over wolven tot bomen, rotsen, zon en wind... aangewakkerd door de boeken die moeder ons verschafte vanaf de eerste bewuste momenten. Toen ik nauwelijks drie was, ontving ik “Bij de Indianen”, een boekje vertaald door de betreurde Annie M. G. Schmidt, in de reeks Gouden Boekjes. De afbeeldingen van Aquila, de ambitieuze jonge Navajo of Apache dronk ik in, nog voor ik de woorden kon lezen. De landschappen en beesten waren fascinerend. Iets dergelijks herhaalde zich toen ik op acht jaar een eerste leesboek ontving. In tussentijd had ik mij al ingelezen in Suske en Wiske, in Bessy (met zeer natuurvriendelijke geest, die eerste, ongekleurde zestig albums), en andere strips. Het nieuwe boek heb ik na een eerste inkijken nog een jaartje laten liggen; toen was het goed raak.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

“Het Indianenboek” van Holling C. Holling is wellicht het beste jeugdboek dat er ooit verschenen is. Benno Barnard, schrijver en dichter, las het als kind, koestert het in zijn bibliotheek, en is het met me eens, zo blijkt uit onze correspondentie. De schrijvers van Het Indianenboek gingen gedurende maanden wonen tussen de vijf grote groepen Native Americans. De verhalen en tekeningen zijn ernaar, pure poëzie, sprookjesachtig maar realistisch. Op de kritische leeftijd kreeg ik de smaak te pakken van meewerken om de gemeenschap vooruit te brengen. Ik kreeg een helder, behapbare inkijk in wat een economie kan zijn bij een (inheems) volk; noten rapen, bessen plukken, ahornsiroop opvangen en tot klontjes laten indikken; maïsheuveltjes ophogen; meewerken aan het maken van dekens van konijnenbont, wanden en daken voor het longhouse, met behulp van repen schors van ceders. En voor een jongen nog van groter appeal: voor het eerst mee op elandenjacht in de kano van berkenbast met oom en vader! Geen wonder dat ik in mijn Jezusjaar, in 1994 effectief tot het bejagen van herten en wilde everzwijnen ben gekomen (zie betreffende blog van 21 september 2017).



Een vogeltje dat verticaal tegen een stam opklom op de speelplaats van het college, trof mijn blik en verwonderde mij toen ik veertien was. Op zestien maart stapte ik in de lokale bibliotheek binnen en ging naar huis met “Wat vliegt daar?”. Mijn eerste determinatie, "een Boomkruiper!" was en feit en ik zou nooit meer ophouden met  vogels fascinerend te vinden en hen met grote aandacht te volgen, overal waar ik kom. Vandaag nog genoot ik verwonderd van de sprankelende lentezang van de prachtige Distelvink, de Goldfinch in het Engels, in de bolvormig gesnoeide esdoorns in onze wijk. Ooit zag ik in de vallei bezuiden onze stad een Visarend zweven, en het water in duiken en met een grote karper weer uitvliegen! In volle zomer ging het koninklijke dier zelfs op veertig meter van mijn hutje met open vleugels op het water van het Grootbroek van Sint-Agatha-Rode verkoeling zoeken. In polen heb ik de grote Zeearend geobserveerd in Mazurië. Aan de uitgang van de Metro aan het Eeuwfeestplein zong een Roodborst mij lustig toen er sneeuw lag in het jaar dat ik voor de KMS- militaire academie werkte.

 

Vogelstudie ijver is niets om mee te spotten. Dieptepsychologen verklaren dat de stemmen van de zangvogels op de mensenziel diepe indruk maken, ze komen over als de stemmen van onze grootmoeder, grootvader en verdere voorouders. Zou kunnen. De Winterkoning, Zwarte Specht, Houtsnip en Roodborst zingen er mysterieus en mooi en indringend genoeg om. De Romeinen en Grieken zagen de vogels graag vliegen, en waren in staat er Tekens uit te halen, suggesties voor wat op het levenspad lag in de komende uren en dagen. Auspicare heet dat. Vandaag staat het natuurbehoud onder de auspiciën van hooggeplaatste personen als ministers.


