about
Toon menu

De democratie is dood. Lang leve de democratie!

maandag 1 oktober 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Samenleven is niet gemakkelijk. Vraag het maar aan de meeste koppels of kijk naar elke familie. De mens is enerzijds een wezen met een individualiteit. Het wil zich van anderen af- en onderscheiden We willen beter zijn dan de anderen, meer hebben en een eigen identiteit hebben. Vaak is die identiteit negatief geformuleerd (“Wat is het verschil tussen mij en de anderen? Wat ben ik niet?”), soms ook positief (“Wie ben ik wel?”). Door het wegvallen van grenzen, zuilen en andere traditionele grote verhalen is het vandaag moeilijk om onze identiteit te bepalen. Daarom reduceren we onszelf vaak tot de plaats waar we geboren zijn en de taal die we spreken.

Anderzijds kan de mens niet zonder de ander. We zijn sociale wezens. We gaan relaties aan met andere mensen om utilitaire redenen (“Hoe kan ik hem/haar gebruiken?”) of om psycho-emotionele redenen (liefde, vriendschap, troost). Tegelijk maken we ook deel uit van een georganiseerde groep, of in onze context: we zijn burgers van de maatschappij – politieke wezens.

Dan dringen zich onmiddellijk enkele vragen op: moet een groep mensen wel georganiseerd zijn? Op die interessante vraag kunnen we niet zo één, twee, drie een antwoord formuleren. De pragmaticus zegt dan: “Laat ons het daar op een ander moment over hebben wanneer er tijd en ruimte voor is.” Op dit moment ziet het er inderdaad niet naar uit dat we snel naar een ongeorganiseerde samenleving zullen overstappen. De meer relevante vraag is dan: “Hoe moeten we de samenleving organiseren?” Er bestaan een aantal verschillende modellen, elk met hun deugden en tekortkomingen. Een systeem zal wellicht nooit perfect zijn aangezien de mens, zoals eerder aangehaald, niet alleen maar een sociaal en politiek wezen is. Samenleven in een groep beperkt steeds op een of andere manier onze individuele vrijheid. We kunnen niet alles doen wat we zouden willen. Er is een spanning tussen solidariteit en vrijheid.

De democratie faalt (en dat weten we al wel even)

Wij leven in een redelijk vrije en solidaire samenleving. In vele dictatoriale en totalitaire systemen is de vrijheid heel erg beperkt en komt de “solidariteit” slechts een kleine elite ten goede. Een democratie is dus geen slechte oplossing. Toch zien we dat onze democratie steeds slechter is opgewassen tegen grote (maar ook kleine) uitdagingen: armoede, onderwijs, gezondheid, milieu, energie, mobiliteit, privacy, criminaliteit, … Zowel op lokaal als op globaal niveau vergroot de ongelijkheid. Eén op vijf kinderen in Antwerpen groeit op in armoede, er sterven fietsers in het verkeer, zes van de zeven kerncentrales liggen plat, de schooluitval groeit, het racisme wordt zienderogen schaamtelozer, ons onveiligheidsgevoel blijkt te vergroten (ondanks de camera’s, soldaten en bureaucratie),…

Mensen beginnen de democratische organisatie van onze samenleving fundamenteel in twijfel te trekken. Journalistieke onthullingen tonen bijna dagelijks hoe mensen in de samenleving meer en meer tegen elkaar worden opgezet, hoe jongeren zich terugtrekken uit die wereld, hoe kilheid, eenzaamheid, stress en depressie toenemen.

Als antwoord plooien de traditionele partijen zich op zichzelf en hun eigen ideologie terug. De inhoudelijke dialoog verandert in een machiavellistische twittershow met gescheld en moddergooien. Het doel heiligt de middelen. Het gaat niet meer over problemen oplossen, maar over (het eigen grote) gelijk halen. De retoriek en het geruzie van de heren volksvertegenwoordigers vertaalt zich ondertussen naar vulgaire vijandigheid op straat. Er wordt gelogen en totaal naast de kwestie gepraat. Fietsers en automobilisten werpen op sociale media doodswensen over en weer. In de aanloop naar de verkiezingen zien we dan overal dezelfde saaie affiches verschijnen met gezichten in plaats van standpunten. Waarschijnlijk zitten er oprechte idealisten in elke partij die werkelijk overtuigd zijn van hun gelijk, maar evengoed draait het voor vele politici gewoon om postjes en geld. In sommige gevallen is dat niet onbegrijpelijk: het is niet leuk om te moeten vrezen voor je job bij elke verkiezing. (Voor hen, maar ook voor vele andere mensen, een tip: universeel onvoorwaardelijk basisinkomen…) In andere gevallen speelt macht gewoon een rol.

