about
Toon menu

Vlaming, ga eens wat meer voor Topervaringen. Een overweging in tijden van vorst(elijk) weer. °

donderdag 1 maart 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • Leuvense centrale Universiteitsbibliotheek bij sneeuw. Eigen foto.

° Bijgewerkt op 3/3/18

Het heeft tijdens de nacht acht graden gevroren, zo lees ik op de meter aan de tuinmuur. Het land gaat in een andere mentale modus, als de Natuur zodanig de condities verandert. De vrieskou treft de professor te voet bij het stadhuis even goed als de student met  Brabantse stamboom en de Chinese studenten m/v. Herinneringen brengt de koudegolf naar boven, een bezinning op het leven in 1962, en op universele bronnen van pijn, beschaving en geluk. - Negental minuten leestijd.


Eergisteren stelde prof emeritus Filosofie Anton Vandevelde zijn boek “Het geweld van geld” voor in de mooie Kardinaal Mercierzaal aan het gelijknamige plein. Een van de eigenschappen van de invloedrijke denker, docent en schrijver, is dat hij zelf in zeer diverse levensdomeinen actief is. Hij kweekt zelf groenten en kleinvee, maakt boswandelingen. Hij en ik waren ooit elk apart vrienden van de Inuïtpater Kees Verspeek, een nationale figuur om trots op te zijn die overleed toen hij bijna honderd was. Verspeek wordt door mensen in Canada nog steeds op handen gedragen, zo vernam ik via toevallige persoonlijke contacten via internet met kleinkinderen van de Eskimo waar Verspeek zorg voor opnam. De ingoede missionaris had geleden onder onbegrip en overmatige werk eisen van oversten in onze streken, onder eenzaamheid en koude in het Hoge Noorden, maar maakte graag grapjes, zoals “Geen wonder dat ik op hoge leeftijd nog actief ben en in leven: vlees in de diepvries, dat bewaart goed.”


Een van de adviezen die Vandevelde een aandachtig en gecultiveerd publiek meegaf, is dat een denker best 's morgens de kranten leest, tussen het werk door zijn fysieke gezondheid in acht neemt, en 's avonds een roman leest, of filosofie. Mijn verhouding met kranten is een verhaal apart. Als kind van drie of vier zag ik weinig kranten, maar grootvader las er wel twee of drie, waaronder het Franstalige La Derniere Heure. Vader las wel eens Der Spiegel of Paris Match, en ook de titel Frankfurer Allgemeine klinkt als een klok uit de oertijd in mijn geheugen, maar bij sollicitaties hield hij, die onder totalitaire politiek had geleden in Duitsland, zich graag op de vlakte. Op de vraag “Welke kranten leest u?!” was zijn standaard antwoord, “De Passe Partout!”. Dat was het lokale krantje van Leuven, dat geen politieke kleur had. Het droeg de naam van het hulpje van de charismatische romanfiguur Philias Fogg, de charismatische, krantenlezende, klokvast levende, zeer welstellende burger uit de verhalen over het koloniaal actieve Groot Brittanië, zoals Reis om de wereld in tachtig dagen. De krantenkoppen die ik soms te zien kreeg, schrokken mij af. Zo veel luide statements, zo veel uitroeptekens... De volwassenenwereld leek onbegrijpelijk-complex en dramatisch. Zelfs in vergelijking met de straffe maar bijna altijd waargebeurde verhalen die papa vertelde uit zijn tijd als militair. Zo was hij  onder anderen actief in het luchtruim boven het ijskoude Rusland van Stalin. Hij vertelde op een dag, immer speels-kritisch en met ethische ondertoon, dat sommige Wehrmacht soldaten door vadertje staat bij het helse winterse beleg van Stalingrad voorzien waren van gloednieuwe technologie: laarzen met ingebouwde verwarming op batterijen. Maar dat die overbevraagde jongens van het Dritte Reich de prachtige dingen omruilden bij de Russische boertjes, letterlijk voor een appel en een ei, om toch wat (diversiteit in de) voeding te krijgen.


