about
Toon menu

Welk leven kan ik als blanke man voeren in besef van gepleegd gemeen geweld door blanke racisten? *

woensdag 22 november 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • Illustratie uit de Toronto Star bij een tentoonstelling over prenten die racistisch geweld mogelijk maakten in onze midden Afrikaanse kolonies.


“De Europese erfzonde – racistisch geweld en blanke superioriteit – moet aangepakt worden.”   Onder die titel heeft het blad MO enkele specialisten in de antropologie en geschiedenis van de kolonisatie en ervaringsdeskundige denkers aan het woord gelaten. Dat spervuur aan doordachte beschuldigingen kwam er zelf na een bevlogen, indringende elf november-lezing in het Vlaams Parlement door de schrijver Pankaj Mishra. De vijf bijdragen zijn een soort hedendaags “J'accuse”, het overbekende artikel van Emile Zola in de Parijse krant over het sluipende racisme dat de zaak Dreyfus veroorzaakte. Zeker als wij de gedachte van inheemse denkers verbreden tot de vaststelling dat de collectieve Geest van blank geweld die ooit miljoenen over de kling joeg, zich vandaag ook tegen de natuur keert, en dat wij dus allen de roeping hebben die dringend bij te sturen, is dit een noodzakelijk denkspoor. En toch. Na de teksten te laten inwerken en te toetsen aan het instrumentarium van de historicus en het geweten, rijst er twijfel. De verontwaardiging lijkt de motivatie van de auteurs en de kracht van de boodschap wat te kleuren en te beperken. Hoe moeten wij omgaan met de onfrisse morele erfenis die onze voorouders ons hebben nagelaten? Welk moreel kompas kan de met schuld uit het verleden beladen blanke man die streeft naar integriteit nog gebruiken? (2200 woorden)


De vijf pittige elf november bijdragen in MO treffen me als behorend bij de belangrijkste, verfrissendste, meest ambitieuze, stoutmoedige, kritische en diepgaande die ik dit jaar las. Het fenomeen waartegen hier veelkleurige reactie opborrelt, wreed en racistisch gebrek aan eerbied voor de mens in exotische streken, roept bij mij het woord op van Nelson Mandela, over over de onderliggende psychologische beweging die bij mensen dat vreemde racistisch neerkijken op de andere mens veroorzaakt. Mandela kwam deze diepe, verrassende waarheid op het spoor door in de stilte van zijn gevangenschap te reflecteren op de ultieme grond voor zijn strijd en op het felle lijden van zijn natiegenoten.


"De blanke schaadt elke keer dat hij een andere mens vernedert, pijnigt, beschadigt ook iets waardevols, iets waardigs in zichzelf".



Dat is een bevinding waar we niet te snel moeten overheen lezen. Als we ze goed begrijpen, doemt een conclusie op: dat het vooral in ons eigen belang is, dat wij van die heen en weer gaande dynamiek van racistisch geweld af raken. En des te meer omdat de schadelijke vlek van hatelijk geweld misschien nog heel wat verder uit deint dan zij in de lezing van de Indische denker, en dan door onze landgenoten (met kleurtje) is beschreven. Geweld, zo weet de psychologisch bewuste mens, dat werkt ook vaak ongemerkt in een andere dan de gebruikelijke richting. Mensen van wie de waardigheid in grote mate werd geschonden, gaan vaak “geweld naar zichzelf” gebruiken! Slachtoffers worden daders en daardoor nog grotere slachtoffers.


In onze wereld waarin fenomenen ook juist opduiken of verdwijnen naargelang ze in het Maatschappelijk Debat worden beschreven, is deze verfrissende visie van belang. Geweld kan zich interioriseren. Depressie en overmatig gebruik van tabak of alcohol, zij zijn een vorm van gemaskeerd geweld naar het ik. Zelfdoding is een voorbeeld, natuurlijk. Eentje dat bij ons meer aan de orde van de dag is dan in andere gemeenschappen. Idem voor de zogenaamde gezinsdrama's waarbij een ouder, meestal de vader, het hele gezin ombrengt, & vaak om niet dadelijk inzichtelijke en dus lang onbenoemd gebleven redenen.


