about
Toon menu

De diepere reden waarom Wil van Olyslaegers de Fintro prijs in de wacht sleepte. Huiswerk voor de Kerk en de kardinaal.

vrijdag 3 november 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.


De roman WIL van Jeroen Olyslaegers won de dubbele Fintro prijs, maar ook mijn hart en mijn intellectuele aandacht. In dialoog met een schrijver en theoloog bij de Facebook vrienden, ontwikkel ik een visie op het Leidmotief. Wilfried en Yvette geven de niet-katholieke Vlaming zijn waardigheid (terug). Deze kleine helden en hun kleine goedheid zijn iconen voor ons allen. Een Allerzielen-eerbetoon aan de mens 'in zijne pure' in 2200 woorden. 


De indruk van de lezer dat het boek zeer donker is, vind ik verrassend en inspirerend. Die donkerte geeft te denken. Meteen komt de visie van een man die de concentratiekampen heeft overleefd en tot een christelijke intellectueel van formaat is uitgegroeid, bij me op. Het gaat om Eloi Leclerc, die aantoont dat Jezus en Franciscus van Assisi beiden terecht het duistere in de mens omarmen, omdat het onze grond is, onze drijfkracht.

De toon van Wilfried Wils die in de roman op zijn leven en daden terugblikt, is niet gewoon vrolijk, dat staat vast. Aan de andere kant treft mij bij het lezen toch een bijzonder soort basaal, vitaal 'optimisme'. Ik voel veel wijsheid in die volkse, mooie en rauwe woorden. En het is een opa die zich zeer didactisch opstelt naar zijn kleinkind, en dat op zich is al een positieve, hoopvolle 'penchée d'esprit", toch? Bovendien komt mij vooral de Kracht en de soevereiniteit voor de geest,  van die hoofdfiguur. Hij kan toch maar vertellen vanuit het standpunt van degene die alle problemen en alle andere protagonisten en antagonisten heeft overleefd!


Ik ervaar bij het smaken van de ziel van de vertellende Wilfried een onderliggende trots, een fierheid, bij de oude man, ondanks de gewone aftakeling die doorschemert. En trots, dat is toch heel belangrijk voor een mens... en trouwens ook voor de meeste dieren, kijk maar eens naar een haan in een ruime ren bij zijn kippen!. Gezonde, gerechtvaardigde trots, dat is een bron van tevredenheid, voldoening, vrede, kracht in het bestaan. Misschien zijn wij dat toch wat teveel vergeten, als meelopers van een katholicisme dat "braafheid" en "goedertierenheid" en "naastenliefde" heeft vooropgesteld, en trouw, niet alleen aan onszelf en onze geliefden, maar ook aan de pastoor, de paus en de Kerk, en het kruis...!


Bovendien komt daar in deze regio gewoonlijk ook de eeuwige Calimero laag bij, de overdreven bescheidenheid, het onvermogen zich boven de maailijn te verheffen, of zijn persoonlijke kwaliteiten "en vedette" te zetten naar de wereld, een houding die eigen is aan een klein landje, dat vaak tussen omringende groten is geprangd doorheen de eeuwen.



Heroïek, van Antwerpen tot Athene

En op een diep niveau, zie ik in dit verhaal een soort Sophoclesiaans heroïsme, in de zin van wat Philip Meyer meegeeft in zijn inleiding op Blood Meridian van de grote Cormac McCarthy: bij deze laatste is er, heel atypisch voor de roman literatuur, géén evolutie in de psychologie van de hoofdpersoon. Niet in hoofde van de cowboys van “All the pretty horses” of in de vader met zijn zoontje in het apocalyptische “The Road”, algemeen bekend van de verfilming. Er zit iets vlaks in het leven van Wilfried van Jeroen Olyslaegers, iets ridderlijks onbewogen, doorheen alle "vagues, brisants, qui passent sur moi' (psalm 42), die God of de existentie over de mens heen laat golven.



