about
Toon menu

Gedachten over lijf en erotiek vanuit linken met christendom, dierenrijk en exotische culturen

woensdag 4 oktober 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • De eerste duizend dagen zijn het belangrijkste, om de 'software' van de geest te laden met goede gewoonten en gedachten. Hoe meer warmte en affectie, hoe beter die mens levenslang zal denken en leven.

Een van mijn vrouwelijke volgers op Facebook schreef een reactie na het bekijken van een televisieles over seksuele beleving door onze eigen seksuologe Goedele Liekens in het United Kingdom. Liekens ging vooral over goede seks, minder over het relationele aspect. En zij schuift sinds vorig jaar terecht het concept seksuele gezondheid naar voor. Voor mij een aanleiding om nog eens eigen opvattingen en observaties te formuleren.(2000 woorden)

In onze tijd gaat in de analyse die ik al dertig jaar in de kranten en tijdens discussies maak, bijzonder veel fout. En de diepere oorzaken hebben er ook juist mee te maken, dat de liefde voor het lichaam in onze cultuurkring te sterk ontbreekt. En van de weeromstuit al eens op geperverteerde manier de grenzen van het aanvaardbare, het fatsoen of de moraal doorbreekt. En daarbij slachtoffers maakt. Als historicus en kenner van de Kerk, is het voor mij inzichtelijk dat wij allen nog heel hard de gevolgen dragen in onze kijk en aanvoelen, van grote denkers uit lang vervlogen tijden. Droeve mannelijke figuren als de protestant Jansenius (de toren waar hij zijn zeer lichaamsonvriendelijk boek schreef, staat nog steeds aan de Dijle in Leuven), en de grote kerkvader, filosoof en bisschop van Hippo (gelegen in het huidige Tunesië) Augustinus.  Die beleefde zelf een heel erotisch actieve en avontuurlijke jeugd, maar hij ontraadde in geschriften in zijn latere leven krachtig de erotische liefde, met grote invloed tot vandaag. En ook Paulus was lichaam en vrouw niet echt positief gezind, zijn teksten in het evangelie werden overal constant gelezen, tweeduizend jaar lang. Wat die waarden betreft, denk ik zelf bijvoorbeeld dat je verbondenheid met je lichaam nooit groot genoeg kan zijn. Dat is mijn bevinding, ook vanuit eigen lichaamsbeleving. Mijn lichaam is heilig voor me; nadat moeder ons elke avond een badje gaf, tot wel zeven jaar na het baby zijn. En omdat we tijdens de jongensjaren geregeld een tedere massage van het gezicht ontvingen, die ongelofelijk diep deugd deed. In die lijn is het heel goed en gelukkig, dat mama's en papa's eindelijk, zoals de mensheid in de schoot van traditionele culturen nooit is opgehouden te doen, de babies weer op het lichaam dragen. Tant pis voor firma’s als de producenten van de tot voor kort zo populaire ‘maxycosi’ draagmand... Wij hebben als gemeenschap de laatste generaties voorwaar al meer dan genoeg aspecten van werkelijk goed leven voetstoots opgeofferd aan de economische molen van een goed draaiende handel...!
 
Sommige ouders zijn, zo blijkt uit de debatten op mijn pagina op de sociale media, op hun hoede om hun kinderen in te lichten en in te wijden, omdat ze vinden dat kinderen niet te vroeg met seks mogen beginnen. Iemand citeert uit het mooie, erotisch-spirituele ‘Hooglied’. Dat is een uitzonderlijke tekst, een lied, in het eerste Testament, eerste van twee delen van de christelijke Bijbel, ook te vinden in de Joodse Torah, daar heet het Shir ha-shirim, het Lied der Liederen. Het is een liefdeslied dat bij sommigen vermag tot rode oortjes te leiden. Een prinses, die in haar jeugd werkte op de akkers, is de geliefde van koning Salomon, en zij bezingt vrijmoedig de seksuele aantrekkingskracht van haar lief. Hij doet zijn duit in het zakje, wat haar schoonheid en sexy kwaliteiten betreft.

“Je borsten zijn als twee perfecte witte schapen die na het baden

in de rivier samen de oever beklimmen.

Je hebt er een zakje welriekende lavendel tussen hangen,

mijn lief”.

“Jouw venusdriehoek is als een maat koren,

die met een lelie is bekroond.”

(Vrije vertaling naar de geest en het geheugen).

Bepaalde zinnen uit dit hooggestemde liefdeslied, dat ook een vertolking is van de liefde van de mens voor zijn God, zijn in de jaren zestig heel passend geciteerd in baanbrekende romans met erotische inslag, zoals “Black Venus” van Jef Geeraerts.