De terechte, interessante aantijging dat er ontoelaatbaar geweld zit in de geest die onze beschaving typeert, heeft nog een belangrijk gevolg: het besef dat die boze geest speelt als diepere oorzaak waarom wij dagelijks blijven zondigen bij de destructie van Moeder Natuur. Bomen, dieren, water, lucht, klimaat, eigen longen... Een vernietiging die samengaat met de meest herkenbare verwezenlijkingen van “superioriteit” (G. Rutten!) van onze beschaving".


Dit kwaadaardige mechanisme, die verborgen, afgeleide moordlust, vormt een lek in het Schip van onze samenleving waarlangs waardevolle schatten, proviand voor de ziel van mens en medeschepsel zoals Leven, Levenskansen, Levenslust, Veerkracht... wegvloeien!


Deze kritische visie(s) op een soort doorgeschoten dodende geest in onze cultuur is daarom als Diagnose letterlijk potentieel levensreddend, en we mogen haar niet licht afwimpelen.


De vijf Boodschappen van boze mensen, ze ontstonden niet toevallig in de 'periferie' waar culturele kruisbestuiving plaatsgrijpt omdat mensen met verschillend kleurtje elkaar vinden en inspireren.

Als historicus en onverbeterlijke wereldverbeteraar voel ik mij anderzijds geroepen deze boodschap van “Indignation” (naar het werkje van Stéphane Hespel) wat te relativeren, te herkaderen. Het gezag van de teksten, zowel de originele toespraak van de Indische schrijver, als de recensies van Vlaamse BV's, is niet zo absoluut ze wel lijkt. De historicus weet dat het van cruciaal belang is bij de inschatting van de waarheidswaarde van een tekst te ontdekken wie de schrijvers zijn, wat het doelpubliek is, en wat de (onderliggende) bedoelingen zijn.


De boodschappen van Rachida Lamrabeth, Annemair Pax, Idesbald Goddeeris en Olivia Rutazibwa zijn doordacht, geleerd en op het eerste gezicht zeer pertinent.


De kracht van dit “J'accuse”, zou echter groter zijn indien de denkers konden aantonen dat de wreedheid en het geweld zoals bedreven door blanke beschavingen doorheen de eeuwen, schril zou afsteken tegen een volksgeest van mildheid en vredelievendheid, of gewoon een gebrek aan geweld en wreedheid, bij mensen met een kleurtje. Ik meen in alle eerlijkheid dat we dat niet kunnen stellen. Voorbeelden zijn meteen voorhanden.



Vergis u niet, persoonlijk koester ik een levenslange, grote sympathie voor culturen als de Native Americans en de Afrikanen, culturen die beiden zwaar getroffen zijn door de slavendrijversmentaliteit en het witte superioriteitsgevoel, gekoppeld aan en versterkt door de vreemde typerende hebzucht van de blanke mens. Een hebzucht, die ons en onze voorouders nota bene, vaak totaal blind maakt(e) voor de oproep tot mededogen en matiging die uitgaat van het christendom, dat nochtans in Europa thuis is geweest als nergens anders


Het is mij in overigens persoonlijk contacten en vriendschappen vaak opgevallen, dat door het uitzonderlijke lijden waar deze gekleurde mensen vaak zijn doorheen gegaan, zij tot meer mildheid, tot vormen van noblesse in de persoonlijkheid zijn uitgepuurd, gelouterd.


Maar laten wij eens kijken naar het ruimere plaatje, is het waar?


Zijn wij blanke mannen de meest wrede, de meest racistische?


Well... 1. Leerde ik als kind op de lagere school al niet hoe de Egyptische elite een deel van de arbeiders liet sterven bij de bouw van de piramides, dat de farao hen zich letterlijk liet doodwerken? Auschwitz heeft precedenten in de Nijldelta!

