about
Toon menu

De Zandloper *

vrijdag 23 februari 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • Een wereld die lijkt gedomineerd te worden door misdaad, geweld, angst en stedelijke beslommeringen, kan best wat aandacht voor het kleine ding gebruiken.


De zandloper. Ik heb er iets mee. Van voor ik zelf kon lopen, vond ik het een fascinerend voorwerp. Mijn persoonlijke herinneringen gaan inderdaad zeer ver terug. Een overlevingsstrategie wellicht, in een oorlogstijd, ook al vallen er niet vaak napalmbommen uit de nationale wolken. De zandloper speelde een rol in de momenten van opperste geluk die wij familiaal meemaakten op vrije weekeind ochtenden, wanneer vader ontbijt op bed prepareerde voor moeder en de twee lilliputter zonen. Het artefact maakt het fenomeen van de tijd aanschouwelijk met behulp van ruimte. Als ik eens het geduld kon opbrengen, keek ik, om te begrijpen wat het is, hoe het werkt, en vooral hoe de tijd vliedt, hoe het hoopje zand in de benedenste kolf groter werd; en dan ging de blik naar de straal zandkorreltjes, die snel en bijna onmerkbaar beweegt. Je kan met het blote oog enkel vermoeden hoe de minuscule deeltjes schouder aan schouder hun ding doen, holder de bolder over elkaar rollen, zakken, vallen... Boven de taille van glas, zie je hoe de omgekeerde piramide eerst onbeweeglijk lijkt, maar bij langdurig toekijken, wordt zij duidelijk kleiner, en uiteindelijk verdwijnt zij in het onbegrijpelijke, verrassend onbestaande niets. (Leestijd vier en een halve minuut).

Bijgewerkt op 12 III.


In deze dagen van Valentijn herkent de volwassen man, die volgens universeel geldig onderzoek elke zeven seconden aan erotiek denkt, in de zandloper een seksuele act. De kamer waar het kindje gevormd wordt, van leven voorzien wordt via een smalle betekenisvolle sleuf. Of het bekende beeld, niet oneindig ver van erotiek verwijderd, van het jonge vogeltje dat via de bek van mama of papa vogel gevoed wordt, kort na het uitkippen. En dan denk ik al gauw aan een van de mooiste foto's die ik ooit onder ogen kreeg, tijdens meer dan vijftig jaar foto's lezen. Het portret dat Fred Bruemmer maakte tijdens een van zijn bezoeken aan een familiale groep Inuit. Fred is volgens mij de grootste schrijver en fotograaf van onze generatie over het Hoge Noorden en de Inuit. In “Leven met de Inuït" staat een portret van een grootvader in parka van rendierbont die een kleindochtertje in eentje van robbenbont van voedsel voorziet. Van mond tot mond. Robbenvlees dat hij eerst met de eigen oude tanden zacht gemaakt heeft voor zijn nakomelinge. Vertederend, dat familiale handelen, gericht op leven en overleven, in vanzelfzwijgend vertrouwen, dito intimiteit. Een no nonsense tafereel dat zich al millennia moet afgespeeld hebben in een landschap waar je naakt buiten de tent of de iglo binnen de tien minuten de dood zou vinden, tijdens negen maanden door het jaar. Zo mooi vond ik dat portret van die twee mensen op de noordkalot van deze aarde, dat ik er een scherpe reproductie van liet maken, en die van een kader voorzag, om de wand van mijn studeerkamer op te lichten toen ik in de Weldadigheidsstraat woonde.


 

Inuit missionaris Kees Verspeek o.m.i. Portret in Eskimo parka gemaakt in zijn actieve tijd in Labrador, Canada. Met dank voor het ter beschikking stellen van de foto.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tegenwoordig gebruik ik een reuzen exemplaar van een zandloper. Dat kunstige ding heb ik amongst all places gevonden in de shop van The Tower of London, dat barre en toch mooie middeleeuwse restant van rechtspraak en tortuur. In “Het gele teken”, het eerste boek van Blake en Mortimer door Jacobs, dat meteen zijn legende op gang trapte, figureert de Tower op de eerste pagina, hij krijgt er de titel van “het hart van Londen”. Misschien begrijpelijk in de jaren vijftig, een tijd waarin de geesten maalden om te begrijpen wat de mensheid was overkomen met de tweede grote wereldoorlog. Vandaag zouden we wellicht eerder de city, de beruchte en glorierijke bankierswijk met haar “gelukkige slaven” (naar het woord van Tom Lanoye) als hart van Londen ervaren. Of de Big Ben Clock Tower aan het Parlement natuurlijk, en de brug over de Thames op die plaats, Westminster Bridge.