Met de Wielewaaljongeren en de latere JNM trokken wij in de zomer van 1979 naar de Argonne, een prachtig verlaten natuurgebied met grote vijvers waar de Grote Karekiet midden in de nacht zo helder, luid en diep zingt dat je het mijlenver aan je kampvuur kan horen, en waar de Zwarte en Rode Wouw zweven op zoek naar prooi, levend of dood. We maakten elke dag vanuit het kamp in een schuur uitstappen naar een bepaalde windstreek, vijftig kilometer heen, en vijftig terug. Met de fiets, nog zonder batterij. Met een groep van twintig jongeren rond Piet De Becker, die een roeping ervaarde om het natuurschoon in Neerijse en omstreken te redden in tijden van boomende economie, stijgende koopkracht, maar tanende sensitiviteit voor natuurwaarden, deden wij natuurbeheerswerken. Later is daar het reservaat De Doode Bemde gesticht. Wilgen knotten, aanvankelijk met de bijl, in volle winter, met logies in het hooi bij de boer in het dorp. Marc Herremans was een andere bezieler, een geniale ornitholoog, die mij aanstak met de roeping de geluiden van alle vogels thuis te brengen en zelfs de zang te imiteren, vogels te lokken. Sint Franciscus achterna. Marc is intussen al een eeuwigheid diensthoofd van de studiedienst van Natuurpunt.


Als scholier in de lagere school, zocht ik overal oude nummers van “Het Rijk der Vrouw”. In elk nummer was een pagina gewijd aan het thema “SOS Natuur”. Het weer voorspellen aan de hand van de soorten wolken, allerlei slakken, bomen, bloemen leren herkennen, ik was in de zevende hemel met elke pagina die ik kon uitscheuren en bestuderen.


De fotografie van al dat moois was vanaf 1977 een boeiende hobby, in de lijn van de voorlopers die onze eigen moeder en vader waren in die kunsttak, en het gaf de kans enthousiasme voor het levenswonder en voor esthetiek te delen. In het Veluwezoom reservaat bij Nijmegen en in eigen stad stelde ik fotowerk met landschap en bloem en dier tentoon. De zeven vrienden die mij gevolgd waren in de begeestering voor de natuurstudie als hobby als veertienjarige, ondernamen reizen naar het Hoge Noorden, naar Griekenland, naar Estremadura, waar de weer omstandigeden extreem hard zijn, en daardoor een interessant landschap en dito fauna en flora opleveren. Vanaf 2009 zou ik de natuurpracht delen via de internationale fotosites op het internet, en geregeld graag mogen glimlachen bij de aanmoedigingen uit diverse exotische landen.

 

In 2003 schreef ik in september als nieuwe freelance redacteur voor Tertio als eerste stukjes voor de Week van het Bos een artikel over de jacht in ons gewest en een spiritueel-ecologisch stuk getiteld “Het bos als boek van God”. Ik ging over de inspirerende waarde van solo wandelingen in desolate natuur voor grote geesten als president Mitterand, en over het toen nog vrij onbekende wondere web van de ecologische interactie, waarbij bepaalde fungi tot taak hebben alleen maar vogelveertjes te verteren en in vruchtbare humus om te zetten. Ik citeerde heiligen die de natuur liefhadden zoals Bernardus en de mystieke dichter Pablo Neruda, de schrijft over de verborgen boodschap in ieder herfstblad, in elke rots. Het kreeg weerklank. Met een paar kritische lezersbrieven, een stok tussen de wielen van de eigen fotoredactie die een door een storm geknakte en gespleten boom als illustratie meegaf, en grote waardering van vriendin Ria Weyens. Die paste toen al zelf de boommeditatie in haar therapie toe en zij bezielt al drie decennia het Stiltecentrum in het Brugse Begijnhof, waar intussen vele duizenden opgejaagde moderne mensen op adem zijn gekomen.