  1. Vernam ik van mijn vader, wereldreiziger, niet nog voor ik vier was, de huiveringwekkende naam van de Jivaro indianen, die de hoofden van hun vijanden afhakten en lieten krimpen tot een trofee, een magisch machtsvoorwerp? Willy Vandersteen liet dat thema aan bod komen voor de jeugd in “Het zoemende ei” in zijn meest bekende reeks tekenverhalen.

  2. Zelfs de schrijfster met Native American roots, Diane Glancy, slaat in “The reason for crows, a life of Kateri Tekakwitha” (State of New York University press, 2009) voor een deel “nostra culpa” als zij beschrijft hoe de Mohawk en andere clans ook voor de komst van de blanken en het leven van deze eerste indiaanse christelijke heilige (zeventiende eeuw) al een lelijke indruk maakten door hun 'vijanden' geen greintje menselijke waardigheid te laten, maar deze mensen van eigen ras in gevangenschap te martelen à volonté.

    De rij historische situaties en voorbeelden is lang. En bij het overschouwen ervan valt mij iets op: de reden dat de gekleurde mens minder destructief en wreed geweest, is misschien toch vooral dat hij minder machtig is geweest, omwille van het naakte feit dat hij / zij niet over de elkaar versterkende factoren kon beschikken van een geldeconomie, kapitaal, wetenschap en techniek!

    God weet welke perverte innerlijke motieven, welk gebrek aan warmte, bijvoorbeeld, of welke nood aan evenwichtige, gecultiveerde, aanwezige vaderfiguren liggen er verder aan de basis van excessief kwaadaardig gedrag in onze eigen “witte familie?”.


Wat de auteurs op uitnodiging van hoofdredacteur Gie Goris hier doen lijkt dus niet onterecht, maar tegelijk is de op het eerste gezicht zeer verontrustende Aanklacht ook en vooral te lezen als een afreageren, een verwerken van geleden onrecht. Het betreft toch wel bepaald, particulier standpunt en verhaal, geschreven voor een beperkt, eigen, getroffen doelpubliek, dat aan opmontering toe is. (Alle begrip daarvoor). Voor een deel blijft de beschuldiging na de toets van de historische kritiek wel overeind en haar scherpte behouden.


Hoe moeten wij dan omgaan met de waarheid van de beschuldiging over de cultuur van onze voorouders waarin geweld en superieur gedrag overeind staat?


Misschien moeten de Beschuldigers, en wij met zijn allen toch eens de historische roman “In de ban van de tegenstander” herlezen?


Ik gun de gekleurde mens haar boosheid. Ik ben bereid door het stof te gaan. Maar we moeten vooruit. De conclusie van Rik Torfs in zijn elf november column in Het Laatste nieuws lijkt van wijsheid te getuigen:


Dat het nooit meer oorlog wordt, dat kunnen we niet hopen, zo zit de mens niet in elkaar. Wel, dat er zich minder oorlogen zouden voordoen, en minder wrede”


(Geciteerd naar het geheugen).

Welk kompas kan ons, zondige zonen, vooruit helpen? Het woord zal misschien niet bij elke jonge mens gezegend met een roeping van wereldverbeteraar aantrekkelijk overkomen, maar ik zou dit advies willen presenteren, dat een oude, geleerde vriend mij wel eens geeft:


“Laten wij trachten zo min mogelijk kwaad doen,

en af en toe eens een beetje goeds”.



Voor intellectuelen geldt verder beslist een ander aangepast advies. Hun taak lijkt mij te blijven bestaan in 'helderheid brengen', en waar mogelijk betrokken instanties en machtsdragers op verstandige manier te confronteren.


“Doe de tirannen in de pas lopen.

Vecht voor de moeder zonder man en haar kind!”



schreef de profeet Jesaja al

(Eerste Testament, Jes. 1, 17).



Het lijkt evident, voor elke mens geldt als kompas dat het goed is actief te zoeken naar Wijsheid. En oefeningen te doen in het beheersen van de menselijke kwaadheid in ieder van ons. Want aan die verleiding staan we allen bloot. Zelfs heiligen gingen vaak door een periode van moorddadigheid, zoals de profeet Mozes en Antonius van Padua, die een man hebben gedood.