De democratie werkt (en dat weten we ook al even)

De polarisering en de particratie lossen het dus niet op (nieuwsflash). Laat ons dat nu onder ogen durven zien. Dat is niet erg. Het is niet gelukt, maar we hebben het geprobeerd. Wat nu? Stoppen met samenleven? De organisatie weggooien? Laat ons nog eens één keer kijken naar het ontwerp. Waar zit de fout?

Een democratie is een politieke organisatievorm waarbij het volk (demos) regeert (kratein). Het volk, dat zijn wij: u, ik, de heren politici, onze kinderen en kleinkinderen. “Ja ja,” zegt de volksvertegenwoordiger, “maar we kunnen toch moeilijk allemaal tegelijk in het stadhuis gaan vergaderen.” Stadhuis? Wie heeft er gesproken over een stadhuis? Waarom is de fysieke ruimte van waaruit geregeerd wordt belangrijk? Er zijn de pleinen, de markten (de agora’s), de ontmoetingscentra, de cafézaaltjes, de parken, waarom niet elke living? (Toegegeven, de publieke ruimte wordt er niet echt gezelliger of gezonder op.) Reeds geruime tijd beschikken we over een digitale ruimte (het internet) en staan we allemaal met elkaar in verbinding zonder ons in dezelfde fysieke ruimte te bevinden. We hebben het stadhuis eigenlijk niet meer nodig. Van mij mag het wel blijven, hoor, het is tenslotte een mooi decor om in te trouwen. De burger kan vandaag echter perfect direct regeren, zonder tussenpersonen. Dat is technisch en fysiek mogelijk en de methodieken zijn er al.

In Reykjavik heeft men een platform ontwikkeld waarop elke burger ideeën kan aanbrengen in verschillende beleidsdomeinen. Iedereen kan aangeven welke ideeën hij/zij goed of niet goed vindt en eventueel argumenten of aanvullende informatie geven voor zijn mening. De 5 populairste ideeën + de populairste per categorie worden op het einde van de maand verzameld. De gemeenteraad onderzoekt de ideeën op haalbaarheid (fysiek, technisch, budgettair) en wettelijkheid, begeleidt de uitwerking en organiseert een geïnformeerd debat. Ten slotte stemmen de burgers direct voor of tegen het idee. Die stemming is bindend.

Men gaat echter nog een stap verder. Als je de samenleving echt in handen wil nemen, is het eerste waar je naar moet kijken het budget. Ook daarover gaan de burgers samen met de overheid in gesprek. Iedereen beslist samen waar de prioriteiten liggen. Hetzelfde doet men, met succes, in Porto Alegre in Brazilië. Op zeer veel plaatsen hebben burgers ondertussen ook terug controle genomen over de gemeenschappelijke goederen (de commons) zoals de watervoorziening, de energie, de lucht, het afval, enz… Misschien worden niet alle problemen op die manier onmiddellijk opgelost, maar er wordt wel (pro)actief gestreefd naar de beste oplossing voor de bevolking. De burger staat centraal en niet de politicus of de bedrijven. Tenzij voorzover een politicus en aandeelhouder ook inwoners van een land zijn natuurlijk.

Het feest van de democratie

Zo zijn er nog wel enkele voorbeelden van steden waar de burger directe invloed heeft op het beleid, maar ook in een land als Zwitserland werkt het al sinds de 19de eeuw. Ik weet natuurlijk niet hoe het voelt om in zo’n stad te leven, maar ik kan me wel inbeelden dat dialoog beter is voor een samenleving dan geruzie. Als burgers de verantwoordelijkheid krijgen over hun politieke organisatie, verbetert tegelijk ook de sociale samenleving. Van idee tot uitwerking staat iedereen immers naast elkaar en niet tegenover elkaar. Politieke dialoog leidt dan tot sociaal weefsel (het ‘middenveld’).

De rol van de politicus in zo’n samenleving is natuurlijk wezenlijk anders. Zijn/haar taak bestaat er niet meer in beslissingen te nemen op basis van het partijdogma. Hij/zij moet geen expert zijn in elk domein van de samenleving en voor elk probleem een antwoord klaar hebben. De taak van de politicus in een echte democratie bestaat erin om te luisteren naar de ideeën van de burger (die weet tenslotte het best wat hij nodig heeft), deze ideeën te onderzoeken (op basis van feiten), een geïnformeerde dialoog te organiseren tussen de betrokken burgers en experten en tenslotte de ideeën te helpen verwezenlijken. De burgemeester mag gerust wat status behouden, maar de macht ligt bij de burger. Nu voor echt.