about
Toon menu

Grootsheid die niet is klein te krijgen. De verhalen van vader en moeder! (met foto L. Riefenstahl)

zondag 11 juni 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • Leni Riefenstahl, onverwoestbare fotografe, selfie gezonden aan Herrn Solfrian, 1973.

Vaderdag is een gelegenheid om mijn vaderfiguur te eren. En meteen een licht te werpen op wat ik van kindsbeen af ervaren heb als een grote last voor de meeste andere landgenoten tussen Ardennen en Noordzee. Een grote persoonlijke onzekerheid, een beïnvloedbaarheid door reclamejongens, door dokters, door pastoors, door de persmannen van de waan van de dag, en door banale gewoonten en pronkstukken die de mensen zien bij de buren. De verlossing van de schijn schuilt ook juist in een onverwachte hoek. In de uitstraling van vader en moeder, en in de getuigenissen en verhalen thuis verteld bij de haard aan de kinderen. 2700 woorden

Ik ben een meestal best tevreden vijftiger, ook al is mijn leven lang niet altijd over rozen gegaan. Mijn bestaan is, eerlijk, wel veruit het interessantste bestaan van alle mensen die ik persoonlijk ken, en kan zich meten met dat van grote beroemdheden van eigen land en ver daarbuiten. Ik constateer verder dat lezers en gesprekspartners geregeld moeten opmerken, hoe kan het toch dat u als schrijver en debater zo ongelofelijk zeker bent van uw standpunten? Als ik daarover nadenk, kom ik uit bij de vader en de moeder. Mijn afkomst is ongewoon, “het is ingewikkeld” zoals dat heet. Maar iets lijkt onweerlegbaar, dat de vele doorleefde verhalen en getuigenissen van mijn verschillende vaderfiguren en van moeder in mijn eerste levensjaren, en niet te vergeten, de complete kindersprookjes die bij onze cultuur en die van het Midden Oosten horen en die aan me als kleine jongen werden voorgelezen, de basis uitmaken dat ik een tevreden en tof leven kan leiden, met relatief beperkte middelen. Een interessant leven waartoe vele avonturen behoren, tot op vandaag.


Om dit stukje te schrijven, ben ik even in de papiermand gedoken. Ik duikel de snippers op van de glossy reclame die in de weekendkrant had gezeten, vier grote middenpagina's, die ik eerst na een korte blik met afschuw had verscheurd en weggegooid. Het betreft reclame voor een nieuw model van Opel. “Sterke statements hoeven niet luid te zijn” klinkt het straf. “Grootsheid die niet is klein te krijgen”. “Kijk naar de nieuwe Insigna, die je met zijn natuurlijke charisma (sic) in alle subtiliteit imponeert”. Als ik persoonlijk aan natuur denk, die ik in vele landen en thuis heb verkend, en aan charisma, dat mensen wel eens zeggen dat ik zelf bezit, dan kan ik dat toch aan alles koppelen behalve aan een onbezield tuig, een wagen die de lucht vervuild en in de files eindigen zal. Een tuig dat de grondstoffen van Moeder Aarde tot nooit om te keren uitputting brengt. De automobiel, die “vriend” waarvan het algemeen aanvaard is dat je hem na vijf jaar alweer dumpt. Een “vriend” die altijd veel geld kost, in aanschaf en gebruik, aan boetes en parkeergeld, en die dus veel van je levensenergie opslorpt, veel van je vrijheid opvreet.



Carlos, een vriend uit Florida die in Leuven theologie kwam studeren, merkte het een paar jaar geleden op als ik over de heilige koe van tegenwoordig sprak: “You are very detached...?!”. Hoe komt het dat ik veel minder dan de meeste tijdgenoten in de vallen loop die veel mensen te pakken krijgen? Er zijn de laatste jaren meer dan 200.000 gezinnen zo vernam ik, in de schuldbemiddeling gejaagd... Waarom is het zo dat welstellende geleerde vrienden opmerken dat zij mijn persoon als voorbeeld aanhalen als iemand die “gelukkig is zonder veel bezit”? Wat heeft er mij toch laten volhouden, doorheen het intussen 56 jaar lang durende en vaak heftige levensparcours? Wat voor iets zorgde ervoor dat ik niet alleen het hoofd boven water heb gehouden, maar nog de reserve behield, de positieve energie en de inspiratie om onderweg een vijftigtal (opinie)artikels te publiceren in vooraanstaande media zoals De Standaard, de Morgen, Het Laatste Nieuws, Knack en Tertio, om anderen een kompas, een boei, een vuurtoren tijdens de levensreis te bieden?


