about
Toon menu

Opinie - Over staten en volkeren

vrijdag 6 oktober 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

De recente gebeurtenissen in Catalonië nopen me tot een politieke of ideologische beschouwing van nationalisme.

Twee soorten nationalisme

Daarvoor moet ik eerst het begrip 'nationalisme' in twee stukken splitsen, namelijk 'staten-nationalisme' en 'volkeren-nationalisme'.

Bij 'staten-nationalisme' schaart een land zich achter een vlag, een volkslied, een paar standbeelden, een lijn op een kaart en misschien een koning. Eigen aan staten-nationalisme is dat het geen (of slechts secundair) rekening houdt met de etnische of culturele samenstelling van het grondgebied. Een goed voorbeeld is België: het land telt drie officiële taalgebieden en wijst de verwantschap met volkeren buiten de grenzen van de hand. Dat brengt ons tot de vreemde vaststelling dat we iemand uit Hulst, Maastricht of Roosendaal zien als een 'buitenlander' maar iemand uit Aarlen of Bastenaken als een 'landgenoot', ook al zijn er historisch zowel als linguïstiek veel meer verbanden tussen pakweg Antwerpen en Roosendaal dan tussen Antwerpen en Aarlen. Niet dat het me verder veel uitmaakt, maar vreemd is het zeker.

Bij 'volkeren-nationalisme' snakt een bevolking naar verwantschap en samenwerking volgens etnische, taalkundige of culturele lijnen, liefst in de onmiddellijke omgeving, omdat dat sowieso communicatie vergemakkelijkt. Voorbeelden zijn hedendaagse 'probleemgebieden' zoals Baskenland, Catalonië, Schotland en Vlaanderen, maar evenzeer het vroegere Bohemen dat zich van Oostenrijk-Hongarije losmaakte als Tsjechië, of Joegoslavië dat uiteen viel in Slovenië, Kroatië, Bosnië, Servië, Kosovo, enzovoort.

Het streven van een volk naar autonomie of samenwerking volgens culturele lijnen is ideologisch een mijnenveld. Indien dat volk zich bevindt binnen de grenzen van een staat kan de wens tot zelfbestuur leiden tot grote spanningen tot en met geweld – zoals pakweg Joegoslavië ons leerde. Immers: vaak weigert het moederland om de autonomie van het volk in kwestie te overwegen en zet het propaganda tot en met wapentuig in om die afscheiding te voorkomen. Maar los van de machtsverhoudingen zien we een wens tot autonomie vaak als iets goeds. De Amerikaanse president Woodrow Wilson stelde een vredesplan op voor na de Eerste Wereldoorlog, en daarin was de autonomie van een (Europees) volk van cruciaal belang. Kunnen we de onafhankelijkheid van de Polen, Slaven, Tsjechen en Hongaren van Oostenrijk vanaf 1919 vervolgens ideologisch zien als slecht? Zo nee, waarom vinden we het dan wel slecht als het bijna 100 jaar later gebeurt?

Centralisatie en decentralisatie

Op dit punt moet ik een tweede onderscheid toevoegen en verduidelijken: de wens van een staat om een gecentraliseerde eenheid te vormen versus de wens van volkeren binnen die staten om zich te verenigen volgens gedecentraliseerde etnische en culturele lijnen, waaronder ook de taal die men spreekt of de religie die men aanhangt.

Laat het duidelijk zijn dat staten die in de negentiende eeuw hun vorm kregen doorheen vlaggen, volksliederen, standbeelden en dergelijke vooral hun heil zochten in een gecentraliseerde eenheid. Eén hoofdstad, één leger, zoveel mogelijk grondgebied en zoveel mogelijk macht. Het resultaat waren bijvoorbeeld de vele multi-etnische keizerrijken die in de Eerste Wereldoorlog tegen elkaar opboksten en die geen graten zagen in verdere expansie over culturele grenzen heen. Zo wou Oostenrijk-Hongarije Servië veroveren, ook al behoorden de Serven duidelijk niet tot hun eigen cultuurgroep, en ook al lanceerde men de offensieven vanuit Bosnië en Kroatië, die evenmin tot de Oostenrijkse cultuurgroep behoorden maar die reeds tevoren door het keizerrijk waren geannexeerd.

