about
Toon menu

UNICEF en de Internationale Dag van de Rechten van het Kind

maandag 20 november 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • (Foto: Unicef) Digana, 6 jaar, (tweede kind van links) is blij terug te zijn in haar klas in Irak. “Op een dag hoop ik directrice te worden van deze school!” zegt ze trots.

Vandaag is het de Internationale Dag voor de Rechten van het Kind. Elke dag opnieuw maken kinderen over de hele wereld hun boekentas om naar school te gaan. Het is een plek waar ze leren, spelen en groot worden. Ze ontwikkelen er de competenties die ze nodig zullen hebben als ze volwassen zijn. Ze bouwen er vriendschappen op die ze voor de rest van hun leven zullen koesteren. Te midden van rampen en conflicten, is de school ook een haven van rust.

Maar wereldwijd gaan 57 miljoen kinderen niet naar school. Nochtans is het een basisrecht. Ieder jaar verhinderen armoede, conflictsituaties en natuurrampen miljoenen kinderen naar school te gaan. Het Kinderfonds van de Verenigde Naties (UNICEF,United Nations Children's Fund; tot 1953: United Nations International Children's Emergency Fund) is een organisatie binnen de Verenigde Naties die zich inzet voor het welzijn van kinderen, onder andere via het Verdrag inzake de rechten van het kind.

UNICEF is de enige organisatie die specifiek wordt genoemd in het verdrag als expert om ondersteuning en advies te geven. UNICEF hanteert het Kinderrechtenverdrag als leidraad en streeft ernaar dat kinderrechten duurzame ethische principes en een internationale standaard worden voor de omgang met kinderen. De missie van UNICEF bestaat erin ervoor te zorgen dat ieder kind kwaliteitsvol onderwijs kan volgen in een veilige en gezonde omgeving zodat ze hun volle potentieel kunnen bereiken.

De acties van UNICEF op vlak van onderwijs in een notendop:

  • Leerkrachten de nodige opleiding en materiaal geven om kinderen te helpen hun talenten te ontplooien.
  • Drinkbaar water en sanitaire installaties voorzien in de scholen zodat kinderen naar school blijven gaan.
  • Samenwerken met regeringen om te voorkomen dat scholen in beslag worden genomen door gewapende groepen in tijden van conflict.
  • Tijdelijke klaslokalen voorzien waar kinderen de lessen verder kunnen volgen als er een ramp is gebeurd.

Het kinderrechtenverdrag uitgelegd

Omdat kinderen extra kwetsbaar zijn, omdat ze niet het recht hebben om hun stem uit te brengen, noch politieke of economische invloed hebben, omdat een gezonde ontwikkeling van alle kinderen cruciaal is voor de toekomst van de hele maatschappij, werd in 1989 het Kinderrechtenverdrag opgesteld. Sindsdien is dit fundamentele verdrag de basis van alle acties van UNICEF.

Principes van het kinderrechtenverdrag

Het Kinderrechtenverdrag werd op 20 november 1989 unaniem aangenomen door de Verenigde Naties. Het is een internationale overeenkomst die de specifieke rechten voor kinderen erkent. Het verdrag, dat werd ondertekend door 195 landen, erkent de burgerlijke, politieke, economische, sociale en culturele rechten van kinderen en is juridisch bindend.

De inhoud van het verdrag

Alle rechten in het kinderrechtenverdrag zijn met elkaar verbonden en zijn alle even belangrijk. Het verdrag bestaat uit 54 artikelen en 4 leidende principes: het principe van niet-discriminatie (Artikel 2), het hoogste belang van het kind (Artikel 3), het recht op leven, overleven en ontwikkeling (Artikel 6) en het recht gehoord te worden en ernstig te worden genomen (Artikel 12).

De 54 artikelen in eenvoudige bewoordingen

  1. De rechten zijn van toepassing op iedereen onder de 18 jaar.

  2. Alle kinderen hebben al deze rechten, om het even wie ze zijn, waar ze vandaan komen, wat hun ouders doen, welke taal ze spreken, wat hun religie of cultuur is, of ze nu een jongen of een meisje zijn, of ze een handicap hebben, rijk of arm zijn. Geen enkel kind mag oneerlijk worden behandeld op om het even welke basis.

