about
Toon menu

Een korte geschiedenis van geweld (9) Hans Staden en de Braziliaanse kannibalen

zondag 28 augustus 2016
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Tupi vrouwen dansenDansende Tupi-vrouwen. De mens liep wereldwijd naakt rond als de temperatuur het toeliet.

De Portugezen hadden met Alavarez Cabrai in 1500 de Braziliaanse kusten ontdekt waar ze vrij snel handel dreven. De Portugezen waren geïnteresseerd in Braziliaans hout en ruilden dat voor kralen en werktuigen. Ze legden vrij snel ook suikerrietplantages aan waar ze indiaanse slaven lieten op werken.

Tupi talenTupi-talen verspreidden zich waarschijnlijk vanaf 5000 jaar geleden over een zeer groot gebied in Zuid-Amerika, niet in het minst langs de kusten.

Fransen en Nederlanders hadden ook belangstelling voor Brazilië en voerden onderling aanvallen uit op elkaar. Men ruilde hout bomen, pluimen, apen en papegaaien voor messen en bijlen. Toen de Portugese suikerplantages begonnen draaien ruilde men ook maniokbloem. Men had die nodig om de slaven op de plantages te voeden.

Hans_Staden,_Tupinamba_portrayed_in_cannibalistic_feastDe Tupi-indianen aten hun gedode en vermoorde vijanden op. Zelfs de kinderen die ze met vrouwen van de eigen stam hadden. Houtgravure uit de oudste boeken van Hans Staden.

Beide Europese landen hadden indiaanse bondgenoten. Kleine Portugese versterkingen werden soms door indianen aangevallen. Met wisselend resultaat, soms wonnen de Portugezen soms de indianen.

Hans Staden werd geboren in Homburg (Hessen). Hij was aangetrokken door de nieuwe wereld. Hij vertrok in 1547 in Kampen (NL) naar Portugal en van daar naar Brazilië waar hij in 1548 aankwam. Hij werkte er voor de Portugezen.[1] Hij had een eigen slaaf die voor hem werkte.

Hij werd er na een verblijf van meerdere jaren gevangen genomen door Tupi-indianen. Gedurende negen maanden werd hij voortdurend geconfronteerd met de dreiging dat ze op elk moment konden beslissen hem te vermoorden en op te eten. Hij was er als blanke Europeaan letterlijk en figuurlijk de slaaf van de indianen. In Europa waren er martelingen bij verhoren, heksenprocessen, na het opkomen van de hervorming brandstapels en godsdienstoorlogen. Europeanen voerden onderling oorlogen die zouden voortwoeden tot in de Nieuwe Wereld.

Na zijn terugkeer naar Duitsland in 1557 schreef hij een boek, met illustraties, over zijn belevenissen bij de indianen. Zijn boek werden in meerdere talen vertaald. Het had een grote invloed in Europa, vooral in het Nederlands en Duits taalgebied. Er werden tot 70 edities van gedrukt.

De Tupi-indianen

Tupi mannen beschilderd

De kans is groot dat de Tupi uit het noorden van Zuid-Amerika ca. 3000 VOT (Voor onze tijd) zich traag maar zeker verspreid hebben naar het zuiden, over heel Brazilië, tot in Uruguay en het noorden van Argentinië. Ze hadden een groot voordeel op de jagers en verzamelaars die toen in Zuid-Amerika woonden: een eenvoudige hoog opbrengende landbouw die gebaseerd was op knollen en wortels, vooral maniok. Huisdieren, behalve de hond, hadden ze niet. Vlees verkregen ze door de jacht op pecari’s, een soort varken, tapirs[2], apen en vogels. Toen de Portugezen Brazilië bereikten waren de Tupi er de grootste groep, die bijna overal aan de kusten voorkwam.

Oorlog tussen de indianen

De Tupi voerden voortdurend onderling oorlog. Alle dorpen hadden één of twee omheiningen tegen aanvallen van vijanden. Dat was nuttig als ze aangevallen werden. Ze bestookten elkaar met pijlen en gebruikten brandend katoen aan pijlen gehecht met als doel de hutten af te branden. Bij een aanval was één van de doelen tegenstanders levend gevangen nemen. Wie het eerst een vijand had aangeraakt, zelfs voor hij overmeesterd werd, bezat hem. De krijgers hadden altijd koorden mee die gebruikt werden om de gevangen vast te binden. Dan werd een aantal direct vermoord, in stukken gesneden, geroosterd en opgegeten. Portugezen werden niet gespaard, ook niet om geruild te worden.

Hans Staden theodore-de-bry-dritte-buch-americae-a-partir-de-hans-staden-frankfurt-m-1593De krijgsknuppel werd gebruikt om de gevangene te vermoorden. De vrouwen roosterden het vlees. Iedereen was in feeststemming. Kopergravure van de tweede geïllustreerde versie van het Boek van Hans Staden. Gravures van de Luikenaar Theodore de Bry.