Intussen raak ik meer en meer overtuigd van de waarde van het lezen van kranten op geregelde manier. Ik verneem bij Arthur Conan Doyle dat zijn personage Sherlock Holmes en zijn vriend en kamergenoot dokter Watson, er essentiële feitenkennis uit halen om de misdaadmysteries op te lossen. En wat kan een denker doen, zonder voldoende feitenkennis over de concrete wereld? Anderzijds heb ik tot mijn vijftigste de voorkeur gegeven aan “de school van het leven” om tot dieper begrip en pogend enige wijsheid te komen. Ik verkoos interessante gesprekken, job rotatie en gediversifieerde vrijwillige inzet, buitenlandse en binnenlandse reizen.


Een tijdlang heb ik vijf kranten per week gelezen: drie keer de dagen dat Rik Torfs zijn licht laat schijnen op leven en werken van de kabouter, en daarbij de twee dagen dat de belangrijkste kranten hun boekenbijlage uitgeven. Intussen moet ik noodgedwongen gas terug nemen. Leven op een kostje van media informatie, dat maakt de mens gek. Je gaat volgens vooroordelen leven, op een bedje van "hearsay". En je verliest het contact met wat gewoon is. Media zijn mysterieuze en vooral volleerde meesters in het spectaculair maken van de dingen van het leven. Het zijn geslepen lenzen. Je gaat gedachten over Arabieren, Belgen, Joden, Zwarten, Gelen, Blauwen.... koesteren die karikaturen zijn.

Media zijn Verslavend.

Logisch, de makers betalen hun huishuur en hun autoleningen met uw en mijn centen.


Nu goed, in Het Laatste Nieuws van 20 februari, bij het begin van de koudegolf en de polaire vortex, trof ik het door de reporter boven gehaalde feit dat de winterperiode van '62-63 de langste is geweest sinds de waarnemingen: 77 dagen, vanaf 21 december! Ik zag, net zoals christendemocraat Kris Peeters, het levenslicht in de zomer van '62 en bezoekers en familie verwezen in de jongensjaren nog lang naar die harde winter. Met een concept van Piet Nijs ben ik ervan overtuigd dat mijn lichaam “een geheugenspoor” kent dat tot op vandaag naar die indringende natuurlijke omstandigheden terugvoert. Ik geniet nog altijd van de vriesweken. Allicht omdat die een aangename herinnering meebrengen aan de tijd in de wieg, in de “pousette” op straat en in het park, zoals Leuvenaars de kinderkoets benoemden. In je eerste duizend dagen veel tedere zorg en ouderlijke aanwezigheid mogen ervaren, dat blijft levenslang een bron van levensenergie.


Terug naar 28 februari 2018. In Fnac en Boekarest ga ik op zoek naar “Being a beast”, het verslag van de Brit die als origineel experiment in de huid kroop van dieren als otters en vossen, en naakt in de natuur is gaan leven, zowel in de zomer als in de winter. In de mediaketen trof ik het boek in vertaling, en ook onverwacht een aanbieding. Van de bibliofiele reeks MacMillan Collectors Library biedt Fnac drie grote titels uit de wereldliteratuur voor de prijs van twee. Ik slaak ter plekke een uitroep van  verwondering toen ik zag dat die uitgever de Odyssee  van Homeros aanbiedt in de vertaling van een van mijn iconische helden, Lawrence of Arabia. Verder neem ik het lievelingsverhaal van Barack Obama, Moby Dick van Melville, een straf verhaal gebaseerd op ware feiten. Deze uitgaven zijn prachtig, in klein & handzaam formaat, ideaal voor treinreizen, en de boeken zijn verguld op snee en versierd met terugkerend motief, in diepdruk op de lichtblauwe harde kaft en op de binnenpagina's, van takken en -bladerkransen van de wintereik, die meest edele boom van onze bodems. Na een half uur stappen in de heldere zon op weg naar kantoor, kruisen wij aan het Iers College twee jonge Chinese vrouwen. Zij kijken ongelofelijk helder en open uit erg exotische ogen. Onderweg  kiezen wij de meeneemmaaltijd van de dag bij Xiang Xiang. De kip in zoetzure saus is een eenvoudige traditionele Chinese schotel, maar wel zo anders dan wat we gewoon zijn, en lekker. De kip-nuggets zijn gefrituurd, en van een pikant, smakelijk sausje voorzien. De ervaring op de tong brengt als vanzelf een andere herinnering naar boven. Deze aan een gesprek dat ik voerde met een van de allereerste Chinese studentes in onze stad. Zij volgde Engels aan de vermaarde taalschool CLT in het jaar 1989.


