about
Toon menu

Kuifje is niet dood

zondag 19 maart 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Kuifje en Bobbie zijn niet dood. Vanmorgen, via rustige, bijna verlaten straten en bospaden, zijn Fellow en ik op reis geweest. De menselijke aanvoerder op de fiets, de hond te poot. Wij zijn langs de Heilige Geeststraat de stad uitgegaan, Fellow volop in draf en galop. Intussen zijn we terug, de staande klok slaat net kwart voor elf. We hebben zowat twintig kilometer afgelegd. Een mens moet blijkbaar eens grondig, intens weg gaan om echt thuis te kunnen komen. (700 woorden)

We zijn naar OHZ gegaan. Dat was een afkorting met mythische betekenis, met een allure en een aantrekking bij de groene jongens en vogelliefhebbers in de jaren zeventig in het Leuvense. De afkorting betekent “Oud-Heverlee Zuid”, en staat voor de betreffende vijver, ter hoogte gelegen van het treinstation van die gemeente. Daar staat sinds een jaartje een prachtige observatietoren in massief hout. De planken en balken zijn al getekend door weer en wind. In die hut voel ik mij als een Pelsjager in zijn blokhut. Je kan er zitten, met een prachtig zicht op het moeras en de vele vogelsoorten door een klapvenster. Vandaag hebben we er Canadese Ganzen, Nijlganzen, Bergeenden, Zomertalingen, Wintertalingen (die zo mooi van kleur zijn, met groene kopstreep en gele vlek aan het achterlijfje), de Grote Zilverreiger (met glanzend wit lijf en lange zwarte poten, en een gele snavel), Knobbelzwanen, Wilde Eenden, Meerkoeten, Kokmeeuwen (een enkel exemplaar al in zomerkleed, met die fraaie chocolade kop), een Blauwe Reiger gezien. En op de voorgrond zong de Cetti's zanger zijn luide heldere lied, en achter ons, even loud and clear en verbazingwekkend voor een kleine vogel, de Wren, de Winterkoning. We hebben daar een hoogleraar antropologie ontmoet vanmorgen, met zijn gasten, een paar uit het United Kingdom. Heerlijk, samen in de verlatenheid van een natuurlandschap de dag aan te breken.


Tijdens het kijken naar de vogels, met mijn oude Russische 8x30, heb ik een pijpje gestopt. Golden Mixture van Peterson's, een van de heerlijke, ambachtelijke Ierse tabakken die je bij ons kan krijgen. We hebben elkaar leren kennen, een gesprek gevoerd dat ons langs landen in alle windstreken heeft gebracht, en langs diverse wetenschappelijke disciplines en standpunten.


Tijdens de terugweg liep Fellow, die de gasten “such a very patient dog” noemden, meestal achter de fiets aan. Hij is het niet meer gewoon, zulke sportieve expeditie. Ik paste mijn snelheid aan, en in het Egenhovenbos hebben we op de mooiste bank ter wereld, in massief eikenhout en met afgeronde vormen, even halt gehouden, en een Knopper koek met Hazelnotenchoco gedeeld.


Terug thuis toonde Fellow weer zijn ongelofelijke, lichamelijke wijsheid. Hij liet de lijn strak komen, als ik de deur opende, wilde nog even buiten blijven. Ik begrijp hem zo goed. Het was een feest, deze excursie. Langs de Hazenfonteinstraat, die boven op de spoorwegberm bestaat uit wat verspreide villa's, hebben wij helemaal in de traditie van de verhalen over Indianen en Pelsjagers zelfs even een koppel roofvogels, Buizerds, mogen begroeten. “Maaauuuwww!” bootste ik de roep na, terwijl wij door dezelfde wind vooruit trapten die de vogels omstuwde, met hun honderd procent open vleugels en staart zweven. Thuiskomen, dat kan maar echt goed als je eens echt weg bent gegaan. Ik zette mij in de voortuin met een biertje en stopte een nieuwe pijp, met Samuel Gawith Scotch Cut Mixture nu. (Zie foto). Mijn gedachten gaan even naar de jeugdjaren. Onze moeder Maria nam mij en broertje ondanks sobere boekhoudingscijfers van het gezin geregeld manmoedig mee op reis. We gingen vaak met auto-stop. Naar de Ardennen. Als je uren samen getrokken hebt, de koele wind hebt weerstaan, samen hebt gepicknickt, dan kom je thuis in je eenheid en in je aardse bestaan. Ik bedenk: toch ongelofelijk, al die zaken waar de goegemeente zich vandaag de dag druk om maakt. De kranten, het journaal. En al die afkeer van mensen van buitenlandse identiteit. Ongelofelijk. Zou dat vooral een gevolg zijn van het feit dat onze Vlaamse Vlamingen zich bedreigt voelen in hun aard, in hun bestaan, omdat zij zelf niet goed geworteld zijn, omdat zij zelf te weinig eruit trekken, samen, door het landschap, met eigen spierkracht? Het is toch onvoorstelbaar hoe de geest van Remy Martin, Hergé, uitgroeide tot trots van een land, bekend in alle overige naties en talen, en dat die geest van vriendschap naar alle kleuren mensen dit volk toch soms zo vreemd lijkt te zijn geworden?


Stefaan Hublou Solfrian

reageer

Er zijn nog geen reacties op deze blog.