 

Het is altijd wat raden naar de receptie van een vernieuwend stuk. Toen ik drie jaar later als leraar godsdienst de trein nam, bleek dat een medereiziger met wie ik in gesprek ging, zich het artikel nog herinnerde, en het uitzonderlijk had uitgeknipt en bewaard. Op een herfstige zondag kort na de publicatie van dat hooggestemde, profetische stukje, had ik toevallig Jo Symons, de latere voorzitter van de regionale natuurvereniging Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud ontmoet, die onlangs is overleden. Hij had mij een kwart eeuw eerder leren kennen als enthousiaste neofiet- ornitholoog op excursies in de velden van de Dijlevallei en het bos. Bij een cappuccino in café Het Signaal, uitte hij grimmig een soort vloek: “Je gaat dat niet kunnen.” Stilte. “De mensen de zin bijbrengen voor de spirituele kant van de fauna en flora...”. Die woorden hadden op mij meteen een omgekeerde uitwerking. De oude man, bij wie de hersenen altijd beter de synthese leggen kunnen en die had geleerd tussen de regels te lezen, had mij duidelijk gemaakt wat ik zelf nog niet met zo veel woorden wist: dat bewustzijn voor het sacrale wonder van de Grote, Goddelijke Natuur bijbrengen aan het grote publiek , inderdaad iets was wat ik heel erg wilde waarmaken.

 

Op diverse manieren en momenten, en in verscheidene kringen heb ik die intense roeping intussen verder vorm gegeven, zeer geduldig en noodzakelijk als een spirituele opportunist, kansen grijpen als zij zich voordoen. Mijn recente artikel in het monastieke tijdschrift De Kovel van november is de laatste nieuwe stap op die weg. Het draagt als titel “Bouwheer van een nis in mijn hart. Hoe ik mens en God binnenlaat in dialoog met boeken, bossen en beesten”. In 2003 verscheen overigens al een bijdrage in het baanbrekende mengelwerk dat het licht zag ter ere van de inwijding van het eerste officiële stiltegebied in Vlaanderen, “Stilte werkt”. “Het stiltegebied als medicijn voor het zieke dier” was mijn titel. De teneur ervan is (pas) de laatste jaren in menige publicatie in binnen en buitenland opgedoken en via kanalen als Knack gevulgariseerd. Onderzoek wijst met name uit dat wandelen in de groene stilte het lichaam maar vooral geest heel erg deugd doet en tot een reset laat komen. Dat luisteren naar de stem van de wind en de stilte in een omgeving zonder soortgenoten en hun razende inbreng, je toelaat pas echt samen te horen. En dat het oefenen van het oor de mens zachtmoedig maakt, tactvol, vergevingsgezind, meer sociaal van instelling. Dat de mens zijn vranke manieren én zijn zorgen wat kan achterlaten, als hij de moed op kan brengen behoedzaam te gaan op wandel in de schepping. De intussen bloeiende Hippotherapie  voor jong en oud is een mooi voorbeeld dat ik zelf niet had zien aankomen.

 

Rond 2010 had ik al een vrij levendige correspondentie met Godfried kardinaal Danneels uitgebouwd. Mijn religieuze sensitiviteit eindigde niet bij natuurbeleving en beheerswerken, of het volgen van “Leven en laten leven” op de BRT-televisie. De ooms en tantes hadden in mijn eerste levensjaren geregeld uit de evangelies geciteerd, zij het meestal smalend. En vader Solfrian was indrukwekkend geweest in zijn rol van protestant, immer kritisch voor het pausdom, die “Stellvertreter Gottes!”. Een eerste verzoekschrift had ik de aartsbisschop, die ik kende van tv en radio, bezorgd toen koning Boudewijn was gestorven, en wij in familie een laatste groet hadden gebracht aan de opgebaarde vorst in de hoofdstad. Het antwoord met ondertekening in vulpen had mij aangemoedigd en perspectief geopend.


