about
Toon menu

Over optimisme, pessimisme en realisme

zondag 18 december 2016
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Behorend tot de "mei68''-generatie was het toentertijd de normale attitude om optimistisch te zijn. Om het even of je al dan niet geschoold en goed opgeleid was, wie niet ziek, debiel, en/of lui was kreeg meerdere kansen om op één of andere wijze deel hebben aan 'het leven'
Er waren natuurlijk wel maatschappelijke problemen, en hier en daar in de wereld waren er uiteraard plaatselijke oorlogen. De Berlijnse- Tibet- en de Cubacrisis waren nog maar pas achter de rug, of Vietnam, Cambodja en de kernwapenbedreiging voorspelden niet veel goeds. Daarenboven was er nog de 'Club van Rome' die ons op het hart drukte dat de oliereserves niet voldoende waren om ons naar de eeuwwisseling te leiden.
Achteraf bleek het pessimisme van sommigen niet gerechtvaardigd, er werden steeds meer nieuwe oliereserves gevonden, en de wereldleiders van toen bleken wel degelijk te weten wanneer hun militaire spelletjes in ieders nadeel evolueerden, en het de tijd was om in afwachting van een nieuw schaakspel het bord schoon te vegen... Je weet wel: 'de geschiedenis herhaalt zich steeds opnieuw'...
Persoonlijk behoor ik tot de 'geelrode muizen' die bij de evaluatie van verwachtingen, beloften en 'toekomstdromen' vertrekt van uit de geschiedkundige ervaringen, wat met inachtneming van de realiteit en enige relativering, gezien de niet steeds parallel lopende elementen, in het ene geval tot optimistische, en in het andere teerder tot pessimistische besluitvorming leidt.
Vandaag is de menselijke samenlevingsproblemen zodanig algemeen, talrijk, complex, en met mekaar verbonden, dat geen zinnig mens meer in staat is, die te beheersen, laat staan er adequate oplossingen voor te verzinnen.
Zowat alles in ons samenlevingssysteem is tegen zijn eigen grenzen aangelopen: de wereldbevolkingsgroei, de economische groei, de werkgelegenheidsgroei, de vervuilingsgroei, de tolerantiegroei, e.d. Waar vroeger plaatselijk beschavingen aan hun ontembare groei ten onder gingen, dreigt nu de ganse mensheid zichzelf de vernietiging in te groeien.Sommigen geloven in het menselijk vernuft dat op tijd en stond voor de nodige 'resetting' zal zorgen. Ondertussen behelpen ze zich via de gekste, onhaalbare, en onwerkbare ideeën, die als psychische pijnstillers en dito pleisters de aangroeiende pijnen zouden moeten verzachten.Wie daar niet in meegaat, wordt als destructief, passieve pessimist, en/of overbeterlijke doemdenker gebrandmerkt.
En dan zijn er ook nog de realisten. Realisten bekijken de realiteit, maar realiseren zich dat de informatie die zij daarover krijgen, en verwerven, gestuurd, bezoedeld en/of 'opgesmukt' wordt, al naar gelang deze langs optimisten, pessimisten, en vooral opportunisten is gepasseerd. Zij weten dat zelfs hun eigen waarneming-filter, bestaande uit roosters van geloof, hoop, en vrees, de binnengekomen informatie enigszins vervormt.
Maatschappelijk gezien, mag noch optimisme, noch pessimisme de bovenhand halen. Zij dienen daarentegen mekaar in evenwicht te houden. Ondanks onophoudelijke pogingen daartoe, is de mensheid daar vooralsnog nooit in gelukt. En wellicht is het daar nu toch te laat voor...