Wij zitten met de klas tijdens een avondje uit in een Italiaans restaurant in de Muntstraat onder begeleiding van lerares Marleen. De tongen komen los bij de de rode wijn en een Irish Whiskey. Links van mij zit Pedro, een Latino of een Arabier, mijn geheugen laat mij op dit punt in de steek. Aan mijn rechterhand zit Lee, een Chinese van midden de twintig. Pedro betoogt dat in de liefde het vuur en de passie veel belangrijker zijn dan het respect. Ik ga met matig succes daartegen in het verweer, alsof ik al kennis heb van de toekomstige zaak Weinstein. Plots werpt Lee een opmerking op:

“I heard say that Chinese culture is based on cooking, and American culture on sex?”


Ondanks mijn toen al vrij ruime vertrouwdheid met mensen van diverse landen en achtergronden, en met de Amerikaanse cultuur die papa adoreerde, is dit vraagstuk me een kluif. Ik weet het ook niet, maar het is in al zijn eenvoud wel een uitdagende stelling. Natuurlijk heb je Hollywood, waar de sterren vaak scheiden, sappig-gedurfde avontuurtjes beleven, en in sommige films komt, ondanks de censoren, een lichtzinnig erotisch leven in beeld. En China is op het eerste zicht bevolkt door brave mensen, die hard werken, altijd enige afstand bewaren tijdens contacten, beleefd handelen, vaak fijntjes glimlachen en er op letten de gesprekspartner nooit gezichtsverlies te laten lijden. Bij ons zowel als bij hen, is tienduizend jaar geleden de sedentaire stedelijke cultuur van start gegaan op basis van teelten, met inzaaien, tijdig oogsten en veredelen van de gewassen als melodie. Bij ons ging het om tarwe en andere granen, bij hen draaide het om rijst. Maar kan het zijn dat de culturele essentialia en met name de liefde in beide moderne landen erg van aard verschilt?


Een oude vriend die levenslang filosofie doceerde, gaf recent in een gesprek aan dat volgens hem het wereldbeeld zeer sterk doordringt in de liefdesbeleving. Romantische gevoelens, die vandaag de partnerkeuze schragen en het door Kerk en maatschappij bezegelde huwelijk, zouden duizenden jaren gewoon niet bestaan hebben. Paartjes werden niet gedreven door vlinders in de buik. Johannes van het Kruis zou geen huidhonger hebben ervaren naar zijn al even mystiek-sterke vriendin Theresa van Avila. Ik herinner mij dat ik in het restaurant kort na mijn afstuderen last had met de betreffende vraag, nog maar weinig gepresteerd hebbend op het vlak van relatievaardigheid en liefdesbekwaamheid. En dus bleef ik een antwoord schuldig op de provocerende en toch beschaafde stelling van de verontrustend mooie Lee. Ze verdween kort na dat feestje uit het gezichtsveld.


Terwijl ik mij over de rijstmaaltijd buig en de sexy vraag dertig jaar later weer in overweging neem, raak ik er wel uit. We hebben als vakhistorici geleerd dat elke boodschap, van een Vlaams krantenartikel tot een ideologie in een communistisch land, altijd gekleurd is door de instantie van wie ze uitgaat, én door het doelpubliek. In die context is het logisch dat de communistische partij, die er voor bekend is dat zij graag de hoofden en neuzen in dezelfde richting houdt, de miljardenbevolking suggereerde dat de Amerikanen er een relatief decadente levenswijze op nahielden. Dat de eigen mensen, die tot op vandaag wat comfort en beschikbaarheid van producten en diensten (de zogenaamde interne markt van consumptie) gevraagd wordt de buikriem aan te halen, dat veel minder zouden doen.