Thuis staat die prachtige zandloper, doorlooptijd vier een een halve minuut, in de inkomhal. Die heb ik omgetoverd tot stille ruimte, toen ik mijn intrek nam in dit huis, ruim een jaar geleden. Omdat het mij blijvend bijzonder lastig valt om de geboden van Ademtocht, de christelijke meditatiegroep die ik al een vijftal jaar vervoeg om de twee weken, als een goede leerling op te volgen, in deze zin dat ik nooit twee keer per dag een halfuurtje tot mediteren kom, heb ik het kleinood uit London ingeschakeld. Het is een pareltje van recyclage. De basis vormt de lichtbruine, met stalen pennen verbonden houten structuur, die in een vorig leven, wellicht nog voor de eeuwwende van 1900, een spoel is geweest in de weverijen, de grote textielfabrieken in Engeland. The Griffin is het merk, en een knappe griffioen siert het papieren etiket op de top. “70 yards”. “Lenght Guaranteed” lees ik nog. Misschien draaide het ding wel een miljoen keer rond haar as, in de periode die welvaart probeerde te brengen voor allen. Industrie was nieuw, een toekomstbrenger, zo zegde de intelligentsia. Een nieuwe levensstijl die inderdaad wellicht gedurende een paar generaties voor gewone plattelandsmensen een klein stenen huisje in een rij identieke stulpjes opleverde, en voeding uit blik. Dat waren op de keper beschouwd misschien betere condities dan wat miljoenen arme dorpers voordien hadden gekend. Maar velen van dat proletariaat zagen toch vooral zwarte sneeuw. Daarom klom in dat land toen Charles Dickens in de pen, om de aandacht te trekken op het pauperisme, en bij ons schoot priester Daens in actie, bekend van “Priester Daens” van de hand van de schrijver uit Erembodegem, en van de film uit het laatste kwart van de twintigste eeuw, die de Vlaamse film volwassenheid bracht.


Telkens als er niets hoogdringends moet gebeuren als ik thuis kom van werk, wandelingen en boodschappen, zet ik mij op mijn stoeltje gemaakt van een veertig centimeter hoge stronk van berkenhout met de witte schors intact eromheen, in de kapel. Ik steek een kaars aan en draai geconcentreerd de kostbare zandloper om. Zitten blijven tot alle lichtgrijze zandkorrels (hoeveel zouden het er wel zijn?) de bottleneck zijn gepasseerd, dat lukt meestal wel. Soms draai ik de zankloper nog eens om. Na die vijf tot tien minuten treedt dan die vreemde, altijd verrassende en een leegte latende immobiliteit in het hart van het tuig. Als ik deze maxime vol kan houden, ga ik daar nog fijne vruchten van plukken. Stilte inspireert. Gewoon zitten, de opkomende gedachten loslaten, telkens weer, met rechte rug en met aandacht voor de ademhaling, het is de ideale medicijn tegen het venijn van deze Tijd.


 

 

Nota Bene

Wie mij leest op dit forum heeft overschot van gelijk. U leest een opiniemaker met invloed, ook al geniet hij geen grote naambekendheid in de main stream media. De column van vandaag 27/2 van Rik Torfs, wél een naam in het Maatschappelijk Debat, werkt het thema dat ik aankaartte vorige week in de blog "Vlaming, neem de ruimte om te bestaan" verder uit. Met zijn bekende flair om de grote vraagstukken van de tijd te illustreren vanuit heel concrete observaties. De eerste regels luiden:

"Wij zijn minder vrij dan vroeger. Er is steeds meer dat niet mag. Maar geldt dat voor iedereen? Soms lijkt het of alleen de doornsneeburger op het land zijn levensstijl dient te veranderen, terwijl de 'hoogopgeleide culturele elite uit de stedelijke lofts en penthouses gewoon haar gang mag blijven gaan. Ongelijkheid dus. (...)"

 

Creative Commons dienen gerespecteerd. Delen met bronvermelding.