Gevangenen werden naar het eigen dorp gebracht waar ze bij aankomst geslagen werden door de vrouwen. Ze konden direct daarna vermoord en opgegeten worden of gedurende een tijd, van enkele dagen tot 15 à 20 jaar als slaaf gehouden. De gevangene werd voortdurend bedreigd. Aan het einde wachtte hen moord en kannibalisme. Jongens werden van klein af aan gehard. Hans Staden zag dat een chef ’s morgens alle hutten binnen ging om met een scherpe vistand elke jongen een snede in zijn been te maken. Zij moesten leren lijden zonder klagen.

Slavernij

Zowel de Portugezen als de indianen hadden slaven. Hans Staden was bij de Tupi ook de slaaf van zijn meester. Zijn perspectief was dat hij vroeg of laat zou vermoord worden en daarna opgegeten. Indiaanse slaven die bij de Portugezen ontsnapten en bij een andere dan hun eigen stam terecht kwamen bleven slaaf werden niet opgegeten, ze hadden niet gevochten, maar werden wel als slaaf gehouden. Ze moesten meewerken wat o.a. vissen en jagen inhield.

Hans Staden gevangen

Toen Hans Staden op zekere dag een tocht ondernam werd hij door leden van de stam Tuppin-Ikin gevangen genomen. Hij werd zoals de meeste gevangenen meegevoerd naar het dorp van de overwinnaars en werd bij aankomst verplicht te roepen dat hij voedsel was (voor de overwinnaars) dat aankwam. De vrouwen van het dorp zongen een lied dat ze de gevangene wilden opeten. Dan sloegen ze hem, een lot dat alle gevangenen beschoren was. Ze deden dat uit wraak voor hun mannen die vroeger gedood waren door de Portugezen en door hun indiaanse bondgenoten.

Zijn twee meesters, wiens vader door de Portugezen was gedood, gaven hem aan hun oom om een oude verplichting in te lossen. De vrouwen van het dorp kregen hem onder hun hoede. Zijn wenkbrauwen werden afgeschoren, een gewoonte onder de Tupi. Zij wilden ook zijn baard scheren maar hij verzette zich daartegen en mocht hem houden tot zij hem een paar dagen later toch knipten met scharen die ze door ruil van Europeanen hadden verkregen.

Konyan Bebe, was de koning (schreef Hans Staden, in feite was hij hoofd van een aantal dorpen). Rond zijn huis had bij 15 schedels van vijanden op palen laten zetten. Hij ging er prat op dat hij al 5 Portugezen had opgegeten. Wie een vijand had kunnen gevangen nemen had veel prestige en nam een bijkomende naam aan bij elke gedode vijand. Dat bracht veel prestige mee.

Kannibalisme was algemeen

Hans Staden kannibalisme 2 de BryDe lijken van de gevangen werden versneden. De romp kreeg een prop in de anus, kwestie van niets sappigs te verspillen.

Lang voor ze vermoord werden kregen de gevangenen voldoende voedsel. Op de dag van hun executie werden ze beschilderd. De moordenaars gaven een feest waarop verwanten en vrienden van naburige dorpen uitgenodigd werden. De stam Tupin-Inbas had recent een dorp bijna volledig uitgemoord en alle lijken opgegeten. Enkele overlevende jongeren werden aan de Portugezen geleverd. Eén van hen werd de slaaf van een Galiciër. Hij kende Staden zeer goed.

Alle dorpen hadden één of twee omheiningen tegen aanvallen van vijanden.

Een ter dood veroordeelde kon lachen met zijn lot en praatte met zijn toekomstige beul. Deze indianen waren er mentaal op voorbereid dat ze ooit in een dergelijke positie zouden terecht komen. Gelijkaardige praktijken bestonden bij de Azteken. Ze moesten hun lot dan waardig dragen. Ze konden soms ontsnappen maar werden daarom niet goed onthaald in hun eigen dorp. Minachting was hun deel en men vond de schande soms zo groot dat ze door hun eigen dorpsgenoten vermoord werden.

Het doden van vijanden stoorde Hans Staden niet. Dat was consequent want dat deden de Portugezen ook, enkel het opeten van de lijken was een probleem.

Het motief voor het opeten van de gevangenen werd tegen hen uitgesproken voor zij met een krijgsknuppel doodgeslagen werden. Het was wraak voor de doden die de vijanden veroorzaakt hadden. De terdoodveroordeelde mocht antwoorden. Hij zei dat zijn verwanten hem zouden wreken. Zo werd een oneindige spiraal van geweld in stand gehouden. De ene moord leidde tot de andere. Het zelfde geweld zag en ziet men bij alle soorten maffia tot vandaag. Er was geen staat die het geweld kon beteugelen maar ook als er een staat is zoals in Italië, Mexico, Zuid-Amerika enz. kan het zijn dat die machteloos staat tegenover het tomeloos geweld van b.v. de Mexicaanse drugbendes.

De gevangene werd op het hoofd geslagen tot de hersenen er uit spatten en bij dood was. Direct daarna sneed men zijn lijk in stukken. De vrouwen waren verantwoordelijk voor het roosteren van het vlees en liepen met lichaamsdelen rond terwijl ze kreten van vreugde uitten. In de anus van de romp werd een prop gestoken opdat niets uit het lichaam zou lopen. Niets ging verloren van het precieuze vlees. Wie welk lichaamsdeel kreeg lag op voorhand vast.