“Wij zijn arm maar edel”,

dat soort troostende collectieve identiteit. Dat valt ook zo te interpreten tegen de achtergrond van actueel nieuws dat tot ons komt uit 'Het land van her Oosten', zoals de naam in het betreffende vierkante Chinese karakter getekend staat. Waar de kritische kunstenaar Ai Wei Wei vervolgd wordt, en waar de overheid, de Partij, om haar greep niet te verliezen in een mondiale sfeer van vrijheden, als een ware Orwelliaanse Big Brother data van internet gebruikt om de burgers gedetailleerd te monitoren, te controleren. Een natie waar de huidige president tegen de grondwet in aanstuurt, en voorlopig met succes, op alweer een nieuwe ambtstermijn  en een personencultus en een cultus van “zijn gedachten” op laat zetten. In de lijn van de aanpak van de grote roerganger, de generaal, revolutionair en toppoliticus Mao Zedong (1893 – 9 september 1976) die het land van buitenlandse inmenging bevrijdde na De Lange Mars. Wie herinnert zich nog “het rode boekje”? Een van de spreuken daarin trof me als scholier:

“Het is beter je doel voorbij te schieten, dan het niet te bereiken”.


Intussen ben ik, zoals de Native Americans het zeggen, 56 winters oud, en het is intussen overduidelijk dat de menselijke culturen en de persoonlijke geest van mensen vaak veel ingewikkelder gebouwd zijn dan ik als jongere aan heb genomen. De stelling van Lee was natuurlijk een groot simplisme. In de twaalf woorden ervan, kan je nooit een cultuur ook maar een beetje samenvatten. Nu besef ik bovendien dat de mens, van politici tot voetballers, heel vaak uitmunt in het maken van schijnbewegingen. De betuttelende staatsvisie die Chinese mannen en vrouwen op erotisch vlak een brave spiegel wilde voorhouden, dat is ook te bekijken als een logische reactie in een periode dat de grote roerganger zelf fenomenaal seksueel actief was. Over de grenzen van fatsoen en gangbaar gedrag heen. Hoogleraar seksuologie Piet Nijs wist ons dat in detail te vertellen in vijfennegentig. De colleges Seksuele Psychologie volgde ik als vrij student in de overtuiging dat de kloof tussen de geest van de vrouw en deze van de man werkelijk bestaande is, zelfs vrij groot en dus interessant om wat beter te begrijpen om goed te leven tijdens dit ondermaanse bestaan. Desmond Morris, de grote etholoog en zoöloog bekend van “De naakte aap” en intussen hoogbejaard, liet vorige week nog weten dat

“Wat er ook gezegd wordt, het verschil tussen de geest van man en vrouw zeer groot is”.

Bij Nijs vernamen wij dat president Mao elke week volle bussen met plattelandsmeisjes, zijn favoriete partners in de slaapkamer, liet aanvoeren. Nijs gaf als context de wetenschappelijke info mee dat het zich wel vaker voordoet dat zeer op macht gebrande, getalenteerde politieke leiders blijk geven van extreme erotische appetijt.


Denk maar aan JFK, de president met het democratische imago die in Dallas op 22 november 1963 door kogels aan zijn einde kwam. Een niet onknappe vriendin van mijn moeder had in het jaar 1971 in haar sobere maar propere huiskamer het portret van Kennedy in een zilveren kadertje op de schouwmantel. John Fidzgerald liet wereldwijd vrouwen in zwijm vallen door zijn knappe uiterlijk; vandaag gebruiken ook Nederlandstalige vrouwelijke journalisten daarvoor graag het Amerikaanse concept “eye candy”, zoals in het geval van de deelnemer aan de winterspelen in Korea die in naakt bovenlijf de ererondes maakt. In het dagelijkse leven buitte de charmante Kennedy, zo bleek jaren na zijn dood, die seksuele aantrekkingskracht volop uit. Veel meer dan de latere president Bill Clinton, die door het me too-getuigenis avant la lettre van White House secretaresse Monika Lewinsky aan de schandpaal werd genageld door onderzoeksrechter Stark. What's in a name, dat Engelse woord heeft de betekenis van grimmig, onbuigzaam en ook schril, kaal en naakt. Zoals bekend bereikte de stugge rechter het omgekeerde van wat zijn preutse bedoelingen beoogden: na die zaak gingen veel meer Amerikanen (en hele volksstammen burgers wereldwijd) orale seksualiteit verkennen en genieten. In een biografisch stripverhaal dat ik jaren later inkeek, bleek op tactvolle wijze verduidelijkt wat voor soort leven de president van de USA leidde, door middel van een beeldende anekdote. Tijdens een statige receptie in een groot overheidsgebouw verdween de deugniet met twee chique jonge vrouwen via een gang bijna ongemerkt naar het belendende zwembad. Daar was niemand aanwezig. Hij bleef daar niet lang, een minuut of zeven, zo noteerden alerte reporters. Dan schreed het drietal terug binnen in de salons waar de gesprekken gewoon doorgingen. Nauw merkbaar opgewonden, lichtjes opgelucht en bevredigd.