  3. Alle volwassenen moeten ten allen tijde doen wat het beste is voor kinderen. Als volwassenen beslissingen nemen, moeten ze nadenken welke invloed deze beslissing op kinderen zal hebben.

  4. Regeringen moeten alle beschikbare middelen inzetten om alle rechten in het verdrag uit te voeren.

  5. Regeringen moeten de rechten en verantwoordelijkheden van families respecteren om hun kinderen te begeleiden zodat ze, als ze opgroeien, hun rechten goed leren te gebruiken.

  6. Ieder kind heeft recht op leven, te overleven en zich te ontwikkelen.

  7. Kinderen hebben recht op een naam, en deze moet officieel worden erkend door de regering. Ze hebben het recht op een nationaliteit (om toe te behoren tot een land).

  8. Kinderen hebben recht op een identiteit – een officiële registratie van wie ze zijn. Niemand mag hen deze identiteit ontnemen.

  9. Kinderen mogen niet gescheiden worden van hun ouders tenzij het voor hun eigen bestwil is. Kinderen waarvan de ouders zijn gescheiden moeten in contact blijven met beide ouders, tenzij dit het kind schade zou berokkenen.

  10. Als een kind in een ander land woont dan zijn ouders, heeft het kind het recht samen te zijn met hen op dezelfde plaats.

  11. Regeringen moeten ervoor zorgen dat kinderen niet illegaal uit hun land worden gehaald.

  12. Kinderen hebben het recht hun mening te geven, dat volwassenen naar hen luisteren en ernstig worden genomen.

  13. Kinderen hebben het recht op informatie en om hun mening te delen met anderen, op de manier die ze verkiezen, door te praten, tekenen of schrijven of op om het even welke andere manier, tenzij dit andere mensen schade toebrengt.

  14. Kinderen hebben het recht hun eigen religie en overtuigingen te kiezen. Hun ouders moeten hen een leidraad geven over wat goed is en verkeerd, en wat het beste is voor hen.

  15. Kinderen hebben het recht hun eigen vrienden te kiezen, zich aan te sluiten bij een groep of er zelf een op te richten, zo lang dit niemand anders schaadt.

  16. Kinderen hebben recht op privacy.

  17. Kinderen hebben het recht om informatie te krijgen die belangrijk is voor hun welzijn, via de radio, krant, boeken, computers en andere bronnen. Volwassenen moeten ervoor zorgen dat de informatie die ze krijgen niet schadelijk is, en hen helpen de informatie de ze nodig hebben te vinden en begrijpen.

  18. Kinderen hebben het recht opgevoed te worded door hun ouder(s) indien mogelijk. Regeringen moeten ouders helpen door diensten te voorzien om hen te ondersteunen, vooral indien beide ouders werken.

  19. Regeringen moeten ervoor zorgen dat er goed voor kinderen wordt gezorgd en hen beschermen tegen geweld, misbruik en verwaarlozing door diegene die voor hen zorgt.

  20. Kinderen hebben het recht op bijzondere zorg en hulp als ze niet bij hun ouders kunnen wonen.

  21. Als kinderen geädopteerd zijn, is de eerste bekommernis wat het beste is voor hen.

  22. Kinderen hebben het recht op speciale bescherming en hulp als ze op de vlucht zijn, naast alle andere rechten uit dit verdrag.

  23. Kinderen hebben het recht op buitengewoon onderwijs en zorg als ze een handicap hebben, naast alle andere rechten uit dit verdrag, zodat kinderen een behoorlijk leven kunnen leiden.

  24. Kinderen hebben het recht op de best mogelijke gezondheidszorg, veilig water om te drinken, voedzame maaltijden, een nette en veilige omgeving, en informatie om hen te helpen gezond te blijven.

  25. Kinderen in de pleegzorg of in andere situaties weg van huis, hebben er recht op dat hun leefsituaties regelmatig worden bekeken om te zien of ze het meest geschikt zijn.

  26. Regeringen moeten extra budget voorzien voor kinderen uit arme families.

  27. Kinderen hebben recht op voedsel, kledij en een veilige plaats om te wonen en dat aan hun fysieke en mentale basisbehoeften wordt voldaan. Regeringen moeten families en kinderen helpen die zich dit niet kunnen veroorloven.