In deze mooie, sacrale maar tevens zeer profane tekst staat verder tot twee maal toe:

 

 “Wek de liefde niet voor zij er klaar voor is, kinderen”

 
Het is waar dat wachten vaak heel goed is. Dan kan het verlangen groeien en op een zuivere, passende manier (met een goede partner) vervuld worden. En dat staat uiteraard haaks op de alomtegenwoordige economie, die direct geld wil omzetten...  Die ons wijsmaakt dat elke goesting best meteen voldaan wordt. Instant Gratification is een moderne draak in het paradijs.


Anderzijds houdt ik persoonlijk in de context van de erotische, lichamelijke liefdesbeleving veel van de Nederlandstalige wijsheid:

 

"Jong geleerd is oud gedaan."

 

Zoals de schrijver van grote magisch-realistische romans in onze moedertaal, Hubert Lampo in zijn verhaal van de liefde tussen een man met een bediendenjob en ‘een roodharige heks’ verduidelijkt:

 

“Een relatie die van bij de aanvang stomende seks waarmaakt,

blijkt vaak levenslang goed op dat spoor te blijven.”

 

Seksualiteit heeft geen baat bij racisme


Laat mij intussen een opmerking terzijde maken, een link naar een ander actueel maatschappelijk debat leggen. Voor mij is het duidelijk: dit domein van gebrekkige toegang van de mens tot een deugddoend liefdesleven, is een goed voorbeeld hoe een complete cultuur, een hele beschaving kan mis groeien. En hoe je dan blij kan zijn dat er nog andere culturen zijn, die nooit zo gek zijn gaan denken en doen. Waar je inspiratie kan halen, vreemde culturen waar je kan van leren. Leve de exotische mensen, dus. Schrijf ze niet af.Verketter ze niet. De ketter, de duivel, de dwaas, ze zitten soms diep in de eigen cultuur, binnen in de eigen identiteit!  

Andere volkeren zijn op hun eigen manieren 

“superieur”, ge moogt gerust zijn!


En nog een leermoment hierbij: om lessen te leren en gezonde praktijken opnieuw over te nemen van bij andere culturen, kan het heel nuttig zijn te beschikken over... geleerden. Die kunnen vanuit hun expertise en hun kennisdomein, hun discipline, meer en beter zien wat er bestaat, wat er verschilt, en wat er ‘te rapen valt’ bij de anderen, om een uitdrukking te gebruiken die bij de herfst, dit oogstseizoen past. Die onderzoekers en professoren zijn mensen die de good practices die leven bij anderen ook kunnen omzetten in een taal die bij ons ingang kan vinden.
 
Zo mag het u niet verbazen dat onze miljoenen eigen vaders en moeders er niet in zijn geslaagd zelf (voldoende innerlijke voeling te realiseren, en ouderlijke instincten waar te nemen, te eerbiedigen en te volgen om) de kindjes (weer) op het lichaam te gaan nemen, thuis en op stap buiten. Het zijn medische geleerden met specialisatie in kinderzorg die in een heel ver land, in Colombia, gemerkt hebben dat die manier van doen veel goede gezondheidseffecten scoorde voor kindjes en ouders. Via de wereldwijde gemeenschap van professoren, is het goede gebruik intussen ook in Vlaamse, in Europese steden en dorpen doorgedrongen en overgenomen...!  

 

Ik schrijf dit ook omdat ik de pols houd aan de “mening” van mensen op de sociale media. Er heerst wel eens een overdreven “populisme”, in de zin dat “de gewone mens” op een schavotje wordt gezet, zijn gezonde verstand wordt opgehemeld, vooral als het om de schrijver zelf gaat, en dit gaat wel eens ten koste van “de elite”, die uit louter hooghartige profiteurs zou bestaan, die in feite “geen direct nut” hebben... Het wantrouwen naar wetenschappers is soms onverantwoord en onrustwekkend groot geworden. 

De kindjes op je schoot nemen en op je lijf dragen, ik heb daar zelf al een klein leven lang voor gepleit in woord en tekst, en ik ben zeer gelukkig dat "de wereld mij nu volgt", om het met een boutade te zeggen. Mijn eigen moeder heeft door omstandigheden vele jaren kunnen thuis blijven om zich aan de opvoeding, het koesteren en het instructie en kennis geven aan de kinderen, te wijden. Maria droeg mij heel vaak op de heup, als zij in de keuken aan het werk was bijvoorbeeld. Zij nam jarenlang volop de tijd mij teder onder te stoppen in de wieg en in het kinderbedje, compleet met wiegeliedje, als het even kon. Die huiselijk-familiale sfeer van warme nabijheid heeft mij nooit verlaten. Op een wondere manier is die omgezet in ruggengraat. Vandaar dat ik van binnen uit, in de vorm van een 'geheugenspoor', weet heb van hoe het deugd doet voor een klein kind, gedragen te worden, en teder aangeraakt. Hoe je dan als “nieuwkomer uit het heelal” (naar het woord van prof. seksuologie Piet Nijs van de KU Leuven) mag voelen dat je welkom bent op de wereld, ook na het gedragen worden in het moederlichaam en na de geboorte. Dat mogen meemaken, geeft een solide basis aan de identiteit. En dat tedere ‘gedoe’ maakt de jonge mens, paradoxaal genoeg, sterker om zijn rol op te nemen in de wereld. Babies die op het lijf worden gehouden, zo bleek uit interviews met moeders die ik afnam, zijn moediger om moeder te verlaten, en op onderzoek uit te gaan, wanneer zij  in een zelfde kamer samen komen met andere moeders en babies die niet zo veel  huidcontact kregen! 

