about
Toon menu

Gesluierde Verlichting

maandag 15 augustus 2016
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

In dit artikel (geschreven in 2007 in het kader van een opleiding genderstudies aan de Radboud Universiteit in Nijmegen) wens ik licht te werpen op hoe de Franse Revolutie uitmondde in een strikte rolbepaling voor mannen en vrouwen, ten dienste van de maatschappelijke orde.

GESLUIERDE VERLICHTING (1) (2) (3)

Aan de vooravond van de Franse Revolutie is het verhaal van de vrijheid er één van mannen én vrouwen. Zo kwamen de vrouwen van Parijs massaal op straat om hun koning te eisen een eind te maken aan de hongersnood in de stad. Dat dit vooral vrouwen waren, is logisch: vrouwen waren voor 1789 verantwoordelijk voor de voedselvoorziening van hun gezinnen.

In het onstabiele politieke klimaat van Frankrijk voor de Franse Revolutie leek alles mogelijk, en zo organiseerden vrouwen zich steeds vaker in politieke salons, om te praten over wat ze konden doen om meer vrijheid te bekomen. Ook kropen vrouwen steeds vaker in hun pen, om vooral via romans gehoord te worden.

Even leek het alsof de vrouw als burger blijvend extra vrijheden zou krijgen. Maar dit mocht niet zijn. De nieuwe revolutionaire regering schreef in juli 1789 het beroemde document 'déclaration des droits de l' homme et du citoyen' om de vrijheid van de burgers te verzekeren, maar de schrijvers ervan dachten er niet aan dat ook vrouwen dergelijk burgerschap konden bezitten. Het woord 'homme' staat er dan ook niet toevallig.

En inderdaad, naarmate vrouwen zich meer organiseerden voor hun rechten binnen de Franse revolutie, namen ook de mysogyne reacties op hen toe. Vooral dan in de persoon van Jean-Jacques Rousseau, de denker op wiens ideeën ons huidige onderwijssysteem is gebouwd. Zijn boeken hadden een immense aanhang in gans Europa, en zo vond ook zijn uitgesproken mysogyne gedachtengoed gretig gehoor.

Rousseau’s boek ‘Emile’ van 1792 wees op het belang van een goede opvoeding voor het onbeschreven en leergierige kind, om te verzekeren dat dit kind in staat zou zijn om een maximale kracht, autonomie, ratio en zelfcontrole te ontplooien. Het kind diende te leren moeilijkheden te doorstaan, de wereld te verkennen en te leven volgens de eigen waarden. Maar het kind heette Emile en was uitgesproken een jongen. Rousseau’s meisje, Sophie, hoefde helemaal geen boeken te kunnen lezen. Haar plaats was anders dan die van Emile, en voor Rousseau zou haar opvoeding dus eerder moeten liggen op het belang van kuisheid, bescheidenheid en het huishouden, ten dienste van de man. Rousseau's ideeën werden gretig gelezen als een strikte onderverdeling van een mannelijke openbare en een vrouwelijke private sfeer.

Rousseau hield zijn mening ook niet voor zich wat hij dacht van vrouwen die aan politiek en ratio deden. Volgens Rousseau moesten vrouwen uit de politiek worden gesloten, zodat "mannen hun ideeën niet hoefden te verlagen naar die van vrouwen, noch hun rede te verpakken in ridderlijkheid, en zich zouden kunnen concentreren op ernstige, serieuze zaken zonder zich belachelijk te voelen."

RECHTEN EN ROLLEN (4) (5) (6) (7)

Rousseau was niet de enige met een pen. Aan de andere kant van de barricade kennen we bijvoorbeeld ook de mening van Mary Wollstonecraft en Olympe de Gouge.

Mary Wollstonecraft duidde vooral op het feit dat de revolutionaire regering dezelfde despotie installeerde in het gezin als diegene die ze bevochten in de vorm van de absolute monarchie. Ze wees erop dat het verkeerd was om vrouwen tot een ondergeschikte positie te veroordelen 'omdat dat altijd zo was geweest', en zei dat het tijd was om onveranderlijke waarden te scheiden van plaatselijke gewoontes, en de waardigheid van de vrouw te herstellen - welliswaar met haar eigen rol in het gezin, dat van de moeder.

Als basis van haar denken nam Wollstonecraft het kernidee van de verlichting, dat een menselijk wezen recht had op vrijheid als het in staat was tot rationeel denken - dus zowel mannen als vrouwen. Wollstonecraft beukte tegen Rousseau in door te wijzen op het belang van ratio in de opvoeding van vrouwen. Wollstonecraft vond het ook voor vrouwen belangrijk om hun emoties te controleren en een balans te vinden tussen rede en passie. Om goede opvoeders te zijn voor hun kinderen, dienen vrouwen zelf goed opgeleid te zijn. Voor haar werden vrouwen tot onnozele en oppervlakkige wezens, niet omdat hun geest inferieur was aan die van de man, wel omdat ze werden geleerd sinds hun kindertijd "dat schoonheid de scepter van de vrouw is, waardoor de geest zich vorm laat geven door het lichaam, en [de vrouw], dwalend door deze vergulde kooi, enkel geïnteresseerd [wordt gemaakt] in de decoratie van deze gevangenis".

