about
Toon menu

Afwas (wat in oppositie blijkt te staan met het concept 'Opkuisen')

zaterdag 3 maart 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • Barack Obama bij zijn eerste eedaflegging als President in Washington DC. Wie niet merkt dat essentiële zaken veranderd zijn tegenover de vorige tweeduizend jaren, die moet beslist Léonard heten...


Ik wil God een proces aandoen.

Ik sta aan de afwas, en plots bedenk ik hoe raar het hier loopt in VL.

Gewone mensen, dat die zo weinig goesting hebben om met medemensen met exotische herkomst o m te gaan. En zo hemeltergend weinig verbeeldingskracht, en vaak nog minder mededogen. Of zelfs maar voelsprieten voor het lijden, de miserie van de andere mens.


Mijn eigen moeder had tien jaar gewerkt in dertien landen, helemaal zelfstandig, toen zij aan onze opvoeding begon. Wij waren waarschijnlijk de allereersten in Leuven die aan Congolese en Rwandese studenten kamers aanboden. Moeder werd dan ook zonder schroom de vriendin van de vrouw van Matumo, de oudste van die studenten.

Later emigreerde de man met zijn gezin naar Frankrijk, waar hij kon werken aan de universiteit van Bordeaux. Als hij nog eens in ons land was, zagen we hem wel eens. Dan trof zijn getuigenis, als Congolees dus, dat de sfeer in de stad in het zuiden veel minder racistisch is. "Ik voel mij daar een mens zoals de anderen. Iedereen is beleefd".


Mijn broer en ik leerden die, meestal zeer familiaal en sociaal aangelegde en beheerste mensen al vroeg kennen, door dagelijks omgang, gastvrijheid, gesprek.

Voor we zestien waren, hadden we, na beleefd vragen, met eigen vingertjes gevoeld hoe Afro kroeshaar wel is en aanvoelt.

 

Pas twintig jaar later, rond het midden van de jaren negentig, toen de eerste uitwisselingen van Vlaamse blanke jongeren met mensen met donkerbruine huid naar en van Afrika plaatsvonden, drong het door hoe sober die mensen leven. Hoe eenvoudig. Hoe spaarzaam.


“Ja, hoe ze in Afrika de afwas doen, nu heb ik het meegemaakt: met heel weinig water. En met zand in plaats van zeep”.



Anno dit jaar zijn er nog steeds, zo geven de media toch de indruk, miljoenen landgenoten die sakkeren op die Vreemdelingen, die maar moeten blijven waar ze zijn, en waarom zouden wij gastvrijheid moeten beoefenen?


Een doctoraatsstudent die bij ons vriend aan huis was vanaf zevenenzeventig, Faustin, Docteur és Lettres en machtig goed karateka, heeft ons herhaaldelijk duidelijk gemaakt: “Kom naar ons. Je kan bij mij logeren. In ons land is het leven 'open'. Je kan blijven zo lang je wil. Bij je aankomst wordt er garanti een geit of een schaap geslacht, en is het groot feest”.


Die stijl is ooit ook in ons Europa de regel geweest. Dat lees ik in de Odyssee, met tevreden verbazing, dezer dagen, terwijl buiten sneeuw ligt.


Dat moest ik even kwijt, nu kan ik verder aan de afwas.