  28. Kinderen hebben recht op onderwijs. Discipline op school moet de waardigheid van kinderen respecteren. Basisonderwijs voor kinderen moet gratis zijn. Kinderen moeten aangemoedigd worden naar school te gaan tot de hoogst mogelijke graad.

  29. Het onderwijs van kinderen moet hen helpen hun talenten en vaardigheden te gebruiken en ontwikkelen. Het moet hen ook helpen om de rechten van anderen te respecteren, in vrede te leven en het milieu te beschermen.

  30. Kinderen hebben het recht op hun eigen cultuur, taal en godsdienst — zelfs als deze niet worden gedeeld door de meerderheid van de mensen in het land waar ze leven.

  31. Kinderen hebben het recht te spelen, te rusten en zich te ontspannen en deel te nemen aan culturele en artistieke activiteiten.

  32. Kinderen hebben het recht op bescherming tegen werk dat hen schaadt, en schadelijk is voor hun gezondheid en onderwijs. Als ze werken, hebben ze het recht in veiligheid te zijn en eerlijk te worden betaald.

  33. Kinderen moeten beschermd worden tegen drugs en tegen drugshandel.

  34. Kinderen moeten beschermd worden tegen seksueel misbruik en seksuele uitbuiting.

  35. Volwassenen moeten ervoor zorgen dat kinderen niet gekidnapt, verkocht of verhandeld worden.

  36. Kinderen hebben het recht op bescherming tegen om het even welke vorm van uitbuiting.

  37. Kinderen die de wet breken mogen niet gedood, gefolterd, wreed behandeld worden, voor altijd gevangen worden gezet, of in de gevangens worden geplaatst bij volwassenen. De gevangenis moet de laatste keuze zijn en dit voor de kortst mogelijke tijd. Kinderen in de gevangenis moeten juridische hulp krijgen en contact kunnen houden met hun familie.

  38. Kinderen hebben het recht op bescherming tegen oorlog. Kinderen mogen niet gedwongen worden in het leger te gaan of deel te nemen aan de oorlog.

  39. Kinderen hebben het recht op hulp als ze zijn gekwetst, verwaarloosd zijn of slecht behandeld zodat ze hun gezondheid en waardigheid kunnen terugvinden.

  40. Kinderen hebben het recht op juridische hulp en een eerlijke behandeling in een rechtssysteem dat hun rechten respecteert.

  41. Als de wetten van een land een betere bescherming bieden van de kinderrechten dan de artikels in dit verdrag dan gelden deze wetten.

  42. Kinderen hebben het recht hun rechten te kennen. Volwassenen moeten deze rechten kennen en kinderen helpen ze aan te leren.

Artikel 43 tot en met 54 leggen uit hoe regeringen en internationale organisaties zoals UNICEF zullen werken om ervoor te zorgen dat de rechten van alle kinderen worden gerespecteerd.

Kinderrechten in België

België ratificeerde het Verdrag in 1991. Ons land is een redelijk goede leerling, maar daarmee niet vrij van alle kwalen die een negatieve impact kunnen hebben op kinderen: armoede, uitsluiting van heel wat kwetsbare groepen kinderen, zoals die met een handicap, gebrekkige opvang voor vluchtelingenkinderen, ingewikkelde coördinatie en gebrek aan middelen…

De toepassing van het Verdrag controleren

Om het niet enkel bij mooie woorden te houden, moeten de regeringen die het Verdrag geratificeerd hebben, regelmatig rapporteren over hun inspanningen: hebben ze écht werk gemaakt van kinderrechten in hun land en hoe? Dat doen ze bij het Comité voor de Rechten van het Kind.

De experten van het Comité doen aanbevelingen over wat dat land kan doen om het Kinderrechtenverdrag nog beter uit te voeren. Ze doen dit op basis van informatie die ze terugvinden in een vijfjaarlijks rapport van de overheid en een alternatief rapport van de ngo’s. Wij vinden het belangrijk om bij deze dialoog de eerste betrokkenen zelf aan het woord te laten. Kinderen en jongeren zijn immers de best geplaatste experten om een stand van zaken op te maken van hoe kinderrechten gerespecteerd worden in hun leven. Daarom coördineert UNICEF België het “What Do You Think?”-project dat de mening van kinderen en jongeren een plaats geeft in dat proces.