Zoals het meer dan tweeduizend jaar geleden gesteld was met de figuren in de grootse, spannende,van wijsheid en tragedie doortrokken verhalen en toneelstukken van Sophocles, vooral in Oeidipous rex. Misschien moeten wij daar toch onze pet voor afnemen, voor een soort basale menselijke heroïek en doordouwerskracht die de personages bezielt van de hedendaagse auteurs die niet gelovig zijn, (én de typische mens m/v van onze tijd?) zoals meesterlijk bij een Tom Lanoye bijvoorbeeld, niet alleen in "Spek en bonen".



Wilfried slaat in zijn terugblik op zijn leven naar mijn aanvoelen in elke zin op zeer menselijke, subtiele, vanzelfsprekende én bescheiden, 'non assuming' manier zichzelf op de borst. hij is de overwinnaar in zijn toneelstuk, de overwinnaar die de geschiedenis schrijft, zoals dat gaat. De (politie)man die de kracht, de geslepenheid , de zelfbeheersing, de 'cool' heeft gevonden om niet alleen door alle muren die het lot voor zijn neus heeft opgericht te gaan, maar ook nog de woorden en stem vond, en dat is natuurlijk van ultiem belang, om zijn verhaal te doen, voor hij aan het eeuwige inslapen toe is.



De tegenstelling tussen braaf (maar vaak wat bloedeloos) en behulpzaam in het leven staan enerzijds en, vanuit lichte wanhoop zonder te geloven in een hiernamaals voor het bewustzijn en het lijf,

toch tot een soort sober en natuurlijk optimisme komen, en ook juist tot grote, stille veerkracht en vitaliteit,

niet in het minst dankzij een gezond seksueel doorleefd bestaan, beschouwen en omgaan...

dat lijkt mij een belangrijke, interessante tegenstelling,

een messcherpe tegenstelling die onze cultuur en onze twee eeuwen kenmerkt en doortrekt.



Een criticus zegt mij dat Wilfried toch heel eenzaam lijkt, naar het levenseinde toe. Wel, toen ik op de eerste bladzijde al aan de toon van de stem van de verteller in WIL gewoon was, leek het alsof ik een van mijn voedstervaders hoorde praten. Jef Aerts, een soort ideaaltypische Vlaamse arbeider-socialist, die bij Vander Elst tabak had gewerkt in Leuven, en als handelaar in de jaren twintig tot zestig. Een man die niet moest weten van God en kansel, maar wel in staat was de grootsheid van een christelijk voorman als Mark Eyskens en zijn nog beroemder vader Gaston te smaken en te belijden. En die zich in de feiten als een steunpilaar voor de moeders zonder man opstelde, meer en beter dan menig (klein)burgerlijke katholiek in zijn tijd... Jef stierf alleen, thuis in zijn sobere, burgerlijk ingerichte, propere slaapkamer, als weduwnaar en gescheiden uit zijn tweede huwelijk, dat is waar. Misschien was hij pijnlijk eenzaam in dat ultieme uur, met de fles Whisky in de hand toen zijn licht uitging... Zo interpreteerde mijn moeder dat, die hem min of meer had laten staan voor een andere, jongere, ongetwijfeld meer sexy, meer exotische, nobele en intellectuele vriend. Misschien vierde Jef op die manier toch vooral een machtig en mooi leven, dat was gebleven onder de radar van krantenlezers en bekende Vlamingen misschien, maar zeker niet onopgemerkt door de Hemelse Vader/Moeder zoals Joden en Christenen de hoogste Heer definiëren.

 


Ga toch precies praten met de barbaren, bitte

Zoals de Tsjechische theoloog, gewijd in clandestiene kring en actief sinds het communistische bewind, Tomas Halick, schrijver van “Geduld met God” (Boekencentrum/Pelckmans 2014) het al aangaf, is het wellicht toch bevorderlijk voor het Godscontact en het religieuze authentieke leven, als christenen in diepe eerbied de dialoog aangaan met de medemensen die zonder godsgeloof de meest essentiële dingen doen: (s)preken, de liefde bedrijven, en het leven zowel als de dood in de ogen zien en aanpakken.

