about
Toon menu

Leuven springlevend? Echt? Een stad die mee is, die voorziet in openbare toiletten

maandag 31 juli 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

De laatste maandag van juli, in het radionieuws van vier uur geeft de Nationale Vlaamse zender (want hoe zeg je dat anders?) mee dat ten gevolge van een rechterlijke beslissing, de overheid in Frankrijk heeft beslist twee kampen voor opvang van vluchtelingen in te richten in de nabijheid van Calais. Voor de overlevingzoekers die wensen naar het United Kingdom te trekken. “Wij doen dit liever niet”, klinkt het in regeringskringen, “maar de rechterlijke veroordeling heeft ons nu deze beslissing doen nemen”. “Mensen sanitaire voorzieningen onthouden, dat is onmenselijk” oordeelde de rechter terecht. Ik hoop dat deze gewichtige stem van de betreffende Macht nu ook spoedig doordringt tot mijn trotse geboortestad, Leuven.


Ik zie hier inderdaad persoonlijk een grote Les voor Louis Tobback en zijn team. Leuven is onmenselijk wat betreft deze menselijke basisbehoefte. Waarom is dit niet in orde? Is de burgemeester zo zeer een verborgen eeuwige broer van cafébazen? Begrijpt deze socialist het dan niet: dat niet iedere mens is zoveel burger en bezitter is, dat hij graag wil of kan van een acute plasnood een gelegenheid maken tot terrasje zitten en een drankje nemen! Alleen al omdat het tijd kost. Of nog. Het is toch geen donderslag bij heldere hemel: dat een bedrag van een halve euro voor sommige medemensen gewoon te veel is om neer te tellen voor zulke basisbehoefte. Nogmaals blijkt hier dat politici in de (lagere van de) hogere regionen, onvoldoende empathie weten op te brengen met het leven zoals het is. En nog minder voor de gewone mensen, de meestal licht onmondige meerderheid, die mensen die moeten strijd leveren om maandelijks de eindjes aan elkaar te knopen. En die vaak onder een verscheidenheid van achterstelling en discriminatie en verdoken vernederingen gebukt gaan.


Ooit was de leuze van de socialisten “Verstotenen der aarde, verenig u!” Onder verstaan, kom bij ons, wij verzorgen uw noden. Geen wonder dat ze de trappers kwijt zijn en in vrije val gaan wat stemmen betreft.


Ik ken mijn stad. Ik observeer haar al vanuit de “pousette” zoals dat in de jaren zestig heette. In die tijd waren er een ruime waaier aan openbare plasgelegenheden, onder anderen aan de lei, langs de Dijle, en op de verschillende markten. Vandaag is er welgeteld één installatie overgebleven. Blijkbaar om nostaligsche, esthetische redenen, mooi gelegen tussen de Sint Geertruikerk en het Kleine Begijnhof. Wat moeten wij daar van denken? De toeristen gaan voor? Het oog gaat voor?


Pisnijdig is wat een mens er van wordt.


Door deze sluipende politiek van verwaarlozing maakt het stadsbestuur van de oude hoofdplaats van Brabant een stenen jungle van de stad, een onaanvaardbaar onherbergzame plek. Dat ze dat blijkbaar echt niet door hebben... De beloftevolle actrice die door regisseur Jan Verheyen en producent Peter Bouckaert is opgepikt en een mooie rol speelt in “Het tweede gelaat”, het vervolg op “Het dossier K” en “De zaak Alzheimer” dat in het najaar op de schermen komt, Sofie Hoflack, is in verschillende landen is opgegroeid, zij kent haar wereld. Deze week in de reeks Generatie Nu in Knack merkt de knappe en fascinerende dame op, over de Vlaamse scholen:



“Over vijftig jaar zullen ze ons gewoon uitlachen om die ideeën. In Zweden had ik geen vaste uren, mocht ik heel veel aan zelfstudie doen en werkte ik in mijn eigen tempo, in relatieve vrijheid. Hier moest ik mijn hand opsteken om naar het toilet te gaan. What the fuck? Ik was echt zot verward op school.”


De Vlaming en de behoefte te plassen, om welke reden ook, het zit nog niet goed.


Dat Leuvense stadsbestuur is voor mij, en ik vermoed tevens voor al wie echt weldenkend is, door de schuldige nalatigheid in deze zaak veel van zijn geloofwaardigheid kwijt. Hoe kunnen wij nog geloven dat zij het goed menen, bekommerd zijn om wat de mensen nodig hebben, en niet vooral op stemmen uit zijn, bijvoorbeeld met de kinderparkjes die inderhaast zijn aangelegd, nadat een jonge oppositiepartij het grote gemis had aan de kaak gesteld?