Ook België was na zijn stichting in 1830 een staat met centralistische wensen. Via tal van nieuwe romantische mythes zette het jonge België zich af tegen de Nederlanders. Die neiging om Nederland als 'anders' te zien heerst voort tot op vandaag. Maar dat verandert niks aan het feit dat Vlaanderen in de oorsprong bestond uit een graafschap dat reikte tot in Frankrijk en tot aan de Westerschelde. Daarnaast lag ten oosten van de Schelde het hertogdom Brabant van onder Brussel tot diep in het huidige Nederland. Wij zoeken dus ons heil in een natiestaat die culturele entiteiten in stukken hakte en die enkel doorheen historisch toeval de vorm heeft die het heeft. Ik ga hier nu niet dieper op in, omdat het ons te ver zou leiden, maar stel je voor dat de beeldenstormers en de geuzen niet enkel Nederland van de Spanjaarden vrij hadden gevochten, maar ook België? Laat staan dat de hertog van Bourgondië eeuwen voorheen niet kinderloos was gestorven, zodat het grondgebied dat wij 'De Nederlanden' noemen niet zou zijn geërfd door de Oostenrijkers, waarna het later onder de Spanjaarden verdeeld geraakte?

Top down versus bottom up

Misschien is het lot van het gebied 'in het bezit' van de hertog van Bourgondië een goed punt om het volgende aan te raken: 'top down' versus 'bottom up'. Gelukkig is het niet meer van deze tijd dat de dood van één man kan betekenen dat miljoenen mensen worden weggegeven aan iemand anders. Toch is het lang zo geweest. Wat wij nu kennen als België werd meermaals op deze manier verhandeld, maar ook het oorspronkelijke voorbeeld van Catalonië heeft dit meegemaakt. Isabella van Castilië trouwde met Ferdinand van Aragon, waartoe Catalonië behoorde, beide gebieden werden samen het nieuwe Spanje en – hop! – zoveel eeuwen later is de wens tot autonomie van dat Catalaanse volk plots tegen de Spaanse grondwet. Alsof men in vroegere tijden iets te zeggen had gehad over hoe ze na het huwelijk van hun koning met een buitenlandse koningin plots hun zelfbestuur waren kwijtgeraakt.

Hier ga ik de aap uit mijn mouw schudden en mijn eigen ideologische positie onthullen. Ik mag dan in strategische spelen steevast de centralistische lijn trekken, in mijn dagdagelijkse overtuiging ben ik fervent voor de organisatie van een samenleving van beneden naar boven. En in dezelfde lijn ben ik een fervente tegenstander van wij die 'moeten' gehoorzamen aan instanties en instituties ver boven onze hoofden, zeker niet wanneer wij daar nooit enige zinvolle inspraak over hebben gehad. Zo ben ik een 'onderdaan' van het koninkrijk België, terwijl ik nooit een contract heb ondertekend dat stelt dat ik gehoorzaamheid verschuldigd ben aan dit construct. Laat staan dat ik blij ben met het feit dat in Brussel Europese instanties dag in dag uit ingrijpende beslissingen nemen terwijl ze onder de invloed staan van duizenden industriële lobbyisten, zonder dat ik enige macht heb om die tot de orde te roepen. En dan heb ik het nog niet eens gehad over hoe multinationale corporaties of financiële speculanten allerhande ontsnappen van alle democratische controle en gewoon gaan waar ze geld kunnen verdienen – maar dat is verder voorbij de lijnen van dit artikel.1

Ik kijk deels naar de geschiedenis van Catalonië als één van de weinige plaatsen waar de bevolking ooit een samenleving stichtte waar ik in geloven kan, van beneden naar boven dus. In 1936, na de staatsgreep van Franco, collectiviseerde de Catalaanse bevolking alle fabrieken en gebieden van grootgrondbezitters. Men verdeelde de verantwoordelijkheid onder de arbeiders en de landbouwers en deelde onderling ook alle winst van de productie. Men maakte korte metten met het centraal gezag en richtte de samenleving zowel als de milities tegen Franco in als plaatsen met een zo min mogelijke hiërarchische organisatie. Men ging zelfs zo ver dat men het geld afschafte en iedereen een gelijk loon gaf voor één uur werk, ongeacht wat dat werk was. Goed, uiteindelijk haalde Spanje het niet tegen Franco, maar de oorzaak van de nederlaag is complex en staat los van de ideologische wenselijkheid of zuiverheid van wat onder andere de Catalanen probeerden te realiseren. Ook is het niet zo dat dit systeem zodanig ineffectief was dat het onmogelijk tegen Franco op kon. Eerder waren de arbeiders – zoals je ook kan verwachten als je eindelijk iets te zeggen hebt over je lot! – veel meer gemotiveerd dan ze tevoren waren onder grootgrondbezitters en fabriekseigenaars. Maar het kapitalistische Westen zowel als de Republikeinse regering en Vadertje Stalin zaten absoluut niet te wachten op mensen die zichzelf bestuurden en werkten de 'losgeslagen' bevolking zoveel mogelijk tegen (tot en met het weerhouden van geweren en munitie), waarna de nederlaag uiteindelijk volgde.