 

In 1995 nam ik deel aan het “Mind-Brain” congres dat filosoof Herman Roelands van het HIW had samengeroepen. Uit de mond van prof. Kreuzfeld himself, de wereldberoemde Duitse geleerde van het befaamde Max Planck Instituut, die zijn naam gaf aan de Jacobs-Kreuzfeld aandoening van de hersenen, hoorde ik de wondere woorden:

 

“De mate waarin een jong kind warme affectie en tederheid ontvangt,

zal levenslang bepalen hoe goed zijn brein functioneert.”

Met andere woorden: een typisch ‘zachte waarde’ als warmte, tederheid en vriendelijke nabijheid blijkt van fundamenteel belang om sterke identiteiten, om mensen met ruggengraat te vormen!

Hier stoten wij dus onverwacht op een grondoorzaak van de nieuwe diepe onzekerheid bij vele tijdgenoten, en van het geregeld problematische gebrek aan Identiteit in de bevolking vandaag, dat we vaak ook aanleiding zien geven tot grillen als het op goedkope manier afwijzen van interactie met mensen die van ver komen, van discriminatie en erger naar “vreemdelingen”, of mensen die benoemd worden, godbetert, met het vijandige Star Trek-woord “allochtonen”.


Het hoeft tenslotte geen betoog, dat niet alleen kennis van andere culturen, maar ook alerte aandacht voor het Dierenrijk een cultuur, een groep mensen kan helpen en kan inspiratie bieden voor dergelijke scheefgegroeide gewoonten. Het is in kringen van antropologen, filosofen, ethologen... een bekend feit: de Bonobo's, de 'dwergchimpansees' die ons eigen land houdt en toont in dierenpark Planckendael bij Mechelen, lossen conflicten op door tederheid toe te laten, en door telkens weer tot erotisch spel over te gaan. Mannetjes en vrouwtjes doen dat, en jong en oud. Zij kennen juist dankzij die “liefdesstrategie” de agressieve moordpartijen niet, waar onze andere 'schoonfamilie' in het dierenrijk, de gorilla's en de chimpansees, wél periodiek toe overgaan in het wild... Dat laatste kan je wat de gorilla's betreft, nalezen in de monografie met autobiografische inslag van Diane Fossey. 

Voor mij schuilt daar een hele diepe les in. Een lichtstraal op een weg naar een betere wereld, met minder geweld, hebzucht en eerzucht, en met meer ruimte voor liefde in al haar vormen.

 Vandaag is het 4 oktober, de dag van de heilige Sint Franciscus van Assisi. Hij kan ons op heel veel terreinen gids zijn. Zijn liefde voor de natuur was diep en groot; hij had ook, van in de jeugd en tot het einde van hun leven, een heel tedere, lieve relatie met zijn muze en vriendin, de heilige Clara van Assisi. Heiligheid en erotiek hoeven geen water en vuur te zijn. Grappenmakers met kennis van Freudiaanse psychologie suggereren wel eens dat in de volkse samenvatting van zijn unieke identiteit, “Hij predikte voor de vogels”, onder anderen een verwijzing zit naar auto erotiek. Het is alleszins jammer dat in (oudere) kerkelijke teksten over grote heiligen, vaak niets staat over hoe die mensen erotiek en lijf beleefden. Onze tijd is geïnteresseerd in dat soort vragen.

 

Stef    Hublou Solfrian

Creative Commons apply





Lees meer: 


Piet Nijs. “Honderd vragen over seksualiteit”, Lannoo. 
Ton Lemaire. “De tederheid” (Ambo, met aandacht voor het spel paar tederheid - passie).  
Jürg Willi. "Duurzame liefde. Hoe samen groeien in en partnerrelatie". Lannoo. 
Hilde Vervaecke. “De bonobo’s. Schalkse apen met menselijke trekjes”, Davidsfonds.  Diane Fossey, "Gorilla's in de mist". 
Bijbel, Eerste Testament. ‘Het Hooglied’. Persoonlijk lees ik graag de vertaling van André Chouraqui, “Le Cantique des Cantiques”.

André Jansen, ofm, “Sint Franciscus, mysticus van nabijheid”, Halewijn.  

http://community.dewereldmorgen.be/blog/stefaanhublou/2017/10/04/gedachten-rond-opvoeding-over-lijf-en-erotiek