Ongemene wreedheid tegenover kinderen

Sommige gevangenen werden 15 tot 20 jaar gehouden voor ze vermoord werden. Ze konden een vrouw hebben. Unies waaruit kinderen geboren werden. Die kinderen werden net als de andere van het dorp opgevoed maar als men er zin in had werden ze vermoord en opgegeten. De Fransman André Thevet was aalmoezenier op een Frans schip en bezocht in de winter van 1555-1556 de baai van Rio de Janeiro. Niet ver van de plaats waar Hans Staden toen ook verbleef. Hij schreef zijn ervaringen op. Zij bevestigen het manuscript van Hans Staden en vullen het aan.[3] Thevet was getuige van de bijzondere wreedheid van een oude vrouw “En notre présence fut commis un acte par une vieille femme, le plus horrible, et le plus cruel, duquel on ait ouï parlé. Laquelle avait mieux mérité le nom de chienne que de femme. Car il faut que vous entendiez qu’aussitôt que l’un des petits enfants, n’ayant que sept ans, enfant de l’une des filles mariées au prisonnier exécuté, aussitôt dis-je qu’il  fut mort, elle lui coupa la tête, et par le trou lui  suça toute la cervelle, et le sang n’eut le loisir de le cuire. La fille avait six ans et le fils sept, lesquels furent tués en la présence de leur père.” Samengevat: Een gevangene zou geëxecuteerd worden. Hij had een zoontje van zeven en een meisje van zes samen met een jonge vrouw van het dorp. De kinderen werden voor zijn ogen vermoord. Een oude vrouw die volgens Thevet beter de naam van teef dan die van vrouw verdiende sneed het hoofd van de jongen af, en zoog zijn hersenen op. We mogen veronderstellen dat de moeder van de kinderen de wrede moord op haar kinderen moest zien.

Terugkeer en onderlinge Europese vijandigheid

Toen een Frans schip aanlegde om handel te drijven hoopte Hans Staden dat hij met dat schip zou kunnen meevaren maar de Fransman zei tegen zijn indiaanse eigenaars dat hij een Portugees was en dat ze hem mochten opeten. Solidariteit tussen Europeanen, tussen christenen, kwam na de onderlinge vijandigheid. In oktober 1548 is Hans Staden weer in Portugal. In 1549 op de Azoren en vandaar terug naar Europa waar hij o.a. Londen en Antwerpen aandeed.

Twee belangrijke edities

De eerste editie van zijn boek verscheen in Marburg in 1557. In 1592 kwam een editie uit waar de van Luik afkomstige Theodore de Bry de grove illustraties van 1557 opwerkte in koperplaten die letterlijk en figuurlijk verfijnd zijn.

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com

[1] Blog op basis van het boek van Hans Staden: Hans Staden, Nus, féroces et anthropophages, Editions Métailié, Paris 2005.
[2] Tapirs (Tapiridae) zijn een familie van de onevenhoevigen die tegenwoordig alleen nog voorkomt in Zuidoost-Azië en Zuid- en Midden-Amerika. Ze hebben een korte slurf. Het zijn planteneters.
[3] Histoire d'André Thevet Angoumoisin, Cosmographe du Roy, de deux voyages par luy faits aux Indes Australes, et Occidentales, Édité par Jean-Claude LABORIE, Frank LESTRINGANT

Voetnoten lezen en tegelijk het project over de ‘geschiedenis van de mens’ steunen? Koop deze boeken?
Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel I. Jagers en verzamelaars.
– Boek 1, van Pan tot Homo sapiens. (2de uitgebreide druk 2014). 35€
– Boek 2, de maatschappij van -jagers en verzamelaars. (2de uitgebreide druk 2014) 35€. In dit boek wordt de maatschappij van de Australische en Tasmaanse Aboriginals besproken tussen p. 12 en p. 100.
Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel II. Landbouwers en veetelers. – Boek 3, Het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azie en de verspreiding er van naar Europa, West-Azie en Afrika. 35€
– Boek 4. Het ontstaan van landbouw en veeteelt in China, Nieuw-Guinea en Amerika. 35€. Wordt verwacht in 2017.


Ik plaats de tekst in het publiek domein. Dat wil zeggen hij mag onveranderd gekopieerd en verspreid worden. Geplaatst op sites, gedrukt in een blad enz.
Als je één van deze mogelijkheden gebruikt: geef mij een seintje, ik blijf graag op de hoogte.
Ik kan de tekst ook mailen in Word-formaat. Mail mij daarvoor.

Korte Geschiedenis van geweld

Deel 1: Geweld bij chimpansees, bonobo’s en de mens 
Deel 2:
Het moordinstinct
Deel 3: in de prehistorie
Deel 4: het neolithicum
Deel 5: bij de Australische Aboriginals
Deel 6: Geweld in de eskimomaatschappij
Deel 7: Geweld bij de Irokezen
Deel 8: Slaven bij jagers en verzamelaars