about
Toon menu

BE-ALERT: meteen verwittigd worden in geval van ramp.

donderdag 15 juni 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

De federale overheid lanceerde deze week BE-ALERT, een systeem waarbij burgers maximaal vijf adressen kunnen opgeven om via sms meteen verwittigd te worden wanneer zich in de buurt van één van die vijf plaatsen een rampsituatie voordoet. 

Klinkt allemaal goed, maar er is één knelpunt: vooraleer eender welke boodschap verstuurd kan worden naar de bevolking toe, is er goedkeuring nodig van een politiek verantwoordelijke. En dat vraagt tijd, veel tijd ....

Alle hulpdiensten worden namelijk georganiseerd in verschillende "disciplines" zoals men dat noemt. De brandweer en civiele bescherming vormen discipline 1, de ziekenwagens, MUG-diensten en spoedgevallendiensten vormen discipline 2, en ga zo maar door. 

Die hulpdiensten-disciplines moeten gecoördineerd met elkaar samenwerken. Dat gebeurt in de eerste plaats door middel van wat men in het jargon "motorkap-overleg" noemt. De allereerste hulpdiensten die ter plaatse komen overleggen met elkaar aan de hand van een kaart van de regio die ze open plooien op de motorkap van één van hun voertuigen. Dat voertuig wordt overigens aangeduid met een groen zwaailicht. Na verloop van tijd komt een speciaal ingericht voertuig ter plaatse, waarin de verantwoordelijken van die verschillende hulpdiensten kunnen samen zitten om de hulpverlening te coördineren. Men noemt dit dan de CP-OPS, afkorting voor coördinatie van de operationele diensten. Ondertussen is men vaak al een uur op het terrein bezig.

Met "operationele diensten" bedoelt men de brandweer, de civiele bescherming (die omwille van besparingen overigens fors afgebouwd wordt), de medische hulpdiensten en de politie. Daar is op dat moment absoluut nog geen sprake van communicatie naar de bevolking toe. Het gebruik van media zit immers pas in de vijfde discipline. Dat is het geheel van pers en media. Deze discipline wordt aangestuurd vanuit een crisiscentrum waarin een politiek verantwoordelijke de beslissingen neemt. 

Bij kleinschalige incidenten wordt zo'n crisiscentrum ingericht in het lokale gemeentehuis, waar de burgemeester die politieke verantwoordelijkheid draagt. Bij grotere rampen wordt het provinciaal rampenplan afgekondigd en wordt de provinciegouverneur bevoegd. Wanneer het ergste zich voordoet kan men het federaal rampenplan afkondigen en dan wordt de federale minister van binnenlandse zaken bevoegd. De coördinatie van de hulpverlening gebeurt dan nog steeds ter plaatse in die zogenaamde CP-OPS, van waaruit men aan het crisiscentrum de vraag kan stellen om bepaalde informatie door te geven aan de bevolking. 

Vooraleer de burger ingelicht wordt moeten dus drie hinderpalen ontweken worden. De eerste hinderpaal is tijd. Tussen het eerste motorkap-overleg en het operationeel worden van een CP-OPS, gevolgd door het samenroepen van iedereen die in dat crisiscentrum moet zitten, gaat veel tijd verloren. En tijd is vaak cruciaal in rampomstandigheden. De tweede hinderpaal is de politieke verantwoordelijkheid. Vooraleer er communicatie komt naar de burgers toe, moet een politieker zijn of haar fiat geven. Ook dat vergt tijd, want iedere verkozene weet dat verkeerde of ondoordachte communicatie naar de buitenwereld toe gevolgd wordt door kritiek. 

En dat brengt ons bij de derde hinderpaal: verantwoordelijken van hulpdiensten denken meestal ook twee keer na voor ze iets zeggen aan hun burgemeester, gouverneur of minister. Wanneer een brandweerbevelhebber of een politiecommissaris zijn politiek verantwoordelijke "verkeerd informeert" volgt namelijk ook meestal een afrekening in de vorm van koppen die rollen. Dat is het grote probleem bij communicatie naar de bevolking toe in rampsituaties.

Of het nu gaat om een simpele treinstaking of een grote ramp of een terreuraanslag, de burger wil informatie. En dat moet snel gebeuren. Van zodra er iets gebeurt, zit iedereen op twitter of andere sociale media en is er in de ogen van de burger "een gebrek aan informatie". De media zijn er overigens steeds als de kippen bij om een verontwaardigde burger aan het woord te laten die "het gebrek aan informatie" aanklaagt. Maar voor elke vorm van communicatie is finaal iemand verantwoordelijk, en als men verkeerde of ondoordachte boodschappen de wereld in stuurt, kunnen er koppen rollen bij politici of verantwoordelijken bij de hulpdiensten. 

In onze huidige wereld werken de media enorm snel. Van zodra ergens iets gebeurt beginnen mensen te tweeten en filmpjes te posten op sociale media. Binnen het uur zijn de reporters ter plaatse voor live verslaggeving op de radio, via het internet en indien nodig in een extra journaal op de TV. Die berichtgeving gaat gewoon veel sneller dan het ontplooien van het rampenplan.  We leven simpelweg in een tijd waar een extra TV journaal effectief sneller tot stand komt dan het ontplooien van een crisiscentrum. In deze tijden verwachten burgers meteen duidelijke informatie, die ook nog correct moet zijn. Tot op heden werd bij elke ramp geklaagd over een gebrek aan informatie. Van de brand in de Innovation in Brussel tot die in de Grenfell Tower in London: van zodra iets gebeurt is er een "gebrek aan informatie".

Daar zal een systeem als BE-ALERT jammer genoeg niets aan veranderen.