about
Toon menu

Geloof versus wetenschap

maandag 1 oktober 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Het idee van een universeel onvoorwaardelijk basisinkomen is al lang niet meer nieuw. Af en toe steekt het idee opnieuw de kop op en verdwijnt het ook weer stilletjes. Nochtans wordt het debat onophoudelijk gevoerd. (Zoals op deze geweldige website.) Er zijn ook enkele experimenten geweest zoals het Mincome experiment in Canada in de jaren ‘70. Dit experiment werd door een nieuwe, conservatieve regering echter vroegtijdig afgevoerd.

Hoe kom je erbij?

Kort samengevat is een universeel onvoorwaardelijk basisinkomen een som geld die aan elke burger zonder bijkomende voorwaarden wordt uitgekeerd. Dit vervangt dan bepaalde overheidssteun zoals OCMW- en werkloosheidsuitkeringen, vakantiegeld, huurpremies, studiebeurzen,… waaraan telkens voorwaarden verbonden zijn. Met die steun wordt ook de bureaucratie overbodig wat een eerste bron van inkomsten oplevert om zo’n basisinkomen te betalen. Dat is natuurlijk niet genoeg om voor elke burger zo’n basisinkomen te kunnen betalen. Daarom is het idee van een negatieve inkomensbelasting origineel waarbij niet letterlijk geld wordt uitgekeerd, maar de som geld van de inkomensbelastingen wordt afgetrokken. En zo zijn er nog wel wat verschillende vormen.

Het grote voordeel van zo’n basisinkomen is niet enkel het verdwijnen van allerlei steunprogramma’s en de bijhorende bureaucratie, maar ook het stimuleren van creatief, politiek, sociaal en economisch ondernemerschap van de burger. Als je immers een basisinkomen krijgt is het veel gemakkelijker om het risico te nemen om iets te ondernemen. Als je er al lang van droomde om jezelf om te scholen en voor die droomjob te gaan, is dit een duwtje in de rug. Het begrip “werk” zal daardoor ook volledig veranderen. Nu krijg je een inkomen in ruil voor een aantal uren van je tijd die je voor een bedrijf of de overheid hebt gepresteerd. Voor de kinderen of hulpbehoevende familie zorgen, al is het deeltijds, kost ons momenteel tijd en geld. Zulke activiteiten zouden veel meer gewaardeerd kunnen worden. Bovendien klussen we in het huidige systeem bij in het zwart waar we maar kunnen. Om niet meer belastingen te betalen, om onze steun niet te verliezen. Waarom zou je nog in het zwart werken als je op het einde van de maand gerust kan zijn?

Wie ligt daar wakker van?

Het universeel onvoorwaardelijk basisinkomen is geen hot topic. De mensen zijn vandaag de dag vooral bezig met hun veiligheid(sgevoel). Er moeten overal camera’s komen. De staat moet een totale controle hebben zodat terroristen geen schijn van kans meer hebben. Ten koste van de privacy en vrijheid van ons allemaal. Wat heeft dat er nu mee te maken? Beeld u een wereld in met zo’n basisinkomen. Elke burger krijgt een som geld, voor de rest is alles exact hetzelfde. Wie geld krijgt zal toch minder snel geneigd zijn om te stelen? Waarom zou je het risico nog lopen? Criminelen komen toch vooral uit milieus met minder kansen? Minder armoede = minder misdaad. En dat met minder staat, niet met meer. Het geld (en de elektriciteit) van die dure camera’s en Amerikaanse computersystemen kunnen we ook besparen.

Nog zo’n hip onderwerp: onze identiteit staat onder druk. Onze normen en waarden worden bedreigd. Als men spreekt over de verlichte waarden van vrijheid en gelijkheid, bedoelt men integratie. Het basisinkomen zou bedoeld zijn voor Belgische burgers. Voor een immigrant Belg kan worden moet hij of zij minstens vijf jaar legaal in het land verblijven, werk hebben en de landstaal spreken. Vijf jaar is niet niets om zonder inkomen of overheidssteun te overleven. Bovendien zien we nu al dat de jobs die Belgen niet meer willen doen door allochtonen worden ingevuld. Persoonlijk zou ik voor vluchtelingen en behoeftige familieleden van immigranten nog wel een systeem van maatschappelijke integratie en dienstverlening behouden. Net zoals een ziekteverzekering overigens (voor elke Belg). Het zal in ieder geval een veel slankere en veel efficiëntere versie van het huidige OCMW zijn. We lezen dat de Dienst Vreemdelingenzaken er niet eens toe komt om huwelijken op hun echtheid te onderzoeken. Als er geen financieel voordeel verbonden is aan huwelijk met een Belg, waarom zouden mensen dan nog valse huwelijken sluiten?