Misschien wel vooral de op het eerste zicht gewone verhalen die mijn vader uit Duitsland mij vertelde, toen ik vanaf het einde van mijn eerste tot kort voor mijn vierde levensjaar dicht bij hem mocht zitten in onze gelijkvloerse kamers met tuin aan de Tweewaters in Leuven. Daar heb ik nog levendige en gedetailleerde herinneringen aan, God zij dank. De man had zijn eigen vader verloren nog voor hij twee jaar oud was. Die was getorpedeerd in de eerste wereldoorlog toen hij actief was als officier op een slagschip, een boot met als thuishaven de Noordzeestad Wilhelmshaven. Heinrich “Heinz” Solfrian, had met grote envergure en beslistheid zijn conclusies uit dat grote familiale verlies getrokken : toen 25 jaar later een zekere Adolf Hitler de jongeren dwong het leger in te gaan weigerde hij aan de op handen zijnde slachting mee te doen. Hij bekocht zijn stoutmoedige verzet met drie dagen donkere cel, waarna hij met een idee naar zijn superieuren stapte dat zijn gewetensbezwaren kon verzoenen met zijn verplichtingen als rekruut: de camera hanteren. En zo geschiede.


Vader stroomde over van verhalen, ook al vond hij als buitenlander slechts na lange maanden moeizaam werk, als anderstalige correspondent bij de brouwer Stella Artois. Hij bracht dag aan dag verhalen, anekdotes en getuigenissen die ik gretig aanhoorde en overdacht. Over Karl May alias Old Shatterhand; over Göring, de chef van de Duitse Luchtmacht, zijn hoogste directe baas in de oorlogsjaren, die zo geweldig “stolz” over zijn uniformen kon zijn. Over Goebbels, die een gelijkelijk klinkende naam voerde, maar een heel ander heerschap was geweest, wel al even zo invloedrijk. Over Hitler zelf. Die ongeziene daden had gesteld, het gebroken land had verenigd en terug perspectief geboden, die aan elk gezin zijn Volkswagen had beloofd, Duitsland van de eerste autostrades had voorzien in Europa, maar die even goed een harde dictator was geweest, een complete natie naar het grote verlies en de totale vernedering had geleid, en ontelbare mensen de dood had ingejaagd. Over de superbandiet, Al Capone. Over Frank Sinatra, van wie ik in de sixties en seventies de warme, gloeiend-mannelijke stem graag mocht beluisteren op de radio met lampen, maar over wie vader na gesprekken met vooraanstaande passagiers op het luxe cruise schip Stella Polaris en bezoeken aan New England zekerheid zegde te hebben dat de zanger banden had met de maffia in Chicago en New York! Een familiebewering die veel later, bij de dood van Sinatra op 14 mei 1998, historisch juist bleek. Over Leni Riefenstahl, de vernieuwende cineaste die het kikker- en het arendsperspectief introduceerde in het vak, maar die verbrand raakte door haar toewijding aan Hitler's zaak, die persoonlijk met papa had gesproken. Ook iets waar ik dertig jaar later de bewijzen van vond, bij een verhuis, in de vorm van een 9x13 portret van de grote artieste tussen de bruine Nuba kindjes. Riefenstahl, die voorbij de zestig nog met diepzeeduiken begon, op zoek naar haar eeuwige vlam, Schoonheid. Op de achterkant van de kleurenfoto vond ik een met de hand in pen geschreven collegiaal bericht aan vader, die intussen zelf gestorven was in '87. Leni werd 101 jaar oud, en stierf op 8 september 2003, een paar maanden nadat ik haar een unieke e-mail zond.


