about
Toon menu

Vlaanderen, quo vadis?

dinsdag 11 juli 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • Door AbZahri AbAzizis from Kuala Lumpur, Malaysia [CC BY 2.0 (http://creativecommons.org/licenses/by/2.0)], via Wikimedia Commons

De mens is een sociaal dier. En net als elk sociaal dier is de mens op z’n kwetsbaarst als het alleen staat; door de groep verlaten, of – erger nog – verstoten. Het risico op uitsluiting of vervolging is des te groter als de groep in de ban is van een vreemdsoortige trots, die niet is geboren uit een besef van eigenwaarde, maar integendeel uit wrok en ressentiment, het gevoel van altijd te min te zijn. Kortom: Hoe sterker het chauvinisme van de kudde, hoe zwakker de vrijheid van het individu.

Misschien neem ik dan ook een risico door hier en nu te zeggen wat eigenlijk al een tijdje op mijn lever ligt, wat ik tot nu toe niet durfde te zeggen om niet uitgescholden te worden voor  een oproerkraaier of een volksverrader, maar wat ik in dit tijdsgewricht van Zwarte Pieten-hysterie, collectieve onwetendheid en universele achterbaksheid wel moet uitspreken: Vlaming, u stelt zich aan als een klein kind.

Vlaanderen schetst zichzelf als een regio van innovatieve en hardwerkende mensen,  een regio van mensen die niet willen stilstaan, maar vooruitgaan. Vlaamsgezinde politici en ondernemers daarentegen zijn zonder enige twijfel de grootste kontlikkers ter wereld. Voor hen is de Vlaamse feestdag het ideale moment om de Vlaming te bejubelen als een hardwerkende, creatieve, innovatieve, gastvrije en vrijgevige doorzetter. Geen superlatief is sterk genoeg om de ware aard van de Vlaming in de verf te zetten. Als er al iets misloopt op ons lapje grond aan de Noordzee dan is het uiteraard de schuld van een ander: de Walen, de socialisten, de vreemdelingen en uiteraard de vakbonden. Dat ook Vlamingen massaal lid zijn van een vakbond, vergeten diezelfde politici graag. In hun hoofden is ongeveer elke Vlaming een superondernemer-in-wording.

Kortom: Vlaamse politici zijn bereid om ongeveer alles te zeggen wat de kiezer aan hen kan binden. Zelfs als ze daarvoor de realiteit moeten ontkennen.

Want de realiteit is niet dat de gemiddelde Vlaming ‘goesting in de toekomst’ heeft, zoals de liberalen graag denken. De realiteit is dat velen van mijn streekgenoten eerder excelleren in gemakzucht en apathie dan in dadenkracht en creativiteit; dat we onze energie eerder verspillen aan wrok tegen alles wat een beetje vreemd, afwijkend of kritisch is, dan dat we energie putten uit nieuwe ideeën. Anno 2017 heeft culturele trots niets meer te maken met het levendig houden van ons cultureel erfgoed, maar ongeveer alles met het angstvallig beschermen van ‘onze tradities’ tegen kritische reflecties en historische ontwikkelingen. Vlaanderen gedraagt zich alsof het ermee gediend is dat haar culturele leven  een sluimerend bestaan leidt als museumstuk onder een stolp. Alsof onze beschaving staat of valt met de kleur van Zwarte Piet of de aanwezigheid van Vlaamse schildjes op straatnaamborden.

Het is niet zo dat Vlamingen niet meer opstandig zijn. Het valt wel op dat we het vooral zijn over dingen die er niet toe doen. Echt belangrijke zaken laten we liever links liggen. Armoede, sociale ongelijkheid, oorlog, milieuverloedering, besparingen op de welvaartsstaat, globale markten die regionale democratieën uithollen, … Diep vanbinnen weten we dat deze problemen bestaan, dat we er iets aan moeten doen en dat we daar de middelen voor hebben.

Je zou dan ook  verwachten dat de bevolking in opstand komt, het werk neerlegt, meeloopt in betogingen en – waarom niet? – zelf acties opzet. Tenslotte leven we nog steeds in een vrij land,  en ligt de (wetgevende) macht strikt genomen nog steeds in de handen van het volk. Toch steken we onze energie liever in karikaturale striptekeningen en kinderfeesten.

Waar zijn we zo bang voor? Waarom hebben we niet meer begrip voor mensen die wel in het verzet komen? Meer zelfs, waarom beschouwen we ze als paria’s en herrieschoppers – goed wetende dat camerabeelden van rellen gaan over een zeer kleine minderheid van heethoofden en infiltranten?

In toenemende mate beschouwen we betogers en stakers als lastkoppen, luizen in de pels van de ‘Vooruitgang’. Het enige dat we hen nochtans kunnen verwijten isdat ze de alledaagse sleur tot stilstand brengen. Het meest angstaanjagende aspect van een staking is het vooruitzicht op een dag spoedverlof of een trein die te laat is. Hoe onaangenaam ook, je kan het bezwaarlijk beschouwen als een schending van je mensenrechten.

Wat ons ziek maakt zijn niet de werkonderbrekingen of het dooreenschudden van overvolle agenda’s. Wat ons ziek maakt is integendeel onze verslaving aan volgeboekte agenda’s en starre routines. Aan woon-werkverkeer dat onze wegen doet verstoppen, onze lucht vervuilt en onze wekkers een uur te vroeg doet afgaan. Aan de fameuze baksteen op de maag die de laatste restjes landbouw- en natuurgebied met elkaar laat wedijveren voor een plek onder de zon. Aan reizen naar het Verre Oosten, energiedrankjes zonder suiker, bruinen zonder zon, neuken zonder lijfelijk contact of andere praatjes van reclamemakers die onze zakken leegroven en onze hoofden vullen met waardeloze rommel.

Als we werkelijk de hardwerkende, innovatieve durvers zijn uit de Vlaams-nationalistische propaganda, waarom zijn we er dan als de dood voor om een paar kleine offers te slikken voor de sociale strijd? Waarom zijn we niet langer bereid om de ratrace stil te leggen en samen een wereld te scheppen die niet alleen beter is dan de huidige, maar ook simpelweg noodzakelijk voor het voortbestaan van onze beschaving?

De huidige economie is immers onhoudbaar. Onze democratieën zijn onmachtig. Onze leiders luisteren in de eerste plaats naar de belangen van een elite. Hoe dom is dan het niet om simpelweg te hopen dat de dingen wel zullen beteren door gewoon te doen wat we gisteren en de dag ervoor ook al deden? Maken we ons niet schuldig aan een ongeziene goedgelovigheid door zoveel blind vertrouwen te leggen in de oordeelkracht van onze leiders en de superioriteit van ‘onze manier van leven’?

Sommigen zullen mij een nestbevuiler vinden. Anderen zullen mij hopeloos naïef vinden of hypocrisie verwijten. Het deert mij niet. Het enige wat ik wil is dat ik terug trots kan zijn op mijn land. Trots op ons krachtige middenveld, ons rijke culturele leven en onze democratische gewoonte om vooruitgang te realiseren door sociaal activisme.

Beste Vlamingen, laat zien dat u uw nationale dier waard bent. Dat de tanden en klauwen waarover onze tandeloze leiders vandaag zo vrolijk kwelen nog steeds scherp zijn. We hebben niets te verliezen dan onze ketenen.