about
Toon menu

Bore-out

maandag 11 juni 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

 

Anderhalve week geleden hoorde ik voor het eerst van een bore-out. Ik was om 7u27 vertrokken naar mijn werk. Bij het nieuws van 7u30 was ik al bijna in Oostrozebeke. Onverschillig registreerde ik hoe een Renault Clio me aan hoge snelheid inhaalde en meteen ook de vluchtheuvel die voor ons lag. 


Bore-out: het betrof een aandoening die verkeerdelijk met een burn-out verward kon worden maar eigenlijk het tegenovergestelde was. De symptomen waren niet mis: lusteloos, doodmoe, prikkelbaar, uitgeblust, mensenschuw... De uitvinders van de term bore-out bleken de Zwitserse organisatieadviseurs Philippe Rothlin en Peter Werder die tien jaar geleden voor het eerst met een benaming voor de aandoening op de proppen kwamen maar het bleek toen al oude wijn in nieuwe zakken: het verschijnsel was zo oud als de straat.

Ik reed door het centrum en zette koers naar Ooigem. Voor 7u30 vertrekken betekent doorgaans een tijdswinst van een kwartier op mijn traject. Elke minuut lijkt het verkeer toe te nemen en duurt het aanschuiven langer bij een afslag of verkeerslichten. De nieuwlezeres somde een aantal mogelijke oorzaken op van een bore-out: te weinig of geen verantwoordelijkheid op de werkvloer, te veel routine, te weinig uitdagingen, te weinig zinvol, verveling, te weinig sturingsmogelijkheden... 
Ik volgde de stroom en genoot van het uitzicht bij Desselgem. Een bore-out scheen vooral voor te komen in kantooromgevingen. Dat verbaasde me. Ik dacht aan de fabrieken waar ik tot voor een paar jaar gewerkt had. De dag of de nacht op een stoeltje doorbrengen, stukjes controleren. Plaatjes waar je gaatjes in moest boren, uren aan een stuk. Stukken die van de band rollen volgens een vast stramien in doosjes steken. Triltrommels aanvullen om zo een machine aan de praat te houden. Ik kwam opnieuw bij lichten en schatte het aantal keren dat het groen en rood zou worden voor ik weer door kon rijden. Zag hoe iemand enkele wagens voor me door het raampje aan chauffeurskant een sigaret wegknipte, de peuk gloeide op in het halfdonker en stuiterde in een regen van gensters tegen het asfalt.

Bij de vierde keer op groen springen kon ik me nog net aansluiten en ontsnapte aan mijn achterliggers. Opgelucht reed ik verder. 
Oké, vervelen kon je je in zo'n fabriek over het algemeen niet, althans niet lichamelijk. Maar geestelijk stierven er dagelijks mensen.
Ik verkeerde middenin een slang wagens die aan lage snelheid verder kronkelde. Het reclameblokje dat het nieuws vooraf ging was volop bezig. Acht uur. Het vroege vertrek had me niets opgeleverd. Normaal moest ik nu al op weg naar Anzegem zijn, maar stond aan te schuiven bij de lichten in Vichte. De nieuwslezeres herhaalde het nieuws, een beetje uitgebreider nu. De bore-out kwam opnieuw ter sprake. Een specialist duidde het fenomeen en gaf tips hoe je het kon bestrijden. Zo moest je om te beginnen afstompend werk vermijden. Een uitdaging aangaan waarbij je jezelf kon overtreffen. Zodat je trots kon zijn. Misschien moest je daartoe wel ander werk zoeken. Maar het laatste wat je mocht doen was bij de pakken blijven zitten.

Uiteindelijk kon ik doorrijden. Een tegenligger die linksaf wou en zijn kansen wat te positief had ingeschat deed me bruusk remmen, en toen ik verbouwereerd in de wagen keek, zag ik de van woede vertrokken mond van de chauffeur terwijl hij zijn middelvinger naar me uitstak. Hoewel ik me voorhield het voorval te negeren, voelde ik een lichte wrevel. Ontgoocheling. Vermoeidheid. 
In Anzegem stonden we stil bij een school. Een vrachtwagen had besloten daar een bocht van 180 graden te maken maar zat vast. Na geruime tijd manoeuvreren en wat hulp van de gemachtigde opzichter konden we weer verder. Ondertussen was het nieuws allang voorbij. Maar ze hadden de specialist opnieuw aan de lijn. De radiozender leek veel belang aan het onderwerp te hechten. De deskundige ging nog dieper op het onderwerp in. Het kwam er vooral op aan om de aandoening bij jezelf te herkennen. Na te gaan wat je eraan kon doen. Een plan te maken en dat uit te voeren. 
Om 8u27 parkeerde ik bij het zwembad in Avelgem. 
Ik besloot de dag nadien een nieuwe route te proberen.