Leuk ideetje, maar …

Het is normaal dat dit idee op veel vragen en scepticisme botst. “Waarom zouden we nog gaan werken? De prijzen zullen de lucht in gaan! Het is in geen honderd jaar betaalbaar…” Niet alleen het gezond verstand, maar ook een heel aantal experimenten tonen echter aan dat het wel eens zou kunnen werken. Uit het Mincome-experiment in Canada bleek dat er slechts een klein percentage mensen volledig of deeltijds stopte met werken. Bovendien daalden de kosten voor de gezondheidszorg. Een basisinkomen maakt je natuurlijk niet rijk. Het moet onze basisbehoeftes dekken (en dus meer zijn dan het huidige leefloon), maar het is geen subsidie om op vakantie te gaan of een nieuwe wagen te kopen. Mensen zullen blijven werken om zulke zaken te betalen, maar nu met plezier.

“Als er minder mensen werken en degenen die werken nog eens kiezen voor hun passie, zullen er maar weinig mensen overblijven voor de saaie, laagopgeleide jobs. Wie wil er nog achter de vuilkar lopen als je het zonder kan stellen?” We kunnen aan economische migratie denken zoals boven reeds vermeld, maar we zien nu echter al een groeiende robotisering en een steeds efficiëntere industrie waardoor laagopgeleide arbeiders meer en meer overbodig worden. Een basisinkomen is hiervoor een heel efficiënt opvangnet. Door het spel van vraag en aanbod zullen de lonen voor zulke mechanische jobs echter wel eens kunnen stijgen. Dat valt moeilijk te voorspellen zolang het niet helemaal is uitgerold. “Maar dan worden de producten duurder!” Misschien, maar nogmaals: een basisinkomen dient niet om luxeproducten aan te schaffen. Mensen zullen moeten blijven werken. Bovendien speelt de concurrentie nog steeds. Als fabrikanten hogere lonen moeten betalen om arbeiders te lokken én ze moeten concurrentieel blijven, waar moet het geld dan bespaard worden? Wat zouden we denken van de topmanagers en aandeelhouders? Ik zou daar mee kunnen leven.

“Zelfs als je uitkeringen afschaft, kom je niet aan genoeg geld om zo’n systeem te bekostigen.” Twee zaken: hoeveel komen we tekort? En waartoe zijn we bereid? De eerste vraag laat ik over aan de academici. Om op die tweede vraag te antwoorden zou ik eerst iets anders willen weten: werkt het? Wat gebeurt er nu precies met de samenleving als er een basisinkomen wordt ingevoerd? Het antwoord op die vraag bepaalt voor mij hoever we willen gaan en vanwaar we het geld willen halen. Dan kijk ik naar de wetenschap. Hoe ontwerpen we een experiment om precies te weten te komen hoe mensen hun leven inrichten met een basisinkomen? Ik kijk naar de politici. Wie durft het aan en waar halen we de centen voor zo’n experiment? Belastingen, onderzoekssubsidies, crowdfunding, de E.U., waarom niet de V.N.? Als dit idee werkt, zou het tenslotte een grote impact op onze globale samenleving kunnen hebben. Dan is zo’n experiment toch wel een paar centen waard?! En ik kijk tenslotte naar de burger, naar u: wil u het weten of niet? Op politici vertrouwen heeft weinig zin, vrees ik, maar burgers kunnen samen veel. Als het niet werkt, is dat niet erg. Dan hebben we het geprobeerd en is het mislukt. We laten het gewoon voor wat het is. Maar beeld u in dat het werk. Wat een wereld van verschil! Laat ons het er nu eindelijk eens op wagen.


Het basisinkomen is vooralsnog een kwestie van believers versus non-believers. Ik geloof erin, maar ik ben tegelijk voor beleid dat op feiten is gebaseerd. Als die feiten er niet zijn, moet je er naar op zoek. Voor zo'n onderzoek zijn er centen en proefkonijnen (zo'n 11 miljoen Belgische burgers) en dat kan op elk niveau (lokaal, regionaal, nationaal of continentaal). Waar zitten we nog op te wachten?