Ook moeder had heel wat fascinerende verhalen en getuigenissen te vertellen aan haar beide zonen. Zoals Maria was er geen tweede in de jaren vijftig en zestig in dit land. Zij vertrok na jaren werken op kantoor in Brussel en Leuven, helemaal zelfstandig naar het Hoge Noorden om gouvernante te zijn in grote families. Later begeleidde zij Britse toeristen naar Joegoslavië. De anekdotes waren niet van de lucht. Die hadden plaatsgevonden in alle mogelijke lokaliteiten in Europa. Voor zij Istanboel bereikte, had moeders legendarische globetrottersgeluk haar echter verlaten. Zij was in West Turkije zwaar ziek geworden, en zweefde tien dagen in half comateuze toestand tussen leven en dood, door onbaatzuchtige, zorgzame en gastvrije lokale mensen zo goed mogelijk verzorgd en bijgestaan door haar reisgezel Chris, de Amerikaan. Ik merkte als jongen dat moeder inderdaad een uitgebreide, toegewijde, ongewone vriendenkring en in zekere zin een heel eigen genie had. Zij smeedde vaak sterke, langdurige vriendschappen, was een interessante persoonlijkheid, en had zo haar redenen om het ouderlijke huis een tijdje te verlaten, de wijde wereld op te zoeken. In Oslo, of was het Helsinki, logeerde moeder kort na de Wereldtentoonstelling in Brussel in 1958 op uitnodiging bij de familie van haar vriendin Rita Knutinen, en zij bleef ook tijdens de harde winter.  Daarop ontbood de chef van de contra spionage van de hoofdstad tijdens een sneeuwstorm Maria, en vroeg haar dringend een goede verklaring voor haar langdurige verblijf in het land, als enige West-Europese in heel de stad! Op haar eenvoudige verklaring dat zij uitgenodigd was, en bij vrienden logeerde, kon hij niet anders dan uitroepen “Ik heb anders niet zulke gastvrije vrienden in West Europa!?” Het werd mij aldus reeds vroeg duidelijk dat iets in de aard van mijn moeder zich moeiteloos kon meten met grote buitenlandse hoofden... Met mannen van standing en autoriteit, ruime bevoegdheden en middelen. Moeder had onmiskenbaar iets eigenzinnigs, een sterk wereldbeeld dat redelijk uniek was, uitzonderlijk sterk geworteld, zonder dat die opvattingen daarom in veel bewuste woorden waren uitgedrukt. De tijdsgeest had haar vader neen laten zeggen op haar vraag hogere studies te mogen ondernemen, zij werd nooit een geleerde. Op haar beurt droeg moeder mij op handen op haar heel eigen manier. Zij had eerbied voor mijn denkkracht en een speciale, wakkere, levenslustige en vriendelijke geest, die haar was opgevallen, nog lang voor ik, te vroeg voor mijn leeftijd, op tien maanden mijzelf overeind trok, en begon te stappen.


Mijn visie op het menselijke bestaan werd dus vorm gegeven door moeders persoonlijke verhalen, en door haar sterke 'persoonlijke oriëntatie' in het bestaan én in de landen van Europa. Vader van zijn kant bleek als steward op schepen nog straffer te hebben gedaan, hij had alle uithoeken van de planeet bereist! Ik bekeek de dia's van ontmoetingen in Yokohama tot Ottawa, van New York tot Caïro. Verder werd mijn visie op leven, mens en wereld vorm gegeven door... de sprookjes en verhalen die moeder mij met eindeloze toewijding voorlas, voor en na school. Ik herinner mij tot op vandaag sommige tekeningen uit de fascinerende boeken. Van de evidente sprookjes van Grimm en Andersen, tot Bretonse, Arabische, Iraanse, Indiaanse... Het verhaal van “Dwaze Hans”, komt mij vandaag, met de Insigna in het achterhoofd, voor de geest. Een simpele, welmenende en toegewijde boerenknecht erft bij de dood van zijn baas een grote, gezonde koe. Hij gaat met haar aan het koord de wijde wereld in, en verruilt het dier voor achtereenvolgens een varken, een geit, een gans... De mannen die de transacties aangaan, spotten inwendig met hem, en prijzen zich gelukkig, zij zien de meerwaarde van wat zij verwerven. Maar de les is dat Hans telkens gelukkiger en gelukkiger is, want hij volgt zijn eigen waardensysteem. Dat heb ik nooit vergeten.



Als ik dan zie hoe vandaag veel mensen de kluts kwijt zijn, en energie verspillen aan het bestrijden van gevaren en vijanden die dat niet hoeven te zijn, zoals minieme gezondheidsrisico's, lichamelijke eigenheden of buren uit andere culturen afkomstig, en hoe mensen elkaar als buren na-apen, gevangen in het bekende mechanisme van “mimetische begeerte”, en als ik dan merk hoe jong en oud vaak heel onzeker zijn over het al dan niet geslaagd zijn in het leven, en dat het bezit van een grote sportwagen daar voor wie eerlijk is, juist niets aan kan veranderen... En als ik waarneem hoe mensen zich ter oriëntatie in het bestaan tussen wieg en graf vaak heel snel en onnadenkend vastklampen aan de boodschappen van pastoors, politici, reclamejongens, bijbel en tijdschriften en sinds een jaar of twintig van wetenschappers allerhande en dan vooral medici... terwijl ik daar persoonlijk veel minder vatbaar voor blijk, dan ben ik dankbaar voor de nabijheid, de aandacht, de affectie en vooral ook voor de verhalen en getuigenissen van die beide zeer aanwezige ouders. In die jaren maakten overigens familieleden overal in de wereld daar volop tijd voor, om gewoon bij elkaar te zitten, te vertellen, de ont-moeting te laten gebeuren."Overal zegt de mens in eigen taal: de beste zaken zijn gratis".


