about
Toon menu

Lage Landen 2020-2040

vrijdag 15 juli 2011
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Zo. Het rapport ‘De Lage Landen 2020-2040’ is klaar en aangeboden aan de stuurgroep. Als alles goed gaat, wordt het over een maand gepubliceerd. Het is leuk dat een werkversie ervan als basis diende voor de ontmoeting tussen de ministers-presidenten Rutte en Peeters, begin juli. Al hadden zij – als je de mediaverslaggeving mag geloven – vooral belangstelling voor de puur economische samenwerking gericht op winst, en niet op de ecologische en sociale boodschap die ook in het rapport zit.


Toen wij ruim een half jaar geleden aan het onderzoek begonnen, was de eerste vraag die mensen ons stelden natuurlijk: hoezo Nederland en Vlaanderen, het zijn toch Nederland en België die gelijkwaardige staten zijn? Tja, dan moet je dus uitleggen dat de Gewesten en Gemeenschappen in België ook bevoegdheden hebben voor buitenlands beleid, en op die terreinen samenwerking kunnen aangaan met staten. En zo kwam er dus een gezamenlijk verzoek van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken en Departement internationaal Vlaanderen voor een onderzoek naar mogelijke economische samenwerking op middellange termijn.


Wij hebben eerst het analysekader bepaald waarbinnen wij zouden kijken naar de ontwikkelingen in Nederland-Vlaanderen. Twee aspecten leken ons belangrijk: het belang van innovatie en het grotendeels stedelijke karakter van de twee gebieden. Die elementen komen samen in een begrip dat wij geleend hebben uit studies rond stedelijke ontwikkeling: de smart city. Wij hebben dat concept vervormd tot dat van een ‘slimme stedelijke regio’. Vervolgens hebben wij de vier ontwikkelingen beschreven die – overigens vrij algemeen - beschouwd worden als dé uitdagingen van de toekomst: globalisering, klimaatverandering, energie- en grondstoffenschaarste, en demografische veranderingen.


In het concept van de smart city gaat men ervan uit dat een slimme stad in zo hoog mogelijke mate scoort op zes kenmerken, die gemeten worden aan de hand van in totaal 31 factoren en 74 indicatoren. Omdat wij maar zes maanden hadden voor dit onderzoek, hebben wij elk kenmerk getoetst aan één relevante sector of deelterrein: slimme economie (landbouw), mensen (kenniseconomie & innovatie), mobiliteit (logistiek in de delta), leefomgeving (duurzame energie), leven (gezondheidszorg) en bestuur (de kwestie van de subsidiariteit). Deze analyse vormt de hoofdmoot van het rapport, waarbij voor elk van de onderzochte sectoren wordt aangegeven wat de sterktes, zwakten, kansen en bedreigingen zijn voor meer intensieve samenwerking binnen de Lage Landen.


Het rapport eindigt met drie algemene slotbeschouwingen over een mogelijk conceptueel kader om verder te denken over gezamenlijke strategische beleidsopties, en met vier meer concrete maar algemene aanbevelingen. Op conceptueel niveau pleiten wij ervoor dat bij oefeningen in ‘toekomstdenken’ sterk rekening wordt gehouden met complexiteit, onzekerheid en het bestaan van wicked problems (een combinatie van grote onzekerheid, snelle veranderingen en grote complexiteit, zoals bij klimaatverandering of de vervuiling van oceanen). Ten tweede dringen wij erop aan dat beleidsmakers de stedelijkheid van de Lage Landen serieus zouden nemen, met al de kansen en bedreigingen die ze inhoudt (zowel ecologisch als sociaal). Tenslotte wijzen wij nog op het belang van duurzaam bestuur op verschillende niveaus en terreinen om zo adequaat mogelijk de maatschappelijke rijkdom die wij (nog) hebben te beheren.


Enfin, als de stuurgroep van het steunpunt het groene licht geeft, is het hele rapport binnenkort te vinden op de website www.ua.ac.be/vsbb.

Pauline Ketelaars
Hugo Durieux

reacties

2 reacties

  • door Hugo Durieux op donderdag 25 augustus 2011
  • door peter lagendijk op zaterdag 25 februari 2012

    Is het verslag ergens in gedrukte vorm te bestellen? Ik kan het downloaden doch ik verkies een geprint boekwerkje Dank alvast voor reactie. Peter Lagendijk (lid ANV)

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties