about
Toon menu

Bomenwelzijn

maandag 11 maart 2019
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

‘De vraag is alleen of we niet meer uit het ecosysteem bos halen dan we nodig hebben en of we bomen, vergelijkbaar met dierengebruik, onnodig leed zouden kunnen besparen.’
Aan het woord is de Duitse boswachter Peter Wohlleben, in zijn drie jaar geleden verschenen, maar uiterst actuele boek ‘Het Verborgen Leven Van Bomen’.

Daarin pent hij zijn nuchter geformuleerde bevindingen neer uit twintig jaar bosbeheer in het Rijnland. Wohlleben legt geregeld verbanden tussen bomen, dieren en mensen. Hij lijkt wel een mengeling tussen een dokter en een detective zoals hij op zoek gaat naar een antwoord voor de raadsels die hij in de natuur aantreft. Tijdens zijn onderzoek raadpleegt hij vakliteratuur en spreekt met wetenschappers en specialisten ter zake. Hij bijt zich vast, en laat meestal pas los als het mysterie prijsgegeven wordt. Maar af en toe kan hij alleen maar met verwondering registreren wat er aan de hand is, en is de moderne wetenschap ontoereikend om het vraagstuk te verklaren. Het levert in elk geval een heel bevreemdend en fascinerend pleidooi op voor meer respect voor de boom en alle levende organismen om ons heen. Daarnaast is er ook sprake van een soort universele waarheid; bij veel zaken die je leest voel je instinctief aan dat het juist is, en je het eigenlijk al wist.

Bovenstaande vraag stelt hij in een soort slotconclusie aan het eind van zijn boek, in het stuk ‘Biorobot’. Het is één van de weinige keren dat hij de lezer een geweten schopt. In de hoofdstukken ervoor laat hij ons in een reeks columns eerst uitgebreid kennismaken met de voor ons nog steeds geheimzinnige bewoners van het bos. Zijn nu eens droge, dan weer poëtische, wetenschappelijk onderbouwde stellingen brengen je geregeld naar het puntje van je stoel. Wohlleben bezit de gave dat hij complexe thema’s heel bevattelijk kan formuleren. Eigenlijk heeft de boswachter, met dank aan de klimaatopwarming, geen al te best nieuws voor ons. Maar met hetzelfde mededogen die hij voor de natuur opbrengt, lijkt hij rekening met de gevoelens van de lezer te houden, en dropt de boodschap in kleine, behapbare stukjes zodat niemand een trauma oploopt.

Niet dat hij ons een schuldgevoel aan wil praten, hij stelt alleen maar vast. Ondertussen leren we dat planten geuren afscheiden om andere planten te waarschuwen als er gevaar dreigt, kleuren gebruiken om aan te trekken of af te stoten, en onderzoekers van de Universiteit van Turijn ontdekten een trillingfrequentie van 220 hertz bij de wortels van gewassen die door andere gewassen werden beantwoordt. In de wortelpunten werden met hersenen verwante structuren aangetroffen. Zo kwam men tot de verbijsterende vaststelling dat planten niet alleen via geur of visueel maar ook met geluiden kunnen communiceren. 
Bomen leren uit ervaringen en houden de tijd bij. Ze hebben verschillende karakters, voelen pijn, zijn sociaal, delen wat ze opgespaard hebben met elkaar en hun kinderen, en sluiten allianties met andere levensvormen zoals zwammen. Verbintenissen waar iedereen beter van wordt. Ze houden zieke en zwaar verminkte bomen in leven door kostbare voedingsstoffen uit te wisselen, leven in symbiose met schimmels waarmee ze een heel netwerk uitbouwen langswaar een bos vol bomen in staat is contact met elkaar te onderhouden. Ze spannen samen via een sluitend kronendak om water op te vangen en te verhinderen dat de zomerhitte de bosgrond uitdroogt. Ondertussen werkt zo’n bos als een gigantische CO2-stofzuiger. In tegenstelling tot wat bosbeheerders graag beweren blijkt dat hoe ouder de boom, hoe sneller hij groeit. Wat betekent dat hij ook meer CO2 uit de lucht opneemt. Een krachtig wapen om in te zetten tegen de klimaatverandering.

Helaas zijn de oerbossen bij ons al lang geleden verdwenen, en zijn de bossen zoals wij ze kennen, eigenlijk kunstmatig aangelegd. Bomen worden na tachtig of honderd jaar gerooid, terwijl het dan eigenlijk nog kinderen zijn. Bomen zijn pas na enkele honderden jaren volwassen, en worden gemakkelijk duizenden jaren oud. Nog erger is het met de bomen langs onze wegen gesteld, Wohlleben noemt ze straatkinderen die het in erbarmelijke omstandigheden in hun eentje moeten zien te redden. Ze missen de steun en de kennis van hun voorouders en moeten vechten om te overleven, een strijd die ze niet kunnen winnen. Ook in onze tuinen krijgen bomen, noem ze gerust verdwaalde wezen, het zwaar te verduren. Ze missen de mogelijkheid om volwaardig uit te groeien, en worden bovendien op regelmatige tijdstippen zwaar gefolterd. Eigenlijk zijn het net gekooide dieren.

Je kunt het boek gemakkelijk in één keer uitlezen, maar veel boeiender is het als je het in stukjes tot je neemt, iets waar het zich met zijn 36 korte hoofdstukken gemakkelijk toe leent. Want ieder hoofdstuk blijft nog een hele tijd doorzinderen en doet je beseffen hoe fantastisch de natuur toch in elkaar steekt. En hoe barbaars en onoplettend, wij mensen, daarmee omgaan.