about
Toon menu

Bange Blanke Vrouwen - Over de foute oriëntatie van het genderachtig feminisme

maandag 13 maart 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • Een typerende schilderij van Willem De Kooning, (Amsterdam 1904-1997 New York).

Ik meen goed te weten wat de vrouw zo al is en niet is. 

Mijn moeder en ik leefden in intens gezinsverband, in grote openheid, en zij was een formidabele, fabuleuze vrouw, met beperkte min kantjes. Daarover heb ik al eerder geschreven, onder anderen op de dag van haar 84ste verjaardag. Toen schreef ik in Londen, haar woonplaats: http://community.dewereldmorgen.be/blog/stefaanhublou/2015/11/19/mary-poppins.

Als jongen was ik vanaf mijn twaalfde een bevoorrechte getuige: ik mocht de vergelijking maken met de Afrikaanse vrouwelijke mensen. Die kwamen in mijn leven als echtgenotes en zusters van bepaalde vrienden van mijn moeder. Moeder Maria Hublou was zelf een sterke en diepzinnige, edelmoedige en grootmoedige vrouw. Een van die witte Raven van wie de wortels van de persoonlijkheid en van de oprechte goedheid het mogelijk maken dat zij de beperkingen waaronder gewone stervelingen gebukt gaan wat betreft de culturele omstandigheden en de Tijdsgeest, ruimschoots weet te ontstijgen. (1100 woorden)

Kwaad heb ik mij nog eens gemaakt, zaterdag. Op de vrouwen in het Vrije Rijke Westen. En op de mannen achter hen. (2000 woorden)

Gloeiende Verontwaardiging kwam als een genade over mij, een zeldzame ziedende zegen waar de begenadigde man zich graag even helemaal op richt en aan overgeeft. Torfs schrijft profetisch & terecht:“We moeten stoïcijnser leven en onze emoties opsparen voor grote momenten.”“Woede is juist het probleem. Ze wordt in onze tijd veel te hoog ingeschat (…) De kwade mens is de goede mens. In het publieke debat verdrong de woede, het zich voortdurend gekrenkt en gekwetst voelen, gaandeweg de ironie (...)”.


De reden die mij dit keer doet beslissen de remmen los te gooien en mijn  Engelenziel uit haar gekozen Wolfsklem te bevrijden, is de onzin van de gewone genderdiscussie. De Leuvense columniste en jeugdschrijfster Kolet Janssen had het, helder en diep-onnozel, onder woorden gebracht in een column op Kerknet, (wat ik overigens een zeer goede website vind).

“Meisjes kunnen toch geen baas zijn, oma!”


... is de titel van het stukje van Janssen, dat mij toeliet nog eens een adder bij de staart te grijpen. Als inleidending schrijft de blonde schrijfster deze regeltjes:

“Als mijn kleinzoon al spelend een geweldig seksistisch idee uitdrukt, hap ik naar adem. Er zijn dan toch nog veel vrouwendagen nodig”.

Als Antwoord schrijf ik in de commentaarbox:

Hoe lang gaan we deze oppervlakkig analyses nog horen? Een generatie? Meer? Is er dan zo weinig contact met diepere analyses over vrouwelijke identiteit zoals Piet Nijs en Buytendijk die heeft gemaakt bij ons?

En zoals de mensen uit het Hart van Afrika die maken? Ik begin het moe te worden.

Dit is een onwaarachtige benadering, onder het mom van "modern en maatschappijverbeterend gevecht".

Het discours "Gender"= grotendeels onzin.


En verder:

“Hoe vaak moet het betreffende artikel in Tertio van enkele jaren terug nog overdrukken krijgen, waar uit onderzoek blijkt dat kinderen vanaf de laagste klasjes duidelijk verschillen? Ieder ouder met ogen in zijn hoofd kan dat zien. Dat kleinzoontje van Kolet J. ziet niet alleen een leider in een man omdat iemand hem dat ("misleidend" heet het dan in het discours) zou "gezegd hebben".

Hoe lang blijven bepaalde lichte schrijfsters nog naast die diep ingewortelde menselijke realiteit kijken?