De liefde tussen mensen, zij is vaak niet geheel onproblematisch, maar zij kan bruggen slaan tussen rassen en klassen. Liefde heeft dat kenmerk gemeen met winterkoude en met genieten van eten, ook juist als het uit een exotische traditie komt.

“Verandering van spijs doet eten”.

Als vijftiger daagt me elke dag meer het besef hoe de werkelijkheid van de mens bont is gekleurd, en meer dan eens rauwe, ruige, of ranzige kantjes vertoont. Meer en meer facetten van de grote Diamant waarmee je de menselijk persoon in het algemeen of een welbepaald individu iconisch kan voorstellen, worden gaandeweg zichtbaar. Leuvens taaleigen zegt terecht,

de wijsheid komt maar met de jaren.

Een goed antidotum is dat tegen de cultus van de jeugd in tijden van massale consumptie. Die edele vlakke zijden aan de menselijke edelsteen kunnen helder of duister zijn, en af en toe treft je er eentje vol schittering. Het is overigens juist vaak in de contrast-ervaring dat het aangename en het verdiepende schuilt. Het straffe verschil, dat is wat het bewustzijn dieper maakt, en ons dus geluk kan brengen. Zoals de kamer heerlijk warm aanvoelt bij amper achttien graden op de thermostaat, bij het intreden na een fikse winterse wandeling.


De moed om een passie samen te delen, dat maakt het leven interessant.

 

Dat kan passionele intimiteit zijn, samen grote reizen maken of enthousiast ornithologische waarnemingen, voetbaluitslagen, uitvoeringen van pianisten of gastronomische genoegens delen. Die dappere openheid ontgrenst je bestaan. Voorheen ondenkbare ervaringen blijken mogelijk te worden. In een sneeuwlandschap God ontmoeten, een topervaring in een zwembad, een Sperwer die boven jou en je lief zeilt. Die openheid, daar zijn Vlamingen niet altijd toe opgevoed. Dat voorzichtige, modale gedrag dat het adagium lijkt te gehoorzamen, doe maar normaal, dat is al gek genoeg,  heeft ook wel zijn voordelen. Want wie zich openstelt, kan hard getroffen worden.

 


De diva Viviane De Muynck ontvangt dezer dagen de Ultima voor Algemene Culturele Verdienste. Een bepaalde quote maakt de pagina in De Morgen van de laatste dag van februari pittig als rode paprika:

"Ik ben misschien wel de Tina Turner van de Lage Landen",

een goed bedachte maar naast het portret toch niet geheel overtuigende verwijzing naar de van levenslust blakende Afro-Amerikaanse zangers en performer. De Muynck merkt in de tekst meer prozaïsch op dat het verdriet dat met het verlies van naasten is gepaard gegaan haar zo veel pijn doet, dat zij er niet kan bij stil staan, ook nog niet op haar gevorderde leeftijd. En dat haar grootse carrière en tot op vandaag heftige graad van activiteit allicht een grote omweg is, bedoeld om niet die emotionele innerlijke arbeid van rouw en verliesverwerking te moeten verrichten. Persoonlijk leg ik mij al heel lang liever toe op “het remmen op de motor”, op het innerlijke emotionele werk. Dat heeft het voordeel dat je in je activiteiten misschien toch met meer Vrijheid kan te werk gaan en vrije keuzen kan trachten maken. Zoals gaan voor wat je leven het meest interessant belooft te maken. Zonder “gelukkige slaaf” van de (klassieke vormen van) arbeid te worden.


Misschien moeten we in elk geval als Vlamingen wat meer durven gaan voor Topervaringen. Ook als die meebrengen dat we een stuk van ons traject door pijn moeten gaan. No pain, no gain. De Amerikanen hebben toch weer het laatste woord. - Ja, ik weet het, leven in een klein landje is altijd een beetje tragi-komisch.

 


 

Regels van Creative Commons in acht nemen bij het delen aub.