Van natuurcontact naar christendom, ook die stap zette ik. Zoals mijn indiaanse vriendjes uit de literatuur en film, die zo eendrachtig en met mystiek vuur Wakan Tanka aanbeden, en hun levenslust kanaliseerden in gebeden tot de Schepper, de dieren, en in inwijdingsriten als de Zonnedans, zo wilde ik graag dat het religieuze vuur in eigen gemeenschap weer inspiratie, verwondering en levenslust kon brengen in onze gemeenschap.


Danneels had gedurende zowat vijftien jaar de gewoonte twee keer per jaar, met Kerstmis en met Pasen, een boekje, een grote brochure uit te geven. Met eigen inzichten, helder en zacht verwoord, en altijd verlucht met schitterende reproducties van aansprekende schilderijen. Toen ik als natuurliefhebber – en jager sinds 1992, het jaar van het nieuwe Jachtdecreet – merkte hoe de openluchtmissen bij de kapel van Steenbergen bij de Minnebron in Meerdaalwoud honderd tot tweehonderd stil-aandachtige mensen trokken, en dat in gedachten contrasteerde met de krantenberichten over leeglopende kerken, schreef ik in een lange brief die vaststelling in de vorm van een suggestie aan de kerkleider van ons land. Niet veel later wijdde de wijze man een boekje aan de waardevolle aspecten van “Volksdevotie”.

 

Die steun voor de volkse openluchtmissen was in Oud-Heverlee zeer welkom, daar waar de inspiratie voor mijn tekst opgeborreld was. Toen ik als freelance redacteur voor het weekblad voor hoger opgeleide gelovigen, Tertio, een artikel over de opleving van de gebedsgemeenschap van de Boskapel schreef, en wat meer aan het leven van deze groep zelf deelnam, vernam ik dat al sinds vele jaren de lokale rurale clerus neerkeek op dit “achterlijke soort godsdienstbeleving”. Er was meer tegenwerking dan medewerking. Het fiat van de kardinaal als hoofd van de Kerk bracht, zoals dat in een hiërarchische doelgroep gaat, meteen een ommezwaai en de gepaste waardering, tot in de woudkapel. Wat mij had getrokken naar die missen, waren de honden die er met tientallen toekwamen. Hoe zij blij of onverschillig de zegening van de priester in ontvangst namen, maar altijd interessant om te observeren, zoals zoogdieren zijn. De Sint Hubertusbroodjes smaakten beter dan de gewone hostie, dat ook. Soms verscheen er een paard, en een enkele keer een valkenier met een Sperwer, Slechtvalk of Havik. Ik had genoeg middeleeuwse ridderverhalen gelezen om mezelf toe te laten van die taferelen volop te genieten, en de universele waarde ervan in te zien. Mijn aansporing aan de kerkleider kwam onverhoopt krachtig op toffe manier naar mij terug. Tot op de dag van vandaag draait de gebedsgemeenschap aan de Zoete Waters met animo. Er zijn wonderlijke genezingen vastgesteld bij deelnemers aan de groep, die soms tot over hun grenzen moesten gaan, om de geloofspraktijk er te ondersteunen.