Wat ik belangrijk acht, is verder het aankweken van persoonlijke gewetensvolle levenspraktijken. Van groot belang lijkt dat we oprecht van goede wille blijven in spreken en doen, ook juist in het besef dat we iets goed te maken hebben, vanuit het profiel van onze blanke voorouders. Een profiel dat we zeker best helder en eerlijk in het hart meedragen. En verder zijn wij geroepen van goede wille te blijven en aan zelfbeheersing te doen, ook in het besef dat wat we doen, denken en zeggen een onmiskenbare invloed uitoefent op de levensdraad van de vele mensen en aardbewoners die na ons komen. We zijn allen vaders.


Wij dragen dus zeker een werkelijk grote verantwoordelijkheid. Dat mag ons echter niet afschrikken. De menselijke geest is creatief. Wij mogen verhopen dat wij als mens elke dag manieren ontdekken om onder overmatige druk van onze historische taak, positie en roeping uit te komen, eventjes, om dan verder de trekking te doen, met onze Rugzak en onze stoute schoenen.

Maar laten we toch akkoord gaan over dit: laten wij niet te hard (door)gaan te zondigen. De historische blanke schuld die ooit uit misplaatst superioriteitsgevoel is voortgekomen, ze staat vast. Laten we Lamrabet en Co aanhoren, ook al is haar woord scherp, kwetsend. Mensen die ons een spiegel voorhouden, we moeten ze welkom heten. Zelfkennis is van groot belang, maar moeilijk te verwerven. Laten wij dus luisteren naar de beschuldigingen van racisme, ook juist in ons eigen belang, en in dat van wie deze grond zullen erven. Onze heilige grond.



Mystiek Lichaam

Zowel wat betreft koloniale collectieve schuld, als wat dat andere zeer grote probleem, de ontzagwekkende en mooie uitdaging van vandaag aangaat, de ecologische, is het duidelijk dat de mensenbewoners van de Aarde hard het volgende nodig hebben:

Een Wereldbeeld en Mensbeeld dat de ultra lange termijn verdisconteert.

Om te overleven én om goed te leven, moet elke mens werken aan het diepe bewustzijn dat hij en zij een schakel is in een zeer lange ketting van mensen. Die begint in miljoenen jaren geleden gebeurde verwevenheid met de dierenwereld. En die ons dierlijke kracht en wijsheid en speelsheid meegaf. En die lange lijn loopt door na ons leventje. Waarschijnlijk nog vele, vele millennia lang. Wij zijn niet meer dan dat. Daaruit volgt: Wij hebben niet het recht anderen te vernederen. Wij hebben niet het recht door onze 'otto's' dit schitterende Universum kapot te maken, en het niet in goede orde door te geven aan die miljoenen mensen en dieren en bomen & bloemen die na ons komen. Wij hebben de plicht aan verdieping en verbreding van dit Bewustzijn te werken. Gewoon doen, gewoon hard werken is daarom niet genoeg. We hebben echt een spiritueel supplement nodig in onze bovenkamer.


Niet meer dan een nederige schakel is elk  van ons, in wezen.

Zoals de Afrikaanse mens het mooi zegt:

Jij denkt van jezelf

'Ik ben een hele grote Olifant',

maar de jungle is veel groter


In dat besef schuilt vooral bevrijding: wie echt in staat is nederig te zijn, kan zich met volle kracht laten dragen door het Leven. Die persoon kan binnen die krijtlijnen, met gerust geweten genieten van de mooie ervaringen, de topmomenten van bon-heur, die voor de creaturen zijn weggelegd tijdens hun leven op deze warme wereld.



Stef Solfrian Hublou

Historicus, opiniërend columnist





Het MO-artikel met bijdragen van eigen bodem leest u hier: https://www.mo.be/opinie/de-europese-erfzonde-racistisch-geweld-en-blanke-superioriteit-moet-aangepakt-worden



Het verhaal van de Indiase schrijver, de elf novembertoespraak staat hier: https://www.mo.be/essay/eerste-wereldoorlog-het-koloniale-racisitische-geweld-kwam-terug-naar-europa