about
Toon menu

Honderd jaar communisme in China

zaterdag 5 augustus 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

In 2021 viert de Chinese communistische partij haar honderdste verjaardag. De kritische vraag hierbij is wat er precies te vieren valt, als je bedenkt dat de leiders achter deze ideologie systematisch de ene beleidsfout na de andere maken en daarmee niet alleen de toekomst van hun eigen land, maar ook die van de ganse wereld bedreigen.


De reus op lemen voeten

Wij zien China steeds als de snelst groeiende economie ter wereld. Voor veel Westerse ondernemers is China een potentiële afzetmarkt die nooit eerder geziene opportuniteiten opent: 1,4 miljard Chinezen die koopkracht opbouwen met een snelheid die op die schaal nooit eerder gezien is in de wereldgeschiedenis. Voor Westerse consumenten is China dan weer de leverancier van spotgoedkope producten zoals electronica, confectiekledij, speelgoed en noem maar op.

Heel wat mensen staren zich ten onrechte blind op de snelle groei die dat land gerealiseerd heeft. Vergis u namelijk niet: China is een reus op lemen voeten. Het is niet veel meer dan een ontwikkelingsland dat reeds honderd jaar lang verkeerd bestuurd wordt vanuit een totalitaire ideologie die de ene beleidsfout na de andere maakt. En wat het meest bedreigend is: dit gigantische land heeft op enkele decennia ook nog eens een torenhoge staatsschuld opgebouwd. 

De kans is groot dat de Chinese communistische partij op haar honderdste verjaardag de ganse wereld mee sleurt in de zwaarste crisis van de 21ste eeuw. 


De blunders van Mao Zedung en Deng Xiaoping

We gaan terug in de tijd naar de dagen van Mao Zedong. Toen hij midden de jaren '30 aan de macht kwam door partijleider van de Chinese communistische partij te worden, was China een straatarm land. Mao wou zijn volk uit de armoede halen en trok daarom alle macht naar zich toe, wat met zich mee bracht dat hij zich tot een meedogenloze dictator ontpopte. Het afdwingen van de macht door middel van blind geweld lukte probleemloos, maar die verworven macht aanwenden om er zijn volk een beter leven mee te geven bleek een compleet fiasco. 

Het beleid dat de communistische partij voert sinds het einde van de eerste wereldoorlog is een aaneenschakeling van verkeerde inschattingen. Neem als voorbeeld "de grote sprong voorwaarts" in 1958. China moest volgens Mao kost wat kost de grootste staalproducent ter wereld worden. Overal werden landbouwcommunes omgevormd tot industriële collectiviteiten. De boerderijen en graanschuren ruimden plaats voor hoogovens. Deze radicale omslag had twee grote gevolgen. In de eerste plaats ontstond hongersnood doordat er veel te weinig Chinezen ingezet werden in de landbouw. Daarnaast ontstond ook doffe economische ellende doordat er een overproductie was van staal, dat bovendien ook nog van heel slechte kwaliteit was, waardoor het niet kon uitgevoerd worden naar het buitenland. Graan dat niet op tijd geoogst kon worden omdat er te weinig mankracht voorzien werd in de landbouwcommunes en een overproductie aan staal van slechte kwaliteit: de communistische planeconomie op haar best. 

Gaandeweg kon de partij haar fouten rechtzetten, waardoor hongersnoden sinds de jaren '80 vermeden konden worden, maar dit neemt niet weg dat het regime haar kapitale beleidsfouten bleef opstapelen. De "één kind politiek" die onder Deng Xiaoping aan de bevolking opgelegd werd om de bevolkingstoename te beperken ligt nu aan de basis van een vergrijzingsprobleem waar niemand in Peking nog een antwoord op heeft. Het feit dat in de jaren '70 en '80 elk Chinees koppel maar één kind mocht krijgen leidde tot een gigantische verstoring in de leeftijdsstructuur van de bevolking. Voor iedere Chinees die nu 25 jaar oud is, zijn er twee Chinezen die 45 zijn. Op zich stelt dit nog geen enkel probleem, maar over twintig jaar zijn de gevolgen hiervan niet te overzien: voor iedere Chinees die dan 45 zal zijn, zullen er telkens twee zijn die 65 worden. Dat maakt dat het vergrijzingsprobleem - dat wereldwijd een gigantisch probleem vormt - in China dubbel en dik zal doorwegen op de welvaart van dat land.