Een volgende reeks brieven aan kardinaal Danneels schreef ik toen ik vol was van de evolutie van de natuur, de grote geschiedenis die mens, natuur en tijdsverloop met elkaar verbindt. Janet Browne heeft een magistrale en deugddoende biografie van Charles Darwin geschreven, die geen dierenliefhebber onberoerd kan laten. Toen er voorjaarsstormen optraden, betoogde ik dat de slabakkende Roomse kerk een storm nodig had, om weer het goddelijke vuur te vinden. De natuurliefde van Darwin en mijn eigen kring, zo stelde ik, konden daar wellicht de motor toe vormen. Het christendom had als opdracht de wondere natuur terug een meer centrale plaats te bieden. God weer als Schepper bekijken. Jezus als de menselijke boodschapper van het oermysterie God. Ik gebruikte het beeld van de tuinman die snoeit, om de planten tot bloei en langer leven te brengen. De storm die de kerk in zekere zin nodig had, zou een paar jaar later vuriger dan verwacht aangeraasd komen toen wereldwijd gevallen van seksueel gebruik en misbruik van kinderen door clerici aan het licht kwamen. En als een ware aardschok kwam het nieuws van de Brugse bisschop die zijn neefje jarenlang bestegen had... De kerkelijke woordvoerder nam mijn metafoor van het snoeien over...


Mijn groene vuur en de woorden die ik daarvoor had ontworpen, verleenden de kardinaal opnieuw een leidmotief, een thema voor een boekje. “De mens in zijn tuin.” handelde met kerstmis van het jaar dertien over het thema van de ecologie. Mooie anekdotes over heiligen die in hun cel in het klooster een vlieg tot vriend hebben, die de regels in de folianten van perkament aangeven bij het lezen... En natuurlijk veel interessant materiaal over de natuurliefhebber bij uitstek van de Europese cultuurkring, San Francesco, Franciscus van Assisi.

 

Ik was aanwezig bij de boekvoorstelling in het Aartsbisschoppelijke Paleis. Danneels gaf toe dat het zich verdiepen in de materie en het schrijven hem veel werk had gekost, het was een heel nieuw thema voor hem geweest. Opnieuw merkte ik hoe grote persoonlijkheden soms op miraculeuze wijze de blik van mensen kunnen lezen. Danneels had opgevangen dat het aantal huismussen sterk gedaald was; hij wilde iets zeggen over de huidige toestand, maar moest goed opletten, want de experten van Natuurpunt waren in de zaal aanwezig. De heilige man keek mij in de ogen, en las precies wat ik uitstraalde, dat de aantallen zich stilaan weer normaliseerden, en zo bracht hij dat feit dadelijk met de stem onder woorden. (Intussen zijn de populaties weer verder gedaald). Ik merkte dat de geleerde oude man op het vlak van mijn passie, de biologie, de dieren, nog veel te leren had. Hij speelde verrassend open kaart, zoals grote geesten doen, en meldde over het thema van het verschil tussen dier en mens, dat gelovigen hem hadden geschreven dat de Kloof toch immens bleef, en dat bijvoorbeeld honden hun baasjes niet echt aanvoelen en dat je dat kunt zien, omdat zij hun baasje nooit in de ogen kijken... Nou moe! Korte tijd later heb ik de christelijke professor een aantal anekdotes bezorgd uit het weergaloze “Mens en Hond” van de Duitse Nobelprijswinnaar ethologie (dierengedragstudie in de natuurlijke context) Konrad Lorenz (1903 -1989). Voorzien van een paar foto's van honden die recht naar het baasje keken, in de lens van de camera, waaronder eentje van mijn eigen Fellow.

 

Konrad Lorenz was de eerste onderzoeker die de Nobelprijs voor ethologie ontving. Hij werd beroemd door zijn dagelijks leven te delen met allerlei bevriende half wilde dieren, waaronder zelf uitgebroede gansjes.

 

 

 

 

 


Gedurende jaren heb ik incentives, inspiratie en perspectieven geleverd aan het Netwerk Rechtvaardigheid en Vrede (NRV), waarin door de bisschoppen een cel is opgezet om voor de gelovige gemeenschap rond milieu en natuur te werken, "EcoKerk". Via een kritische brief in Tertio heb ik, allicht samen met anderen en hun aansporingen, bereikt dat die Belgische bisschoppen dat team van nieuwe en bekwame mensen heeft voorzien. De weg is ingeslagen, maar omdat het enthousiasme voor de levende natuur er niet echt is, (het is een thema dat mijlen ver staat van de katholieke traditie die zich vooral op passages of enkelvoudige woorden in evangelies concentreerde!) zal de weg nog lang en moeizaam zijn.

