about
Toon menu

De knipoog ;-) Voor wanneer de Revival?

donderdag 15 juni 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • De knipoog, een beeld van K. Neville


Als kind  in de jaren zestig en zeventig, ik weet nog hoe bijzonder het was telkens “een grote mens” mij recht in de ogen keek en mij een knipoog toestuurde... Meestal betrof het een man, vrouwen knipoogden veel minder vaak. Misschien was dat omdat ik een jongen was, en was de boodschap onder anderen iets als “wij mannen onder elkaar!...”. Ik had bij dit soort face to face contact vaak wat gemengde gevoelens, zo herinner ik mij. De knipoog ontvangen, dat was in elk geval telkens een klein intens moment van contact. Vooral een moment van compliciteit! Je hangt dan samen. Je deelt iets met elkaar dat je niet deelt met de rest van de wereld.(700 woorden)

Ik herinner mij ook deze emotie bij het krijgen van een knipoogje: meestal bracht het gebeuren mij wat in verwarring, ik wist niet goed wat te denken, wat te voelen. Het overkwam je. Die plotse vriendelijkheid en compliciteit, je was er aan overgeleverd. Wat zou de volgende move zijn van die grappig-ondeugende volwassene? Wat werd ik door deze plotse band van vrolijk-ondeugend zielsverwantschap verwacht te doen?

In elk geval gaat er van de knipoog een boodschap uit die gelijkt op die van de opgestoken hand ter begroeting: "van mij hoef je niets te vrezen". Is het misschien daarom dat we vandaag deze boodschap in lichaamstaal zo weinig nog mogen meemaken? Is het niet al beschreven tot in den treure, dat wij wantrouwig zijn geworden, dat wij ons onveilig voelen, vooral wanneer wij in de echte wereld op stap zijn, voor velen is dat dan na vele uren in de virtuele wereld van pc en tv...


Al bij al vond ik dat zalige ogen-blikjes, waarin ik diep tot in het kinderzieltje gewaar werd dat ik leefde. Als een mens mij een knipoog toestuurde, dan voelde ik dat ik tot een gemeenschap behoorde; een gemeenschap van mensen. Mensen, dat zijn die wezens bij uitstek met een hart, met een karakter, met een ziel, met diepgang.


Stilletjes daagde bij elke vette, vluchtige of lieve knipoog het besef: zelfs al is het karakter van de medemens hier beneden onder maan en zon niet altijd helemaal 'katholiek', niet volkomen goed en betrouwbaar, het zou toch wel eens de moeite kunnen zijn met deze mens, en met soortgelijke exemplaren, samen verder door het leven te gaan... Ik was al een kleine filosoof. Ik dacht, er is misschien wel klaar en duidelijk iets vicieus aan dit bestaan, aan deze medemens misschien ook die nu mijn pad kruist, maar in elk geval ervaar ik ook iets pittigs, iets prettigs, iets fijn, iets bijzonder samenhorigs en ook wel iets opwindend en ondeugend aan dit bestaan!

In mijn geval heeft het enorm lang geduurd voor ik zelf ben overgegaan tot het uitdelen van knipogen. Misschien heb ik daar mee wel gewacht tot over mijn veertigste. Ik weet het, ik ben een verschrikkelijke laatbloeier. Maar als ik rondom mij kijk, blijken ook de leeftijdsgenoten niet meer te zijn meegegaan in deze eeuwenoude, waarschijnlijk duizenden jaren oude lichaamstaal... En de jongeren...


Als ik het zo bekijk, is er iets beklemmends aan dat wegvallen van weer een stukje rijke, zintuiglijke taal in de magische sfeer van de omgang van mens tot mens. Ik kan mij moeilijk van de bezorgde gedachte ontdoen dat wij week na week, in recht evenredige mate dat wij elektronische communicatie omarmen, weg groeien van een heel goede wereld die met de essentie van tijd en ruimte te maken heeft. Een wereld waarin oude, intussen door het blanke ras  uitgeroeide volkeren, zo is nog net op tijd opgetekend door brave missionarissen, duizenden woorden bestonden om allerlei types van relatie tussen mensen en communicatie tussen mensen aan te duiden. Ik geloof dat het een indianenstam was in Patagonië, die bijvoorbeeld, zo las ik bij Darwin ergens geloof ik, elkaar niet begroetten met "ik wens u een goede dag", maar met het veel meer sociale, intieme "Ik ruik u!".


Vandaag zullen sommigen dat klef noemen.

Maar waar zijn wij intussen uitgekomen?

Vandaag gaan weer twee handen vol landgenoten er een eind aan maken.

Ook  juist door het gevoel er niet meer bij te horen.

:-(

 

Stefaan

Stefaan Hublou Solfrian

Historicus, essayist, activist

15 juni '17