Olympe de Gouges, journaliste en feministe, kwam voor haar radicale vrijheidsdenken voor de vrouw terecht op de guillotines van de revolutie. Haar verklaring 'déclaration des droits de la femme et la citoyenne', bood in 1790 een spiegel voor de gelijkvormige verklaring die burgerrechten had geëist voor mannen in 1789. Daarin spuwt ze gif over het feit dat de mannen van de revolutie vrouwen niet als gelijke wezens wilden zien, terwijl ze wel praatten over vrijheid. Op zijn minst eiste de Gouges private rechten voor de vrouw als vrouw, om beschermd te zijn tegen seksuele exploïtatie en de eventuele tirannie van de man in het gezin.

Maar dit had weinig effect: vrouwen werden van de barricades verwijderd en de revolutionaire vrouwencomités werden opgerold in 1793. Dit ging gepaard met een discours gericht op de vermeende immoraliteit en de promiscuïteit van de vrouwen in deze comités. De revolutie ontaarde in een terreurregime onder Robespierre en vanuit de interne chaos kwam uiteindelijk Napoleon aan de macht. Deze herstelde de orde, en goot de heersende oordelen over mannen en vrouwen in wetboeken, die door middel van de groeiende invloed van zijn regime, over gans Europa verspreid raakten.

In de jaren na de revolutie werd de plaats voor vrouwen bij wet bepaald: waar mannen een grotere vrijheid en burgerschap kregen in de openbare wereld, hoorde de vrouw 'van nature' steeds duidelijker bij huis, kind en keuken. Meer nog: de vrouw diende thuis te zijn omdat de orde in de samenleving samen zou hangen met mannen en vrouwen die hun rol speelden: een man moest buiten kunnen zijn en weten dat zijn huis goed werd beheerd door zijn vrouw. Na 1793 werd het mannelijk zeggenschap over het gezin over gans Europa hersteld, tot op een niveau dat het voordien niet had gekend. De rollen werden zo afgebakend dat de man de vrouw diende te beschermen en de vrouw de man gehoorzaamheid en zorg verschuldigd was. In deze werd het mannelijk gezag onaantastbaar en verloor de vrouw al haar rechten: voor haar geen stemrecht, geen bezit, geen handelsbekwaamheid, geen zeggenschap over kind en familie, geen rechtswaarde, zelfs geen legitiem moederschap vooraleer de man haar pasgeboren kind als het zijne erkende.

Systematisch legde men een groter belang bij de kuisheid en de bescheidenheid van de vrouw. De vrouw als onafhankelijk persoon hield als het ware op te bestaan in het huwelijk, ze werd opgeslokt in de wereld van haar man. Ook de strafmaat voor inbreuken ten opzichte van haar rol was verschillend: als een vrouw overspel beging, kon ze 3 maand tot 2 jaar cel krijgen. Een man die hetzelfde deed, maakte hoogstens kans op een boete.

VAN HELD TOT ONBEKENDE SOLDAAT (8)

In het opstandige Pruisen hoefden de Napoleontische codes niet eens te worden ingevoerd, de voedingsbodem ervoor groeide naarmate het land was 'ontmannelijkt' door de Franse overheersing. In de nieuwe beeldvorming zouden de Fransen enkel maar hebben kunnen overwinnen over de 'Duitsers' omdat deze 'laf, zwak en onmannelijk' waren geweest. Hieruit groeide een zogenaamde 'Männlichkeitsrausch" - een race naar meer mannelijkheid.

Rousseau's vraag voor meer mannelijke autonomie, kracht en zelfcontrole groeide uit tot een romantisch ideaal van verwantschap aan het eigen volk, dat superieur was dan de 'gehate, laffe, verwijfde' Fransman. Alle mannelijke staatsburgers werden opgeroepen hun 'Vaderland' te dienen in het leger. Burgerschap werd verbonden met wapendracht, en omdat dergerlijke weerbaarheid als een strikt mannelijke rol werd geacht, waren vrouwen er van uitgesloten en mannen ertoe verdoemd. Vanaf 1814 werd in Pruisen de universele conscriptie voor mannelijke staatsburgers ingevoerd.

Een land 'vermannelijken' vraagt echter de nodige propaganda. Massale overheidspropaganda wilde de man niet alleen moedig maken, maar vooral bereid om 'Held' te worden door zijn leven te geven voor de vrijheid van zijn land, en te vechten voor de totale overwinning. Pacifisme hoorde niet meer tot de nationale waarden: uit de bevrijdingsoorlog tegen de Franse overheersing moest een staat groeien die in tijden van nood klaar zou staan om zich als een militaire eenheid te verzetten tegen alle buitenlandse agressie. Iedereen zou als het ware zijn 'gevechtsstation' krijgen - de man hoorde in het leger, de vrouw aan het thuisfront.