Een buurvrouw die ik onlangs leerde kennen, en die blijk geeft van ruimdenkendheid, alleen al door haar exogame partnerkeuze, deelde gisteren een bericht via facebook over een methode die zij thuis toepast, die zou kunnen helpen om kanker uit het huis te houden. “Weleens je pH-waarde gemeten?” is de titel van het zogezegd wetenschappelijke bericht, dat werd voorzien van een eigen getuigenis. Vriendelijk heb ik een reactie geplaatst, waarin ik verwijs naar lessen van professoren tijdens mijn studies als historicus, die erop wezen dat je kanker nooit goed kan voorkomen. Omdat de risicofactor “stress” onvermijdelijk bij het leven hoort. Omdat de andere grote factor gewoon is, dat het een ouderdomsziekte is voor de overgrote meerderheid van de gevallen. En dan denk ik aan een filosoof van Leuven die mij lang geleden tijdens een publiek debat van een kleine obsessie afhielp, door er op te wijzen dat hij en collega's al een paar jaren tot de volgende conclusie waren gekomen:


“Een mens kan nooit “op wetenschappelijke wijze” door het leven gaan”


En dat is nu net wat ik zie pogend gebeuren, op lucratieve manier ondersteund door de mediamachine. Ik merk dat veel mensen dat proberen te doen. Ze halen hun 'waarden' bij “de wetenschap”. Terwijl dat per definitie onbegonnen werk is. Omdat een mens altijd meer is dan een organisme dat je “gezond” kan behandelen, als een cultuur van cellen in een reageerbuis. Omdat een mens altijd leeft in een (familie en vrienden)kring van Betekenissen, van persoonlijk gefundeerde waarden. Die in de limiet terug gaan op Associaties die je maakt, minder of meer bewust, altijd op heel subjectieve manier. Associaties die sporen met wat je mee hebt gekregen als kind. (En die oorspronkelijkste bronnen van je identiteit, die kan je dan nog per definitie niet zelf kiezen of bepalen. Daar hebben wij het vandaag natuurlijk moeilijk mee, we geloven zo graag in onze eigen verantwoordelijkheid en in de maakbaarheid van ons leventje, daar gaan we dan, met ons zuur verworven salaris in de aanslag...)


Ik denk dan aan de vele mannen en vaders die zoals ikzelf, eens de mooie mijlpaal van de vijftig gepasseerd, graag in hun dagelijkse gewoonten, zoals de wijze waarop wij ons de baard scheren (nu terug met het traditionele enkelvoudige scheermesje of zelfs met het grote plooimes, dat op een lederen riem wordt aangescherpt), of de kleding, of het vervoersmiddel (een old timer, een motorfiets...), aansluiting zoeken bij wat wij onze vaders hebben zien doen. Ik bedenk dat hier, in die interessante opvoeding door relatief zeer wereld-wijze ouders, de diepere reden ligt dat ik zonder schaamte onlangs een blog kon schrijven die tabak roken met de pijp kan ophemelen. De waarde of onwaarde van een ding, die is, als we helder kijken, inderdaad vaak volkomen onafhankelijk van zijn prijs. Een prijs die door de macro economie, een onpersoonlijk en relatief eenvoudig universum van vraag en aanbod, wordt bepaald. Zouden wij er niet beter volop voor gaan om de waarde van onze waarden met inzet van de eigen geest, zo veel mogelijk zelf te bepalen? In relatie met wat wij sinds de prilste levensdagen als waarde-vol hebben meegekregen en “gezien” door osmose in de kamers en tuinen waar wij mochten opgroeien? In de verhalen, overtuigingen en getuigenissen van onze papa en mama, onze grootouders, ooms en tantes, leraars en leraressen.


Om dat project van zin ervaren en van geluk mogelijk te maken, dat een project is van bevrijding, ook juist van de toegenomen druk van het economiSme, is dit de enige voorwaarde. Dat papa en mama de tijd neemt zijn zonen en dochters op te voeden, met... eigen uitstraling en verhalen.


Bedenk dat even. En daarnaast wens ik alle kinderen toe dat de vaders en moeders van deze tijd inspanningen doen om het eigen leven interessant te houden, ook juist tegen alle verleidingen van burgerlijke comfortzones en oppervlakkige, modieuze schijn in. Streven naar diepgang, het is wellicht niet eenvoudig, maar wel de beste garantie op een goede passage op aarde. Met of zonder de 'hulp' van een Opel Insigna.



Stefaan Hublou V. Solfrian


11 juni '17, bij Vaderdag


Creative Commons gelden.