 

Overdenk dit maar eens: een citaat van de grote geest Albertine Tshibilondi, uitgegeven in "Wijsheid uit Afrika. 365 dagen", door Olivier en Danielle. Föllmi, Lannoo, 2005, bewerkt door Frans Boenders:


"Afrikaanse vrouwen zijn afspiegelingen noch slavinnen van hun man. Bij de uitdrukking van hun persoonlijkheid voelen ze allerminst de behoefte om hun man na te bootsen. Ze bouwen hun specifieke cultuur op met hun werk, hun eigen ingesteldheid, taalgebruik, gewoonten en bezigheden. Afrikaanse vrouwen hebben zich niet door de man of de uitstraling van de mannelijke cultuur laten koloniseren".

 

Wat veel feministen m/v en

genderspecialisten (sic) doen is precies dat: zich laten koloniseren door de mannelijke cultuur.

 

 

Intriest is dat. Belachelijk. "Pathetic" zoals de Amerikanen dat benoemen. Hier leggen we de vinger op een voze plek van onze beschaving en cultuur. Iemand moet eens een essay schrijven in de zin van "De ontaarde vrouwen" ,  in naklank van "De vermaledijde vaders" van Monika van Paemel.

Ja, dat zijn veel bange blanke vrouwen. Ontaarde vrouwen. Ontaarde moeders.

De kentering is – God zij gedankt! – ingezet. Sinds +/- een jaar zijn jonge moeders eindelijk terug overgegaan tot huidcontact - dragen van babies.

 

Sinds een maand of zes heb ik nauwelijks nog een Maxy Cosi gezien. Elke dag zie ik babies gedragen op het lichaam in Leuven.

Why? Ook juist na een regen van diagnoses van de dokter:


"Sorry, moedertje, uw kind is geestelijk in problemen door EEN GEBREK AAN BINDING!"


Met andere woorden:

de “mooie maar arme, (maar door corrupte en nepotistische leiders benadeelde Afrikaanse vrouwen, die het moeten stellen zonder een sociaal vangnet en zonder de zegeningen van onze heerlijke technologie, die 

 

Afrikaanse vrouwen

 

zijn veel beter bezig dan wij

 

... En wel juist in levensgebieden die met de ESSENTIE van het mens zijn te maken hebben, met de essentie van opvoeding, én dus met de essentie van vrouw zijn.


Het zou me niet verwonderen dat ik met dit Kerknet bericht, dat ik ook gezonden heb aan  een zeventigtal vertegenwoordigers van christelijk denkend Vlaanderen, een kleine trendbreuk in gang zet.


De meeste moeders werden opgeslorpt door hun werk om den brode, en vele welstellende moeders waren niet de natuurlijke aanwezige moeder waar hun kindjes recht op hadden om andere troebele redenen. (Lees “Elias, of het gevecht met de nachtegalen” maar eens in dit licht). Ik kon niet anders dan dat allemaal door osmose en intuïtie, zonder woorden, aanvoelen en leren kennen en ontzag ontwikkelen voor de magistrale kracht van de Vrouw. Mijn eerste opiniestukken in de genoemde krant schreef ik uit heilige ontstemdheid na wat Marc Dutroux had aangericht. Zij droegen titels als “Vrouwelijke waarden als maatschappelijk medicijn”. Waarbij ik 'medicijn' in de betekenis van pharmacon bedoelde, maar ook in de betekenis die de Indianen aan het woord hechten, een spirituele betekenis. Een begrip met Toverkracht.


Wat de Vrouwelijke Mens in wezen is, natuurlijk zal ik het nooit op uitputtende manier weten of kunnen beschrijven. Maar dat zij enorm anders en grotesk meer is dan wat de westerse bleke vrouwen er van maken vandaag, dat staat voor mij als een dukdalf. Als een vuurtoren boven zee.


Het tijdperk van na-apen van de mannelijke spirit zal ooit eindigen. Het tijdperk van de emotionele, affectieve en intellectuele verwaarlozing van kleine kinderen zal aan kracht gaan inboeten. Na meer dan tien eeuwen de Westerse mens arm te houden in levensvoldoening en hem en haar op te zadelen met grote schuld- en onbehangen-gevoelens. Het is tijd dat wij de wijsheid van oorlogsveteraan Kurt Vonnegut gaan begrjipen en toepassen: 

"Wij zijn op aarde om gezellig te zwanzen.

Laat niemand je iets anders vertellen"

 


Stef Hublou Solfrian