De Chinese economie: een geheel van steeds zwakker wordende staatsbedrijven die schulden opstapelen

De vergrijzing van de bevolking is lang niet het enige probleem waar de partijbonzen in Peking wakker van moeten liggen. Een zo mogelijk nog groter probleem, dat de Chinese economie veel vroeger zal ontwrichten dan de vergrijzing, wordt gevormd door de gigantische overheidsschuld die het land aan het opbouwen is. China heeft voor zichzelf een plaats veroverd in de wereldeconomie door heel veel productieprocessen naar zich toe te trekken. De wereld wordt overspoeld door goedkope producten uit China. Het label made in China vinden we overal terug in onze leefwereld. Voor China leverde dat meer dan 150 miljoen jobs op. In onze Westerse visie zijn dat dan jobs die bij ons verloren gegaan zijn, maar als je er eens goed over nadenkt zit ook daar een denkfout in.

Los van het feit dat 150 miljoen jobs op een geheel van 1,4 miljard Chinese inwoners op zich niet zo'n groot verschil maakt voor de levensstandaard in China zelf, betekent dit natuurlijk wel dat dit land in alle opzichten een belangrijke speler is in de wereldeconomie. Wij mogen echter niet uit het oog verliezen dat China enorm afhankelijk is van de export. Van zodra de wereldwijde vraag naar goedkope Chinese producten afneemt, stort die op export gerichte Chinese economie als een kaartenhuisje in elkaar.

De spil van de Chinese economie zijn immers staatsbedrijven die alles behalve efficiënt zijn. En net doordat het staatsbedrijven zijn, kan het communistische regime de diepgang van de problemen gewoon verbergen voor de buitenwereld. Neem als voorbeeld de manier waarop Peking omging met de financiële crisis in 2008. 

We frissen even het geheugen op en blikken terug naar 2001. Terreurbeweging Al Qaida treft de Verenigde Staten ongemeen hard en diep door de aanslagen op 11 september. Als gevolg hiervan ontstaat paniek op de Amerikaanse beurzen. Het vertrouwen van zowel ondernemers, beleggers en consumenten is compleet zoek. Als alle cijfers op de financiële markten structureel in het rood gaan moeten de Amerikaanse centrale banken wel met een oplossing komen. Alan Greenspan grijpt terug naar de gekende en beproefde methode van deficit spending: de economie een boost geven door vanuit de Federal Reserve massaal veel geld tegen spotgoedkope tarieven uit te lenen aan de banken, zodat bedrijven en gezinnen heel gemakkelijk spotgoedkope kredieten kunnen krijgen. Het geld moet rollen!

Wat op het eerste zicht een goed plan leek loopt toch fout: hypotheekbanken Fanny Mae en Freddie Mac stellen massaal leningen ter beschikking van gezinnen die zich dit eigenlijk niet kunnen veroorloven. Zelfs werklozen konden omstreeks 2004 een hypotheek krijgen om een eigen huis te kopen. Het onvermijdelijke gebeurt: de hypotheekbanken worden geconfronteerd met talloze wanbetalers en komen zelf zonder geld te zitten, waardoor ze door de overheid gered moeten worden. De val van Lehman Brothers in 2008 is het iconische hoogtepunt in de wereldwijde financiële crisis, waarin bij ons ook Fortis en Dexia bij de overheid moeten aankloppen om van de ondergang gered te worden. 


De Chinese aanpak van de crisis

De wereldwijde financiële crisis trof ook China. Alleen ging men daar in Peking op een andere manier mee om. China werd net als de rest van de wereld ook getroffen door de recessie. De vraag naar Chinese exportproducten ging ook achteruit, waardoor ook in China banen verloren gingen in de industrie. De Chinese overheid greep ook naar hetzelfde beproefde recept om de economie te stimuleren. De Chinezen deden aan deficit spending door massale bouwprojecten te lanceren. Zo werden er ganse steden gebouwd die nu zo goed als compleet leeg staan. De Chinese overheid zou sinds de financiële crisis naar schatting 15 triljard Yuan gespendeerd hebben om toch maar het BBP te laten groeien. Ondertussen hebben ze in China 11 spooksteden, waar in principe telkens een miljoen inwoners gehuisvest kan worden, maar waar in werkelijkheid amper een paar tienduizend mensen wonen, die daar dan tewerkgesteld worden in het onderhoud van die ongebruikte infrastructuur. 

Het belangrijkste kenmerk van een communistische staatseconomie is dat zo'n regime dit alles schijnbaar ongestraft kan doen. De grond die nodig was voor die spooksteden werd gewoon vrij gemaakt door de oorspronkelijke bewoners verplicht te laten verhuizen. De bouwbedrijven die de constructie realiseerden zijn staatsbedrijven en ze werken met geld dat ze probleemloos kunnen lenen bij staatsbanken, die op hun beurt gefinancierd worden door zelf leningen aan te gaan, die op het einde van de rit gedekt worden door ... de Chinese staat. Op die manier kan je natuurlijk heel makkelijk je economie een boost geven. Bij ons is dit gewoon ondenkbaar.