 


Wat twee bejubelde Vlaamse schrijvers onderbewust met onze ziel precies doen

De fijnzinnige Margot Vanderstraeten doet met haar prijsbeestboek “Mazzel tov” ook juist op haar manier wat Olyslaegers gedaan heeft: ons een verhaal bieden met een fenomenale kracht als verbindende Brug. Een passerelle, een lianenbrugje tussen ziel en waardigheid van enerzijds de kerkelijke mens en anderzijds de goede persoon die om welke reden niet wenst te spreken tot God, en niet wenst actief te luisteren naar de woorden van pastoor, kardinaal, paus en Romeinse curie.



Margot leert de Vlaming het schone zien, het waardige, de krachtigheid aan het leven verlenende en tevredenheid schenkende-, het de ziel haar oriëntatie biedende effect van... een strikt religieus burgerlijk leken leven. Zoals de orthodoxe Joden dat kennen en beoefenen. Jeroen toont ons hoe mannen en vrouwen zoals Lode, Wilfried en Yvette, zonder de Heilige teksten te lezen of zelfs maar te kennen, zonder te bidden bij het Dagelijks Brood, zonder de religieuze rituelen of praktiserende kerkgang, even goed en dienstbaar de medemens in nood zien staan. Hoe deze Antwerpenaren, iconische figuren die ons allen representeren, ingoede mensen zijn op hun eigen onzekere, zoekende manier.



Mensen van vlees en bloed én zeker zo goed 'bezield', menselijke wezens die de fameuze “kleine goedheid” belichamen die Frans-Joodse ethicus en filosoof Emmanuel Levinas (1906-1995) die persoonlijk en familiaal zo zwaar onder de Nazi's had geleden, zo centraal stelde in zijn denken. Levinas stelt la petite bonté centraal als dé grote hoop voor de toekomst van de mens. De bijna reflexmatige goedheid van de door de soldaat familiaal en innerlijk verminkte mens, die zijn vroegere beul toch te drinken geeft op de dag dat hij zelf in slachtoffer en gevangene is veranderd.



De personages in Wil, zij willen dit aantonen: dat de mens die niet leeft volgens de religieuze canon , de mens die zich niet bekent tot de godsdienstige kringen, dat die toch alle recht heeft te bestaan, er te zijn.

 

Dat die wel degelijk een eerbaar leven kan leiden, dat is de zeer verstandige boodschap die Olyslaegers brengt. De jonge schrijver stapt daarmee dwars door de muur die gelovigen eeuwenlang hebben opgericht tussen henzelf, al te vlug/vluchtig gedefinieerd als de goeden, en de anderen. De schrijver doorprikt op die manier dikke, oude lagen van schijnheiligheid. Waar de man afkomstig van Mortsel zijn mosterd, zijn wijsheid en moed precies vandaan haalt, ik weet het niet. Maar dat onze tijd een grote nood heeft aan die boodschap, ook op deze manier begrepen, mag duidelijk zijn. De Fintro prijs en de algemene acclamatie zijn werkelijk terecht en hun motieven uiteindelijk transparant inzichtelijk.



Het leidmotief van deze nu al klassieke roman ligt, dat mag onderstreept met het feest van Kerstmis voor de deur, niet ver van de diepe, onthutsende waarheid over het christendom die ik lang geleden uit de mond van een literair actieve pater vernam. Als bezinningsbegeleider werkte ik bij de Salesianen van Don Bosco in de bossen bij Vielsalm, in het klooster van Farnières. De man stelde in grote openheid van geest en grote christelijke geleerdheid:



De Heilige Familie, ga het maar na,

dat is juist een ongewone,

een abnormale familie,

een familie 'waar een hoek van af is'”



“Geen messias zonder

messiaanse mensen”


