about
Toon menu

God bespotten, je hoeft het niet te doen, Karel Verhoeven! (Nu met schets van de resultaten in De Standaard)

maandag 24 april 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • Zelfportret als Jezus Christus, gemaakt om het jaar 1500 te markeren, Albrecht Dürer.

Het is een heerlijke dag; Pasen is voorbij en de zon schijnt. Vandaag hoorde ik in de velden van Herent de eerste zingende mannetjes Grasmus. En ik mag de hoofdredacteur van de belangrijkste krant van het land uitkleden.


Mijn gebelgdheid over het beleid bij De Standaard kent diepe wortels. Ik kende de krant goed, nadat ik vijf jaar het blad elke dag las in de leeszaal van het Justus-Lipsiuscollege. In dat meest strenge van alle peda's leefde ik toen ik geschiedenis studeerde. Deze studie brengt een mens in contact met veel van het actuele maatschappelijke debat. De goede student verwerft een helikopterzicht op het heden, op de werkelijkheid. Als je weet waar alles vandaan komt, hoe het gegroeid is, dan ontvang je een heldere kijk op rare toestanden en mooie gevallen van vandaag. De historicus zit in een zeldzame zetel om oordelen te vellen. Met die dubbele achtergrond kon ik doeltreffend deelnemen aan het maatschappelijke debat via die krant. Elf opiniestukken verschenen tussen 1989 en 2001. Tegenwoordig wijs ik er graag op dat openlijk spreken over de nationale plaag van de zelfdoding, of over de enorme aantallen mensen die zwaar lijden door depressie, niet evident is. Ik sta zelf aan de wieg van dat verhaal. Vanuit mijn ervaring en studie kon ik die lacune vanaf 1996 met persoonlijke bijdragen opvullen.


Ik was er mij niet van bewust dat mijn opiniestukken een religieuze ondertoon hadden. Toen er een soort staatsgreep plaatsvond bij de krant, net voor de eeuwwisseling, werd de antigodsdienstige aard van de yuppie generatie meteen duidelijk. De iconische verwijzing  naar het Christelijk project werd van de voorpagina verwijderd. Persoonlijk merkte ik dat door de grote weerstanden die ik moest overwinnen om nog stukken gepubliceerd te krijgen. En door de taal die de toenmalige assistent Opinie, Tom Heremans naar mij toe gebruikte. Territoriumnijd. Wel komisch en ironisch dat net die man intussen de clown van de krant is geworden.


Dat De Standaard aandacht is gaan geven aan een van de problemen die het meest met menselijk geluk en welbevinden, welzijn en goed leven te maken hebben, de kwestie van de vele zelfmoorden in onze gemeenschap, was bijna ondanks haarzelf. Op de overgang van de twee eeuwen organiseerde De Standaard een lezersdag. We konden vragen insturen, en de beste werden geselecteerd, om voor te leggen aan de Minister van Binnenlandse Zaken, Patrick Dewael (VLD). Mijn vraag over de plaag van de zelfdodingen, die voor mij een groot teken aan de wand zijn dat er iets grondig mis is met de mensen en hun diepste streven en verlangen, werd wel weerhouden. Toen ik ze mocht voorlezen tijdens de samenkomst, aan een vierkante tafel van zowat zeven meter op zeven, in de ambtswoning van de Minister, had ik wel een dubbele bijzonder nare ervaring. Ten eerste bleek hoezeer de redacteurs, waaronder de toekomstige hoofdredacteur Bart Sturtewagen, graag tot mouwvegen overgingen met de toppolitici. Het was de tijd dat Guy Verhofstadt eerste minister was, en de verwevenheid tussen dat soort kranten en de politieke top was, dat is intussen door menig observator beschreven, ongezond en potsierlijk. De hoofdredacteur en zijn secondanten bleken vooral helemaal niet zo bekommerd om het geluk van de mens. Het welzijn, noch het scherpe lijden van de depressieve mensen, de met geweldige wanhoop geplaagde medeburgers die aan zelfmoord dachten, of die wanhoopsdaad pleegden, dat te benoemen lokte vooral gegiechel uit! Was dat even een reality check. Was dat even een machocultuur, in de ware zin van het woord. Empathiemeter slaat uit op nul. De tweede teleurstelling en diepe verontwaardiging voelde ik toen de minister reageerde. Hij had mijn vraag gehoord. Het werd stil in de zaal, die met gouden lambriseringen was afgezet boven en onderaan de muren. Je kon de flochen van de velours gordijnen horen bewegen. Dewael keek niet meer naar de mensen om hem heen. Hij keek naar beneden voor zich, op zijn bureau. So far so good. Een politicus bezint zich. Dat hij toen de mond opende om te zeggen dat hij het erg vond, omdat hij bezorgd was om zijn eigen kinderen, met de vrees dat die op een dag uit het leven zouden stappen, vond ik gortig. Ik leefde nog in de jeugdige illusie dat politiekers leidinggevende figuren zijn voor hun gemeenschap. Herders die de schapen op weg begeleiden naar een goede toekomst, een tijd waar minder ellende en innerlijke pijn geleden wordt.