De keerzijde van de medaille, voor wat de Chinezen betreft, is natuurlijk wel dat zo'n regime heel makkelijk zichzelf - en bij uitbreiding de ook rest van de wereld - iets kan wijs maken. En daar komen we tot de kern van de zaak: dat ganse verhaal rond die sterke economie met een ongeziene groei is gewoon fake. Het Chinese BBP wordt gewoon kunstmatig opgetrokken door op massale schaal kredieten ter beschikking te stellen van overheidsbedrijven die met dergelijke staatssteun de wereld kunnen overspoelen met hun exportproducten. En als die export eens wat tegen valt, dan  lanceer je als overheid gewoon wat bouwprojecten.

Als je als overheid 15 triljoen Yuan spendeert om nutteloze bouwprojecten te financieren, teneinde de werkloosheidscijfers aanvaardbaar te houden, dan heb je inderdaad in tijden van crisis een groeiend BBP. Als je als overheid export mogelijk maakt door met overheidsbedrijven staal te produceren die hun producten onder de marktprijs verkopen om afnemers te vinden, creëer je inderdaad een hoger BBP. Maar het finale punt is dat die Chinezen zichzelf iets wijs maken. Zij hebben gèèn performante economie die de wereld domineert. Het enige wat China doet is een overheidsschuld opbouwen en alle problemen die zich voordoen worden gewoon vooruitgeschoven.


De ware omvang van de Chinese overheidsschuld

Wie zich de vraag stelt welke landen de grootste staatsschuld hebben komt onvermijdelijk bij Japan en Griekenland terecht. Japan neemt op dit vlak een unieke positie in op wereldniveau: het is het enige land ter wereld dat reeds decennia lang een overheidsschuld van meer dan 200% van zijn BBP aanhoudt, zonder dat de welvaart van de bevolking er onder lijdt. 

Schijn bedriegt echter, want zoals hierboven geschetst is het Chinese BBP een opgeklopt cijfer. Het reële cijfer - lees: het BBP dat de Chinese economie kan realiseren zonder die staatssteun die mogelijk gemaakt wordt door een gigantische overheidsschuld op te bouwen - ligt in werkelijkheid dus veel lager. En dit is net de ironie van de zaak: wij drukken de omvang van de staatsschuld steeds uit als een percentage van het BBP. Mocht je de Chinese overheidsschuld kunnen uitzetten ten opzichte van een BBP dat het land nog zou kunnen realiseren als het zijn begroting in volstrekt evenwicht zou houden, dan kom je tot gans andere bedragen. Wie hier een beetje kritisch over nadenkt komt al gauw tot het besef dat het werkelijke BBP amper nog de helft van het huidige cijfer vormt. Dat maakt dus dat de omvang van de Chinese staatsschuld makkelijk het viervoud of vijfvoud van de reële economie geworden is. Daarmee is China het land met de hoogste reële staatsschuld ter wereld geworden.

Voor wat de Chinese overheidsschuld betreft moet overigens ook opgemerkt worden dat die op verschillende niveau's zit: je hebt niet alleen de Chinese staat, en de autonome regio's en steden die als "overheid" schulden aan gaan. Je hebt ook allerlei banken en bedrijven die schulden aangaan, maar in het geval van China zijn dat dan telkens overheidsbanken en overheidsbedrijven. Op het einde van de rit is de Chinese staat aansprakelijk voor al die schulden. Voeg daar aan toe dat het BBP een kunstmatig opgeklopt cijfer is en je beseft meteen dat de zogenaamde snelst groeiende economie meteen ook de minst solvabele geworden is. Op die manier is de Chinese economie niet meer dan een gigantische zeepbel die op barsten staat.


De eindbalans

Met een bevolking van 1,4 miljard mensen, waarvan het overgrote deel in armoede leeft is China niet meer of minder dan een ontwikkelingsland. 

Het land bouwt een staatsschuld op die zowel qua omvang als qua snelheid in toename ongezien is in de wereldgeschiedenis. De omvang van die staatsschuld ten aanzien van de economische draagkracht is in minder dan dertig jaar tijd geëvolueerd naar wellicht de slechtste verhouding ter wereld. 

Los van het feit dat de Chinese economie bijzonder afhankelijk is van haar export en het feit dat dit land zijn eigen leefklimaat compleet aan het opofferen is, vormt de vergrijzing van haar bevolking een gigantisch probleem om de huidige welvaart in stand te houden. 

Met de honderdste verjaardag van de Chinese communistische partij in het vooruitzicht, zou het best wel eens kunnen dat dit feestje in mineur eindigt.