 

Intussen beschikt de wereldwijde katholieke kerk over een paus van zelden gezien gehalte. De man is dapper, wijs in spreken en handelen, openhartig en integer. Hij ging de drugsmaffia een paar jaar geleden in Mexicaanse stadjes persoonlijk de les lezen met publieke toespraken, met gevaar voor zijn leven. Vooral ben ik zielsgelukkig met zijn ecologische “catechismus”, de encycliek “Laudato si”. Die heb ik besteld en bestudeerd lang voor de Nederlandstalige editie beschikbaar was, en extracten heb ik enthousiast gedeeld met een honderdtal kennissen, theologen en andere intellectuele partners. Ik had een bijzonder goed gevoel bij de lectuur; wat een wijsheid, wat een goed onderbouwde aansporingen, wat een ethische spankracht! En dat alles met veel zin voor het concrete leven van mensen, iets wat in het verleden de bisschoppen nogal eens verwaarloosd hebben bij het uitspreken of uitschrijven van exhortaties.

Een paus is Franciscus, die eindelijk de natuur weer een grote plaats geeft, en op die manier ook de banden tussen mens en kosmos. De bisschop van Rome onderstreept in zijn historische encycliek terecht dat mensen alles te winnen hebben bij een bestaan in soberheid en solidariteit. Als nieuwe leden van een gemeenschap in de lage landen met christelijke traditie mogen wij eindelijk de focus verleggen van de menselijke boodschapper van de Heilige Geest, Jezus, naar een God die Vader en Moeder is, maar vooral Schepper van bos en bloem, zee en berg, boom en beest.

 

Wij mogen Jezus' wat minder aanbidden, en wat meer zijn voorbeeld volgen. We kunnen, met het oog op het redden van de toekomst van het leven op aarde, zijn verhaal lezen in een Franciscaans interpretatiekader. En zoals hij zelf volgens de getuigenissen in de evangelies heeft gedaan, telkens weer tijd maken na de noodzakelijke uren van engagement, om de stille groene ruimte op te zoeken. Dat is vandaag een kwestie van levensbelang. Voor onszelf, want zeventig jaar na de grote oorlog, broedt de onrust weer. Maar vooral voor de mens als de kleine schakel die hij is in een oneindige reeks mensen en fellow creatures op onze blauwgroene planeet.

 

Een beperkte momentopname zijn wij, gelegen tussen voorouders uit de oertijd en wezens in een ultieme toekomst voor het Huis Aarde. Onze tevredenheid als machtige makers van welvaart, bestrijders van ziekten en van het eigen leefbare, genietbare bestaan, mag ons geen dag laten vergeten dat de dood op ons wacht. Enkel vanuit dat bewustzijn kunnen wij wellicht nog vermijden grote fouten te maken, die de toekomst van vele onschuldige schepselen, van hele soorten die tot stand kwamen na miljoenen jaren van zoeken in de struggle for life, ondermijnen zou.

 

God werkt langs het Toeval, dat heet in het Engels Providence. Reimund Bieringer, onze parochiepastor van de internationale parochie van de KU Leuven, waar we vele jaren vierden in de kapel van het Justus Lipsiuscollege,  een grote en zachtmoedige man van Duitse oorsprong, onderstreepte in een persoonlijk gesprek dat die gelukkige toevalligheden de manieren zijn waarop je God het duidelijkst opmerken kan. Zo kwam mij een jaar of vier na de aanstelling van paus Franciscus toevallig ter ore dat onze vriend kardinaal Danneels al bij de verkiezing van prof Radzinger tot paus, zelf liever de Latijns Amerikaanse kandidaat had zien opklimmen. En dat hij na het uitstel van dat ene mandaat, zelf aan de eindelijk verkozen Zuid-Amerikaanse bisschop voorstelde, de naam van de Italiaanse natuurheilige uit de dertiende eeuw te kiezen...