Ik geef toe dat de hedendaagse tijd niet gelijk is aan Catalonië anno 1936. Wij zijn lang niet zo beslagen in ideologie, politiek of gemeenschap als de Catalanen dat toen waren. Het succes van een bottom-up organisatie in eigen land zou vandaag bijvoorbeeld moeten ingaan tegen het isolement van mensen en hen aanmoedigen om eerst te praten en later intens samen te werken met hun buren en hun wijk. De meeste mensen bij ons haten zowel politiek als media, ze vervloeken de 'zakkenvullers' in Brussel, gooien hun kranten gedesillusioneerd opzij omdat ze er ongelukkig van worden en velen gaan hoogstens stemmen omdat ze daartoe verplicht worden. Maar geloof in politieke alternatieven naast wat we kennen als 'representatieve democratie' zijn ver weg. Dus nee, ik zie vandaag noch in Vlaanderen noch in Catalonië verschijnen wat de anarchosyndicalisten van de CNT-FAI of de trotskyisten van de POUM in het Spanje van 1936 wisten te realiseren. Dus ja, 'enige' volksopvoeding om mensen weer te doen geloven en vervolgens te doen streven naar politieke alternatieven voorbij 'om ze zoveel jaren een bolletje kleuren en verder je bek houden' lijkt me gepast. Met mijn excuses voor mijn treurig sarcasme...

Om de ruimte te laten voor een dergelijke droom van verregaande autonomie en 'doe-het-zelf' van de straat tot de hele gemeenschap dienen we volgens mij echter wel eerst de denk-ruimte open te houden waarin men dergelijke dromen kan formuleren zonder dat men per definitie als ideologisch 'donkerbruin' wordt weggezet. Immers: als je een samenleving inricht waar de belangrijkste beslissingen in je straat worden genomen, om vervolgens wat die straat overstijgt te delegeren naar de wijk, de stad, de provincie en zo verder, zullen mensen zich volgens mij per definitie weer organiseren volgens de lijnen van verwantschap die zij zelf beleven. Zo heeft een grens tussen pakweg Oost- en Zeeuws-Vlaanderen geen enkele zin als je je gemeenschap organiseert van beneden naar boven. Iemand uit Stekene ziet Hulst gewoonweg aan de horizon liggen. Het doet er niet toe dat daar lang geleden een landgrens is getrokken of dat mensen uit Hulst een ietwat ander dialect spreken. Uiteindelijk spreken ze toch allemaal Nederlands. Niets staat hun verdere samenwerking in de weg als het pakweg gaat om het beheer van het fietspad tussen hun beide gebieden. Ik blijf er ideologisch bij dat de enige manier om de blinde macht van centralistische gezagsstructuren overbodig te maken is om de samenleving zo te organiseren dat die mensen uit Stekene en die mensen uit Hulst elkaar aanspreken en onderling regelen wat anders de zaak zou zijn van Brussel en Den Haag, laat staan de Europese Commissie of een monsterbedrijf als Bayer. Dat dan een 19e-eeuws construct als een landsgrens tussen Nederland en België sneuvelt vind ik van slechts beperkt symbolisch belang. De kerngedachte is dat wat je aan een hogere macht onttrekt door het zelf te doen, die hogere macht vervolgens macht doet verliezen. En dat vind ik een nastrevenswaardig ideaal, zowel in Kroatië als in Catalonië als in Vlaanderen. Als macht corrumpeert heb ik liever een paar 'petty dictators' achter mijn hoek die ik persoonlijk tot de orde kan roepen dan een duurbetaalde lobbyist van Monsanto of een technocraat van de Europese Centrale Bank die ik niet eens kén, laat staan dat ik hem of haar kan aanspreken of beïnvloeden.