Intussen is Sturtewagen formeel als hoofdredacteur vervangen door Karel Verhoeven. Die man moet barstensvol talent zitten, om zulke functie te bekleden op zijn jonge leeftijd. En met zijn hippie kapsel, zou ik willen zeggen. We zijn in dit landje vér van de klasse van Groot Brittanië of de USA, of van de waardigheid die mensen trachtten hoog te houden in het naoorlogse België. Alles wat naar adel ruikt, niet alleen de betreffende bevolkingsgroep, is blijkbaar ennemy of the people verklaard. Ik beluisterde de visie van de betreffende redacteur op het fenomeen krant vandaag, kwaliteitskrant dus, op een zomerdag vorig jaar, in de conferentiezaal van het Museum M, omgeven door wit marmeren buitenmuren en groot glas. Dat was een heldere en verstandige uiteenzetting. Voor een deel van de ergernissen die ik in de laatste jaren gevoeld had bij de lijn en inhoud van de krant, kwam een verklaring. Ik onthield vooral de mededeling dat Verhoeven met zijn krant het goede verhaal bij de mensen wilde brengen. Wij willen de vluchtelingen, de slachtoffers, de rechters, de politici, de brandweermannen, de bankiers... een gezicht geven. De portretfoto's zijn vaak top. Maar, zo ging de jonge man verder, het werkelijke, diepere niveau, of het nu om waarheid of wetenschap of moraal gaat, dat beschouwen wij niet als onze taak, daar zijn andere mensen voor. Daar kon ik mij in herkennen, als expert in jachtzaken en religie, en als moralist. En als mensenkenner. Een van mijn laatste lange brieven die werden opgenomen, was een analyse van een politieke zet van Bart De Wever, die beweerde dat een samengaan van groene en christendemocratische, gelovige visie nooit tot iets goeds zou kunnen leiden. Toch wel, dus. Ik wees er op dat op vele bladzijden van de bijbel prachtige beschrijvingen van landschappen en specifieke zoogdieren en vogels worden gegeven. Dat BDW in mijn ogen slechts een dwarsligger zou zijn op de sporen die onze gemeenschap naar een goede toekomst zouden leiden, die slotzin liet de eindredacteur weg. Dat was een paar jaar voor de grote doorbraak van de man die graag in het Draakske frieten ging nemen. Ik besefte toen dat die grote eerbied voor die man betekende dat de krant hem als een rijzende ster zag. Dat was nog lang voor BDW mensen processen aan zou doen wegens smaad...


Karel mag stellen, wij brengen interessante verhaaltjes, de geleerden moeten de rest doen. Maar dan moet hij ook begrijpen dat er iemand opstaat en hem in zijn hemdje zet als hij op nonsensicale manier de spot drijft met God en met de gelovige mens. Zo dadelijk laat ik u inkijk hebben in de brief die ik aan betrokkenen schreef, op Paaszaterdag. En die ging in cc meteen naar een veertigtal prominente denkers, kennissen en vrienden van me, zowel atheïsten als gelovigen als maatschappelijke verantwoordelijken. Die jonge man verdiende echt op zijn nummer gezet te worden. We leven in het tijdperk van de empathie. Karel besefte toch blijkbaar niet (of was hij gewoon wreed en lichtjes sadistisch?) dat hij duizenden zeer trouwe lezers en abonnees, zoals mijn vrienden Michel Cloet en Jan Vanderveken, op het hart trapt als hij, eind vorig jaar, schrijft dat geloof (in God en Christus) iets is voor mensen van boven de tachtig of personen die een ticket voor de kinesist nodig hebben.


