about
Toon menu

Veertig jaar vogelaar

vrijdag 17 maart 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • Havik (Accipiter gentilis). Foto Adri Hoogendijk, sdgpictures.nl.


Het is weer zestien maart. Dat is voor altijd een unieke verjaardag in mijn leven. Gisteren heb ik aan de Zoete Waters, de reeks van vijf vijvers die het Meerdaalwoud en het Heverleebos scheiden, voor het eerst dit jaar een Afrikatrekker gehoord die pas was terug gekomen, om te zingen en te nestelen: de Tjiftjaf. Op 16 maart is het veertig jaar geleden dat ik van de ene dag op de andere intens met veld ornithologie  ben begonnen.  (drie minuten leestijd)

De vonk vond plaats op de speelplaats van het Heilige Drievuldigheids College, "de Jozefieten" in de volksmond; toen we in de rij stonden om samen een klaslokaal binnen te gaan, wees klasgenoot Jan, plots op een kleine vogel die wel heel speciaal gedrag vertoonde: hij kroop loodrecht langs een van de stammen van de befaamde lindendreef naar boven. Jan Vanoppen riep: “Kijk, een boomkruiper!” "Ik kon er niet bij, dat erin mijn eigen leefwereld interessante vogels te ontdekken bleken. Die in hoekjes ervan, zoals deze bomen leefden. Ik kende alleen de soorten die bijna iedere burger kent, de huismus en de merel, en een duif, de eend, de gans, de zwaan, de ooievaar, de reiger, de spreeuw...  

Die avond ben ik meteen naar de stedelijke bibliotheek, filiaal Heverlee getrokken en ja, ik vond wat ik zocht: een vogelgids. Met “Wat vliegt daar?” van Thieme uitgeverij, Nederland, onder de arm trok ik naar huis. Die avond voor het slapengaan was mijn kennis over vogels al verzevenvoudigd. Vanaf de zeventiende maart was ik aan een lijstje begonnen van “Waargenomen soorten”, dat elke week, vaak elke dag kon uitgebreid worden. Ik trok naar de stadsparken en naar de bossen, wouden en vijvers in de Dijlevallei ten zuiden van onze stad. Inspiratie en enthousiaste berichten van medestanders vond ik in de ingebonden jaargangen van De Wielewaal in de bibliotheek. Ik sloot aan bij de Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud en begon geregeld mee op wandeling, op excursie te gaan . Een wondere wereld ging open. Deelname aan de jaarlijkse “vroegochtenwandelingen met “vogelconcert” op eén mei, bleek toverachtig en onvergetelijk, we vertrokken om vijf uur in volle natuur, nog voor er van enige lichtstraal sprake was. Een na een hoorden wij dan de vogels met hun soortspecifieke zang aanvangen, elke soort op zijn eigen moment, de Roodborsten het eerst, en de Spreeuwen het laatst, meer dan een vol uur later. De  natuurstudie- en natuurbeleving kampen in het buitenland waren heerlijk, onvergetelijk. Vooral de roofvogels konden ons jarenlang boeien. Buizerd, Torenvalk, Sperwer, Wespendief, Kiekendief, Havik... Vooral de Havik (Accipiter gentilis), die vleesgeworden koninklijke heftigheid.

Een Passie zoals vogelstudie adopteren, ik kan het ieder aanraden.

Op die manier verzeilden wij ook in kringen van natuurbeschermers, van ecologisch actieve lieden. Die groene jongens en geitenwollensokkendragers hebben intussen de toon gezet. Zowat iedereen is in deze tijd overtuigd van de noodzaak de natuur te sparen, en er meer mee in harmonie te gaan leven. 


Stefaan Hublou Solfrian Vojvoditz


Gepubliceerd op 16 maart '17. 

Aangepast op 4 april '18.