Olyslaegers brengt een boodschap over de kern van het christen zijn, eentje die dringend aan de lucht en het licht dient te komen. Een bevrijdend woord dat spoort met wat Roger Burggraeve mij op een avond meegaf. Roger is eveneens een Salesiaan, hij is de man die single handed de katholieke ethiek die over seks gaat, heeft vernieuwd en menselijker gemaakt, vorige maand ontving hij daar nog een presitieuze prijs voor. Hij is sinds een jaar of zeven mijn intellectuele partner en spirituele leidsman. Burggraeve stelt onomwonden:



“De Kerk maakt de fout dat zij de redder, de messias verwacht te komen vanuit de eigen kring”


Dat is natuurlijk niet wel wijs. Dat is een vorm van laakbaar corporatisme, van het overdreven ophemelen van de status en waarde van het lidmaatschap van de eigen club. Van de wijdingen, zowel van de doopwijding als de priesterlijke wijding. Dat is de smet van het klericalisme, de vloek die onze Europese gemeenschap al eeuwen in een zelfgemaakte kerker opsluit, en IHWH buiten houdt.



De gewone mensen voelen dit vaak feilloos aan. “Je moet niet gelovig zijn om een goed mens te zijn”. Mensen als Stanley Ann, de moeder van ene Barack Obama: vrouwen en mannen met een oorspronkelijke spirituele gevoeligheid, die hun zoon in het holst van de nacht wekken om hem met ontzag te leren opkijken en luisteren naar de schoonheid en de mystiek van de maan en de stille nacht. En die vooral hetvolgende doen: het kind dat groeit in hun schoot houden en opvoeden, ook al werd het verwekt en geboren buiten een burgerlijk en religieus ingezegend leefmodel. Hoe simplistisch en egocentrisch heeft de Kerk wel gedacht dat IHWH dat soort natuurverbonden goede daden niet zou zien en waarderen? Er is op theologisch vlak veel werk aan de winkel.



Barack Obama is zonder meer een messiaanse mens geweest, in zijn rol van straathoekwerker, vader, politicus en president van de leidende wereldnatie.



Het hoopgevende is dat dus ook in de kerkgemeenschap zelf mensen en boodschappers aanwezig zijn en in toenemende mate het woord nemen, die deze diepe, 'prehistorische waarheden' formuleren. Zoals de jezuïet Loed Loosen dat meesterlijk en in mooie taal doet in “Het derde testament, de bijbel verder schrijven”, goed en wel uitgegeven bij een mainstream katholieke uitgeverij, KBS/VBS. Loosen onderstreept:


Paulus geeft aan dat Jezus de messias

niet meer en niet minder was dan

“een vooraanstaande broeder tussen

vele broers en zusters”

(Romeinen, 8,29).



Loosen spreekt het uit, dat Jezus zelf ook een mens was die voortdurend twijfelde, het niet meer wist, en dan te rade ging bij God, die hij opzocht in stille, groene omgevingen. Dat Jezus “net zomin als wij beschikte over een bewijs of een garantie” (o.c. p. 59). Dat hij net zoals wij, weerloos en moedig, zijn weg had te gaan. Dat Jesjoea van Maria een mens is geweest die als persoonlijk handvest de trouw tot het einde nam. Trouw aan de dienst voor de kwetsbare, vernederde medemens. Trouw aan de schone dromen die hij in zijn kindertijd had gezien; trouw aan zichzelf en zijn principes, tot ver over het veilig en vlot doenbare. Wilfried Wils en zijn Yvette komt daar godverdomme machtig dicht bij. En hij staat daar echt niet alleen. Op die heilige grond.


Stef Hublou Solfrian


Creative commons van toepassing.

Gratuit aangeboden tekst, voor respectvol delen beschikbaar.



http://community.dewereldmorgen.be/blog/stefaanhublou/2017/11/03/de-schone-glans-van-de-ziel-en-het-lijf-van-een-wilfried-wils