Als zij de gewone mensen geen kans geven rustig en waardig over te gaan tot wat in het Engels zo fijnzinnig benoemd wordt als "to easy oneself" of "to relieve oneself"... terwijl dat in een stad die honderd keer groter is dan Leuven zoals Londen, wel goed mogelijk blijkt? Denken de bestuurslui hier misschien dat Belgen het beter op kunnen houden dan Britten, of dan de bezoekers van over de hele planeet in The City of cities? Of reikt hun denkvermogen niet tot die lage, gewoon menselijke regionen? Gaan de gedachten liever naar postjes en bijverdiensten?


In Londen, ik kon het eind juni nog vaststellen, staan op vele plaatsen gebouwtjes met een batterij publieke toiletten... vaak in een groen omgeving. Voor mannelijke mensen én vrouwelijke. At no cost, wel te verstaan. Je ponden mogen in je portefeuille blijven, en zo hoort het.


In de stad waar ik al mijn studies deed, worden wij verondersteld altijd maar een café binnen te trekken. En geld op de toog te leggen. Hoe kleinburgerlijk kan het worden?

De fiere, taalvaardige slogan die alle bedrijfsvoertuigen en briefhoofden sinds een paar legislaturen siert, is “Leuven, Eeuwenoud, springlevend!” Dat mag misschien aangepast worden na de uitspraak van de Franse rechterlijke macht, in 'Leuven, Eeuwenoud en versteend verburgerlijkt".


En ik maak mij nog een persoonlijke en politieke bedenking. Ik ken mijn pappenheimers, en zij kennen mij. Ik moet vaststellen dat niemand de verantwoordelijke top de laatste twintig jaren, ondanks op diverse terreinen vertoonde creativiteit en maatregelen, tot betere ideeën heeft kunnen brengen wat de toiletten betreft. Mijn conclusie: rare mensen, die schepenen. Ik richt mij tot eerste schepen Carl Devlies, tot schepen van leefmilieu Mohamed Ridouani, tot de schepen voor sociale zaken, Bieke Verlinden, tot de schepen van toerisme, Dirk Vansina, tot de voormalige voorzitter van het Ocmw van Leuven, van wie toch zou mogen verwacht worden dat hij de kans heeft gekregen zich in te leven in de kleinere mensen, Erik Vanderheiden, tot schepen van cultuur Denise Vandevoort, tot schepen van openbare werken, Robbeets. En de landbouwer onder de bestuurders, Johan Geleyns, die toch al vaker blijk gaf gezond boerenverstand te bezitten, en goede wil.


Laat het alstublieft in mijn stad niet zo ver hoeven komen als in de hoofdstad van dit kleine land met zijn vele troeven en aspecten. Brussel, waar ik een jaar of tien geleden ooggetuige was hoe een man van in achter in de dertig van zijn koersfiets ging op het grote, drukke, lichtjes van groen voorziene place Liedts plein nabij het Noord Station. Hij ging recht voor een publieke poubelle, een vuilbak staan. Pas na enige ogenblikken besefte ik wat de arme man, gedwongen door de omstandigheden van de zo fel verwaarloosde grootstad, uitrichtte: terwijl hij het hoofd geheven hield, stak hij zijn penis in de opening van de prullenmand. Uit grote nood. Niemand van de tientallen bestuurders en passanten die merkte wat er aan de hand was, gelukkig voor de arme ziel. Wat mij nog het diepst bewoog, was iets dat via het gehoorzintuig tot me kwam. De man zong zachtjes en krachtig terwijl hij plaste. Als een dier in nood, dat zich boven zijn situatie uit zingt.


Nog geen drie maanden geleden brachten de media rapport over middenveldorganisaties in Brussel die het probleem opgepikt hebben, en hun eis kracht bijzetten door... op enkele honderden vuilbakken een paneeltje met een ronde opening aan te brengen, en een opschrift. Ik laat u raden hoe dat woord ging.


Mijnheer Tobback, u hebt heel wat ten goede bereikt voor de stad die ik de mijne mag noemen. Maar dwing mij niet uit te kijken naar de oprichting van een lokale partij van mensen met Arabische en Moslim achtergrond. Ik vrees namelijk dat die wel eens meer sensitiviteit zouden kunnen aan de dag leggen wat een aantal werkelijk basale noden van elke mens betreft. Ik geloof dat het volstaat als ik verwijs naar opvattingen over de zorg en nabijheid voor oude vaders en moeders, die wij zelf zo massaal dumpen in ouderlingentehuizen, en inzake Gastvrijheid. De wereld van morgen, die is aan de meest menselijke gemeenschappen, daar moet je niet aan twijfelen. Onze strikt eigen gemeenschap, ik bedoel die van de blanke 'autochtonen” of “inboorlingen”, is de laatste generaties om allerlei dubieuze redenen in het register van hebzucht en machtsgeilheid, toch echt al genoeg van haar menselijkheid kwijt gespeeld, dacht ik?



Stef Hublou Solfrian

Geboren in Leuven in 1962