Bruin Vlaanderen

En nu moet ik het helaas even hebben over de olifant in de kamer. Het helpt alternatieve denkpisten als deze allerminst dat talloze Vlamingen doorheen de laatste eeuw hun volkeren-nationalisme hebben vertaald in een aangebrande, donkerbruine kleinburgerlijke tot en met fascistische politiek. Het VMO, Verdinaso, Voorpost, het Vlaams Blok, het Vlaams Belang en nu de N-VA: in België lijkt Vlaams-nationalisme bijna per definitie rechts tot extreem-rechts. Vervolgens gaat heel het debat de dieperik in, want wie zich – terecht! – wil afzetten tegen deze bruine boterham wil vaak van verder gesprek niet weten of predikt een unitair België de hemel in. En dat doet men vaak met oneerlijke argumenten, waarbij men de eigen verborgen agenda's ook niet benoemen wil. Vervolgens staan kranten deze dagen vol met opiniestukken die de legitieme wens van veel Catalanen om minstens meer respect te krijgen van de centrale overheid in Madrid onder de mat vegen als bekrompen. De olifant in de kamer is ook daar weer dat men het eigenlijk niet heeft over Catalonië maar eerder over Vlaanderen. Vlaams nationalisme is veelal rechts tot extreem-rechts en dus is ook de volkswil van Catalonië volgens de sprekers rechts tot extreem-rechts, zo lijkt men te zeggen. Men gaat zelfs zo ver dat men in het verleden het concept 'confederatie' heeft proberen verwijzen naar de fascistische prullenmand.

Ik vind zowel het eerste als het tweede in de grond waanzinnig. Historisch gezien is een centrale staat veel vaker een bron van fascistische onderdrukking dan een regio die meer autonomie wil. Het is niet omdat de Vlaamse regio het vaak zo bruin bakt dat daarom iedereen die voor de eigen volksgemeenschap meer inspraak vraagt een 'bruinbakker' is. Ik zou eerder het tegenovergestelde durven zeggen: een overheersend gezag dat meer zeggenschap voor regio's ontkent en/of onderdrukt is historisch gezien vaker van imperialistisch of fascistisch allooi dan die regio's zélf. Laat staan die aanvallen op het concept 'confederatie!' In essentie is een 'confederatie' een horizontale samenwerking tussen gelijkwaardige spelers. Waarom worden we dan aangespoord om zonder boe of ba te accepteren dat een dergelijke gelijkwaardige samenwerking minder rechtvaardig of democratisch zou zijn dan een federale of unitaire centrale staat? Spreken we hier nog wel dezelfde taal?

George Orwell besloot om als journalist in Spanje mee te vechten met de Catalaanse POUM tegen Franco's fascisten. Hij bood ons vervolgens drie geweldige boeken: 'Animal Farm', 'Homage to Catalonia' en '1984'. Drie boeken die men volgens mij moet gelezen hebben indien men iets zinvols wenst te zeggen over deze hele discussie. Welnu, het is ook Orwell die ons in 'Homage to Catalonia' vertelde dat 'laster niks oplost'. Het is niet omdat men het karakter van ideologische tegenstanders afkraakt dat daarmee het debat is uitgeklaard. En natuurlijk gaf Orwell ons ook 'newspeak' in zijn boek '1984'. Het is niet omdat men de geschiedenis slechts eenzijdig belicht dat de wens van een volk voor meer autonomie vervolgens per definitie rechts tot extreem-rechts wordt of dat de (grond-)wet van de overheersende macht vervolgens meer waarde heeft dan de volkswil in kwestie. En het is ook niet omdat men termen als 'confederatie' liefst als negatieve begrippen herdefinieert omdat men er in eigen land niet van wil weten, dat het ook elders van minder belang wordt ten opzichte van een centrale staat. Ook niet wanneer men die wens boven alles voor werkelijkheid wenst te nemen, beste België. Het is niet omdat Vlamingen honderd jaar geleden in 1917 veelal ongeletterde boeren waren die onder Franstalige officieren waarmee ze niet konden communiceren de dood werden ingejaagd, dat we vandaag nog steeds mensen zijn die men eender wat kan wijsmaken. Tenminste, dat hoop ik van harte...

Mare Van Hove, 6 oktober 2017

1   Het voornaamste en moeilijkst te ontkrachten argument van mijn ideologische 'tegenstanders' in deze is hoe je als bevolking een halt toeroept aan de ongebreidelde macht van tal van politieke en economische spelers ver boven onze hoofden. Men zegt dan: “het opsplitsen van landen volgens etnische of culturele lijnen verdeelt ons verder en maakt ons nog meer machteloos tegen pakweg lobbyisten in Brussel of speculanten in Wall Street of London City.” En ja, dat is zo. Maar pleiten voor grote centralistische staten als tegengewicht voor grote multinationale corporaties lijkt mij sterk toe als een medicijn dat erger is dan de ziekte. Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat dit een equivalent is van pleiten voor het afschaffen van onze vakbondsrechten om ons competitief te maken ten opzichte van landen waar de arbeid zoveel goedkoper is, zoals China. Het enige gevolg dat ik hier zie is een algemene nivellering naar beneden toe en de afbraak van alles waar sinds Daens zo hard voor werd gevochten. Zijn er geen andere oplossingen mogelijk, waarbij naamloze massa's zich niet moeten verenigen in grote molochen, om op te kunnen tegen andere grote molochen?