about
Toon menu

Governance

donderdag 9 juni 2011
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Het steunpunt organiseert op 12 oktober een studiedag rond het thema Subsidiarity and Multilevel Governance. In ons wereldje struikel je tegenwoordig over de governance: global governance, good governance, corporate governance, polycentric governance, economic governance ... En bijna steeds komt in dat governance-verhaal ook de term civil society voor. Niemand lijkt juist te kunnen aangeven wat met de beide termen bedoeld wordt, maar ‘goed bestuur’ en ‘de burgermaatschappij’, dat zijn toch vertrouwen wekkende concepten?


De middeleeuwse term governance (de kunst van het besturen), die eigenlijk nogal in onbruik was geraakt, komt eind jaren 1980 terug in het discours van de Wereldbank, en niet lang daarna in dat van het Internationaal Muntfonds en het United Nations Development Programme (UNDP). Dat zou al te denken moeten geven. En inderdaad, tien jaar later is het voor velen duidelijk dat good governance op de eerste plaats de ideologische vertaling is van een politiek van minimale staatsbemoeienis, waarin de overheid er niet meer is om het algemeen belang te dienen, maar het belang van investeerders en aandeelhouders, en vaag nog dat van de bevolking als klant en consument.


Wanneer de Europese Commissie de term dan in gebruik neemt, klinkt het bij toenmalig Commissievoorzitter Romano Prodi in het Europees Parlement (15 februari 2000) zo: we moeten er mee ophouden te denken over een hiërarchie van machten, die van elkaar onderscheiden worden op basis van het subsidiariteitsbeginsel; Europa wordt niet alleen bestuurd door de Europese instellingen, maar ook door nationale, regionale en lokale overheden en door de civil society.


Ach zo, de civil society als medebestuurder van Europa? Maar wat is dan die ‘burgermaatschappij’? Als de civil society opduikt in combinatie met governance, dan is dat meestal geheel in lijn met de Washington Consensus uit de jaren 1980 en 1990. En die Washington Consensus was exact het neoliberale ontwikkelingsmodel dat werd voorgestaan door o.m. de Wereldbank en het Internationaal Muntfonds. Dat model, dat werd opgelegd aan  ontwikkelingslanden met grote schulden, hield onder meer in het stimuleren van een exportgerichte economie, het opheffen van belemmeringen voor vrijhandel, en een terugtredende overheid. Daarom werd dan een beroep gedaan op die civil society, die voortaan zelf maar moest zorgen voor allerlei aspecten van openbare dienstverlening.


De burgermaatschappij, kortom, als panacee voor alle verantwoordelijkheden die de staat moest laten liggen. Met andere woorden, in het kader van governance staat de civil society niet voor de gemeenschap van alle burgers of het algemeen belang, maar voor de verzameling van privébelangen die zo goed mogelijk worden behartigd door belangengroepen, omdat de overheid er niet (meer) over waakt. En de som van alle privébelangen, hoe legitiem ook, is niet gelijk aan het algemeen belang.


Governance en civil society zijn dus zeker geen neutrale concepten. Benieuwd hoe sterk de ideologische lading van de termen op die studiedag naar voren zal komen.

Hugo Durieux