Het land beloofde in ruil voor de mannelijke opoffering het eeuwige leven in de herinnering van hun heldendaden. Hieruit ontstond een hele heldencultus en een systeem van erkenning, zoals de militaire medaille 'het IJzeren Kruis' (een directe verwijzing naar de 'dappere' Teutonenridders die tegen de ‘inferieure’ heidenen hadden gevochten).

Dit systeem kon echter ook niet bestaan zonder dat vrouwen er een complementair beeld van leerden te scheppen: naast bedeesdheid en kuisheid hoorden ze ook liefde voor het eigen volk en bereidheid tot opoffering door te geven aan de volgende generaties, te rouwen voor de gevallen soldaat, en symbool te staan voor al het reine, mooie en kwetsbare dat het waard was om voor te vechten en te sterven.

ONTMANNELIJKING OP HET SLAGVELD (9) (10)

 Deze mannelijkheidscultus heeft een immense stempel heeft gedrukt op de Duitse geschiedenis van de 19e en de 20e eeuw. Duitse soldaten werden eerst 'Helden' en later 'Onbekende Soldaten', gevallen op steeds bloederigere slagvelden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog begon mannelijkheid al snel bitter te smaken naarmate machinegeweren, gifgas en diarree in vochtige loopgrachten een hele generatie jongens wegvaagde op een manier die weinig ruimte liet voor 'eer'. Dit werd zeer goed weergegeven in de film 'All quiet on the Western Front', een verfilming van het dagboek van de Duitse frontsoldaat Erich Maria Remarque, 'Im Westen nichts neues' van 1929. Daarin zien we hoe zijn klas werd geïndoctrineerd om moedig te vechten voor keizer en vaderland, waarna de ganse klas werd uitgemoord. Zeer opvallend daarin is het contrast tussen de werkelijke opofferingen van de jongeren, met het gladde propagandisme van de leraar die de klas dwong dienst te nemen, en de laffe korporaal die toch een IJzeren Kruis kreeg.

Het Duitse mannelijkheidsideaal werd in de slachtpartijen van de Eerste Wereldoorlog een ernstige wonde toegebracht. Kansen om te helen werden er niet gegeven door de overwinnaars: Duitsland werd opgedeeld en door het Verdrag van Versailles leeggeplunderd. Een ernstige economische crisis en krenking van nationale trots bood de voedingsbodem waarop Hitler's Nationaal socialisme groot werd.

Maar ook hier weer zien we in een film als 'Cross of Iron' (1977) wat de nederlaag voorbij de propaganda doet met de menselijke geest. In 'Cross of Iron' zien we de terugtrekkende Duitsers in Rusland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Daarin zoekt de Pruisische aristocraat en kapitein Stransky de bevestiging van zijn mannelijkheid via een IJzeren Kruis. De bittere veteraan Steiner is daar na jarenlange oorlog niet meer van onder de indruk, en gooit de kapitein zijn zuurverdiende IJzeren Kruis toe met de woorden: "Het is maar een stukje metaal". Vooraleer Steiners ganse peleton door het opportunistische verraad van de kapitein wordt uitgemoord, quoteert Steiner tegen één van zijn mannen de Duitse politicoloog Von Clausewitz die zei: "oorlog is de verlenging van politiek via andere middelen". Waarmee Steiners bitterheid als hij de zin herhaalt lijkt te zeggen dat er weinig eer ligt op het slagveld als je weet dat je erheen bent gemanipuleerd, en weinig mannelijkheid in de onmacht je gevechtsbroeders te redden van een zinloze dood.

Mare Van Hove

BRONNEN

  • (1) Barbara Caine & Glenda Sluga, artikel 'Citizen and Difference: the Age of Revolution' in 'Gendering European history', 2000
  • (2) http://en.wikipedia.org/wiki/Jean-Jacques_Rousseau
  • (3) http://en.wikipedia.org/wiki/Emile:_Or%2C_On_Education
  • (4) http://en.wikipedia.org/wiki/A_Vindication_of_the_Rights_of_Woman
  • (5) http://classiclit.about.com/library/bl-etexts/mwollstone/bl-mwoll-vin-in.htm
  • (6) http://en.wikipedia.org/wiki/Olympe_de_Gouge
  • (7) http://www.pinn.net/~sunshine/book-sum/gouges.html
  • (8) Karen Hagemann, artikel 'A valorous Volk Family: The Nation, the Military, and the Gender Order in Prussia in the time of the Anti-Napoleonic Wars, 1806-1815' in 'Gendered Nations: Nationalisms and gender order in the long 19th century', 2000
  • (9) Erich Maria Remarque, 'Im Westen nichts Neues', 1929
  • (10) http://en.wikipedia.org/wiki/Cross_of_Iron