 

 Bieringer nam zelf de uitdrukking over tijdens zijn homilie van Pinksteren, voor de verenigde parochies in de Sint Jan de Doperkerk, die ik hem in een brief had aan de hand gedaan, "De Heilige Geest is Groen!".

 

De invloed van mijn grote liefde voor de natuur en de vele ervaringen die daarop zijn gevolgd in eigen streek en in het verre buitenland, heeft zich intussen dus zeer ver vertakt, en tot het hoogste niveau inspiratie gebracht, zo weet God.


Aan jonge meisjes en mannen wil ik daarom adviseren: ga ervoor. Beleef je passie, ga voor je roeping, en spreek erover. Verschijn op het scherm, dat van de televisie en dat van de sociale media. Leg getuigenis af van wat je beweegt. Spreek over jouw God.


“Do it. You never know who you will inspire!”

 

... zo zegde het Michelle, de echtgenote van president Barack Obama over jongeren die Olympisch presteren. "Jouw verschijning op de huiskamerschermen, kan in een ander hart in een achterkamertje in een ver land wortel schieten, en misschien grootse resultaten meebrengen". Je kan bijdragen aan vooruitgang voor de mensheid. Hoop brengen voor vele zielen. Als echtgenote van Barack had Michelle natuurlijk elke dag het sterkste voorbeeld van geloof in eigen roeping, en van taai werken aan de opbouw van je talenten en je uitstraling bij de hand.

 

De Obama's toonden zich messiaanse mensen, ook juist in hun warme bekommernis om jongeren aan te moedigen.

 

 

 

 

 

 

 

Laat de trollen maar dollen met de mollen.

Wij gaan voor wat van diep komt.

Een nieuwe lente, een nieuw geluid.

 

Als God je stem hoort, en je bezielen gaat; als je in contact raakt met je diepste bronnen, en daar expressie kan aan geven, dan kan je kleine mensen om je heen, maar god weet misschien ook wel grote figuren van inspiratie voorzien.

 

En na verloop van tijd op die manier mee nieuwe geestesstromingen voeden. Misschien haal je de podia daarmee, maar je inspiratie en goesting volgen, dat heeft zin, ook zonder dat iemand het in de gaten heeft. Je zou niet de eerste “verborgen Messias” zijn. Er zijn in elk  tijdperk vele "heilige mensen" die de Kerk over het hoofd ziet en nooit canoniseert, of pas na lange tijd. Denk aan de vele toegewijde verstandige vrouwen die de rol van moeder van hun kinderen opnamen, onder lastige omstandigheden. En aan je beste leraren en leraressen. Van hun inzet en werk plukken wij wel de vruchten, direct of on- bewust en indirect.



Literatuurtips

 

https://nl.wikipedia.org/wiki/Laudato_Si%27

 

http://community.dewereldmorgen.be/blog/stefaanhublou/2017/09/21/hoe-ik-op-edelherten-joeg-in-de-achtertuin-van-de-koning-en-verantwoording-aflegde-in-het-parlement

 

http://community.dewereldmorgen.be/blog/stefaanhublou/2017/06/28/is-sint-franciscus-een-gids-voor-de-toekomst-of-is-er-nood-aan-ecofascisme-met-litteratuurtips

 

http://community.dewereldmorgen.be/blog/stefaanhublou/2017/03/17/veertig-jaar-vogelaar

 

https://www.nieuwsblad.be/cnt/sd2k621v  - Danneels neemt afscheid als 'groene kardinaal".

 

http://www.standaard.be/cnt/1d2427be?adh_i=7f29affa49f7a4e452a378587a283455&imai=&M_BT=2088431487373 - Kardinaal toont zich bezorgd om milieu.

 

Creative Commons beperkingen zijn geldig bij verspreiding van deze tekst.