In het paasweekeinde bestond hij het dus om, als laatste in de rij van twee weken dagelijkse columns van diverse personaliteiten, Friedrich Nietzsche voor te stellen als man die het zou verdienen te herrijzen. En tussen de lijnen weer die jongensachtige, balorige spot met de gelovige mens en met God, het Oermysterie dat u en mij draagt, en heel de wereld, heel Moeder Aarde. De kerel heeft duidelijk niet genoeg tijd om zich in te werken in studies en werken van zijn idolen. Jan-Hendrik Bakker besteedde in 2013 in zijn wondere werk “In Stilte. Een filosofie van de afzondering” een van de zeven hoofdstukjes aan Nietzsche. Er blijft niet veel heel, van de waarde van “de filosoof met de hamer”. Ook de grote christelijke geleerde Eloi Leclerc toonde al wel vijftien jaar geleden aan in het boek dat ik hieronder noem, dat in vergelijking met de heilige Franciscus van Assisi, de geest van Nietzsche veel kleiner en veel meer vastgelopen is gebleven.


Hier volgt de integrale brief die ik Verhoeven schreef, als reactie op zijn daad van hubris, daags na de dag dat de hele wereld het lijden van de brave messias uit Palestina had herdacht.

Wie suggesties heeft voor een volgende figuur die, wegens treden op kleine mensen en op waardevolle elementen van menselijk geestesleven de literaire Schandpaal verdient, mag mij contacteren.


“Mijnheer Karel Verhoeven,



Het is paaszaterdagmorgen, bij een grote kaars en met zicht op de tuin heb ik uw paascolumn gelezen.

Het was leuke lectuur. Maar ik wil u, uit respect voor de medemens in u die zoals ik tracht te denken en aan taalboodschappen te doen, even laten weten wat ik van de inhoud vindt.

(NB. Leuk is een woordje dat voor mij altijd als aangewaaid van Holland zal ruiken, en rijmt op neuken).

In mijn aanvoelen verneukt u de mens die tot diepere waarheid wil komen, en ook de mens die zijn lijden met waardigheid wil dragen en wil dragelijk houden, en ook dat van medemensen.

Het stuk van Erwin Mortier, “Het gebouw als moeder” p. 49, is bij vergelijking van een veel hoogstaander gehalte. Dat gaat ook net over de waarde van de Kerk en haar “gebouwen” om ons, arme, gepijnigde menselijke wezens, te helpen omgaan met het verdriet om de dode mensen waar wij uit voortkomen.

Uw denken is echter jongensachtig balorig en jongensachtig geworteld in gebrek aan diepgang van inzicht en aanvoelen. En hemeltergend oppervlakkig over heilige onderwerpen.

Het stukje zal juist daarom wellicht wel functioneel zijn, in een samenleving die van hard werken de preferentiële therapie tegen het leven heeft gemaakt. En van leuk en lekker shoppen na het werk, en van to show off, met behulp van bezit, naar gepercipieerde en gekoesterde “minder geslaagde mensen”.

In die zin is uw stukje zeer bourgeois, op het ondragelijke af.

Indien, indien u zou in staat zijn ook maar twee goede werken over religie en christendom te lezen, bijvoorbeeld Lytta Basset over “La joie imprenable”, waarin zij de hoogste emotie analyseert en aangeeft hoe zij niet te organiseren valt, enkel voorbereidingen voor haar landing uit de hemel kunnen wij maken, en wel precies door lijdende mensen bij te staan; en Eloi Leclerc over Sint Franciscus en zijn liedvormige spirituele testament, in “Le Cantique des Créatures ou les symboles de l'union”; dan zou u op tijd van twee weken geheel anders denken over belangrijke zaken als geloof en existentie. Dat lijkt mij evident. Maar ik betwijfel of u de intellectuele eerlijkheid, nederigheid en openheid van geest in bezit hebt om die transformatie, die Verrezijnis, te kunnen waarmaken. Beide werken zijn ook geschreven in een vrij hoogstaand Frans...


Vriendelijke groet, ik hoop dat u een volgende keer misschien een klein beetje beter faalt dan vandaag,


Stefaan Solfrian Hublou Aerts”

Update: na drie dagen heeft De Standaard plots twee pagina's besteed aan de soms vreselijke vervolgingen en moorden onder de christenen in het Midden Oosten. Dat was jarenlang een groot onrecht, dat niet te doen. Op vrijdag 5 mei is er een volle pagina, en respectvol, over het werk van een priester, een pastoor met diverse parochies waaronder Lokeren, met aandacht voor zijn drukke agenda, een week lang, én een mooie foto. Het is duidelijk: als lezer kritische berichten insturen aan de redactie van De Standaard, er wordt rekening mee gehouden. En al zeker als je er een publiek bericht van maakt, uiteraard.